GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Zaaknummer : 200.301.944/01 Zaaknummer rechtbank : 9187962\ EJ VERZ 21-50306 beschikking van 19 april 2022 inzake NN Personeel B.V., gevestigd te Den Haag, verzoekster in hoger beroep, hierna te noemen: NN Personeel, advocaat: mr. M.S.R. Dijkstra te Den Haag. tegen [verweerder], wonende te [woonplaats], verweerder in hoger beroep, hierna te noemen: [verweerder], advocaat: mr. M.A.M. Lem te Breda, Waar deze zaak over gaat NN Personeel heeft de arbeidsovereenkomst met [verweerder] opgezegd. Daarvoor had NN Personeel toestemming van de CAO Ontslagcommissie. Naar het oordeel van het hof is deze commissie een cao-ontslagcommissie als bedoeld in art. 7:671a lid 2 BW en daarom bevoegd deze toestemming te verlenen. Het door NN Personeel aan [verweerder] gegeven ontslag was daarom rechtsgeldig. De kantonrechter heeft dit ontslag vernietigd. De arbeidsovereenkomst is daardoor blijven bestaan. Het hof is van oordeel dat de vernietiging van het ontslag ten onrechte en bepaalt het einde van de arbeidsovereenkomst op 1 juni 2022. Het geding in hoger beroep Met een verzoekschrift van 25 oktober 2021, bij het hof binnengekomen op 26 oktober 2021, is NN Personeel in hoger beroep gekomen van de door de kantonrechter in de rechtbank Den Haag, zittingsplaats ’s-Gravenhage, tussen partijen gegeven beschikking van 28 juli 2021 (hierna: de bestreden beschikking). In het verzoekschrift (met producties) heeft NN Personeel negen grieven aangevoerd. Bij verweerschrift van 7 februari 2022 (met productie), heeft [verweerder] de grieven bestreden. Bij akte van 11 maart 2022 heeft NN Personeel producties overgelegd. De mondelinge behandeling heeft op 1 april 2022 plaatsgevonden. Partijen zijn toen bijgestaan door hun advocaten. Door de advocaten is gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die aan het hof zijn overgelegd. Van de mondelinge behandeling is proces-verbaal gemaakt. Uitspraak is bepaald op heden. Feiten 6. Het hof gaat hieronder uit van de feiten die door de kantonrechter zijn vastgesteld en in hoger beroep niet zijn bestreden, aangevuld met enkele andere feiten die tussen partijen vaststaan. 7. Het gaat in deze zaak om het volgende. 7.1 [verweerder], geboren op [datum] 1961, is op 1 februari 1988 in dienst getreden bij Nationale Nederlanden NV, rechtsvoorganger van ING Verzekeringen N.V., in de functie van [functienaam 1]. In zijn arbeidsovereenkomst van 22 december 1987 is het volgende opgenomen: " CAO en arbeidsvoorwaarden Op u zijn de CAO voor het verzekeringsbedrijf Binnendienst en de bij Nationale- Nederlanden gebruikelijke arbeidsvoorwaarden, zoals vermeld in de Personeelsgids, van toepassing. De CAO 1986-1987 is bijgevoegd. De Personeelsgids zal u bij uw indiensttreding worden uitgereikt. " 7.2 Op 1 december 2002 is door ING Groep N.V. (hierna: ING Groep) de personeelsvennootschap ING Personeel V.O.F. (hierna: ING Personeel) opgericht. Deze personeelsvennootschap betrof een samenwerking van de vennoten ING Verzekeringen N.V. (hierna: ING Verzekeringen) en ING Bank N.V.. De werknemers van de vennoten (waaronder [verweerder]) zijn door ING Personeel in dienst genomen en tewerkgesteld bij de verschillende werkmaatschappijen van de vennoten. 7.3 Bij brief van 19 december 2002 is [verweerder] door ING Verzekeringen per 1 januari 2003 de functie van [functienaam 2] (schaal 6) bij het team EPublishing/DTP/Branding afdeling Marketing Services aangeboden. Bij brief van 16 juli 2009 is [verweerder] door ING Personeel per 1 april 2009 benoemd tot [functienaam 3] (schaal 7) in de afdeling Product & Client Marketing van ING Investment Management. 7.4 In verband met de bankencrisis in 2008 heeft ING Groep een lening ontvangen van de Nederlandse staat waarbij als voorwaarde gold splitsing van de bank en de verzekeraar. Die splitsing is begin 2011 geëffectueerd. 