GERECHTSHOF DEN HAAG Civiel recht Team Handel Zaaknummer hof : 200.342.136/01 Zaak-rekestnummer rechtbank : 10839726 HA VERZ 23-83 Beschikking van 12 november 2024 in de zaak van [verzoeker] , wonend in [woonplaats] , verzoeker in hoger beroep, advocaat: mr. A.M.R. de Vaal, kantoorhoudend in Amsterdam, tegen Stichting ASVZ, gevestigd in Sliedrecht, verweerster in hoger beroep, advocaat: mr. D. Schuurman, kantoorhoudend in Rotterdam. Het hof zal partijen hierna [verzoeker] en ASVZ noemen. 1De zaak in het kort 1.1 In deze zaak gaat het in hoger beroep om de vraag of ASVZ zich ernstig verwijtbaar heeft gedragen jegens [verzoeker] . Meer in het bijzonder is aan de orde of ASVZ de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] rechtmatig heeft opgezegd, of ASVZ heeft voldaan aan de op haar rustende re-integratieverplichtingen en of de verstoorde arbeidsverhouding tussen partijen aan ASVZ is te (ver)wijten. 1.2 Het hof is van oordeel dat sprake is van ernstig verwijtbaar gedrag van ASVZ en kent [verzoeker] een billijke vergoeding toe. De beschikking van de kantonrechter wordt op dat punt vernietigd. 2Procesverloop in hoger beroep 2.1 Bij beroepschrift, met producties, ter griffie ingekomen op 3 juni 2024, is [verzoeker] in hoger beroep gekomen van de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam, locatie Dordrecht, van 4 maart 2024 (hierna: de beschikking). 2.2 ASVZ heeft een verweerschrift met producties ingediend. 2.3 Op 1 augustus 2024 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarbij partijen de zaak hebben doen toelichten. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat zich bij de stukken bevindt. Vervolgens is een (nadere) datum voor de beschikking bepaald. 3Feitelijke achtergrond 3.1 De kantonrechter heeft onder 2.1 en 2.2 van de beschikking enkele feiten vastgesteld. Tegen die feiten zijn geen grieven gericht. Het hof stelt zelf ook de feiten vast die tussen partijen niet in het geding zijn. Het hof gaat daarom uit van de volgende feiten. 3.2 ASVZ is een zorgorganisatie, gespecialiseerd in kleinschalige zorg- en dienstverlening aan mensen met een verstandelijke beperking en psychische problematiek. De meeste medewerkers van ASVZ werken in de directe zorg. Daarnaast zijn er medewerkers werkzaam in zorg-ondersteunende, administratieve, IT- en facilitaire functies. 3.3 ASVZ maakt sinds haar oprichting deel uit van de samenwerkende zorgorganisaties in de Carante Groep. In het samenwerkingsverband werkten de zorgorganisaties samen op het gebied van onder andere informatisering en automatisering. Het samenwerkingsverband is per 31 december 2022 beëindigd. Het besluit om de samenwerking te beëindigen is genomen in het voorjaar van 2021, waarna het proces van ontvlechting is gestart. 3.4 [verzoeker] is vanaf [datum] bij ASVZ in dienst. De (laatste) functie van [verzoeker] is [functie] met een salaris van € 5.833,- bruto per maand. 3.5 [verzoeker] was werkzaam op de afdeling Informatisering & Automatisering (I&A), waar naast hem ook werkzaam waren: [werknemer 1] (Team Lead tevens Enterprise Architect), [werknemer 2] (Team Lead tevens Coördinator Service Level Manager), [werknemer 3] (Team Lead Functioneel Applicatiebeheer) en [werknemer 4] (Team Lead Informatiemanagement en Advies). De afdeling I&A is een van de ondersteunende diensten binnen ASVZ die verantwoordelijk is voor de informatievoorziening. 