GERECHTSHOF DEN HAAG Civiel recht Team Handel Zaaknummer hof : 200.334.911/01 Zaaknummer rechtbank : 10690080 \ CV EXPL 23-2774 Arrest in kort geding van 8 oktober 2024 in de zaak van Stichting Dunavie, gevestigd in [woonplaats 3], appellante, advocaat: mr. S.A. den Engelsen, kantoorhoudend in [woonplaats 4], tegen [verweerder] , wonend in [woonplaats 1] , verweerder, advocaat: mr. M. Shaaban, kantoorhoudend in [woonplaats 4]. Het hof zal partijen hierna noemen Dunavie en [verweerder] . 1De zaak in het kort 1.1 [verweerder] huurt een woning van Dunavie. Dunavie vordert ontruiming van de woning vanwege een aantal incidenten. De kantonrechter heeft in kort geding de vordering tot ontruiming na een belangenafweging afgewezen. 1.2 Het hof komt tot een ander oordeel en wijst de vordering tot ontruiming alsnog toe. 2Procesverloop in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken: de dagvaarding met grieven van 17 november 2023, waarmee Dunavie in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Leiden, van 23 oktober 2023, met bijlage; het arrest van dit hof van 5 december 2023, waarin een mondelinge behandeling is gelast (deze is niet gehouden); de memorie van antwoord van [verweerder] , met bijlage; de producties 17 en 18 die Dunavie ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling heeft overgelegd. 2.2 Op 26 augustus 2024 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Mr. Jaspers (kantoorgenoot van mr. Den Engelsen) heeft namens Dunavie de zaak toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen. 3Feitelijke achtergrond 3.1 [verweerder] huurt sinds 23 november 2017 van Dunavie een studio van 25m² aan de [adres] (hierna: het gehuurde). [verweerder] , gevlucht uit [land], heeft als statushouder het gehuurde aangeboden gekregen toen hij in het opvangcentrum van COA verbleef. 3.2 Vanaf 2019 heeft [verweerder] herhaaldelijk contact opgenomen met medewerkers van Dunavie omdat het gehuurde niet aan zijn woonwensen voldoet. 3.3 [verweerder] heeft op 13 januari 2023 het kantoor van Dunavie bezocht en daar in de ontvangsthal zijn kleren uitgetrokken. Dunavie heeft op 16 januari 2023 aan [verweerder] een kantoorverbod voor de duur van zes maanden opgelegd omdat [verweerder] zich ongewenst had gedragen tegen medewerkers van Dunavie. 3.4 Op 26 april 2023 heeft [verweerder] opnieuw het kantoor van Dunavie bezocht. [verweerder] heeft zich toen misdragen. 3.5 [verweerder] heeft op 10 mei 2023 het kantoor van Dunavie bezocht en heeft zich in het zicht van de werknemers van Dunavie met een scheermesje gesneden. De politie heeft [verweerder] uit het kantoor verwijderd. 3.6 Op 22 mei 2023 heeft een huisbezoek bij [verweerder] plaatsgevonden waarbij Dunavie en een procesregisseur GGD aanwezig waren. 3.7 Dunavie heeft [verweerder] in mei 2023 aangemeld bij het zorgnetwerk. In een brief van GGZ Rivierduinen van 25 september 2023 staat dat [verweerder] op 7 augustus 2023 is gestart met antipsychotica. 3.8 Op 23 augustus 2023 heeft [verweerder] opnieuw het kantoor van Dunavie bezocht. Hij heeft zich toen bij zijn keel en in zijn armen gesneden. De politie heeft [verweerder] overmeesterd. De GGZ is ook ter plaatse gekomen. 3.9 Dunavie heeft [verweerder] op 24 augustus 2023 verzocht de huurovereenkomst vrijwillig op te zeggen. 3.10 [verweerder] heeft op 31 augustus 2023 het kantoor van Dunavie bezocht en heeft zich in het zicht van de medewerkers van Dunavie met een scheermes gesneden. De politie heeft [verweerder] toen overmeesterd en weggevoerd. 3.11 Op 5 oktober 2023 heeft er een intakegesprek tussen [verweerder] en woningbouwvereniging Stek plaatsgevonden en is een vervolgafspraak met een tolk ingepland. Op 14 november 2023 is in het zorgoverleg naar voren gekomen dat [verweerder] zich steeds meer terugtrekt en in [woonplaats 4] wil wonen. 3.12 Op 15 november 2023 heeft de advocaat van [verweerder] de ontvangst van een laatste kansovereenkomst bevestigd en verzocht om een termijn van een week om te reageren. 3.13 Op 15 november 2023 heeft de woonconsulent van Dunavie intern een mail gestuurd: Gister is de huurder van de [adres] besproken in het zorgoverleg. Tijdens het overleg heeft stichting de Brug aangegeven dat ze niet meer binnenkomen bij meneer, meneer heeft de begeleiding stopgezet. De GGZ heeft wel nog contact met meneer, maar een echte hulpvraag is niet duidelijk. De GGZ had gistermiddag nog een afspraak staan met meneer om te kijken om hem over te halen om de woning toch te accepteren. Meneer heeft namelijk aangegeven mogelijk niet in te willen gaan op het aanbod van Stek, omdat hij graag naar de grote stad wil verhuizen ([woonplaats 4] o.i.d.). Morgen is het definitieve gesprek bij Stek, [X] houdt ons op de hoogte van een eventuele vervolgstap van meneer. 