← Nederland

ECLI:NL:GHDHA:2023:1398

GERECHTSHOF DEN HAAG Civiel recht Team Handel Zaaknummer hof : 200.297.587/01 Zaaknummer rechtbank : C/10/619795 / KG ZA 21-456 Arrest in kort geding van 1 augustus 2023 in de zaak van 1Waalstede Vastgoed B.V.,gevestigd in Hedel, 2. ’ ’t Goeie Spoor B.V., gevestigd in Rotterdam, 2. ’ [appellant 3],wonende in [woonplaats] (gemeente [gemeente]), 2. ’ [appellant 4],wonende in [woonplaats], appellanten in het principaal hoger beroep, verweerders in incidenteel hoger beroep,advocaat: mr. R.A.D. Blaauw te Rotterdam, tegen 1Druvar Vastgoed B.V.,gevestigd in Kerkwijk (gemeente Zaltbommel), 2. [verweerder 2],wonende in [woonplaats] (gemeente [gemeente]), verweerders in het principaal hoger beroep, appellanten in het incidenteel hoger beroep, advocaat: mr. D.I.J. Snijders te 's-Hertogenbosch. Het hof zal appellanten in het principaal hoger beroep/verweerders in het incidenteel hoger beroep samen Waalstede c.s. noemen. Het hof zal verweerders in het principaal hoger beroep/appellanten in het incidenteel hoger beroep samen Druvar c.s. noemen. 1De zaak in het kort 1.1 In het principaal hoger beroep vordert Waalstede c.s. opheffing van de beslagen die Druvar c.s. ten laste van Waalstede c.s. heeft gelegd. Het hof oordeelt dat Waalstede c.s. geen belang meer heeft bij deze vordering, omdat de beslagen inmiddels zijn opgeheven bij onherroepelijk vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam van 14 februari 2023. 1.2 In het incidenteel hoger beroep formuleert Druvar c.s. vier grieven. Bij deze grieven heeft zij naar het oordeel van het hof geen belang. 2Procesverloop in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken: het arrest van dit hof in het incident ex artikel 843a Rv van 13 december 2022; de akte overlegging producties tevens memorie van antwoord in incidenteel appel van 24 januari 2023, met bijlagen; de antwoordakte van 21 februari 2023, met bijlagen. 2.2 Hierna is opnieuw arrest bepaald. 3Feitelijke achtergrond en procedures bij de rechtbank 3.1 Druvar c.s. heeft op 4 juni 2021, met verlof van de voorzieningenrechter, conservatoir beslag gelegd ten laste van: (

