GERECHTSHOF DEN HAAG Team Familie zaaknummer : 200.318.490/01 rekestnummer rechtbank : FA RK 22-2124 zaaknummer rechtbank : C/01/382175 beschikking van de meervoudige kamer van 22 februari 2023 inzake [verzoekster] , wonende te [woonplaats 1] , verzoekster in hoger beroep, hierna te noemen: de moeder, advocaat mr. M.M. Spooren te Vught , tegen [verweerder] , wonende te [woonplaats 2] , verweerder in hoger beroep, hierna te noemen: de vader, advocaat mr. M.L.W. Weerts te Breda. In zijn adviserende en/of toetsende taak is in de procedure gekend: de raad voor de kinderbescherming, locatie: Den Bosch, hierna te noemen: de raad. 1Het verloop van het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 20 juli 2022, uitgesproken onder voormeld zaaknummer: hierna: de bestreden beschikking. 2Het geding in hoger beroep 2.1 De moeder is op 27 september 2022 in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. 2.2 Bij verwijzingsbeschikking van 20 oktober 2022 heeft het hof te ’s-Hertogenbosch de zaak in stand waarin die zich op dat moment bevond verwezen naar dit hof ter verdere behandeling. 2.3 De vader heeft op 12 december 2022 een verweerschrift ingediend. 2.4 Voorts zijn bij het hof ingekomen: - een journaalbericht van de zijde van de moeder van 6 december 2022, met bijlage, ingekomen op 7 december 2022; - een brief van de zijde van de vader van 22 december 2022, met bijlage, ingekomen op 29 december 2022; - een e-mail van de zijde van de moeder van 28 december 2022, met bijlagen. 2.5 De voorzitter heeft voorafgaand aan de zitting met de hierna te minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gesproken. 2.6 De mondelinge behandeling heeft op 11 januari 2023 plaatsgevonden. Verschenen zijn: - de moeder, bijgestaan door haar advocaat; - de vader, bijgestaan door zijn advocaat; - namens de raad: mevrouw [vertegenwoordiger raad] . De advocaat van de moeder heeft het woord gevoerd aan de hand van door haar overgelegde pleitaantekeningen. 3De feiten 3.1 Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Onder meer staat het volgende vast. 3.2 Uit het inmiddels door echtscheiding ontbonden huwelijk van de moeder en de vader zijn geboren: - [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 2008, hierna te noemen: [minderjarige 1] ; - [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 2] 2013, hierna te noemen: [minderjarige 2] ; - [minderjarige 3] , geboren te [geboorteplaats 3] op [geboortedatum 3] 2017, hierna te noemen: [minderjarige 3] , hierna tezamen te noemen: de minderjarigen. 3.3 De ouders hebben samen het gezag over de minderjarigen. 3.4 Partijen hebben in het ouderschapsplan van 20 oktober 2020 afgesproken dat de minderjarigen eenmaal in de twee weken van vrijdag 12.30 uur tot maandag 12.00 uur en op dinsdag na school bij de vader in de echtelijke woning verblijven. 4De omvang van het geschil 4.1 Bij de bestreden beschikking zijn de verzoeken van de moeder om haar vervangende toestemming te verlenen om met de minderjarigen te verhuizen naar [stad 1] en om de minderjarigen in te schrijven om een (middelbare) school in [stad 1] of omgeving, alsmede om de zorgregeling te wijzigen, afgewezen. 4.2 De moeder verzoekt het hof bij beschikking - voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad - de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende: 1. de moeder vervangende toestemming te verlenen - welke toestemming die van de vader vervangt - om met de minderjarigen te verhuizen naar [stad 1] ; 2. de moeder vervangende toestemming te verlenen - welke toestemming die van de vader vervangt - om [minderjarige 1] in te schrijven op een middelbare school in [stad 1] (of omgeving) en om [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in te schrijven op een basisschool in [stad 1] (of omgeving); 3. de zorgregeling zoals opgenomen in het ouderschapsplan van 20 oktober 2020 en vastgelegd in de beschikking van de Rechtbank Overijssel van 20 november 2020, te