7.5 [verweerder] is op 1 januari 2011 overgegaan naar een van de nieuwe personeelsvennootschappen, ING Investment Management Personeel B.V. (hierna: ING Investment Management Personeel). Per die datum is [verweerder] benoemd in de functie van Junior Services Officer werkzaam in team Services van de afdeling Marketing Operations. 7.6 Per 1 januari 2013 zijn de werkzaamheden van [verweerder] verplaatst naar het team Event Desk van afdeling Sales Strategy & Management. 7.7 Bij brief van 7 januari 2015 van ING Investment Management Personeel is [verweerder] bericht dat hij in verband met een reorganisatie van Client Group International preventief boventallig is verklaard. Bij brief van 1 april 2015 van ING Investment Management Personeel is [verweerder] bericht dat hij per die datum is geplaatst bij de afdeling Business Partnering van ING Investment Management. 7.8 Op 7 april 2015 is de naam van ING Investment Management Personeel gewijzigd in NNIP Personeel B.V. (hierna; NNIP Personeel). 7.9 Medio 2017 is de functienaam van de functie van [verweerder] gewijzigd in die van Procurement 1. 7.10 Op 15 oktober 2018 is bij de COR de adviesaanvraag Finance NL ingediend. Die aanvraag betrof een voorgenomen besluit tot reorganisatie van de afdeling Finance van NN Investment Partners B.V. waarbij de functie van Procurement 1 – en daarmee de functie van [verweerder] – zou komen te vervallen. Na een instemmend advies van de COR, is het besluit op 30 november 2018 ongewijzigd genomen door de bestuurder. 7.11 Bij brief van 30 november 2018 is [verweerder] per 1 december 2018 boventallig verklaard. [verweerder] heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Nadat dit bezwaar ongegrond is verklaard, heeft [verweerder] beroep ingesteld bij de Beroepscommissie Reorganisatiekader. Dit beroep is bij uitspraak van 15 februari 2019 ongegrond verklaard. 7.12 NN Personeel is de rechtsopvolger van NNIP Personeel. 7.13 Op 25 maart 2019 heeft [verweerder] zich ziek gemeld. 7.14 Op 2 juli 2019 heeft NN Personeel een ontslagverzoek ingediend bij de CAO Ontslagcommissie Nationale Nederlanden (de CAO Ontslagcommissie). [verweerder] heeft verweer gevoerd. Op 13 augustus 2019 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Bij uitspraak van 29 augustus 2019 heeft de CAO Ontslagcommissie aan NN Personeel toestemming verleend de arbeids-overeenkomst met [verweerder] op te zeggen op grond van art. 7:669 lid 3 sub a BW. NN Personeel heeft de arbeidsovereenkomst met [verweerder] daarop opgezegd. Omdat duidelijk werd dat [verweerder]– anders dan de bedrijfsarts verwachtte – niet tijdig hersteld zou zijn, heeft NN Personeel – met instemming van [verweerder] – de opzegging ingetrokken. 7.15 Op 7 augustus 2020 is [verweerder] hersteld gemeld. 7.16 Op 16 oktober 2020 heeft NN Personeel een tweede ontslagverzoek ingediend bij de CAO Ontslagcommissie. [verweerder] heeft verweer gevoerd. Op 4 december 2020 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Nadat partijen hebben gereageerd op een aanvullende vraag van de CAO Ontslagcommissie, heeft deze bij uitspraak van 8 januari 2021 NN Personeel toestemming verleend de arbeidsovereenkomst met [verweerder] op te zeggen op grond van art. 7:669 lid 3 sub a BW. NN Personeel heeft de arbeidsovereenkomst met [verweerder] bij brief van 14 januari 2021 opgezegd per 1 maart 2021. 