  1. i)Waalstede c.s. (hierna ook: het beslag Waalstede c.s.). en (
  2. ii)drie andere rechtspersonen, namelijk [naam] Woningbeheer B.V., Charleston Vastgoed Rotterdam B.V. en Yellow Sprint Holding B.V. (hierna ook: beslag 2). 3.2 Bij het thans bestreden vonnis van 15 juni 2021 heeft de voorzieningenrechter, op vordering van (onder meer) Waalstede c.s., Druvar c.s. veroordeeld om beslag 2 op te heffen, dit op straffe van een dwangsom. Het beslag Waalstede c.s. is toen gehandhaafd. 3.3 De voorzieningenrechter heeft bij vonnis (in een andere procedure) van 14 februari 2023, op vordering van Waalstede c.s., Druvar c.s. veroordeeld om beslag Waalstede c.s. op te heffen. Dit vonnis is inmiddels onherroepelijk. Druvar c.s. heeft geen hoger beroep ingesteld en heeft het beslag Waalstede c.s. ook daadwerkelijk opgeheven, zoals de advocaten van beide partijen (telefonisch) aan het hof hebben bevestigd. 4Beoordeling van het (principaal) hoger beroep van Waalstede c.s. 4.1 Waalstede c.s. is in hoger beroep gekomen van het vonnis van 15 juni 2021. Zij vordert vernietiging van het vonnis, voor zover het gaat om beslag Waalstede c.s., en alsnog opheffing van dit beslag. 4.2 Het hof oordeelt als volgt. Waalstede c.s. heeft op dit moment geen belang meer bij haar vordering, omdat het beslag inmiddels is opgeheven. Daarom komt het hof niet meer toe aan de inhoudelijke beoordeling van de vordering tot opheffing van dit beslag. Het hof zal daarom het principaal hoger beroep van Waalstede c.s. verwerpen. Omtrent de proceskosten oordeelt het hof hierna. 5Beoordeling van het (incidenteel) hoger beroep van Druvar c.s. 5.1 Druvar c.s. heeft geen vordering ingesteld in het incidenteel hoger beroep. Voor zover zij met haar grieven 3 en 4 wil klagen over de veroordeling tot opheffing van beslag 2, kan dit in ieder geval niet omdat de betreffende wederpartijen [naam] Woningbeheer B.V., Charleston Vastgoed Rotterdam B.V. en Yellowsprint Holding B.V niet bij deze procedure in hoger beroep zijn betrokken. 5.2 Haar grieven 1 en 2 bevatten motiveringsklachten en gaan over het beslag Waalstede c.s.. Druvar c.s. heeft geen belang bij deze grieven. De voorzieningenrechter heeft immers het door Druvar c.s. gelegde beslag Waalstede c.s. in stand gelaten, terwijl het hof nu niet toekomt aan de beoordeling van deze beslissing (zie overweging 4.2). Overigens, omdat Druvar c.s. de beslissing van de voorzieningenrechter in het dictum niet wil aantasten maar kennelijk alleen kritiek wil uiten op de motivering ervan, had Druvar c.s. geen incidenteel hoger beroep hoeven in te stellen. Voor louter kritiek is onder meer plaats in de memorie van antwoord. 5.3 Het hof zal Druvar c.s. daarom niet-ontvankelijk verklaren in haar incidenteel hoger beroep. 6Conclusie en proceskosten 6.1 Het hof zal het principaal hoger beroep van Waalstede c.s. verwerpen. Druvar c.s. zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar incidenteel hoger beroep. 6.2 Omtrent de proceskosten oordeelt het hof als volgt. 6.3 Druvar c.s. is de in het ongelijk gestelde partij in het incident (tot verstrekking van stukken) zoals beslist bij arrest in het incident van 13 december 2022, in welk arrest de beslissing over de proceskosten is aangehouden. Daarom zal Druvar c.s. worden veroordeeld in de kosten van het incident. 6.4 Druvar c.s. is daarnaast de in het ongelijk gestelde partij in het incidenteel hoger beroep, zodat zij de kosten daarvan moet dragen. 6.5 Formeel is Waalstede c.s. de in het ongelijk gestelde partij in het principaal hoger beroep, maar materieel heeft zij in een andere, inmiddels onherroepelijke zaak gelijk gekregen. Gelet op de samenhang en alles afwegend zal het hof de proceskosten in het principaal hoger beroep compenseren, omdat partijen over en weer deels als de in het ongelijk gestelde partij moeten worden beschouwd. 7Beslissing Het hof: verwerpt het principaal hoger beroep van Waalstede c.s. en verklaart Druvar c.s. niet-ontvankelijk in haar incidenteel hoger beroep tegen het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam van 15 juni 2021; veroordeelt Druvar c.s. in de kosten van het incident, tot zover aan de zijde van Waalstede c.s. begroot op € 1.183 aan salaris advocaat; veroordeelt Druvar c.s. in de kosten van het incidenteel hoger beroep, tot zover aan de zijde van Waalstede c.s. begroot op € 591,50 aan salaris advocaat ; bepaalt dat iedere partij de eigen kosten van de procedure in het principaal hoger beroep moet dragen. Dit arrest is gewezen door mrs. M.A.F. Tan-de Sonnaville, A.D. Kiers-Becking en R.S. Le Poole en in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2023 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.