wijzigen en als volgt vast te stellen: - de minderjarigen verblijven bij de vader eenmaal in de twee weken van vrijdag na school tot zondagavond 19.00 uur waarbij, primair. de vader de minderjarigen op vrijdagmiddag uit school haalt en, het hof begrijpt, de moeder de minderjarigen op zondagavond om 19.00 uur bij de vader terugbrengt, subsidiair, de moeder de minderjarigen op vrijdag na school naar de vader brengt en de moeder de minderjarigen op zondag om 19.00 uur bij de vader ophaalt; - de minderjarigen verblijven gedurende de helft van de schoolvakanties en de helft van de feestdagen bij de vader; - in overleg kunnen de minderjarigen in de vakanties extra dagen bij de vader verblijven en daarnaast zijn extra weekenden bespreekbaar. Kosten rechtens. 4.3 De vader verzet zich daartegen. Hij verzoekt het hof, naar het hof begrijpt, de bestreden beschikking, al dan niet onder verbetering van gronden, te bekrachtigen, kosten rechtens. 5De motivering van de beslissing Overweging vooraf 5.1 Het hof overweegt als volgt. De moeder woont inmiddels in [stad 1] . De minderjarigen verblijven op dit moment feitelijk bij de vader in [stad 2] . De vader heeft na de bestreden beschikking de rechtbank onder meer verzocht de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen te wijzigen en de zorgregeling, zoals opgenomen in het ouderschapsplan, te wijzigen. Partijen zijn vervolgens overeengekomen dat [minderjarige 1] ingeschreven zal worden op het adres van vader. De rechtbank heeft het verzoek van de vader tot wijziging van de hoofdverblijfplaats [minderjarige 2] en [minderjarige 3] aangehouden in afwachting van de onderhavige beslissing van dit hof en partijen doorverwezen naar een mediator. Partijen zijn een voorlopige zorgregeling overeengekomen, waarbij [minderjarige 1] één weekend per twee weken na het voetballen op zaterdag door de moeder zal worden opgehaald en op zondag naar de vader teruggebracht zal worden. Ten aanzien van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zijn partijen overeengekomen dat zij drie van de vier weken in het weekend bij de moeder verblijven van vrijdag na school tot zondagavond, waarbij de moeder [minderjarige 2] en [minderjarige 3] haalt en brengt en daarnaast op woensdag, waarbij de moeder hen op donderdagochtend naar school brengt. Vervangende toestemming voor verhuizing met de minderjarigen Standpunten betrokkenen 5.2 De moeder is van mening dat de rechtbank haar verzoek om vervangende toestemming te verlenen om met de minderjarigen te mogen verhuizen naar [stad 1] ten onrechte heeft afgewezen. Zij voert daartoe onder meer het navolgende aan. De moeder is van mening dat haar belangen bij een verhuizing met de minderjarigen naar [stad 1] zwaarder wegen dan de belangen van de minderjarigen en de vader bij afwijzing van het verzoek van de moeder. De moeder handhaaft haar standpunt dat er sprake is van een noodzaak om te verhuizen naar [stad 1] . Zij heeft de verhuizing goed doordacht en voorbereid. Partijen zijn sinds 2 december 2020 gescheiden. De moeder heeft altijd de intentie gehad om in [stad 2] of omgeving te blijven wonen, maar het is haar - ondanks het feit dat zich daartoe tot het uiterste heeft ingespannen – niet gelukt in [stad 2] of omgeving een passende en betaalbare woning te vinden. Het ontslag van de moeder stond een overname van de echtelijke woning in de weg. De moeder staat te kort ingeschreven bij een woningbouwvereniging om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning. Een huurwoning in de vrije sector kan de moeder zich financieel niet veroorloven. Aangezien de tijd begon te dringen - de echtelijke woning is in maart 2022 verkocht en in juni 2022 geleverd - heeft de moeder in mei 2022 het aanbod van haar huidige (huur)woning in [stad 1] aanvaard. Op 13 juni 2022 is zij met haar nieuwe partner in de nieuwe woning getrokken. Het is de moeder tot op de dag van vandaag nog steeds niet gelukt om in [stad 2] of omgeving een