GERECHTSHOF DEN HAAG Civiel recht Team Handel Zaaknummer hof : 200.332.368 Zaaknummer rechtbank : 10225342 / CV EXPL 22-3672 Arrest van 13 augustus 2024 in de zaak van Prijsvrij.nl B.V., gevestigd in ’s-Hertogenbosch,appellante, advocaat: mr. M.J.F. van Os, kantoorhoudend in ’s-Hertogenbosch, tegen [verweerder] ,wonend in [woonplaats],verweerder, niet verschenen. Het hof zal partijen hierna Prijsvrij en [verweerder] noemen. 1De zaak in het kort 1.1 In deze zaak gaat het in de kern om de beantwoording van de vraag of de reisorganisator Prijsvrij heeft voldaan aan haar wettelijke (informatie)verplichtingen tegenover de reiziger ([verweerder]). Daarbij staat centraal of [verweerder] recht heeft op beëindiging van de pakketreisovereenkomst zonder betaling van een beëindigingsvergoeding nadat Prijsvrij zich genoodzaakt zag de overeengekomen hotelaccommodatie te wijzigen. Het hof beantwoordt die vraag bevestigend. Dit betekent dat [verweerder] geen annuleringskosten hoeft te betalen en dat de vorderingen van Prijsvrij worden afgewezen. Het hof zal hierna uitleggen hoe het tot dat oordeel komt. 2Het procesverloop in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken: de dagvaarding van 7 september 2023 waarmee Prijsvrij in hoger beroep is gekomen van de vonnissen van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Gouda, van 23 maart en 8 juni 2023, met grieven en bijlagen; de rolbeslissing van 19 september 2023 waarbij verstek is verleend aan [verweerder]. 3De feitelijke achtergrond 3.1 Op 17 juni 2021 heeft [verweerder] via de website van Prijsvrij een overeenkomst gesloten met reisorganisator Sunmix voor vier personen naar Spanje, met vertrek op 14 augustus 2021 en terugkomst op 19 augustus 2021. Als hotelaccommodatie werd geboekt: H Top Summer Sun in Santa Susanna (Costa Brava). De totale prijs van de pakketprijs bedroeg € 1.524,84, waarvan [verweerder] tijdens het boekingsproces € 0,01 heeft betaald (hierna: de overeenkomst). 3.2 Op de overeenkomst zijn de navolgende voorwaarden van toepassing verklaard: - Algemene voorwaarden Prijsvrij vakanties;- ANVR Boekingsvoorwaarden;- Garantieregeling van de Stichting Reisgelden (SGR);- Sunmix reis- en boekingsvoorwaarden;- Standaardformulier pakketreizen. 3.3 Op 21 juli 2021 om 10.58 uur bericht Prijsvrij [verweerder] per e-mail dat de door hem geboekte accommodatie heeft besloten eerder te gaan sluiten vanwege de maatregelen rondom COVID-19. Prijsvrij biedt daarom een andere accommodatie aan. Daarnaast bericht zij: “Hoe nu verder?Graag hoor ik uiterlijk 22-07-2021 vóór 15:00u. of u akkoord gaat met het aangeboden alternatief. U kunt dit aan geven in een reactie op deze email.Mocht u niet tevreden zijn met het gegeven alternatief zal het in de meeste gevallen niet mogelijk zijn om een ander alternatief aan te bieden. Uiteraard doen wij en de reisorganisatie hun uiterste best om het best mogelijke alternatief aan u aan te bieden. Mocht u toch net iets anders wensen, kijken we graag de mogelijkheden voor u na. Door de huidige situatie zijn veel accommodaties gesloten en de accommodaties die geopend zijn zitten daardoor uiteraard sneller vol. Daarom is het niet altijd mogelijk om iets anders aan te bieden. Wij vragen hiervoor uw begrip. Namens Prijsvrij Vakanties bied ik u onze welgemeende excuses aan, mocht deze wijziging voor eventueel ongemak zorgen. Heeft u nog vragen, aarzel dan niet om contact op te nemen.” 3.4 [verweerder] reageert hier niet binnen de aangegeven termijn op, ook niet na een mail van 4 en 6 augustus 2021, waarin Prijsvrij [verweerder] opnieuw vraagt of hij akkoord gaat met de voorgestelde hotelwijziging. 