GERECHTSHOF DEN HAAG Team Familie zaaknummer : 200.330.922/01 rekestnummer rechtbank : EJ VERZ 22-86578 zaaknummer rechtbank : 10250399 beschikking van de meervoudige kamer van 16 oktober 2024 inzake [appellante] , wonende te [woonplaats] , verzoekster in het hoger beroep, hierna te noemen: appellante, advocaat mr. J.M.H. Devis te Zoetermeer, tegen [geïntimeerde] , in zijn hoedanigheid van executeur in de nalatenschap van [erflater] , overleden op [datum] 2020 in [land] , laatst gewoond hebbende te België (hierna te noemen: de erflater), woonplaats gekozen ten kantore van zijn advocaat te Dongen, verweerder in het hoger beroep, hierna te noemen: geïntimeerde, advocaat mr. N. Heijkant te Dongen. 1Het verloop van het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Den Haag van 29 maart 2023, uitgesproken onder voormeld zaaknummer (hierna: de bestreden beschikking). 2Het geding in hoger beroep 2.1 Appellante is op 29 juni 2023 in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. 2.2 Geïntimeerde heeft op 29 januari 2024 een verweerschrift ingediend. 2.3 Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen: het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg, ontvangen van de rechtbank Den Haag op 26 februari 2024; de e-mail van de zijde van geïntimeerde (met in de bijlage het testament van de erflater), ingekomen op 16 augustus 2024. 2.4 De mondelinge behandeling heeft op 22 augustus 2024 plaatsgevonden. Verschenen zijn: - appellante, bijgestaan door mr. W.J. van der Kroon als waarnemer voor mr. J.M.H. Devis, - geïntimeerde, bijgestaan door zijn advocaat. 3De feiten 3.1 Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Onder meer staat het volgende vast. 3.2 De erflater is overleden op [datum] 2020. Erflater heeft bij testament verzoekster onterfd en [mevrouw] benoemd tot executeur met het recht om een derde als executeur in haar plaats te stellen. In maart 2021 is geïntimeerde in haar plaats getreden als executeur. 3.3 Op het moment van het opstellen van zijn testament zijnde op 18 december 2019 en op het moment van zijn overlijden zijnde op [datum] 2020, woonde de erflater in België. De erflater was op beide momenten gehuwd met [mevrouw] 4De omvang van het geschil 4.1 Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank het op artikel 4:78 BW en op artikel 4:67 BW gestoelde verzoek van appellante afgewezen, en appellante veroordeeld in de proceskosten. 4.2 Appellante grieft tegen het oordeel van de rechtbank dat zij er niet in geslaagd zou zijn om voldoende concreet te maken welke stukken zij nog mist om de waarde van de legitieme portie vast te stellen. Appellante verzoekt het hof in het hoger beroep, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de bestreden beschikking te vernietigen en opnieuw rechtdoende te bepalen dat geïntimeerde, binnen tien dagen na betekening van de ten deze te geven beschikking, de door haar in het petitum van haar beroepschrift genoemde documenten aan haar dient te verstrekken, op straffe van een dwangsom van € 500,- voor iedere dag en dagdeel waarop geïntimeerde nalaat het voorgaande binnen tien dagen na betekening van de beschikking te verstrekken. 4.3 Geïntimeerde is het niet eens met de verzoeken van appellante in hoger beroep. Hij vindt dat appellante niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het hoger beroep danwel dat het hoger beroep van appellante moet worden afgewezen, waar nodig onder aanvulling en/of verbetering van gronden, kosten rechtens. 5De motivering van de beslissing Is de Nederlandse rechter bevoegd om kennis te nemen van het onderhavige geschil? 5.1 Voorafgaande aan de mondelinge behandeling hebben partijen van het hof een agenda gekregen met betrekking tot de onderwerpen die het hof met partijen zou gaan bespreken. Een van de onderwerpen was de Europese Erfrecht verordening (EU) nr. 650/2012 (hierna verordening). 5.2 Het hof overweegt als volgt. De verordening is op 17 augustus 2015 in werking getreden en geldt voor personen die op of na deze datum zijn overleden. Erflater is op [datum] 2020 te [plaats] België overleden. De verordening is van toepassing op de erfrechtelijke aspecten van de nalatenschap van erflater en bepalend voor het rechterlijk forum die dient te beslissen met betrekking tot geschillen inzake de nalatenschap van erflater. 5.3 Erflater heeft 18 december 2019 ten overstaan van notaris [notaris] over zijn nalatenschap beschikt. Uit het testament van erflater volgt dat hij een rechtskeuze heeft uitgebracht. Deze luidt als volgt: “Ingevolge artikel 22 van de Europese Erfrechtverordening 650/2012 mag ik voor de vererving (waaronder begrepen de afwikkeling) van mijn nalatenschap een keuze maken voor het recht van mijn nationaliteit. Aangezien ik de Nederlandse nationaliteit bezit, bepaal ik dat op de vererving (en derhalve ook op de afwikkeling) van mijn nalatenschap het Nederlandse recht van toepassing is.” 5.4 Voor de beoordeling van de rechtsvraag of de Nederlandse rechter bevoegd is om kennis te nemen van de vordering van appellant zijn de navolgende bepalingen uit de verordening van belang: Artikel 4: De gerechten van de lidstaat waar de erflater op het tijdstip van overlijden zijn gewone verblijfplaats had, zijn bevoegd om uitspraak te doen over de erfopvolging in haar geheel. Artikel 5: Lid 1 Wanneer het door de erflater ten aanzien van de erfopvolging overeenkomstig artikel 22 gekozen recht het recht van een lidstaat is, kunnen de betrokken partijen overeenkomen dat een gerecht of de gerechten van die lidstaat bij uitsluiting bevoegd zijn om een uitspraak te doen over elke aangelegenheid die de erfopvolging betreft. Lid 2 Een zodanige forumkeuze geschiedt bij een schriftelijke overeenkomst, die door de betrokken partijen wordt gedagtekend en ondertekend. Elke elektronische mededeling waardoor de overeenkomst duurzaam wordt vastgelegd, wordt geacht gelijk te zijn aan een schriftelijke overeenkomst. Artikel 6: Wanneer het door de erflater ten aanzien van de erfopvolging overeenkomstig artikel 22 gekozen recht het recht van een lidstaat is, kan het op grond van artikel 4 of artikel 10 aangezochte gerecht:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.