3.6 ASVZ heeft [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1] ) aangetrokken om op interim basis onder meer de afdeling I&A om te bouwen naar een zogenaamde IT Regie- en Serviceorganisatie. In de periode tussen 1 november 2021 en 1 september 2023 was [betrokkene 1] de leidinggevende van [verzoeker] . Vanaf 1 september 2023 is [werknemer 4] de leidinggevende van [verzoeker] geworden. [betrokkene 2] is de opvolger van [betrokkene 1] . 3.7 In een e-mail van 23 december 2021 is [verzoeker] er door [betrokkene 3] (op dat moment advocaat in loondienst bij ASVZ en werkzaam voor Carante Groep) op gewezen dat hij er naar haar beoordeling voor moest waken dat hij wegens oud zeer ASVZ te kort deed. Volgens [betrokkene 3] is zijn aversie tegen Zetacom, Garante Groep en/ of bepaalde personen echt evident en een puntje van aandacht. 3.8 Op 29 september 2022 heeft [werknemer 4] in een e-mail aan verschillende medewerkers van Carante Groep en ASVZ (maar niet aan [verzoeker] ) onder meer laten weten dat voor hem de maat vol is en dat hij niet langer bereid is om nog werkzaamheden op te vangen die [verzoeker] laat liggen. Volgens [werknemer 4] is [verzoeker] niet de professionele of teamplayer die ASVZ nodig heeft in het I&A 2.0 team. 3.9 In een gesprek op 1 februari 2023 heeft [betrokkene 1] (namens ASVZ) aan [verzoeker] meegedeeld dat ASVZ voornemens is om de arbeidsovereenkomst met hem te beëindigen. 3.10 Op 2 februari 2023 heeft [verzoeker] zich ziek gemeld. 3.11 Op verzoek van [betrokkene 1] heeft [werknemer 4] op 10 februari 2023 aan [betrokkene 1] per e-mail een aantal voorbeelden gegeven waaruit naar zijn oordeel bleek dat het functioneren van [verzoeker] te wensen overliet. Volgens [werknemer 4] kwam [verzoeker] onder andere regelmatig zijn afspraken niet na en reageerde hij niet op e-mail, topdesk of telefoontjes. 3.12 Op 23 februari 2023 heeft de bedrijfsarts geconstateerd dat sprake is van een arbeidsconflict en mediation geadviseerd. 3.13 In een brief van 5 april 2023 heeft [betrokkene 1] , onder meer, het volgende aan [verzoeker] geschreven: ‘Op 1 februari jl hebben wij, (…) een gesprek met elkaar gevoerd. In dat gesprek heb ik aangegeven voornemens te zijn de met jou bestaande arbeidsovereenkomst te beëindigen omdat ik geen toekomst meer zie in voortzetting ervan en in verband daarmee een voorstel tot beëindiging te willen doen. Ik heb een aantal (functionerings-) problemen genoemd die hier voor mij aan ten grondslag liggen, jij gaf aan je daarin niet te herkennen.… (…) Ik heb mij vervolgens beraden over hoe nu verder en daarover contact gezocht met M&O. Onze gedachte was eerst een gesprek onder leiding van een onafhankelijk derde voor te stellen. Een gesprek om te bezien waar we nu precies ten opzichte van elkaar staan. Daarom zijn we op zoek gegaan naar een externe mediator. (…). Als alternatief hiervoor merk ik (wellicht ten overvloede) op dat ASVZ ook bereid is om jou een voorstel te doen om tot beëindiging te komen, uiteraard tegen passende voorwaarden. (…)’ 3.14 Het mediationtraject is gestart in april 2023 en is in augustus 2023 zonder resultaat geëindigd. 3.15 In haar brief van 16 augustus 2023 heeft ASVZ aan [verzoeker] een beëindigingsvoorstel gedaan. [verzoeker] heeft dat voorstel niet geaccepteerd. 