3.5 Op 10 augustus reageert [verweerder] per e-mail om 16.11 uur met het volgende bericht:“Wij proberen al een paar dagen te bellen, maar de wachttijd is zolang bij jullie. Maar wij belde omdat wij niet durfde naar de buitenland te gaan. Maar wij willen als het mogelijk iets anders of de annulering kosten betalen.” 3.6 Prijsvrij reageert daarop om 17.20 uur met het volgende e-mailbericht:“Helaas is het zo kort voor vertrek niet mogelijk o te boeken of kosteloos te annuleren. Je betaald momenteel dan 100% annuleringskosten. Wij hebben u een mail verstuurd op 21 juli, dit is inmiddels bijna 3 weken geleden. Als u op deze mail had gereageerd hadden we kunnen kijken naar de mogelijkheden. Ik heb u vandaag meerdere keren gebeld maar kreeg helaas geen gehoor, wij vernemen graag voor 17:30 of u akkoord gaat met de hotelwijziging. Vandaag moeten we dit namelijk definitief maken.” 3.7 [verweerder] reageert kort daarop om 17.30 uur met e-mailbericht:“Nogmaals het lastige opnemen, ik werk in en machine kamer, het erg lawaai. Maar dan betalen wij de annulering kosten, wij gaan niet naar Spanje.” 3.8 Op 11 augustus 2021 reageert Prijsvrij daarop per e-mail met de mededeling:“Wanneer u op eigen initiatief de boeking annuleert, gelden de voorwaarden van de reisorganisatie en zijn er kosten verbonden aan het annuleren van de vakantie (…). Hieronder ontvangt u een overzicht van de kosten voor het annuleren van uw reis volgens de Sunmix reisvoorwaarden, zoals bij boeking is aangegeven (…). Totale annuleringskosten € 1524,84.” 3.9 Op 13 augustus 2021 reageert [verweerder] als volgt:“Ik wil dat deze reis geannuleert wordt, maar dat ik € 1524.83 moet betalen daar ben ik niet mee eens. Ik ben bewust als je iets annuleert en dat kosten aan gebonden zijn, maar het volledig bedrag, dat is te gek!! En laten wij voor de duidelijkheid, klantenservice, is waardeloos, ik heb op 1 meer dan 45 min aan de lijn gezetten, op ten duur heb ik opgehangen. Andere keer werdt opgenomen en op 1 of andere oorzaak opgehangen, toen weer meer dan 50 min aan de lijn, Hopeloos!!Er werd hotel aangeboden die niet in de buurt van de oorspronkelijk vakantie verblijft.Er werd ook gezegd dat wij niet gereageert hebben, maar nogmaals wij hebben geprobeert tebellen maar klantenservice...Nogmaals ik wil best annuleert kosten betalen maar geen €1524.83.” 3.10 Prijsvrij heeft de annuleringskosten aan [verweerder] gefactureerd en om betaling verzocht. [verweerder] heeft deze ook na sommatie niet betaald. 4De procedure bij de rechtbank 4.1 Prijsvrij heeft bij de kantonrechter gevorderd dat [verweerder] wordt veroordeeld tot betaling van annuleringskosten van in totaal € 1.524,83, vermeerderd met rente en (buitengerechtelijke) kosten. [verweerder] is niet verschenen. 4.2 De kantonrechter heeft de vordering van Prijsvrij afgewezen. De kantonrechter heeft geoordeeld dat Prijsvrij niet (volledig) heeft voldaan aan de essentiële precontractuele informatieverplichtingen van artikel 7:502 BW. Evenmin is komen vast te staan dat Prijsvrij heeft voldaan aan de contractuele informatieverplichtingen van artikel 7:504 lid 3 BW. De kantonrechter heeft daaraan toegevoegd dat [verweerder] tijdens het boekingsproces weliswaar is gewezen op de mogelijkheid van opzegging vóór het begin van de pakketreis en de hoogte van de beëindigingsvergoeding van Sunmix, maar dat de consument niet alleen met deze set van algemene voorwaarden, maar met drie sets van algemene voorwaarden akkoord heeft moeten gaan, waarin ook andere kosten worden genoemd. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Prijsvrij de precontractuele informatie over de beëindigingskosten daarom niet op een duidelijke, begrijpelijke en in het oog springende manier onder de aandacht van [verweerder] gebracht. De kantonrechter concludeert dat daarom sprake is van een oneerlijke handelspraktijk (artikel 6:193b lid 1 en lid 3a juncto artikel 6:193d lid 1 en 2 en 6:193f onder c BW) en heeft in het licht van artikel 25 van Richtlijn (EU) 2015/2302 en vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) onder toepassing van 3:40 lid 2 en/of artikel 6:193j lid 3 BW de overeenkomst ambtshalve vernietigd. 5Vorderingen in hoger beroep 5.1 Prijsvrij is in hoger beroep gekomen omdat zij het niet eens is met het vonnis. Zij heeft verschillende grieven (bezwaren) tegen het vonnis aangevoerd. Prijsvrij vordert net als bij de kantonrechter veroordeling van [verweerder] tot betaling van in hoofdsom € 1.524,83, vermeerderd met rente en (buitengerechtelijke) proceskosten. Daarnaast vordert zij in hoger beroep een verklaring voor recht die inhoudt dat, samengevat, de inhoud van haar boekingsproces voldoet aan de wettelijke verplichtingen van artikel 7:502 en 7:504 BW, of (subsidiair) dat het hof aangeeft welk concreet deel daarvan niet voldoet. Prijsvrij.nl heeft deze eisvermeerdering bij exploot (appeldagvaarding) aan [verweerder] betekend, zodat daarop recht kan worden gedaan (artikel 130 lid 3 Rv). 5.2 [verweerder] is ook in hoger beroep niet verschenen. 6Beoordeling in hoger beroep Ambtshalve bevoegdheden van de rechter in het kader van richtlijn 2015/2302 6.1 De artikelen 7:500 tot en met 7:513d BW (Titel 7A: pakketreisovereenkomst en gekoppeld reisarrangement) vormen de implementatie van de richtlijn (EU) 2015/2302 (pakketreizen en gekoppelde reisarrangementen) en zijn op 1 juli 2018 in werking getreden. 6.2 Op 14 september 2023 heeft het HvJ EU zich uitgelaten over de bevoegdheid van de rechter om ambtshalve de rechten te erkennen die de reiziger ontleent aan de richtlijn 2015/2302, meer in het bijzonder aan artikel 12 lid 2 van die richtlijn waarin een beëindigingsrecht is opgenomen in geval van onvermijdbare en buitengewone omstandigheden (Tuk Tuk Travel-arrest). Het HvJ EU oordeelde in dat arrest dat dit beëindigingsrecht, aangemerkt in de richtlijn als “basisrecht”, in belangrijke mate bijdraagt aan de verwezenlijking van de doelstelling van de richtlijn om consumenten te beschermen, en daarom vereist dat de rechter ambtshalve een schending van deze bepaling aan de orde kan stellen (punten 48-52). Het ambtshalve onderzoek van de rechter is volgens HvJ EU gebonden aan, kort gezegd, de volgende voorwaarden (punten 53-57):1) Een van de partijen bij de betrokken pakketreisovereenkomst moet bij de rechter een gerechtelijke procedure hebben ingeleid en deze procedure moet betrekking hebben op die overeenkomst;2) Het toegekende (beëindigings)recht moet verband houden met het voorwerp van het geding zoals dat door de partijen is omschreven in het kader van hun vorderingen en middelen;3) De rechter moet beschikken over alle juridische en feitelijke gegevens die noodzakelijk zijn om te beoordelen of de betrokken reiziger zich op dit (beëindigings)recht kan beroepen;4) De betrokken reiziger mag de rechter niet uitdrukkelijk hebben meegedeeld dat hij zich verzet tegen de toepassing van het (beëindigings)recht. 