huurwoning te vinden. De woning in [stad 1] voldoet aan alle eisen voor een gezin met drie kinderen en biedt zicht op een recht van eerste koop. Het netwerk van de moeder bevindt zich in [stad 1] en omgeving. De moeder is voor haar werk overgeplaatst van [stad 3] naar [stad 4] , in verband met sluiting van het filiaal in [stad 3] . Dat is gebeurd in de zomer van 2021, derhalve nog voor de verhuizing naar [stad 1] . In diezelfde periode heeft de moeder een relatie gekregen met haar huidige partner. Die relatie is inmiddels bestendig gebleken. Volgens de moeder behoeft de zorgregeling nauwelijks te worden aangepast als de minderjarigen in [stad 1] komen wonen. De moeder heeft voorgesteld dat de minderjarigen in dat geval eenmaal in de twee weken van vrijdagmiddag tot zondagavond bij de vader verblijven en daarnaast in ieder geval gedurende de helft van alle vakanties. Het is voor de moeder ook bespreekbaar dat de minderjarigen drie weekenden per maand bij de vader in [stad 2] verblijven. De moeder is bovendien bereid het halen en brengen voor haar rekening te nemen of de vader tegemoet te komen in de extra reiskosten. De moeder heeft de vader ingelicht over haar verhuisplannen en meermaals het overleg met hem gezocht, ook over de zorgregeling, maar de vader staat daar niet voor open. De moeder heeft er wel vertrouwen in dat de verstoorde communicatie tussen haar en de vader weer kan worden hersteld. De communicatie in het verleden is immers altijd goed geweest. Voor co-ouderschapregeling staat de moeder echter niet meer open. De moeder is zich ervan bewust dat [minderjarige 1] moeite heeft met een verhuizing. De moeder is echter van mening dat [minderjarige 1] flexibel genoeg is om een verhuizing naar [stad 1] aan te kunnen en daar weer snel een nieuwe vriendenkring op te bouwen. Bovendien kan [minderjarige 1] in de weekenden dat ze bij haar vader in [stad 2] is, het contact met haar vrienden en voetbalteam in [stad 2] onderhouden. [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zijn nog jong en nog niet geworteld in [stad 2] ; zij vinden het leuk om te verhuizen naar [stad 1] en naar een andere school gaan, aldus de moeder. 5.3 De vader heeft de stellingen van de moeder gemotiveerd weersproken. De vader betwist dat aan de zijde van moeder de noodzaak bestond om te verhuizen, althans niet naar [stad 1] . De vader betwist ook dat de verhuizing door de moeder goed is doordacht en voorbereid. Volgens de vader heeft de moeder zich onvoldoende ingespannen om een woning in [stad 2] of omgeving te vinden en heeft zij woningen die zij wel kon krijgen op onjuiste gronden afgewezen. Over de woon-werk afstand van de moeder merkt de vader op dat toen de moeder nog in de voormalige echtelijke woning in [stad 2] woonde, het voor haar geen enkele belemmering was om voor haar werk naar [stad 4] te rijden. De vader ziet niet in waarom dat nu anders zou zijn. Bovendien werkt de moeder als vertegenwoordiger en heeft zij geen vaste standplaats in [stad 4] , maar is zij veel naar klanten onderweg. De vader merkt daarbij nog op dat een deel van het netwerk van de moeder in de omgeving van [stad 2] ligt. Bovendien beschikt de vader inmiddels over eigen woonruimte en is hij in staat en bereid extra zorgtaken voor de minderjarigen op zich te nemen als dat voor de moeder helpend is. De vader betwist dat hij niet met de moeder in gesprek wil gaan, maar zijn voorkeur is en blijft dat de minderjarigen in [stad 2] blijven wonen. Dat is in hun belang en ook altijd de afspraak tussen partijen geweest. Het voorstel van de moeder met betrekking tot de zorgreling, is voor de vader niet aanvaardbaar. De vader wil graag bij het dagelijks leven van de minderjarigen betrokken blijven en dat is niet meer mogelijk bij een verhuizing naar [stad 1] , vanwege de grote afstand. De vader kan de minderjarigen dan alleen nog maar in de weekenden zien. Daar komt de (belasting van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.