3.16 Op 1 september 2023 heeft [betrokkene 1] , in verband met zijn vertrek bij ASVZ, een overdrachtsnotitie geschreven over [verzoeker] . Hierin is, onder meer, het volgende te lezen: ‘(…) Tijdens zijn dienstverband hebben zich herhaaldelijk problemen voorgedaan. Enerzijds hadden die te maken met zijn functioneren, anderzijds met zijn uitlatingen en gedrag. Problemen die zich deels al voordeden voor mijn komst in november 2021 toen ik zijn leidinggevende werd. Problemen die het zicht op een vruchtbare samenwerking tussen hem en ASVZ uiteindelijk weggenomen hebben. Zonder volledig te zijn som ik hieronder een aantal zaken op die mij namens ASVZ tot deze conclusie brachten. Veel van deze zaken zijn benoemd in mijn werkoverleg met [verzoeker] , in mailverkeer tussen hem en mij en/ of [verzoeker] en een collega, en derhalve bekend bij hem. De problemen beschrijf ik hieronder min of meer thematisch om er een duidelijk beeld van te krijgen. REPRESENTATIVITEIT Over zijn (gebrek aan) representativiteit hebben collega’s in het verleden meerdere malen opmerkingen gemaakt Bijvoorbeeld het tijdens een teamoverleg (via teams) in badjas verschijnen, of tijdens een dergelijk overleg oordopjes in hebben en ondertussen met zijn gezinsleden een gesprek voeren, tijdens een overleg iemand naar de bus brengen, in korte broek verschijnen, enzovoorts EEN KRITISCHE HOUDING/ KLAAGGEDRAG Voorafgaand aan het gesprek op 1 februari dit jaar is in de periode voor de ontvlechting van Carante Groep door meerdere collega’s vastgesteld dat [verzoeker] zich meerdere malen op meerdere plaatsen negatief over de ontvlechting en andere keuzes van ASVZ uitliet. Daarnaast waren er negatieve uitlatingen over Opleverdata die niet deugen Insinuaties op vermeende belangenverstrengeling tussen SmartWork, PwC, en ASZV RvB/ RvT, De keuze van de RvB om – in afwijking van het inkoopbeleid van ASVZ – de hardware inkoop te betrekken bij de geselecteerde IT-partner; Het inhuren van adviseurs a.i en wat zij kosten en Het bij herhaling ook persoonlijk aanspreken van ingehuurde projectleiders op hun tarief (…), terwijl in al deze gevallen de gemaakte keuzes, noch het aanspreken van projectleiders op hun tarief tot zijn verantwoordelijkheid behoorde De hoeveelheid (kritische) vragen die hij aan RAM-IT tijdens een eerste kennismaking stelde was niet passend voor een dergelijk overleg wat door een aantal collega’s als gênant ervaren werd. (…) (…) vastgesteld dat het doorgaans niet verder kwam dan de kritiek en dat zijn bijdrage aan verbeteringen achterwege bleef BEREIKBAARHEID Het bij herhaling voor zijn collega’s niet of slecht bereikbaar zijn of bijvoorbeeld -terwijl verondersteld werd dat hij thuiswerkte- beperkt in staat zijn aan een overleg deel te nemen omdat hij onderweg was van (of naar) een bouwmarkt Of medewerkers binnen ASVZ (over MijnEigenPlan, uitrol van projecten of inzake informatiebeveiliging) die hem om informatie of advies vroegen, vaststelden dat hij niet bereikbaar was, ook niet op mail reageerde en zich daarom maar tot een collega van hem wendde (…) INZET EN/ OF AFRONDING PROJECTEN (…). Ook al vóór mijn komst bij ASVZ waren er tal van discussiepunten. Zo ging het bijvoorbeeld om het niet tijdig opleveren van actiepunten voor een overleg met het kernteam en het niet hanteren van een duidelijk gestructureerde agenda voor de bespreking. Verder zijn gebrek aan inzet bij de voorbereiding van ASVZ op de ontvlechting van Carante Groep, het niet adequaat en ook niet ter zake reageren op een wijzigingsaanvraag en een reeks van reminders zonder reactie van hem en zijn late bijdrage aan een offert voor de Ortec rapportage alsook de magere inhoud daarvan. (…). Of het mij 5 maanden laten wachten op een ICO procedure en ten slotte -na herinneringen- slechts een gebrekkig plan uit de Carante organisatie bij mij neerleggen