GERECHTSHOF DEN HAAG Team Belastingrecht enkelvoudige kamer nummer BK-23/1247 Uitspraak van 23 oktober 2024 in het geding tussen: [X] te [Z] , belanghebbende, (gemachtigde: G. Gieben) en de heffingsambtenaar van de gemeente Nissewaard, de Heffingsambtenaar, (vertegenwoordiger: […] ) op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam (de Rechtbank) van 22 november 2023, nummer ROT 21/6428. Procesverloop 1.1. De Heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde op 1 januari 2020 van de onroerende zaak, plaatselijk bekend als [adres 1] te [woonplaats] (de woning), voor het kalenderjaar 2021 vastgesteld op € 196.000 (de beschikking). Met de beschikking is in één geschrift bekendgemaakt en verenigd de aan belanghebbende voor het jaar 2021 opgelegde aanslag in de onroerendezaakbelastingen (de aanslag). 1.2. De Heffingsambtenaar heeft het tegen de beschikking en de aanslag gemaakte bezwaar bij uitspraak op bezwaar ongegrond verklaard. 1.3. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld bij de Rechtbank. In verband daarmee is een griffierecht geheven van € 49. De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om vergoeding van immateriële schade afgewezen. 1.4. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. In verband daarmee is een griffierecht geheven van € 136. De Heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend. 1.5. Een onderzoek ter zitting van de zaak heeft niet plaatsgehad. De griffier heeft belanghebbende bij bericht en de Heffingsambtenaar bij aangetekende brief van 17 juli 2024 meegedeeld dat het Hof voornemens is een zitting achterwege te laten, tenzij partijen uiterlijk binnen twee weken na de dagtekening van het bericht respectievelijk de brief het Hof laten weten dat zij ter zitting willen worden gehoord. Partijen hebben niet verzocht om een mondelinge behandeling. Het Hof heeft vervolgens het onderzoek gesloten. Feiten 2.1. Belanghebbende is eigenaar van de woning. De woning is een rijwoning van twee verdiepingen met als bouwjaar 1975. Het woonoppervlak is 108 m², gelegen op een perceel van ongeveer 150 m². 2.2. Belanghebbende heeft tegen de beschikking en de aanslag bezwaar gemaakt, dat op 4 maart 2021 door de Heffingsambtenaar is ontvangen. De Heffingsambtenaar heeft op 19 november 2021 uitspraak op bezwaar gedaan. 2.3. Belanghebbende heeft volmacht verleend aan de gemachtigde om hem te vertegenwoordigen in alle zaken betreffende de beschikking en de aanslag. In de volmacht is, voor zover van belang, het volgende opgenomen: “Wanneer wij namens u succesvol bezwaar maken bepaalt de wet dat uw gemeente de door ons gemaakte kosten vergoedt. Dit recht wordt uitgewerkt in de artikelen 7:15, 8:75 Awb en het BPB. Ondergetekende draagt bij dezen dan ook alle bestaande en toekomstige vorderingen uit hoofde van bovenvermelde proceskostenvergoeding, alsmede de bestaand en toekomstige vorderingen uit hoofde van artikel 4:17 Awb, over aan [A B.V.] en gelast hierbij iedere relevante gemeente om deze vergoeding rechtstreeks aan [A B.V.] over te maken op rekening (…). Indien het bezwaarschrift ongegrond wordt verklaard is dat voor rekening en risico van [A B.V.] ” 2.4. Het taxatieverslag vermeldt de transactiegegevens van drie woningen; [adres 2] , [adres 3] en [adres 4] (de vergelijkingsobjecten). 2.5. De Heffingsambtenaar heeft naar aanleiding van het beroep dat is ingesteld bij de Rechtbank een taxatierapport overgelegd. Het taxatierapport bevat, naast de gegevens van de woning, de gegevens van de drie vergelijkingsobjecten. In het taxatierapport is onder meer het volgende opgenomen: “In de bezwaarfase wordt een individuele afweging gemaakt, of de waarde te hoog is ingeschat. Hierbij wordt gekeken naar de ingebrachte argumenten door de bezwaarmaker (hetzij de belastingplichtige of een gemachtigde). Ook wordt nogmaals kritisch gekeken naar de gehanteerde onderbouwende verkoopcijfers, en of er eventueel andere, beter vergelijkbare woningen verkocht zijn en naar de onderlinge waardeverhouding in relatie tot de woning waar bezwaar voor is ingediend. In de