GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling civiel recht zaaknummer : 200.306.762/02 zaaknummer rechtbank : C/10/538659 / FA RK 17-9310 beschikking van de meervoudige kamer van 18 mei 2022 in het incidentele verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad en het treffen van voorlopige voorzieningen van [appellante] , wonende op een geheim adres, verzoekster in hoger beroep, hierna te noemen: de moeder, advocaat mr. S. Imdahl te Rotterdam, tegen [geïntimeerde] , wonende te [woonplaats 1] , verweerder in hoger beroep, hierna te noemen: de vader, advocaat mr. H.M. Hueting te Brielle. Als informant is aangemerkt: Jeugdbescherming west Regio Zuid-Holland Zuid, gevestigd te Dordrecht, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling. In zijn adviserende en/of toetsende taak is in de procedure gekend: de raad voor de kinderbescherming, locatie: Rotterdam, hierna te noemen: de raad. 1Het verloop van het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de tussenbeschikkingen van de rechtbank Rotterdam van 2 november 2018 en 13 juli 2020 en de eindbeschikking van de rechtbank Rotterdam van 21 januari 2022, allen uitgesproken onder voormeld zaaknummer. 2Het geding in hoger beroep 2.1. De moeder is op 11 februari 2022 in hoger beroep gekomen van genoemde beschikking van 21 januari 2022 (hierna: de bestreden beschikking) en heeft daarbij ook verzocht de werking van de bestreden beschikking te schorsen, alsmede om voorlopige voorzieningen te treffen. 2.2. De vader heeft op 23 maart 2022 een verweerschrift op het schorsingsverzoek ingediend. 2.3. Daarna is bij het hof nog ingekomen: - een journaalbericht van 8 maart 2022 met bijlage van de moeder, ingekomen op 8 maart 2022; - een journaalbericht van 20 april 2022 met bijlagen van de moeder, ingekomen op 20 april 2022; - een journaalbericht van 21 april 2022 met bijlagen van de vader, ingekomen op 21 april 2022. 2.4. De minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken. Zij hebben voorafgaand aan de zitting met de voorzitter gesproken. 2.5. De mondelinge behandeling heeft op 26 april 2022 plaatsgevonden. Verschenen zijn de moeder met haar advocaat en de vader met mr. L.J. Witvliet, die heeft waargenomen voor zijn advocaat. De raad is met voorafgaand schriftelijk bericht niet verschenen. De gecertificeerde instelling is niet verschenen. Beide advocaten hebben ter zitting pleitaantekeningen overgelegd. 3De omvang van het geschil 3.1. De rechtbank heeft in de bestreden beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, beslist dat de minderjarigen: [naam minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats] en [naam minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2012 te [geboorteplaats] , in het kader van de regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken bij de vader zullen zijn als volgt: voor het eerst op 19 februari 2022: - twee keer eenmaal per veertien dagen op zaterdag gedurende een half uur van 13.00 uur tot 13.30 uur; - twee keer eenmaal per veertien dagen op zaterdag gedurende een uur van 13.00 uur tot 14.00 uur; - vier keer eenmaal per veertien dagen op zaterdag gedurende twee uur van 13.00 uur tot 15.00 uur; - vier keer eenmaal per veertien dagen op zaterdag gedurende drie uur van 13.00 uur tot 16.00 uur; - vervolgens eenmaal per veertien dagen op zaterdag gedurende vier uur van 13.00 uur tot 17.00 uur, waarbij de moeder de minderjarigen naar de ontmoetingsplek dient te brengen en hen daar ook weer dient op te halen, onder verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- per omgangsmoment wanneer de moeder de minderjarigen niet naar de afspraaklocatie brengt en/of ophaalt, met een maximum van € 50.000,-. Het contact zal dienen plaats te vinden op een neutrale plaats te bepalen door partijen, eventueel met ondersteuning van de communicatie hierover door de gecertificeerde instelling. 3.2. De moeder verzoekt bij wijze van voorlopige voorziening, uitvoerbaar bij voorraad: - te bepalen dat er geen omgang tussen de vader en de minderjarigen dient plaats te vinden, c.q. de vader de omgang te ontzeggen; en - primair de tenuitvoerlegging van de bestreden beschikking op te schorten en subsidiair de tenuitvoerlegging van de bestreden beschikking met betrekking tot de opgelegde dwangsommen op te schorten. 3.3. De vader verzoekt de moeder niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoeken, althans deze af te wijzen. 4De motivering van de beslissing Standpunt moeder 4.1. De moeder voelt de druk van het nakomen van de bestreden beschikking en doet haar uiterste best om de minderjarigen te motiveren om omgang te hebben met hun vader. Zij praat positief over de vader, maar de minderjarigen reageren daar negatief op. Het lukt haar niet om de minderjarigen te bewegen naar een omgangsmoment te gaan. Ook de jeugdbeschermer is hier niet in geslaagd. De eerste omgangsmomenten kon de moeder bovendien niet nakomen vanwege covid-besmettingen in het gezin. De moeder stelt zich op het standpunt dat er bij de minderjarigen op dit moment geen draagkracht bestaat voor omgang. De minderjarigen geven duidelijk aan dat zij hun vader niet willen zien en zij raken ernstig overstuur van het idee van omgang. Bij [minderjarige 1] uit zich dit in opstandig gedrag, boosheid, vermoeidheid