Rolnummer: 22-003672-23 Parketnummer: 09-130795-23 Datum uitspraak: 6 augustus 2024 TEGENSPRAAK Gerechtshof Den Haag meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 23 november 2023 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968, adres: [adres], te [woonplaats]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis, zoals omschreven in het vonnis waarvan beroep. De verdachte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 22 januari 2023 te 's-Gravenhage, zich in het openbaar mondeling, opzettelijk beledigend heeft uitgelaten over een groep mensen, te weten moslims, wegens hun godsdienst en/of levensovertuiging, door tijdens een demonstratie voor het tijdelijke Tweede Kamergebouw te zeggen/roepen: "Wanneer ik de Koran aan flarden wil scheuren, dan moet dat gewoon kunnen. Fascistisch boek. Het is net zo erg als de Mein Kampf. Aanhangers volgen dezelfde ideologie als Hitler. En iedereen weet waar dat toe geleid heeft in ons land", althans woorden van gelijke aard of strekking. Vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd ten aanzien de bewezenverklaring en dat de verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis. Het vonnis waarvan beroep De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van de eerste rechter, behalve ten aanzien van het volgende: De zin “De uitlatingen moeten dan ook geacht gericht te zijn geweest tegen alle moslims en niet - zoals de verdachte tijdens zijn politieverhoor heeft verklaard - alleen tegen salafisten, wat daar verder ook van zij.” op pagina 4 van het vonnis, onder 3.4.3 vervalt; De woorden “alle” en “over één kam te scheren door hen” op pagina 6 van het vonnis, onder 4.4.4 vervallen; De oplegging van de straf en de motivering daarvan. In dit opzicht zal het hof het vonnis waarvan beroep vernietigen. Voor het overige verenigt het hof zich met de gronden en beslissingen in het vonnis, met dien verstande dat het hof daarin de hierna te vermelden aanvullingen aanbrengt: i. In de laatste zin van de eerste alinea onder 3.4.2 op pagina 4 dient tussen “bij wet geregeld zijn” en “en noodzakelijk zijn” te worden ingevoegd: “,een gerechtvaardigd doel dienen”; Vóór de laatste alinea op pagina 4 van het vonnis (die begint met “Door moslims te vereenzelvigen (…)”) wordt door het hof een nieuwe alinea ingevoegd, die aldus luidt: “De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep uiteengezet dat hij – toen hij de uitlating zoals tenlastegelegd deed - niet alle moslims op het oog had, maar slechts een deel daarvan, namelijk degenen die de teksten van de Koran letterlijk nemen. Het hof overweegt hieromtrent dat, ook als het hof deze uitleg van de verdachte zou volgen, dit niets afdoet aan het voorgaande. Ook dan is immers sprake van belediging van een groep mensen, te weten (een groep) moslims, wegens hun godsdienst.” Het vonnis waarvan beroep dient derhalve - behoudens voor zover het wordt vernietigd - onder aanvulling van gronden te worden bevestigd. Bewijsoverwegingen Het hof wijzigt het door de rechtbank gehanteerde bewijsmiddel 1 (het proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 februari 2023), zoals opgenomen onder paragraaf 3.3 van het vonnis, in die zin dat het als volgt komt te luiden: “Op 22 januari 2023 verscheurt [verdachte] de Koran tijdens een demonstratie voor het tijdelijke Tweede Kamer gebouw. Hij geeft tijdens het verscheuren en vertrappen van de Koran meerdere keren aan dat hij dit met toestemming van de burgemeester van Den Haag (het hof begrijpt: doet). Deze demonstratie is gefilmd en via diverse social media kanalen verschenen. Dit proces-verbaal betreft een letterlijke uitwerking van dit filmpje. Op het filmpje is [verdachte] te zien. Hij heeft in zijn handen een hardcopy van de Koran. In het filmpje is te zien dat hij deze Koran verscheurt en vervolgens met zijn voeten vertrapt. Hij zegt daarbij het volgende: “En ik vind gewoon dat dat moet kunnen in Nederland. Dat je gewoon een Koran, wat een fascistisch boek is, dat je zegt: “Ik scheur dat gewoon aan flarden”. Wanneer ik de Koran aan flarden wil scheuren dan moet dat gewoon kunnen.” Op het filmpje is te zien dat [verdachte] door diverse personen dan wel journalisten wordt gefotografeerd. Ook is te zien dat er politieagenten in zijn nabijheid staan. [verdachte] vervolgt zijn verhaal: “Fascistisch boek. Het is net zo erg als de Mein Kampf. De aanhangers volgen dezelfde ideologie als Hitler. En iedereen weet waar dat toe geleid heeft in ons land.” Nadat hij de Koran verscheurd heeft, gaat hij op de verscheurde pagina’s, die op de grond liggen, staan en zegt hij: “nu gaan we hier nog even op dansen ook.” Het hof wijzigt het door de rechtbank gehanteerde bewijsmiddel 2 (een geschrift, te weten een brief van advocaat mr. A. Çinar van 28 maart 2023 bevattende de aangifte tegen de verdachte), zoals opgenomen onder paragraaf 3.3 van het vonnis, in die zin dat het als volgt komt te luiden: “Een geschrift, te weten een brief van advocaat mr. A. Çinar van 28 maart 2023 bevattende de aangifte tegen de verdachte, voor zover inhoudende: Tot mij hebben zich de onderstaande personen en rechtspersonen gewend met het verzoek om namens hen aangifte te doen van belediging.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.