← Nederland

ECLI:NL:GHDHA:2024:2941

Rolnummer: 22-003647-22 Parketnummer: 09-058732-21 en 09-034488-21 Datum uitspraak: 18 juli 2024 TEGENSPRAAK Gerechtshof Den Haag meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 8 december 2022 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003, adres: [woonadres] , [woonplaats] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaardingen met parketnummers 09-058732-21 en 09-034488-21, waarvan de tekst hieronder is weergegeven en waarvan de feiten in eerste aanleg zijn gevoegd. Het hof heeft deze feiten van een doorlopende nummering voorzien en zal die nummering in dit arrest aanhouden. Het ten laste gelegde houdt in dat: (dagvaarding met parketnummer 09-058732-21) 1. hij in of omstreeks de periode van 1 december 2020 tot en met 9 december 2020 te Leiden tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, - door (dreigend) op korte afstand van die [slachtoffer 1] te blijven staan en/of met stokken te slaan, waardoor die [slachtoffer 1] (gedurende enige tijd) niet kon wegkomen en/of durfde weg te komen, althans niet uit een sloot kon komen en/of durfde te komen; en/of - door die [slachtoffer 2] (op de openbare weg en/of in een woning) vast te pakken en/of vast te binden met tie-wraps, althans te overmeesteren en/of overmeesterd te houden en/of te vervoeren en/of (gedurende enige tijd, met geweld) vast, dan wel gevangen te houden en/of te bewaken; en/of - door die [slachtoffer 3] (in een woning) vast te pakken en/of te duwen en/of te trekken en/of met zijn hoofd tegen de muur te duwen, althans te overmeesteren en/of overmeesterd te houden en/of (gedurende enige tijd, met geweld) vast, dan wel gevangen te houden; 2. hij in of omstreeks de periode van 1 december 2020 tot en met 2 december 2020 te Leiden tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(

  1. s)voorgenomen misdrijf om (auto)sleutels en/of een pinpas en/of een ID-kaart, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
  2. s)toebehoorde(
  3. n)weg te nemen met het oogmerk om het zich en/of (een) ander(
  4. en)wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] , te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(
  5. s)aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, (dreigend) op korte afstand van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gestaan en/of (gedurende enige tijd) is/zijn blijven staan en/of die [slachtoffer 1] heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of geduwd en/of getrokken tegen en/of aan het lichaam, en/of met stokken op en/of tegen het hoofd, althans het lichaam, van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 3. hij in of omstreeks de periode van 1 december 2020 tot en met 2 december 2020 te Leiden tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(
  6. s)voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
  7. en)wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van (auto)sleutels en/of een pinpas en/of een ID-kaart, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] , in elk geval aan die [slachtoffer 1] en/of een derde toebehoorde(
  8. n)(dreigend) op korte afstand van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gestaan en/of (gedurende enige tijd) is/zijn blijven staan, en/of die [slachtoffer 1] heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of geduwd en/of getrokken tegen en/of aan het lichaam, en/of met stokken op en/of tegen het hoofd, althans het lichaam, van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 4. hij in of omstreeks de periode van 5 december 2020 tot en met 9 december 2020 te Leiden tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een (aantal) portemonnee(
  9. s)met pasjes en/of een auto (kenteken [kenteken] ) en/of (auto- en/of huis-)sleutels en/of een Apple Watch en/of een (aantal) telefoon(
  10. s)en/of een bril en/of geld (in totaal EUR 22.700, althans een geldbedrag), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
  11. s)toebehoorde(
  12. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich en/of (een) ander(