terwijl ik meermaals expliciet om specifieke ASVZ procedures had gevraagd Een hele reeks van reminders over een ICT vraag (…) waardoor men (…) dacht dat wij bij ICT niet meedenken met waar de zorg behoefte aan heeft en men in het primaire proces vastloopt (…) Het onvoldoende bijhouden van de stand van zaken en planning in Monday. (…) Tot slot noem ik hier nog het niet terugkomen op simpele vragen van mij, niet alleen over een mogelijk opleiding (…) maar onder andere ook het onderzoeken van opties over tijdregistratie binnen I&A, het samen met de afdeling kwaliteit opzetten van de nieuwe procedures en processen van de afdeling I&A, het geen (actieve) rol spelen bij de totstandkoming van nieuwe contracten met RAM-IT, wat wel tot zijn functie behoorde (….) FINANCIELE ZAKEN De goedkeuring van 60 facturen die op behandeling c.q. goedkeuring van hem wachtte. (…) Opmerkingen van collega’s dat hij facturen ook ongezien goedkeurt. (…) LEVERANCIERSBEOORDELINGEN Hoewel het tot zijn functie behoort geen beoordelingen overleggen waardoor ASVZ uiteindelijk een formele tekortkoming scoorde bij de NEN7510 audit op de informatiebeveiliging. Het daarna uitblijven van een fatsoenlijk Plan van Aanpak dat door hem opgesteld had moeten worden ter verbetering en voorkoming van herhaling Het in plaats daarvan slechts overleggen van een memo om een bepaalde, door de inkoopadviseur voorgestelde, tool te gaan gebruiken (…) SAMENWERKING MET MIJ EN COLLEGA’S Bovenstaande opmerkingen komen niet alleen bij mij, maar ook bij zijn (naaste) collega’s en leveranciers vandaan Zijn directe collega’s voelden er zo langzamerhand niet meer voor aangesproken te worden op werkzaamheden of gedragingen van hem of vanwege zijn gebrek aan bereikbaarheid Ook hebben zij last van de negatieve reputatie van de afdeling waarbij wordt gerefereerd enerzijds aan zijn negatieve houding en klaaggedrag, anderzijds zijn gebrek aan zichtbare inzet TOT SLOT Hiermee heb ik op basis van zaken die uit zijn eigen mailverkeer komen en/of in ons werkoverleg ook ter sprake zijn geweest een thematische opsomming gedaan van zaken die de toets der kritiek niet konden doorstaan Zaken waarbij [verzoeker] méér dan eens de gelegenheid kreeg alsnog te presteren wat in redelijkheid van hem verwacht mocht worden Voor de goede orde, alles wat ik hier geschreven heb is bij [verzoeker] bekend (…)’ 3.17 Op 6 september 2023 heeft een gesprek plaats gevonden tussen [verzoeker] , [betrokkene 2] (de opvolger van [betrokkene 1] ) en [jurist] (jurist bij ASVZ). In dit gesprek is [verzoeker] in de gelegenheid gesteld om te reageren op de overdrachtsnotitie van [betrokkene 1] . [verzoeker] heeft de notitie niet willen aannemen en wilde daar ook niet op reageren. 3.18 In een brief van 13 september 2023 heeft [jurist] de overdrachtsnotitie aan [verzoeker] gestuurd. [verzoeker] heeft vervolgens nog eenmaal de gelegenheid gekregen om binnen vier weken alsnog op de notitie te reageren. 3.19 De bedrijfsarts heeft in zijn brief van 10 oktober 2023 aan ASVZ onder meer geschreven dat de ziekmelding van [verzoeker] als gevolg van werkgerelateerde problematiek zich heeft ontwikkeld tot medische problematiek en dat de werkgerelateerde problematiek een in stand houdende factor is voor het verzuim. De bedrijfsarts heeft ASVZ geadviseerd met [verzoeker] in gesprek te gaan over de mogelijkheden om terug te keren naar een andere functie binnen of buiten de organisatie. 