GERECHTSHOF DEN HAAG Civiel recht Team Handel Zaaknummer hof : 200.346.686/01 Rekestnummer rechtbank : C/09/668916 / FT RK 24/585 Beschikking van 26 november 2024 in de zaak van [appellant] , wonend in [woonplaats], appellant, advocaat: mr. E.Tj. van Dalen te Groningen, tegen [geïntimeerde] , wonend in [woonplaats], geïntimeerde, advocaat: mr. W.J.J. Trooster te Vlaardingen. Het hof zal partijen hierna noemen [appellant] en [geïntimeerde]. 1Procesverloop 1.1 Bij beschikking van de rechtbank Den Haag van 1 oktober 2024 is het verzoek van [appellant] om [geïntimeerde] in staat van faillissement te verklaren afgewezen. Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 8 oktober 2024, met daarbij als producties voornoemde beschikking en het inleidende verzoekschrift met bijlagen 1 tot en met 8, is [appellant] van deze beschikking in hoger beroep gekomen. Hij heeft het hof verzocht deze beschikking te vernietigen en alsnog het faillissement van [geïntimeerde] uit te spreken. Het hof heeft verder kennisgenomen van het proces-verbaal van de zitting in eerste aanleg en de aanvullende producties 1 tot en met 8, toegestuurd door [appellant] bij brieven van respectievelijk 12 en 15 november 2024. 1.2 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 19 november 2024, waarbij [appellant] en [geïntimeerde] zijn verschenen, bijgestaan door hun advocaten. 2Beoordeling van het hoger beroep 2.1 In de bestreden beschikking heeft de rechtbank overwogen dat niet (summierlijk) is gebleken van het vorderingsrecht van [appellant] en dat reeds om die reden het verzoek van [appellant] wordt afgewezen. 2.2 De grieven van [appellant] kunnen als volgt worden samengevat. 2.2.1 [appellant] heeft twee vorderingen op [geïntimeerde]. Het betreft vorderingen die door de ex-partner van [geïntimeerde], [ex-partner] (hierna: [ex-partner]) bij akte van cessie van 22 september 2023 aan hem zijn gecedeerd. De eerste vordering ziet op (een deel van) een geldvordering van de DSB Bank op de voormalig echtelieden [geïntimeerde] en [ex-partner] die op grond van het echtscheidingsconvenant van 23 oktober 2020 door [geïntimeerde] zou worden voldaan en waarvoor hij [ex-partner] dient te vrijwaren. [geïntimeerde] is zijn verplichtingen jegens [ex-partner] niet nagekomen met als gevolg dat DSB Bank na gelegde beslagen betalingen bij [ex-partner] heeft geïnd, aldus [appellant]. Uitgangspunt is daarom dat [ex-partner] een regresvordering heeft op [geïntimeerde], die door de cessie is overgegaan op [appellant]. 2.2.2 De tweede vordering betreft de schade die [ex-partner] lijdt doordat zij (evenals de overige eigenaren) niet meer vrij kan beschikken over een sloep die gemeenschappelijk eigendom is, of in ieder geval was van [geïntimeerde], [ex-partner] en twee anderen. [geïntimeerde] heeft zonder medeweten van de mede-eigenaren vuistpand op de sloep gevestigd in verband met een aan hem door een derde, ene [betrokkene] verstrekte lening. [geïntimeerde] heeft onrechtmatig gehandeld waardoor [ex-partner] schade heeft geleden en uit dien hoofde een vordering heeft op [geïntimeerde]. Ook die vordering is aan [appellant] gecedeerd, aldus [appellant]. 2.2.3 Verder laat [geïntimeerde] volgens [appellant] ook vorderingen van andere schuldeisers onbetaald. In eerste aanleg heeft [appellant] genoemd: voormelde [betrokkene], de DSB Bank, de Belastingdienst, ICS (Visa Card), de Goudse Watersportvereniging Elfhoeven en zes natuurlijke personen. Ter zitting in hoger beroep heeft hij daaraan een vordering van Budget Thuis (NEM) van 19 november 2024 toegevoegd. 2.3 [geïntimeerde] betwist dat hij verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen. Hij bestrijdt het vorderingsrecht van [appellant] alsmede de aangedragen steunvorderingen. De steunvorderingen zijn ondeugdelijk of betreffen lopende verplichtingen die door hem worden nagekomen. 2.4 Het hof stelt bij de beoordeling het volgende voorop. Indien een verzoek tot faillietverklaring door een schuldeiser wordt ingediend, kan het faillissement slechts worden uitgesproken indien summierlijk blijkt van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.