3.14 Op 16 november 2023 heeft Stek een bericht aan onder meer de advocaat van [verweerder] gestuurd, waarin onder meer staat: Tijdens het gesprek van 5 oktober jl. heeft meneer verschillende keren uitgesproken dat zijn wens is om zich in een grote stad te huisvesten. (…) Wij hebben een handreiking gedaan en meneer blijft twijfelen. Hierdoor hebben wij sterk het vermoeden dat meneer zich ongelukkig gaat voelen in [woonplaats 2] en dat dit zijn woongedrag kan beïnvloeden. Daarom heeft Stek besloten om meneer niet te gaan huisvesten in één van haar sociale huurwoningen. 4Procedure bij de kantonrechter 4.1 Dunavie heeft [verweerder] in kort geding op 19 september 2023 gedagvaard en gevorderd, samengevat, om [verweerder] te veroordelen om het gehuurde te ontruimen en hem daarbij te veroordelen in de proceskosten. 4.2 Dunavie heeft aan haar vordering tot ontruiming artikel 7:213 BW ten grondslag gelegd. [verweerder] heeft een aantal keren het kantoor van Dunavie bezocht en zich tegenover de aanwezige medewerkers (be)dreigend gedragen. Zo heeft hij gedreigd zichzelf van het leven te beroven en heeft hij zich met een mes gesneden. Dit heeft geleid tot gewelddadig optreden van de politie. [verweerder] heeft zich niet als goed huurder gedragen en is tekortgeschoten in de nakoming van de huurovereenkomst. 4.3 [verweerder] heeft hiertegen aangevoerd dat Dunavie had toegezegd dat het gehuurde voor maximaal twee jaar was aangeboden en dat hij daarna een andere woning zou krijgen. Hij beseft dat zijn gedrag ontoelaatbaar was. [verweerder] accepteert inmiddels hulp en door de huidige dosering van zijn medicatie is er geen sprake (meer) van een acuut onhoudbare situatie. De ontbinding van de huurovereenkomst zal volgens [verweerder] niet kunnen worden toegewezen omdat de gevolgen de ontbinding niet rechtvaardigen. 4.4 De kantonrechter heeft de ontruiming afgewezen en Dunavie in de kosten veroordeeld. Samengevat heeft de kantonrechter daartoe overwogen dat de incidenten weliswaar een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst opleveren en dat de tekortkoming niet van geringe betekenis is, maar dat niet valt uit te sluiten dat de bodemrechter zal oordelen dat een belangenafweging in het voordeel van [verweerder] uitpakt. Inmiddels heeft [verweerder] professionele begeleiding en gebruikt hij medicatie. Na 31 augustus 2023 heeft [verweerder] geen contact meer gezocht met de medewerkers van Dunavie en hebben er geen incidenten meer plaatsgevonden. Daarnaast is aannemelijk dat [verweerder] voor een andere woonruimte in aanmerking komt. [verweerder] heeft een groot belang bij het behoud van het gehuurde omdat ontruiming zal leiden tot grote persoonlijke problemen, waaronder dakloosheid en frustratie van de ingezette professionele hulp. 5Vordering in hoger beroep 5.1 Dunavie is in hoger beroep gekomen omdat zij het niet eens is met het vonnis. Zij heeft verschillende grieven tegen het vonnis aangevoerd. Dunavie vordert hetzelfde als bij de kantonrechter en wil dat het hof haar vorderingen alsnog toewijst, met veroordeling van [verweerder] in de kosten van beide instanties. 5.2 Kort gezegd zien de bezwaren van Dunavie op het volgende: de kantonrechter heeft een te enge norm toegepast bij de toetsing van de ontruimingsvordering (grieven 1 en 2), heeft onbekende en niet onderbouwde feiten over de persoonlijke gesteldheid van [verweerder] in haar belangenafweging gebruikt (grief 3) en heeft ten onrechte overwogen dat [verweerder] gelet op zijn geschetste psychische problematiek belang heeft bij behoud van het gehuurde (grief 4). De vijfde grief betreft de proceskostenveroordeling. 5.3 [verweerder] heeft gemotiveerd verweer gevoerd. 6Beoordeling in hoger beroep 6.1 De grieven lenen zich voor gezamenlijke behandeling. Het hof stelt daarbij voorop dat ontruiming in kort geding een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet grote terughoudendheid worden betracht, aangezien in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een diepgaand onderzoek naar de feiten en een ontruiming veelal onomkeerbare gevolgen heeft. Voor toewijzing van de vordering is dan ook slechts plaats indien
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.