beroepsfase wordt hier nog meer op ingezoomd. Door middel van dit taxatierapport, waarin alle waardebepalende factoren uiteindelijk in een matrix worden verwerkt, wordt de waardeopbouw van de transactiecijfers inzichtelijk gemaakt. Hiermee wordt vervolgens ook de vastgestelde WOZ-waarde van het onderhavige object aannemelijk gemaakt. In de matrix kan worden afgelezen welke vierkante meterprijs is gehanteerd voor de woning, welke grondprijs is gehanteerd en welke waarde de bijgebouwen hebben. Van belang is dat in de matrix ook kan worden afgelezen dat er rekening is gehouden met eventuele verschillen in bijvoorbeeld ligging, onderhoud en interne kwaliteit. (…) Werkwijze modelmatige waardering gemeente Nissewaard (…) Aan de hand van gerealiseerde verkoopcijfers wordt een schatting gemaakt van de stijging c.q. daling van een objecttype (…) in een bepaalde wijk. Dit percentage wordt doorgevoerd, waarna de taxateurs van de gemeente Nissewaard de uitkomsten van deze modelmatige schatting controleren. Alle woningen worden dus altijd handmatig gecontroleerd. Dit gebeurt op wijkniveau, op objecttype en op groepsniveau (homogene woningen). (…) Indexering wordt in de bezwaar- en beroepsfase toegepast om de transactiesommen van de verkochte woningen te berekenen op de waardepeildatum. Er wordt uitgegaan van de datum waarop de koopovereenkomst is gesloten. Voor deze berekening worden de databases gebruikt van Berekenhet.nl en Woningindexcalculator.nl (ontwikkeld en beschikbaar gesteld door VastgoedPRO). Dit betreffen betrouwbare en transparante gegevens waardoor wij deze als onderbouwing geschikt achten. De websites zijn voor iedereen toegankelijk en controleerbaar. (…) De in de bezwaarfase gevraagde op de zaak betrekking hebbende stukken zoals grondstaffels en koudv-factoren worden per e-mail of via WeTransfer verzonden. Er wordt altijd een ontvangstbevestiging gevraagd.” 2.6. In het taxatierapport is onder “Taxatie technisch verweer” verder nog het volgende opgenomen: “2. Grondstaffels Op 10 september 2021 is er via Wetransfer een aantal documenten naar [A B.V.] gestuurd waaronder de grondstaffel van onderhavig object. In een email van 15 september is bevestigd dat de documenten zijn ontvangen. In de bijlage treft u de nodige documentatie hierover aan. 3. KOUDV+L factoren Eveneens zijn op 10 september 2021 de KOUDV+L factoren van onderhavig object toegestuurd. Op pagina 1 van het document KOUDV wpd 2020 staat uitgelegd hoe de verschillende factoren verdisconteerd worden in de waarde. Verweerder begrijpt ook niet dat eiser in zijn beroepschrift ter discussie stelt dat de tot de zaak betrekking hebbende stukken niet zouden zijn overhandig aan eiser. In de uitspraak van 4. Indexering In een email van 10 september is aangegeven dat het indexeringspercentage door technische fout ontbreekt. In de bijlage dit rapport is wel voor elke referentie een indexeringspercentage berekend. Voor de berekening is gebruik gemaakt van de Woning Index Calculator van branche organisatie Vastgoedpro.” Oordeel van de Rechtbank 3. De Rechtbank heeft – voor zover in hoger beroep van belang – geoordeeld, waarbij belanghebbende is aangeduid als eiser en de Heffingsambtenaar als verweerder: “Verzoek om op de zaak betrekking hebbende stukken in bezwaar 2. Eiser heeft in bezwaar gevraagd om toezending van de op te zaak betrekking hebbende stukken. Eiser heeft daarbij verzocht om over te leggen: de onderbouwing van de taxatie van het onderhavige object alsmede van de gehanteerde referentiepanden, de grondstaffels, liggingsfactor, onderbouwing van de indexering naar waardepeildatum en de KOUDV-factoren. Eiser heeft ter zitting aangevoerd dat verweerder niet al deze stukken aan hem heeft verstrekt, zodat in strijd is gehandeld met artikel 40, tweede lid van de Wet WOZ. Verweerder stelt dat hij de gevraagde stukken wel heeft verstrekt. 3. De rechtbank stelt vast dat de taxateur van verweerder op 10 september 2021 via “We transfer” 22 documenten naar de gemachtigde van eiser heeft gestuurd. De gemachtigde van eiser heeft bij e-mail van 15 september 2021 bevestigd dat 22 documenten zijn ontvangen met betrekking tot KOUDV, grondstaffel en HWK-berekeningen. 