3.20 In een e-mail van 16 oktober 2023 heeft [verzoeker] aan ASVZ geschreven dat hij gezien zijn volledige arbeidsongeschiktheid niet een discussie over zijn functioneren wil starten. 3.21 Op 19 oktober 2023 heeft [jurist] namens ASVZ onder meer aan [verzoeker] bericht dat diens uitblijven van een inhoudelijke reactie voor ASVZ niet acceptabel is en dat [verzoeker] op korte termijn zal worden geïnformeerd over hoe verder. 3.22 In een e-mail van 1 december 2023 heeft [werknemer 3] (een collega van de afdeling I&A), op verzoek van [jurist] , zijn zienswijze op zijn samenwerking met [verzoeker] gegeven. Volgens Van Leeuwen is [verzoeker] een prettig persoon in de omgang, maar is hij niet prettig om mee samen te werken. Hij kan in de samenwerking niet op [verzoeker] bouwen. Als [verzoeker] actie moest ondernemen, bleef die veelal uit. Ook laat [verzoeker] zich, volgens Van Leeuwen, regelmatig negatief uit over de organisatie, personen en processen, hetgeen resulteerde in een negatieve tendens bij meer juniore collega’s. 3.23 In een e-mail van 4 december 2023 heeft ook [werknemer 1] (eveneens van de afdeling I&A) zijn visie over de samenwerking met [verzoeker] aan [jurist] gestuurd. Volgens [werknemer 1] had [verzoeker] een (veelal) niet constructieve, zeer kritische houding en is dat meerdere malen met hem in een werkoverleg besproken. [werknemer 1] is bewust minder met [verzoeker] gaan samenwerken, omdat hij het lastig vond om te gaan met het negatieve sentiment. [werknemer 1] schrijft verder dat de werkmentaliteit van [verzoeker] in de coronaperiode verder is verslechterd. Als [verzoeker] werd gebeld, was hij vaak met privé-zaken bezig en op dat moment niet in staat om inhoudelijk op het betreffende onderwerp in te gaan. Ook kwam [verzoeker] indertijd niet opdagen bij het sollicitatiegesprek met het nieuwe hoofd ICT ( [betrokkene 1] ), omdat hij dat was vergeten. 3.24 Op 7 december 2023 heeft het UWV, op verzoek van [verzoeker] , een deskundigenoordeel afgegeven over de re-integratie-inspanningen van ASVZ. In het Arbeidsdeskundig rapport is, onder meer, het volgende te lezen: ‘… 4. Beoordeling re-integratie inspanningen De werkgever heeft nagelaten de stappen van de Wet Verbetering Poortwachter goed te volgen. Er is wel een probleemanalyse opgesteld, maar nimmer een plan van aanpak. Dit is een belangrijk onderdeel tijdens de verzuimperiode omdat hierin afspraken worden vastgelegd voor een snelle terugkeer in het werkproces, of bij inzet van interventies. Het plan van aanpak is geen statisch document. Het is een plan dat moet worden gevolgd en als het plan na evaluatie niet haalbaar blijkt, dan moet het worden bijgesteld zodat het wel haalbaar is. 5. Conclusie De re-integratie inspanningen van de werkgever zijn onvoldoende.’ 3.25 De bedrijfsarts heeft in zijn brief van 9 januari 2024 aan ASVZ bericht dat hij verwacht dat als de in stand houdende factor voor het verzuim in arbeid of op een werkplek niet meer aan de orde is, [verzoeker] in zes tot acht weken uren en taken kan opbouwen naar een volledige werkhervatting. 4Procedure bij de kantonrechter 4.1 ASVZ heeft bij verzoekschrift van 12 december 2023 de kantonrechter verzocht om de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] te ontbinden, primair wegens disfunctioneren (de d-grond), subsidiair wegens een verstoorde arbeidsverhouding (de g-grond) en meer subsidiair vanwege de combinatie van omstandigheden (de i-grond). ASVZ heeft daarbij verzocht om [verzoeker] een transitievergoeding toe te kennen van € 12.063,- bruto, maar (in het geval van beëindiging op de i-grond) geen aanvullende vergoeding. 