Rolnummer: 22-002326-22 Parketnummer: 10-103074-21 Datum uitspraak: 7 februari 2023 TEGENSPRAAK Gerechtshof Den Haag meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 16 augustus 2022 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971, adres: [adres], [woonplaats]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 dagen waarvan 30 dagen voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest en een proeftijd van 2 jaren, en onder bijzondere voorwaarden, te weten een meldplicht bij Reclassering en behandeling bij de Waag. Voorts is het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven. Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: zij in of omstreeks de periode van 10 maart 2021 tot en met 14 april 2021 te Dordrecht, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer], door meermalen, althans eenmaal, (telkens) - contact te zoeken met die [slachtoffer] per telefoon en/of per e-mail en/of via Whats app, en/of - op naam van die [slachtoffer] goederen te bestellen bij (onder meer) Wehkamp, en/of - die [slachtoffer] aan te melden bij (onder meer) Stichting Borderline en/of bij onlineshop Bon Prix en/of bij het NTI (voor een opleiding journalistiek), en/of - een hotelkamer te boeken voor die [slachtoffer] bij hotel Van der Valk in Amsterdam, en/of - uitnodigingen naar die [slachtoffer] te sturen via applicatie "Wordfeud", en/of - wijzigingen aan te brengen in het Facebook account en/of het Spotify account en/of het Instagram account van die [slachtoffer], en/of - de simkaart van de mobiele telefoon van die [slachtoffer] te blokkeren, en/of - zich op te houden/te bevinden in de omgeving van/nabij de woning/verblijfplaats van die [slachtoffer], (telkens) met het oogmerk die [slachtoffer], te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen. Vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd met uitzondering van de straf en dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 dagen van het voorarrest waarvan 30 dagen voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest en een proeftijd van 2 jaren, en onder bijzondere voorwaarden, te weten een meldplicht bij Reclassering, behandeling bij de Waag en een contactverbod met aangeefster [slachtoffer]. Het vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt. Vrijspraak Bij de beoordeling van het bewijsmateriaal binnen het kader van de tenlastelegging stelt het hof voorop dat verdachte, afgezien van het daarin bedoelde contact zoeken per e-mail en de Wordfeud uitnodiging(-en), stellig heeft ontkend dat zij de in de tenlastelegging geconcretiseerde gedragingen heeft begaan. Vastgesteld moet worden dat aangeefster niet heeft verklaard op basis van welke feiten en omstandigheden zij verdachte aanwijst als degene die daarin de hand heeft gehad. Haar verklaring is op dit punt slechts aan te merken als op stellige vermoedens gebaseerde veronderstellingen of gissingen, die, hoewel niet onbegrijpelijk, zonder bevestiging in andere bewijsmiddelen onvoldoende zijn voor de voor bewezenverklaring vereiste overtuiging van het hof. Dergelijk steunbewijs ontbreekt echter. Tegen de achtergrond dat het hof derhalve slechts bewijsbaar acht dat verdachte de in de tenlastelegging bedoelde twaalf e-mailberichten aan aangeefster heeft verzonden, alsmede haar tweemaal heeft uitgenodigd voor “Wordfeud”, overweegt het hof in verband met het in de tenlastelegging bedoelde “wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer” als volgt. In het licht van de tussen medio oktober 2020 en 15 januari 2021 vaker voorkomende verbrekingen van de sinds december 2019 bestaande relatie tussen [slachtoffer] en [verdachte], welke breuken telkens kennelijk werden gevolgd door een verzoening en hen niet verhinderden op 22 december 2020 een huurovereenkomst voor een gezamenlijke woning aan te gaan, acht het hof begrijpelijk dat de verdachte zich niet heeft neergelegd bij de eenzijdige opzegging van dit patroon van verbreken en verzoenen door [slachtoffer] op 16 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.