3.1 De rechtbank stelt tevens vast dat eiser ter zitting betoogt dat meerdere gevraagde gegevens niet zijn verstrekt, terwijl in zijn beroepschrift staat dat hij (enkel) de grondstaffels niet heeft ontvangen. Wat hier ook van zij, gelet op de eigen e-mail van de gemachtigde van eiser van 15 september 2021, acht de rechtbank aannemelijk dat eiser alle verzochte gegevens heeft ontvangen, waaronder de grondstaffel. 3.2 De slotsom is dat verweerder niet in strijd met artikel 40, tweede lid van de wet WOZ heeft gehandeld. De waardebepaling (…) 9. De slotsom is dat verweerder aannemelijk maakt dat een waarde van € 196.000,- niet te hoog is en slaagt in zijn bewijslast. Overschrijding redelijke termijn 10. Eiser heeft ter zitting verzocht om immateriële schadevergoeding, omdat de procedure onredelijk lang heeft geduurd. 11. In dit geval is het bezwaarschrift 4 maart 2021 door verweerder ontvangen, terwijl deze uitspraak wordt gedaan op 22 november 2023. De rechtbank constateert dat de redelijke termijn met meer dan acht maanden is overschreden, zodat eiser in beginsel recht heeft op schadevergoeding. Spanning en frustratie vanwege de lange duur van de procedure worden bij eiser verondersteld. 11.1 De rechtbank stelt echter vast dat in de algemene voorwaarden van de gemachtigde van eiser onder meer het volgende staat: Indien het bestuursorgaan niet binnen de wettelijke termijn een beslissing neemt op het door [A B.V.] ingediende verzoek of bezwaarschrift, dan kan [A B.V.] namens opdrachtgever/cliënt het bestuursorgaan in gebreke stellen en een dwangsom verbeuren op basis van artikel 4:17 Awb. Deze dwangsom komt in zijn geheel toe aan [A B.V.] . [A B.V.] behoudt zich het recht voor om namens opdrachtgever/cliënt ook andere rechten op schadevergoeding, die voortvloeien uit een handelen en/of nalaten van het bestuursorgaan dan wel de rechterlijke organisatie, te vorderen. De toegekende schadevergoeding komt geheel toe aan [A B.V.] . 11.2 Gelet op deze algemene voorwaarden zou toekenning van het door de gemachtigde van eiser ingediende verzoek tot schadevergoeding er niet toe leiden dat eiser wordt gecompenseerd voor de door hem geleden immateriële schade in de vorm van spanning en frustratie als gevolg van het uitblijven van een beslissing op zijn beroep binnen een redelijke termijn, maar zou wat als compensatie van spanning en frustratie van eiser is bedoeld, in werkelijkheid winst voor [A B.V.] vormen. Het door de gemachtigde ingediende verzoek om schadevergoeding dient dus niet het belang van eiser. Daarom komt het door de gemachtigde ingediende verzoek om vergoeding van immateriële schade niet voor toewijzing in aanmerking. Conclusie 12. Het beroep is ongegrond en het verzoek om schadevergoeding moet worden afgewezen.” Geschil in hoger beroep en conclusies van partijen 4.1. In geschil is, of: - de Heffingsambtenaar de toezendverplichting heeft geschonden; - belanghebbende recht heeft op vergoeding van immateriële schade voor de bezwaar- en de beroepsfase in verband met overschrijding van de redelijke termijn. Belanghebbende beantwoordt deze vragen bevestigend. De Heffingsambtenaar beantwoordt deze vragen ontkennend. 4.2. Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank, voor zover de Rechtbank het verzoek om vergoeding van immateriële schade heeft afgewezen, tot toekenning van een vergoeding van immateriële schade en tot veroordeling van de Heffingsambtenaar in de kosten van bezwaar, beroep en hoger beroep. 4.3. De Heffingsambtenaar concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank. Beoordeling van het hoger beroep Toezendverplichting 5.1. Belanghebbende heeft gesteld dat de Heffingsambtenaar niet alle verzochte gegevens heeft verstrekt, zodat in strijd met artikel 40, lid 2, Wet WOZ is gehandeld. Belanghebbende heeft daartoe aangevoerd dat de Heffingsambtenaar zowel (inzicht in de onderbouwing van) de grondstaffels, (inzicht
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.