4.2 [verzoeker] heeft verweer gevoerd en zich op het standpunt gesteld dat het verzoek van ASVZ moet worden afgewezen. Voor het geval de arbeidsovereenkomst wel wordt ontbonden, heeft [verzoeker] verzocht om veroordeling van ASVZ tot betaling van een transitievergoeding van € 12.446,34 bruto en een billijke vergoeding van € 153.999,88 bruto. 4.3 Bij beschikking van 4 maart 2024 heeft de kantonrechter de arbeidsovereenkomst tussen ASVZ en [verzoeker] ontbonden op de g-grond met ingang van 1 mei 2024. Verder is ASVZ veroordeeld tot betaling van een transitievergoeding van € 12.411,01 (bruto). 5Verzoek in hoger beroep 5.1 [verzoeker] heeft hoger beroep ingesteld van de beschikking van de kantonrechter en heeft daartegen grieven (bezwaren) geformuleerd. In de aanloop naar de zitting van 1 augustus 2024 heeft [verzoeker] transcripties overgelegd van door hem (heimelijk) gemaakte geluidsopnamen van gesprekken tussen hem en medewerkers van ASVZ. Ter zitting is namens [verzoeker] te kennen gegeven dat [verzoeker] zich realiseert dat hiermee het onderlinge vertrouwen tussen hem en ASVZ zodanig is geschaad, dat voortzetting van de arbeidsrelatie niet langer een realistische wens is. [verzoeker] heeft zijn primaire verzoek – onder andere tot herstel van de arbeidsovereenkomst – om die reden ter zitting ingetrokken. Het subsidiaire verzoek heeft hij gehandhaafd. Dat verzoek houdt in dat ASVZ wordt veroordeeld tot betaling aan [verzoeker] van een billijke vergoeding van € 177.154,32 bruto en dat ASVZ wordt veroordeeld in de kosten van de procedure. 5.2 ASVZ heeft de grieven bestreden. 6Beoordeling in hoger beroep 6.1 Volgens [verzoeker] heeft de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ten onrechte ontbonden. De arbeidsovereenkomst was niet (ernstig en duurzaam) verstoord (grief 1), ASVZ heeft niet voldaan aan haar herplaatsingsverplichting (grief 2) en er was sprake van een opzegverbod tijdens ziekte (grief 3). ASVZ heeft bewust aangestuurd op het beëindigen van de arbeidsovereenkomst. Bovendien heeft ASVZ niet voldaan aan haar re-integratieverplichtingen. Daarmee heeft ASVZ ernstig verwijtbaar gehandeld en heeft [verzoeker] aanspraak op een billijke vergoeding (grief 4). [verzoeker] is tenslotte ten onrechte veroordeeld in de proceskosten (grief 5). 6.2 ASVZ bestrijdt dat zij ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. [verzoeker] was al ruim voor 1 februari 2023 met grote regelmaat aangesproken op zijn houding en gedrag waardoor de arbeidsverhouding in toenemende mate onder grote druk was komen te staan. Zijn directe collega’s hebben kenbaar gemaakt niet meer met hem te willen samenwerken. [verzoeker] is gesprekken met twee opvolgende leidinggevenden uit de weg gegaan. Mediation heeft niet tot een oplossing geleid en ook na de mediation was een constructief gesprek met [verzoeker] niet mogelijk. De arbeidsverhouding was dus ernstig en onherstelbaar verstoord en van aansturen op het einde daarvan op oneigenlijke gronden is geen sprake. Ernstig verwijtbaar handelen 6.3 Naar het oordeel van het hof is de ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen [verzoeker] en ASVZ het gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van ASVZ. Daartoe overweegt het hof het volgende. 6.4 Uit de parlementaire geschiedenis van de Wet werk en zekerheid volgt dat van ernstig handelen of nalaten van de werkgever in de zin van (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.