en een slechte concentratie. Haar schoolresultaten zijn achteruitgegaan. [minderjarige 2] heeft nadat zij bekend werd met de uitspraak een aantal nachten nachtmerries gehad. Zij heeft last van hoofdpijn en buikpijnklachten wanneer het onderwerp op de voorgrond komt. Allebei de minderjarigen hebben de woning een aantal weken niet willen verlaten. De gecertificeerde instelling, Family Support en de raad onderschrijven dat er bij de minderjarigen geen draagkracht bestaat voor omgang, zo stelt de moeder. Gelet op de onrust die de bestreden beschikking teweeg heeft gebracht, heeft de moeder psychologische hulp gezocht voor zichzelf en de minderjarigen. Een intakegesprek moet nog plaatsvinden. De hulp zal volgens de moeder gericht moeten zijn op het opnieuw in balans brengen van het gezin, zodat de dagelijkse taken weer uitgevoerd kunnen worden. Als de rust in het gezin is teruggekeerd en er draagkracht is gecreëerd doordat de vader een vorm van agressietherapie heeft gevolgd, is er volgens de moeder wellicht ruimte om voorzichtig over contactherstel te praten. Op dit moment is dat niet aan de orde en kiest de moeder ervoor om het welzijn van de kinderen te laten prevaleren boven het nakomen van de beschikking en de daarmee gepaard gaande financiële consequenties. De moeder kan niet werken en is niet in staat de verbeurde dwangsommen te betalen. De minderjarigen maken zich grote zorgen over de gevolgen van de opgelegde dwangsommen. Standpunt vader 4.2. De vader voert gemotiveerd verweer. In eerste aanleg is er in een zorgvuldige procedure van vijf jaar geprobeerd om tot een zorgregeling te komen. Na de bestreden beschikking heeft de moeder geruime tijd niet gereageerd op verzoeken van de vader om tot een afspraak te komen over de vaststelling van een neutrale plaats voor de omgang. Uiteindelijk zijn partijen overeengekomen dat de omgang bij de Mac Donalds zal plaatsvinden. De minderjarigen zijn echter tot nu toe op vijf geplande omgangsmomenten niet verschenen. De vader twijfelt aan de juistheid van de stelling van de moeder dat er sprake zou zijn geweest van covid besmettingen in het gezin. De moeder is ook niet verschenen op de uitnodiging van de gecertificeerde instelling om in gesprek te gaan over de uitvoering van de beschikking. De moeder blijft zich verzetten tegen herstel van het contact. Zij miskent dat de vader en de minderjarigen recht hebben op omgang, spreekt negatief over de vader en verstrekt de minderjarigen onnodige informatie. Uit de whatsappberichten tussen [minderjarige 1] en haar vader uit 2019 volgt dat er wel degelijk draagkracht was voor contactherstel en dat de angst van [minderjarige 1] voortkwam uit de vrees dat de moeder zou weten van het contact. De vader betwist dat het niet goed zou gaan met de minderjarigen. Uit de informatie die hij van de moeder en de school heeft ontvangen, blijkt dit namelijk niet. Voor zover het wel slecht zou gaan met de minderjarigen, is dit volgens de vader het gevolg van de handelswijze van de moeder. De stelling van de moeder, dat zij niet de financiële middelen heeft om de verbeurde dwangsommen te voldoen, moet volgens de vader buiten beschouwing worden gelaten, nu het niet het beoogde doel is om de moeder op kosten te jagen, maar om haar tot nakoming te bewegen. Zonder financiële prikkel heeft de moeder geen enkele reden om haar medewerking te verlenen, zoals ook in de afgelopen jaren is gebleken. De vader heeft maar één wens en dat is contactherstel. Hij is te allen tijde bereid om in overleg te treden over een neutrale locatie en eventuele begeleiding bij het contact. Overwegingen hof 4.3. De bestreden beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dat betekent dat de vader de beschikking mag uitvoeren, ondanks het hoger beroep van de moeder. Op grond van artikel 360 lid 2, tweede volzin, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan de hogere rechter, indien hoger beroep is ingesteld tegen een beschikking die uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, alsnog de werking schorsen. 4.4. Op grond van vaste rechtspraak geldt dat een verzoeker belang moet hebben bij de door hem verlangde schorsing van de werking van de bestreden beschikking. Volgens vaste rechtspraak (HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026) moeten daarbij de volgende maatstaven worden aangelegd. a. Uitgangspunt is dat een beslissing, hangende een hogere voorziening, uitvoerbaar dient te zijn. Afwijkingen van dit uitgangspunt kunnen gerechtvaardigd zijn. Daarbij valt te denken aan omstandigheden die meebrengen dat het belang van een partij bij behoud van de bestaande toestand zolang niet op het door hem ingestelde rechtsmiddel is beslist, ook gegeven dit uitgangspunt, zwaarder weegt dan het belang van de andere partij bij de uitvoerbaarheid bij voorraad daarvan. b. Bij de toepassing van de onder a genoemde maatstaf moet worden uitgegaan van de beslissingen in de ten uitvoer te leggen beschikking en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen, en blijft de kans van slagen van het tegen die beslissing aangewende of nog aan te wenden rechtsmiddel buiten beschouwing, met dien verstande dat de rechter in zijn oordeelsvorming kan betrekken of de bestreden beslissing(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.