  13. en)wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, - door die [slachtoffer 2] vast te pakken en/of vast te binden met tie-wraps en/of (gedurende enige tijd) vast, dan wel gevangen te houden en/of te bewaken en/of tegen zijn lichaam te stompen en/of te slaan en/of te trappen en/of een metalen voorwerp tegen de rug, althans het lichaam, van die [slachtoffer 2] te houden en/of te duwen, en/of (vervolgens) zijn ( [slachtoffer 2] ) kleding te doorzoeken en/of (vervolgens) die portemonnee met pasjes en/of (auto- en/of huis-)sleutels en/of Apple Watch en/of telefoon af te pakken en/of die [slachtoffer 2] door middel van dit geweld te dwingen zijn duim op zijn telefoon te leggen (om deze te ontgrendelen) en/of zijn codes van zijn telefoon en/of zijn bankierenapp en/of zijn pinpas te noemen en/of geld over te maken van zijn spaarrekeningen naar zijn betaalrekening; en/of - door die [slachtoffer 3] vast te pakken en/of (gedurende enige tijd) vast, dan wel gevangen te houden en/of tegen zijn lichaam te duwen en/of te trekken en/of zijn hoofd tegen de muur te duwen en/of die bril van zijn hoofd te trekken en/of zijn jas uit te trekken en/of zijn telefoon te pakken en/of zijn (auto)sleutels uit zijn zak te pakken en/of zijn hand vast te pakken en op zijn telefoon te leggen en/of te duwen (om de telefoon te ontgrendelen) en/of die [slachtoffer 3] door middel van dit geweld te dwingen de code van zijn creditcard te noemen; 5. hij in of omstreeks de periode van 5 december 2020 tot en met 9 december 2020 te Leiden tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
  14. en)wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van een (aantal) portemonnee(
  15. s)met pasjes en/of een auto (kenteken [kenteken] ) en/of (auto- en/of huis-)sleutels en/of een Apple Watch en/of een (aantal) telefoon(
  16. s)en/of een bril en/of geld (in totaal EUR 22.700, althans een geldbedrag), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] , in elk geval aan die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] en/of een derde toebehoorde(
  17. n)- door die [slachtoffer 2] vast te pakken en/of vast te binden met tie-wraps en/of (gedurende enige tijd) vast, dan wel gevangen te houden en/of te bewaken en/of tegen zijn lichaam te stompen en/of te slaan en/of te trappen en/of een metalen voorwerp tegen de rug, althans het lichaam, van die [slachtoffer 2] te houden en/of te duwen, en/of (vervolgens) zijn ( [slachtoffer 2] ) kleding te doorzoeken en/of die [slachtoffer 2] door middel van dit geweld te dwingen zijn duim op zijn telefoon te leggen (om deze te ontgrendelen) en/of zijn codes van zijn telefoon en/of zijn bankierenapp en/of zijn pinpas te noemen en/of geld over te maken van zijn spaarrekeningen naar zijn betaalrekening; en/of - door die [slachtoffer 3] vast te pakken en/of (gedurende enige tijd) vast, dan wel gevangen te houden en/of tegen zijn lichaam te duwen en/of te trekken en/of zijn hoofd tegen de muur te duwen en/of die bril van zijn hoofd te trekken en/of zijn jas uit te trekken en/of zijn telefoon te pakken en/of zijn (auto)sleutels uit zijn zak te pakken en/of zijn hand vast te pakken en op zijn telefoon te leggen en/of te duwen (om de telefoon te ontgrendelen) en/of die [slachtoffer 3] door middel van dit geweld te dwingen de code van zijn creditcard te noemen; (dagvaarding met parketnummer 09-034488-21) 6. hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 24 januari 2021 tot en met 26 januari 2021 te Zoeterwoude en/of Leiden, althans in Nederland, in het openbaar mondeling, bij geschrift en/of bij afbeelding tot enig strafbaar feit en/of gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag heeft opgeruid, door het plaatsen en/of verspreiden van een of meer berichten en/of afbeeldingen op social media te weten via de app Telegram en/of Whatsapp met de tekst(en): - ' We gaan steene werpe op die blauwe hondjes' en/of - ' Iedereen 29e rellen jeee' en/of - een link te sturen voor een whatsapp groep en/of de tekst "Vrijdag 29e als de groep groot genoeg is samen naar bestemarkt. Deel de link met iedereen waarvan je denk dat die zin heeft In een uur al 100 man er in' en/of "rellen om half 9 in de avond is" en/of - een link te sturen voor een Telegram groep met de tekst '29e rellen beestemarkt NL is van ons' en daarbij te vragen om deze link in een whatsapp groep te plaatsen; 7. hij op of omstreeks 28 januari 2021 te Zoeterwoude munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 4 patronen van het kaliber 9 mm voorhanden heeft gehad; 8. hij op of omstreeks 28 januari 2021 te Zoeterwoude een wapen van categorie I, onder 3° van de Wet wapens en munitie, te weten een boksbeugel voorhanden heeft gehad; 9. hij op of omstreeks 28 januari 2021 te Zoeterwoude een wapen van categorie IV, te weten een veerdrukwapen in de vorm van een pistool voorhanden heeft gehad. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte van het onder 2 en 5 tenlastegelegde en van het onder 1 en 4 tenlastegelegde voor zover het [slachtoffer 3] betreft vrijgesproken en ter zake van het overige onder 1 en 4, alsmede ter zake van het onder 3, 6, 7, 8 en 9 tenlastegelegde veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 270 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 90 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Voorts is omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen beslist als nader in het vonnis omschreven. Verder is het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven. Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep De verdachte is in eerste aanleg vrijgesproken van het onder 2 en 5 ten laste gelegd. Het hoger beroep is namens de verdachte onbeperkt ingesteld en mitsdien mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak van feit 1. Het hof stelt evenwel vast dat het Openbaar Ministerie onbeperkt hoger beroep heeft ingesteld, zodat de feiten 2 en 5 in hoger beroep wel aan de orde zijn. Vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het onder 2 en 5 tenlastegelegde en ter zake van het onder 1, 3, 4, 6, 7, 8 en 9 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 12 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 3 maanden voorwaardelijk. Het vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt. Vrijspraak Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2 en 5 is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan, overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal, behoort te worden vrijgesproken. Daarnaast acht het hof niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 tenlastegelegde wederrechtelijke vrijheidsberoving en de onder 4 tenlastegelegde -kort gezegd- diefstal met (bedreiging van) geweld met betrekking tot [slachtoffer 3] heeft begaan. Het hof overweegt hiertoe dat het er weliswaar de schijn van heeft dat deze feiten zijn gepleegd door de dadergroep waartoe de verdachte behoorde, maar het hof acht onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden dat de verdachte daadwerkelijk bij deze feiten is betrokken is geweest. De verdachte behoort daarom partieel (daar waar het [slachtoffer 3] betreft) van het onder 1 en 4 tenlastegelegde vrijgesproken te worden. Bewijsoverweging Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat hij niet bij de tenlastegelegde feiten aanwezig is geweest. Daarnaast heeft hij verklaard dat hij zijn telefoon aan (een) ander(
  18. en)heeft uitgeleend. Hij wist dat die ander(
  19. en)‘iets met pedo’s gingen doen’. Hij zou geld krijgen voor het gebruik van zijn telefoon en is niet degene geweest die de chat-berichten aan medeverdachte [medeverdachte] heeft verstuurd. Het hof overweegt dienaangaande het volgende. Uit onderzoek van de politie naar de data op de telefoon die tot de inbeslagname op 28 januari 2021 in gebruik was bij de verdachte komt naar voren dat daarmee chatgesprekken zijn gevoerd met medeverdachte [medeverdachte] over het afspreken met mannen. In die chats wordt onder meer een foto van aangever [slachtoffer 1] gedeeld en wordt met voornoemde telefoon een bericht gestuurd waarin staat: ‘we gaan kkr hard bossen’. Op grond van het proces-verbaal van bevindingen met procesverbaalnummer 95 op pagina 93 e.v. stelt het hof vast dat met voornoemde telefoon ook persoonlijke WhatsApp-berichten zijn verstuurd naar het telefoonnummer van de moeder van de verdachte. Tijdens het WhatsApp chatgesprek met dit nummer noemt de gebruiker van de telefoon van de verdachte het contact ‘mama', of 'mam'. Het hof stelt vast dat de gesprekken met het contact ' [naam medeverdachte] ' (medeverdachte [medeverdachte] ), en de gesprekken met ‘mama’ elkaar afwisselen/kruisen, in die zin dat sommige berichten naar enerzijds ‘mama’ en anderzijds ‘ [naam medeverdachte] ’ zeer kort na elkaar worden verzonden. Het hof heeft in het bijzonder acht geslagen op de tijdstippen van enerzijds een bericht aan moeder op 1 december 2020 om 14:01 en anderzijds een bericht aan [naam medeverdachte] op 1 december 2020 om 14:02. Uit de inhoud van de berichten aan zowel moeder als medeverdachte [medeverdachte] komt naar voren dat de verzender van die berichten op die dag aan het eind van de middag een afspraak heeft op ‘scorro’(school) in [plaats] voor een gesprek met een docent. Verdachte volgde op dat moment een opleiding aan [naam school] in [plaats] . Het voorgaande leidt het hof tot de conclusie dat het de verdachte is geweest die de chatgesprekken met [medeverdachte] heeft gevoerd. Het hof schuift de verklaring van de verdachte dat de berichten via zijn telefoon door een ander zijn verstuurd – gelet op zowel de volgtijdelijkheid, als de inhoud van die berichten - dan ook als ongeloofwaardig ter zijde. Het hof overweegt met betrekking tot de feiten die betrekking hebben op het slachtoffer [slachtoffer 1] voorts dat de verdachte de gesprekken met [medeverdachte] niet alleen heeft gevoerd, maar dat hij, gelet op de inhoud daarvan kennelijk ook ten tijde van de wederechtelijke vrijheidsberoving/gekwalificeerde diefstal van [slachtoffer 1] ter plaatse is geweest. Het hof leidt dit af uit een bericht van de telefoon van verdachte aan [medeverdachte] , inhoudende de tekst, dat hij “de man liet zwemmen gister jonge”. Dit slachtoffer is immers te water geraakt. Gelet op het voorgaande in samenhang met de overige bewijsmiddelen bezien acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 4 tenlastegelegde zoals bewezen verklaard heeft begaan. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 3, 4, 6, 7, 8 en 9 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1. hij in of omstreeks de periode van 1 december 2020 tot en met 6 9 december 2020 te Leiden tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, - door (dreigend) op korte afstand van die [slachtoffer 1] te blijven staan en/of met stokken te slaan, waardoor die [slachtoffer 1] (gedurende enige tijd) niet kon wegkomen en/of durfde weg te komen, althans niet uit een sloot kon komen en/of durfde te komen; en/of - door die [slachtoffer 2] (op de openbare weg en/of in een woning) vast te pakken en/of vast te binden met tie-wraps, althans te overmeesteren en/of overmeesterd te houden en/of te vervoeren en/of (gedurende enige tijd, met geweld) vast, dan wel gevangen te houden en/of te bewaken; en/of - door die [slachtoffer 3] (in een woning) vast te pakken en/of te duwen en/of te trekken en/of met zijn hoofd tegen de muur te duwen, althans te overmeesteren en/of overmeesterd te houden en/of (gedurende enige tijd, met geweld) vast, dan wel gevangen te houden; 3. hij in of omstreeks de periode van 1 december 2020 tot en met 2 december 2020 te Leiden tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(
  20. s)voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
  21. en)wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van (auto)sleutels en/of een pinpas en/of een ID-kaart, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] , in elk geval aan die [slachtoffer 1] en/of een derde toebehoorde(
  22. n)(dreigend) op korte afstand van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gestaan en/of (gedurende enige tijd) is/zijn blijven staan, en/of die [slachtoffer 1] heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of geduwd en/of getrokken tegen en/of aan het lichaam, en/of met stokken op en/of tegen het hoofd, althans het lichaam, van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 4. hij in of omstreeks de periode van 5 december 2020 tot en met 6 9 december 2020 te Leiden tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een (aantal) portemonnee(
  23. s)met pasjes en/of een auto (kenteken [kenteken] ) en/of (auto- en/of huis-)sleutels en/of een Apple Watch en/of een (aantal) telefoon(
  24. s)en/of een bril en/of geld (in totaal EUR 22.700, althans een geldbedrag), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
  25. s)toebehoorde(
  26. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het die zich en/of (een) ander(
  27. en)wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of, gemakkelijk te maken, of en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, - door die [slachtoffer 2] vast te pakken en/of vast te binden met tie-wraps en/of (gedurende enige tijd) vast, dan wel gevangen te houden en/of te bewaken en/of tegen zijn lichaam te stompen en/of te slaan en/of te trappen en/of een metalen voorwerp tegen de rug, althans het lichaam, van die [slachtoffer 2] te houden en/of te duwen, en/of (vervolgens) zijn ( [slachtoffer 2] ) kleding te doorzoeken en/of (vervolgens) die portemonnee met pasjes en/of (auto- en/of huis-)sleutels en/of Apple Watch en/of telefoon af te pakken en/of die [slachtoffer 2] door middel van dit geweld te dwingen zijn duim op zijn telefoon te leggen (om deze te ontgrendelen) en/of zijn codes van zijn telefoon en/of zijn bankierenapp en/of zijn pinpas te noemen en/of geld over te maken van zijn spaarrekeningen naar zijn betaalrekening; en/of - door die [slachtoffer 3] vast te pakken en/of (gedurende enige tijd) vast, dan wel gevangen te houden en/of tegen zijn lichaam te duwen en/of te trekken en/of zijn hoofd tegen de muur te duwen en/of die bril van zijn hoofd te trekken en/of zijn jas uit te trekken en/of zijn telefoon te pakken en/of zijn (auto)sleutels uit zijn zak te pakken en/of zijn hand vast te pakken en op zijn telefoon te leggen en/of te duwen (om de telefoon te ontgrendelen) en/of die [slachtoffer 3] door middel van dit geweld te dwingen de code van zijn creditcard te noemen; 6. hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 24 januari 2021 tot en met 25 26 januari 2021 te Zoeterwoude en/of Leiden, althans in Nederland, in het openbaar mondeling, bij geschrift en/of bij afbeelding tot enig strafbaar feit en/of gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag heeft opgeruid, door het plaatsen en/of verspreiden van een of meer berichten en/of afbeeldingen op social media te weten via de app Telegram en/of Whatsapp met de tekst(en): - ' We gaan steene werpe op die blauwe hondjes' en/of - ' Iedereen 29e rellen jeee' en/of - een link te sturen voor een whatsapp groep en/of de tekst "Vrijdag 29e als de groep groot genoeg is samen naar bestemarkt. Deel de link met iedereen waarvan je denk dat die zin heeft In een uur al 100 man er in' en/of "rellen om half 9 in de avond is" en/of - een link te sturen voor een Telegram groep met de tekst '29e rellen beestemarkt NL is van ons' en daarbij te vragen om deze link in een whatsapp groep te plaatsen; 7. hij op of omstreeks 28 januari 2021 te Zoeterwoude munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 4 patronen van het kaliber 9 mm voorhanden heeft gehad; 8. hij op of omstreeks 28 januari 2021 te Zoeterwoude een wapen van categorie I, onder 3° van de Wet wapens en munitie, te weten een boksbeugel voorhanden heeft gehad; 9. hij op of omstreeks 28 januari 2021 te Zoeterwoude een wapen van categorie IV, te weten een veerdrukwapen in de vorm van een pistool voorhanden heeft gehad. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewijsvoering Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring. In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het onder 1 bewezenverklaarde levert op: Medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden, meermalen gepleegd. Het onder 3 bewezenverklaarde levert op: poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen. Het onder 4 bewezenverklaarde levert op: diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen. Het onder 6 bewezenverklaarde levert op: in het openbaar, bij geschrift tot enig strafbaar feit/gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag opruien; Het onder 7 bewezenverklaarde levert op: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie. Het onder 8 bewezenverklaarde levert op: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie. Het onder 9 bewezenverklaarde levert op: handelen in strijd met artikel 26, vijfde lid, van de Wet wapens en munitie. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. Strafmotivering Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan wederrechtelijke vrijheidsberoving van twee mannen. In beide gevallen is via een datingsite onder valse voorwendselen een afspraak gemaakt met de slachtoffers. Eén van de slachtoffers is op de ontmoetingsplek door de verdachte en de mededaders omsingeld en er is onder andere met stokken op hem ingeslagen. Het slachtoffer is op zodanige wijze belaagd dat hij in een vijver/sloot terecht is gekomen. Door de dreiging van geweld, heeft het slachtoffer langere tijd het water niet durven uitkomen. Tevens werd geprobeerd het slachtoffer af te persen. Het andere slachtoffer is urenlang gegijzeld in een park en vervolgens in een woning, waarbij ook (bedreiging met) geweld niet is geschuwd: hij is vastgebonden met tie-wraps, vervoerd naar meerdere locaties en een nacht lang vastgehouden. Het slachtoffer is zodoende gedwongen zijn auto, sleutels en pinpas af te geven en moest toegang tot zijn bankieren-app verlenen, waarna overschrijving van zijn spaargeld heeft plaatsgevonden. Daarnaast zijn er met de pinpas van het slachtoffer (pin)transacties gedaan. De verdachte heeft met zijn handelen vergaande inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit, de persoonlijke levenssfeer en de bewegingsvrijheid van de slachtoffers. Het laat zich raden dat deze gang van zaken uitermate beangstigend voor hun moet zijn geweest. Daarenboven heeft hij er met het plegen van deze feiten blijk van gegeven zich klaarblijkelijk te laten leiden door zucht naar geldelijk gewin en geen respect te hebben voor de eigendommen van anderen. Daarnaast heeft de verdachte zich tijdens de Covid-pandemie schuldig gemaakt aan opruiing. Aldus heeft hij getoond geen respect te hebben voor de openbare orde en veiligheid. Tenslotte heeft hij zich schuldig gemaakt aan verboden wapenbezit, door een boksbeugel en een zogenaamd balletjespistool en munitie voorhanden te hebben. Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 19 juni 2024, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van misdrijven. Voorts heeft het hof acht geslagen op de rapporten die over de persoon van de verdachte zijn opgemaakt, te weten een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (verder: de Raad) d.d. 18 november 2022, rapporten van Jeugdbescherming west d.d. 17 juni en 8 december 2022, en een Pro Justitia rapport, opgemaakt door M. Westra, GZ-psycholoog d.d. 4 juni 2021. Nu deze rapporten ouder dan een jaar zijn zal het hof terughoudend zijn bij het betrekken van de informatie hieruit. De psycholoog heeft geen stoornis of schreefgroei in ontwikkeling van de verdachte vastgesteld. Er zijn zorgen over hoe de verdachte zich presenteert, een sociaal wenselijk beeld neerzet en zich niet wil laten kennen. De jeugdreclassering heeft onder meer beschreven dat de verdachte twee levens lijkt te leiden en dat hij zijn best doet om een zeer positief beeld van zichzelf neer te zetten. De reclassering meent dat aan de verdachte de belangrijkste ingrediënten zijn aangeboden om niet te recidiveren en ziet geen reden om nog bijzondere voorwaarden op te leggen en geen noodzaak voor langer contact met de jeugdreclassering. De Raad adviseert een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, waarvan het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan het voorarrest, en eventueel daarnaast een werkstraf. Ter terechtzitting heeft de verdachte naar voren gebracht dat het hartstikke goed gaat met hem en dat hij voornemens is deels bij zijn vader in [land] en deels in Nederland te willen werken. Hij heeft geruime tijd in [land] verbleven, daar zinvol werk gedaan en zichzelf ‘gevonden’. Hoewel de verdachte heeft gesteld dat hij veel van zijn tijd in [land] heeft geleerd, ziet het hof – gelet op de ernst van de bewezenverklaarde feiten en het totaal ontbreken van het nemen van enige verantwoordelijkheid daarvoor door de verdachte - geen aanleiding om af te wijken van de in eerste aanleg opgelegde straf. Het hof heeft voorts geconstateerd dat sprake is van overschrijding van de redelijke termijn in de zin van artikel 6, eerste lid, Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden. Het hof overweegt dat bij de berechting van een jeugdzaak als uitgangspunt geldt dat de behandeling van de zaak op de terechtzitting in eerste aanleg dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen 16 maanden na aanvang van de redelijke termijn. De redelijke termijn is aangevangen op 5 februari 2021 en het eindvonnis is gewezen op 8 december 2022. In eerste aanleg is de redelijke termijn daardoor overschreden. Het hof zal deze overschrijding in strafmatigende zin meewegen. Het hof acht - gelet op de ernst van de feiten - in beginsel een deels onvoorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 300 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk een passende en geboden straf, maar komt gelet op voornoemde overschrijding van de redelijke termijn tot een zelfde straf als de rechtbank. Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een deels onvoorwaardelijke jeugddetentie van navermelde duur een passende en geboden reactie vormt. Vorderingen tot schadevergoeding In het onderhavige strafproces hebben [slachtoffer 2] , [naam bank] (hierna: [bank] ) en [gemachtigde] , gemachtigd door [slachtoffer 3] , zich als benadeelde partij gevoegd. [slachtoffer 2] heeft een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 en 4 tenlastegelegde, tot een bedrag van € 6.170,79, te vermeerderen met de wettelijke rente, hoofdelijk en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit € 2.170,79 voor materiële schade en € 4.000,- voor immateriële schade. [bank] heeft een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 4 tenlastegelegde, tot een bedrag van € 9.508,77, te vermeerderen met de wettelijke rente, hoofdelijk en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De vordering is opgebouwd uit aan [slachtoffer 2] uitgekeerde schadevergoeding inclusief rente van € 21.028,77, onderzoekskosten van € 480,- euro en verminderd met een veiliggesteld saldo van € 12.000,-. Mr. [gemachtigde] heeft namens [slachtoffer 3] een vordering ingediend tot vergoeding van immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 en 4 bewezenverklaarde en heeft een schadevergoeding gevorderd van € 2.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente, hoofdelijk en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. In hoger beroep zijn de vorderingen aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde, dan wel in eerste aanleg geheel toegewezen bedragen. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partij [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , bij ieder met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voorts heeft de advocaat-generaal ten aanzien van de vordering van [bank] geconcludeerd tot toewijzing van de vordering, subsidiair deze benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering. Oordeel hof benadeelde partij [slachtoffer 2] De vordering van [slachtoffer 2] is niet – althans anders dan met een beroep op vrijspraak van de feiten – gemotiveerd betwist en ligt voor toewijzing gereed. Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij [slachtoffer 2] bovendien aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 en 4 bewezenverklaarde. De vordering van deze benadeelde partij zal derhalve hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 6 december 2020 tot aan de dag der algehele voldoening. Het voorgaande brengt mee dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met de verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil. Oordeel hof benadeelde partij [bank] De vordering van [bank] is door de verdediging betwist. Het hof overweegt dat [bank] niet-ontvankelijk is in de vordering, nu niet gesteld of gebleken is op welke manier de verdachte onrechtmatig zou hebben gehandeld jegens [bank] . Er is naar het oordeel van het hof onvoldoende verband tussen het bewezenverklaarde feit en de vordering van de [bank] . De enkele omstandigheid dat de bank de schade heeft vergoed aan een door het bewezenverklaarde feit gedupeerde rekeninghouder bij die bank is niet voldoende om te spreken van voldoende verband. Daardoor kan niet worden vastgesteld dat sprake is van rechtstreeks uit de strafbare feiten voortvloeiende schade zoals bedoeld is in artikel 51 f Sr. Anders dan de advocaat-generaal heeft gesteld is geen sprake van verplaatste schade in de zin van artikel 6:107 lid 1 onder a van het Burgerlijk Wetboek. [bank] kan haar vordering aanbrengen bij de burgerlijke rechter. Dit brengt mee dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met de verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil. Oordeel hof benadeelde partij [slachtoffer 3] Nu de verdachte van het ten laste gelegde ten aanzien van de feiten 1 en 4 voor zover betrekking hebbende op [slachtoffer 3] wordt vrijgesproken, dient deze benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering. Dit brengt mee dat deze benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met de verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil. Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 6.170,79 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] . Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 45, 63, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77gg, 131, 282, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13, 26, 54 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals zij rechtens gelden dan wel golden. BESLISSING Het hof: Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2 en 5 ten laste gelegde. Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 en 5 tenlastegelegde, heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 3, 4, 6, 7, 8 en 9 tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het onder 1, 3, 4, 6, 7, 8 en 9 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 270 (tweehonderdzeventig) dagen. Bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie, groot 90 (negentig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 2] ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-058732-21 onder 1 en 4 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 6.170,79 (zesduizend honderdzeventig euro en negenenzeventig cent) bestaande uit € 2.170,79 (tweeduizend honderdzeventig euro en negenenzeventig cent) materiële schade en € 4.000,00 (vierduizend euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(
  28. s)hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 2] , ter zake van het onder 1 en 4 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 6.170,79 (zesduizend honderdzeventig euro en negenenzeventig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 0 (nul) dagen. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededaders aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 6 december 2020. Vordering van de benadeelde partij [bank] Verklaart de benadeelde partij [bank] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding. Veroordeelt de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding. Veroordeelt de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door mr. L.A. Pit, mr. O.E.M. Leinarts en mr. E.A. Poppe-Gielesen, in bijzijn van de griffier mr. M.C. Bongaerts. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 18 juli 2024.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.