GERECHTSHOF DEN HAAG Civiel recht Team Handel Zaaknummer : 200.340.135/01 Insolventienummer rechtbank : C/09/21/22 R Arrest van 4 juni 2024 in de zaak van [appellant], wonende te [woonplaats], appellant, advocaat: mr. J.M. van der Linden te Leiden, hierna te noemen: [appellant]. De procedure Bij vonnis van de rechtbank Den Haag van 10 februari 2021 is, met gelijktijdige beëindiging van het op 30 juli 2019 uitgesproken faillissement, ten aanzien van [appellant] de schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard. Bij vonnis van 27 maart 2024 (hierna: het bestreden vonnis) heeft de rechtbank vastgesteld dat [appellant] toerekenbaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten en de termijn van de schuldsaneringsregeling verlengd tot -in beginsel- 5 oktober 2024. Tegen voornoemd vonnis heeft [appellant] hoger beroep ingesteld bij het op 3 april 2024 ter griffie van het hof ingekomen beroepschrift (met productie). Het hof heeft verder nog kennis genomen van het nader door [appellant] toegezonden proces-verbaal van de zitting bij de rechtbank en de brief van 23 mei 2024 van D.H.H. Graven-Quasters, de bewindvoerder, met een reactie op het beroepschrift en de openbare verslagen. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 28 mei 2024. Daar is mr. Van der Linden verschenen namens [appellant]. Ter zitting heeft Mr. Van der Linden toegelicht dat [appellant] wegens gezondheidsproblemen niet in staat is te verschijnen. De bewindvoerder heeft het hof in een bericht van 28 mei 2024 voorafgaand aan de zitting laten weten niet ter zitting te zullen verschijnen. De beoordeling van het hoger beroep 1. De rechtbank heeft in het bestreden vonnis de looptijd van de schuldsaneringsregeling met zes maanden verlengd, omdat [appellant] toerekenbaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten. Daarbij heeft de rechtbank –samengevat – overwogen dat [appellant] voorafgaand aan de zitting aanvullende documenten, waaronder diverse loonstroken, aan de bewindvoerder ter beschikking heeft gesteld teneinde alsnog zijn informatieverplichting na te komen. [appellant] heeft echter nagelaten de informatie bijeen te brengen die nodig is om bezwaar te maken tegen de aan hem opgelegde ambtshalve aangiftes inkomstenbelasting en/of omzetbelasting, waartoe door hem reeds toezeggingen waren gedaan ter gelegenheid van een verhoor op 29 november 2021. Ter zitting van de rechtbank heeft [appellant] verklaard dat hij bereid is deze tekortkoming te herstellen. Ten aanzien van de verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan heeft de bewindvoerder op die zitting verklaard dat een openstaande vordering inzake zorgtoeslag over 2022 ter hoogte van € 279,00 kan worden ingelopen of verrekend. 2. De grieven en argumenten van [appellant] kunnen als volgt worden samengevat. De rechtbank heeft ten onrechte overwogen dat [appellant] heeft nagelaten informatie te verschaffen die nodig is om bezwaar te maken tegen de ambtshalve aangiftes inkomstenbelasting en/of omzetbelasting. Dit omdat er geen sprake is (geweest) van een bezwaarsituatie. Ook is het overleggen van de vermeende ontbrekende stukken een gepasseerd station. Bij de omzetting van het faillissement van [appellant] naar de schuldsaneringsregeling had de rechtbank moeten beoordelen of de schulden van [appellant] die voortkwamen uit bedrijfsvoering te goeder trouw waren ontstaan. De curator heeft een volledig dossier aan de rechtbank overhandigd, waaronder de administratie. Als in deze administratie onvolkomenheden hadden gezeten had de rechtbank dit destijds bemerkt en was de schuldsaneringsregeling wegens het ontbreken van de goeder trouw niet van toepassing verklaard. Bij onduidelijkheden/ontbrekende stukken had de rechtbank moeten doorvragen. Ten tijde van de eindzitting is voor een dergelijke toets geen ruimte meer. De toets voor tussentijdse beëindiging van art. 350 lid 3 sub f Fw. is bij de eindzitting evenmin aan de orde. Ter zitting van het hof heeft mr. Van der Linden namens [appellant] nog aangevoerd dat een eventuele verlenging van de looptijd van de schuldsaneringsregeling alleen bij een tekortkoming van één of meer reguliere uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen mogelijk is. [appellant] is van mening dat de gestelde tekortkoming in de nakoming van de informatieplicht vanwege het niet aanleveren van de benodigde informatie voor het aantekenen van bezwaar tegen de ambtshalve aangiftes daar niet onder valt. Gelet op het voorgaande is [appellant] van mening dat hem de schone lei toekomt. [appellant] verzoekt het hof dan ook het bestreden vonnis te vernietigen en hem alsnog die schone lei toe te kennen. 3. De reactie van de bewindvoerder kan als volgt worden samengevat. De bewindvoerder weerspreekt dat er geen ‘bezwaarsituatie’ is geweest. [appellant] heeft kort na aanvang van de schuldsaneringsregeling de bewindvoerder verzocht te onderzoeken of een akkoord met de schuldeisers mogelijk was. De bewindvoerder heeft [appellant] daarop laten weten dat een akkoord inderdaad tot de mogelijkheden behoorde mits eerst bezwaar werd gemaakt tegen de ambtshalve aangiftes inkomstenbelasting en/of omzetbelasting die een groot gedeelte van de schuldenlast vormen. Na toestemming van de rechter-commissaris zijn de werkzaamheden daartoe opgestart en heeft [appellant] de administratie van de onderneming bij de curator opgehaald en naar de boekhouder gebracht en is hij zelf doende geweest om de administratie te ordenen. Het overleggen van de nodige stukken is volgens de bewindvoerder ook zeker geen gepasseerd station. De ambtshalve aanslagen bedragen in totaal meer dan € 250.000,00. Het doen van de juiste aangiftes zal leiden tot (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.