6.3 Het HvJ EU voegt onder punt 58 voorts nog toe dat in een situatie waarin de reiziger zich niet op de toepassing van deze bepaling beroept terwijl aan de voorwaarden voor die toepassing lijkt te zijn voldaan, niet kan worden uitgesloten dat hij niet op de hoogte was van het bestaan van het in die bepaling bedoelde beëindigingsrecht. Dit volstaat naar het oordeel van het HvJ EU voor de rechter om in dat geval die bepaling ambtshalve te kunnen inroepen. 6.4 Dit maakt dat het hof zich geroepen voelt de consumentenrechten uit richtlijn 2015/2302, geïmplementeerd in het BW, bij de beoordeling van deze zaak te betrekken. Ambtshalve onderzoek naar schending van (pre)contractuele informatieverplichtingen 6.5 Op Prijsvrij rust op grond van de artikelen 7:502 en 7:504 BW de verplichting om aan de reiziger volledige en begrijpelijke informatie te verschaffen over de kenmerkende eigenschappen van de pakketreis die zij aanbiedt. De artikelen vormen een implementatie van de artikelen 5 en 7 van de richtlijn 2015/2302. 6.6 De kantonrechter heeft, zoals blijkt uit de bestreden vonnissen, ambtshalve diverse gebreken in de precontractuele en contractuele informatieverplichtingen vastgesteld, en om die reden geconcludeerd tot vernietiging van de overeenkomst en de vorderingen van Prijsvrij afgewezen. 6.7 Prijsvrij heeft in hoger beroep betoogd dat zij met haar boekingsproces en boekingsbevestiging wel heeft voldaan aan de door de wet gestelde (pre)contractuele informatieverplichtingen van artikel 7:502 en 7:504 BW en het hof om een herbeoordeling verzocht (grieven 1 t/m 3). Het hof overweegt hierover als volgt. 6.8 Het hof is van oordeel dat uit de toelichting en stukken van Prijsvrij niet of onvoldoende kan worden afgeleid dat zij [verweerder] voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst behoorlijk heeft geïnformeerd over de gegevens als bedoeld in artikel 7:502, lid 1, sub a, onderdelen 1, 3 en 8 BW (kort gezegd: gedetailleerde gegevens over onder meer de bestemming, de duur van het verblijf en de accommodatie) en over de gegevens als bedoeld in artikel 7:502, lid 1 sub b en c BW (kort gezegd: gedetailleerde gegevens over de reisorganisator en de prijs van de reis). Prijsvrij maakt namelijk niet of onvoldoende inzichtelijk welke informatie zij tijdens het boekingsproces aan [verweerder] ter beschikking heeft gesteld. Prijsvrij verwijst enkel naar (ongedateerde) screenshots van andere (voorbeeld)boekingsprocedures op haar website. Daaruit volgt echter niet (concreet) dat de wettelijk vereiste informatie destijds daadwerkelijk aan [verweerder] is getoond. 6.9 Het hof volgt Prijsvrij wel in haar betoog dat tegenover [verweerder] geen informatie behoefde te worden verstrekt over het minimumaantal personen om de pakketreis doorgang te laten vinden (artikel 7:502, lid 1 sub e BW), bijzondere wensen van de reiziger en ter zake alleenreizende minderjarigen (artikel 7:504 lid 3, sub a, en sub f BW), omdat in het geval van [verweerder] daarvan - voor iedereen kenbaar - geen sprake was. 6.10 Vanwege de omstandigheid dat niet duidelijk is welke informatie door [verweerder] is ingezien tijdens het boekingsproces, kan het hof ook niet vaststellen of Prijsvrij [verweerder] toereikend heeft geïnformeerd over de hem volgens de wet toekomende rechten als bedoeld in artikel 7:502 lid 1, sub g en artikel 7:504 lid 3, sub b, onderdelen 1 en 2, alsmede lid 3, sub h BW, waaronder over het recht om de overeenkomst (onder voorwaarden) te beëindigen. Het hof kan wel vaststellen dat uit de boekingsbevestiging aan [verweerder] volgt dat hij op dat moment inzage had in:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.