7.17 De kantonrechter van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats ’s-Gravenhage, heeft bij beschikking van 31 maart 2022 de arbeidsovereenkomst ‘voorwaardelijk’ – “voor zover de opzegging van de arbeidsovereenkomst per 1 maart 2021 geen effect heeft gesorteerd” – ontbonden op grond van art. 7:671b lid 1 BW met ingang van 1 juni 2022. Procedure in eerste aanleg 8. In eerste aanleg heeft [verweerder] verzocht, samengevat: primair de arbeidsovereenkomst tussen hem en NN Personeel te herstellen, onder toekenning van een vergoeding gelijk aan het loon c.a. vanaf 1 maart 2021; subsidiair NN Personeel te veroordelen aan [verweerder] een billijke vergoeding en bedragen van € 18.269,12 bruto en € 27.403,68 bruto te vermeerderen met rente te betalen; meer subsidiair 1. te verklaren voor recht dat NN Personeel ten opzichte van [verweerder] toerekenbaar tekort geschoten is in de nakoming van de arbeidsovereenkomst door aan [verweerder] eenzijdig de werkzaamheden behorend bij de functie per 1 december 2019 te ontnemen, en NN Personeel verplicht is de (inkomens- en pensioen)schade die [verweerder] dientengevolge lijdt aan hem te vergoeden; 2. te verklaren voor recht dat de door [verweerder] te lijden (inkomens- en pensioen)schade dient te worden berekend uitgaande van de fictieve situatie dat [verweerder] vanaf 1 maart 2021 tot aan zijn pensioenleeftijd in dienst van NN Personeel zou zijn gebleven, en derhalve over de periode van 1 maart 2021 tot 1 februari 2028; 3. NN Personeel te veroordelen, om aan [verweerder] te voldoen de door hem geleden en nog te lijden inkomens- en pensioenschade, nader op te maken bij staat; 4. NN Personeel te veroordelen de buitengerechtelijke incassokosten aan [verweerder] te betalen; Verder verzocht [verweerder] om NN Personeel in de proceskosten te veroordelen. 9. De kantonrechter heeft in de bestreden beschikking de opzegging door NN Personeel van de arbeidsovereenkomst van [verweerder] per 1 maart 2021 vernietigd en bepaald dat NN Personeel per die datum aan [verweerder] het loon c.a. betaalt, te vermeerderen met 50% wettelijke verhoging, en verder NN Personeel in de proceskosten veroordeeld. Verzoeken in het hoger beroep 10. In hoger beroep verzoekt NN Personeel, samengevat: primair de bestreden beschikking te vernietigen; te verklaren voor recht dat de Cao-Ontslagcommissie bevoegd was om NN Personeel toestemming te verlenen voor het opzeggen van de arbeidsovereenkomst met [verweerder]; te bepalen dat de arbeidsovereenkomst met [verweerder] op de kortst mogelijke termijn eindigt; [verweerder] te veroordelen het door hem vanaf 1 maart 2021 ontvangen salaris terug te betalen aan NN Personeel, te vermeerderen met wettelijke rente; subsidiair de bestreden beschikking te vernietigen; te verklaren voor recht dat de CAO Ontslagcommissie bevoegd was om NN Personeel toestemming te verlenen voor het opzeggen van de arbeidsovereenkomst met [verweerder]; de aan [verweerder] toegekende wettelijke verhoging te matigen; [verweerder] te veroordelen aan NN Personeel te betalen het door hem te veel ontvangen bedrag aan salaris, wettelijke verhoging en deel van de vergoeding uit hoofde van het sociaal plan vermeerderd met het bedrag aan loon voor elke dat dat de arbeidsovereenkomst later eindigt dan per 1 januari 2021, te vermeerderen met wettelijke rente; meer subsidiair [verweerder] te veroordelen aan NN personeel te betalen het door hem te veel ontvangen bedrag aan salaris en wettelijke verhoging en het bedrag dat hij als vergoeding uit hoofde van het sociaal plan heeft ontvangen, te vermeerderen met wettelijke rente; Ook verzoekt NN Personeel primair en subsidiair om [verweerder] in de proceskosten van beide instanties te veroordelen en meer subsidiair deze proceskosten te compenseren. 11. [verweerder] verzoekt de bestreden beschikking te bekrachtigen en NN Personeel in de proceskosten van beide instanties te veroordelen. De beoordeling van het hoger beroep 12. Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben partijen een procesafspraak gemaakt. Deze houdt in dat het hof wordt gevraagd uitsluitend te beoordelen of de CAO Ontslagcommissie een commissie is in de zin van art. 7:671a lid 2 BW. In het bevestigende geval (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.