Rolnummer: 22-000930-23 Parketnummer: 09-326130-22 Datum uitspraak: 30 oktober 2024 TEGENSPRAAK Gerechtshof Den Haag meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 15 maart 2023 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996, postadres: [postadres], [plaats]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken, waarvan 2 weken voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. Voorts is een beslissing genomen op de vordering van de benadeelde partij, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep. Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 13 december 2022 te Rijswijk [slachtoffer] heeft mishandeld door haar (met zijn vuist) in het gezicht en/of tegen het oog/hoofd te slaan Vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd. Het vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op of omstreeks 13 december 2022 te Rijswijk [slachtoffer] heeft mishandeld door haar (met zijn vuist) in het gezicht en/of tegen het oog/hoofd te slaan. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. Bewijsvoering Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring. In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: mishandeling. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. Strafmotivering Het hof heeft de op te leggen straffen en maatregel bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling door te handelen als hierboven bewezenverklaard. Als gevolg hiervan heeft het slachtoffer pijn en letsel opgelopen. De verdachte heeft met zijn handelen ernstig inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van het slachtoffer. Het hof rekent dit de verdachte aan, temeer nu het slachtoffer niet alleen verdachtes ex-vriendin is, maar tevens de moeder van zijn kind. Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 1 oktober 2024, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor mishandeling, begaan tegen zijn toenmalige levensgezel. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden weer een dergelijk feit te plegen. Ter terechtzitting in hoger beroep is door en namens de verdachte naar voren gebracht dat hij op dit moment tracht zijn leven weer op de rit te krijgen. De verdachte heeft verklaard een week voor de zitting zijn theorie-examen te hebben behaald om taxichauffeur te kunnen worden. In november moet hij hiervoor nog twee praktijklessen volgen en in december zou hij dan kunnen afrijden. Tevens heeft de verdachte verklaard dat hij, zodra hij een vast inkomen heeft, zijn daklozenuitkering zal kunnen stopzetten en een eigen woning zal kunnen zoeken. Het hof vindt het belangrijk dat de verdachte zich kan blijven ontwikkelen in zijn maatschappelijk functioneren en acht een straf die daaraan al te veel in de weg staat dan ook niet gewenst. Het hof zal daarom afzien van het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur in combinatie met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt. De voorwaardelijke gevangenisstraf dient ertoe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst nog eens een strafbaar feit te begaan. Maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht Het hof acht het voorts passend en geboden om aan de verdachte, ter voorkoming van het plegen van nieuwe strafbare feiten jegens zijn ex-partner, een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid, zoals bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, op te leggen voor de duur van 2 jaren, inhoudende een contactverbod op straffe van vervangende hechtenis zoals geformuleerd in het dictum van dit arrest. Gelet op de aard van het bewezenverklaarde misdrijf, de in het dossier opgenomen politiemutaties van na de uitspraak in eerste aanleg, waarbij de verdachte en zijn ex-partner betrokken zijn, het strafblad van de verdachte, waaruit blijkt van een eerdere min of meer recente veroordeling voor (ex-)partnermishandeling, én de omstandigheid dat blijkens het verhandelde ter terechtzitting er nog steeds sprake is van een (hoogoplopend) conflict over de omgang met het gezamenlijke kind van de verdachte en aangeefster, moet er naar het oordeel van het hof ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen of zich belastend zal gedragen jegens aangeefster. Het hof zal dan ook bevelen dat voormelde maatregel dadelijk uitvoerbaar is. Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer] In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte tenlastegelegde, tot een bedrag van € 470,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.