← Nederland

ECLI:NL:GHDHA:2024:2942

Rolnummer: 22-002878-20 Parketnummer: 10-996699-16 Datum uitspraak: 11 juni 2024 TEGENSPRAAK Gerechtshof Den Haag meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 8 oktober 2020 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] 1972, adres: [woonadres] , [woonplaats] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden. Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: [bedrijf] , op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 3 november 2016, te Venlo en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke-/rechtsperso(o)n(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk (een deel van) de (bedrijfs)administratie van [bedrijf] - zijnde (dat deel van) die (bedrijfs)administratie een (samenstel van) geschrift(en), bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt en/of valselijk heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen, zulks (telkens) met het oogmerk om dat (samenstel van) geschrift(

  1. en)als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, immers heeft [bedrijf] en/of (één of meer van) haar mededader(
  2. s)(telkens) opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid in (dat deel van) die (bedrijfs)administratie opgenomen en/of verwerkt althans doen of laten opnemen en/of verwerken een (groot) aantal salarisspecificatie(
  3. s)en/of (bij die salarisspecificatie(
  4. s)gevoegde) kwitantie(s), te weten: - de salarisspecificatie d.d. 31-01-2014 op naam van [werknemer 1] , en de hierbij gevoegde kwitantie (DOC-012-01), en/of - de salarisspecificatie d.d. 10-07-2015 op naam van [werknemer 2] , en de hierbij gevoegde kwitantie (DOC-013-01), en/of - de salarisspecificatie d.d. 07-08-2015 op naam van [werknemer 3] (p. 227), en/of - de salarisspecificatie d.d. 25-12-2015 op naam van [werknemer 4] en de hierbij gevoegde kwitantie (p. 264), en/of - de salarisspecificatie d.d. 09-09-2016 op naam van [werknemer 5] (DOC-005-01), waarbij -zakelijk weergegeven-: - op die salarisspecificatie(
  5. s)(telkens) een loonbedrag (gebaseerd op het wettelijk minimum uurloon) was vermeld terwijl in werkelijkheid aan de desbetreffende werkne(e)m(st)er(s)/uitzendkracht(
  6. en)een (lager) loonbedrag (gebaseerd op een netto uurloon van E 6,50) werd betaald, en/of - op die kwitantie(
  7. s)(telkens) na ondertekening hiervan door de werkne(e)m(st)er(s)/uitzendkracht(en), een loonbedrag werd ingevuld dat hoger was dan het loonbedrag dat de desbetreffende werkne(e)m(st)er(s)/uitzendkracht(
  8. en)in werkelijkheid kre(e)g(
  9. en)uitbetaald, tot het plegen van welk(
  10. e)bovenomschreven strafbare feit(
  11. en)verdachte opdracht heeft gegeven en/of aan welke vorenomschreven verboden gedraging(
  12. en)verdachte feitelijk leiding heeft gegeven. Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: [bedrijf] , op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari tot en met 3 november 2016, te Venlo en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke-/rechtsperso(o)n(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk een (groot) aantal salarisspecificaties en/of (bij die salarisspecificaties gevoegde) kwitanties, -(elk) zijnde een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen-, (telkens) valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of vervalst en/of doen vervalsen, te weten: - de salarisspecificatie d.d. 31-01-2014 op naam van [werknemer 1] , en de hierbij gevoegde kwitantie (DOC-012-01), en/of - de salarisspecificatie d.d. 10-07-2015 op naam van [werknemer 2] , en de hierbij gevoegde kwitantie (DOC-013-01), en/of - de salarisspecificatie d.d. 07-08-2015 op naam van [werknemer 3] (p. 227), en/of - de salarisspecificatie d.d. 25-12-2015 op naam van [werknemer 4] en de hierbij gevoegde kwitantie (p. 264), en/of - de salarisspecificatie d.d. 09-09-2016 op naam van [werknemer 5] (DOC-005-01), immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn mededader(
  13. s)(telkens) opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven-: - op die salarisspecificatie(
  14. s)(telkens) een loonbedrag (gebaseerd op het wettelijk minimum uurloon) vermeld/doen vermelden terwijl in werkelijkheid aan de desbetreffende werkne(e)m(st)er(s)/uitzendkracht(
  15. en)een (lager) loonbedrag (gebaseerd op een netto uurloon van E 6,50) werd betaald, en/of - op die kwitantie(
  16. s)(telkens) na ondertekening door de werkne(e)m(st)er(s)/uitzendkracht(en), een loonbedrag ingevuld dat hoger was dan het loonbedrag dat de desbetreffende werkne(e)m(st)er(s)/uitzendkracht(
  17. en)in werkelijkheid kre(e)g(
  18. en)uitbetaald, zulks (telkens) met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, tot het plegen van welk(
  19. e)bovenomschreven strafbare feit(
  20. en)verdachte opdracht heeft gegeven en/of aan welke vorenomschreven verboden gedraging(
  21. en)verdachte feitelijk leiding heeft gegeven. Vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd met uitzondering van de straf en dat de verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden. Het vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet geheel verenigt. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: [bedrijf] , op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 3 november 2016, te Venlo en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke-/rechtsperso(o)n(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk (een deel van) de (bedrijfs)administratie van [bedrijf] - zijnde (dat deel van) die (bedrijfs)administratie een (samenstel van) geschrift(en), bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt en/of valselijk heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen, zulks (telkens) met het oogmerk om dat (samenstel van) geschrift(
  22. en)als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, immers heeft [bedrijf] en/of (één of meer van) haar mededader(
  23. s)(telkens) opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid in (dat deel van) die (bedrijfs)administratie opgenomen en/of verwerkt althans doen of laten opnemen en/of verwerken een (groot) aantal salarisspecificatie(
  24. s)en/of (bij die salarisspecificatie(
  25. s)gevoegde) kwitantie(s), te weten: - de salarisspecificatie d.d. 31-01-2014 op naam van [werknemer 1] , en de hierbij gevoegde kwitantie (DOC-012-01), en/of - de salarisspecificatie d.d. 10-07-2015 op naam van [werknemer 2] , en de hierbij gevoegde kwitantie (DOC-013-01), en/of - de salarisspecificatie d.d. 07-08-2015 op naam van [werknemer 3] (p. 227), en/of - de salarisspecificatie d.d. 25-12-2015 op naam van [werknemer 4] en de hierbij gevoegde kwitantie (p. 264), en/of - de salarisspecificatie d.d. 09-09-2016 op naam van [werknemer 5] (DOC-005-01), waarbij -zakelijk weergegeven-: - op die salarisspecificatie(
  26. s)(telkens) een loonbedrag (gebaseerd op het wettelijk minimum uurloon) was vermeld terwijl in werkelijkheid aan de desbetreffende werkne(e)m(st)er(s)/uitzendkracht(
  27. en)een (lager) loonbedrag (gebaseerd op een netto uurloon van E 6,50) werd betaald, en/of - op die kwitantie(
  28. s)(telkens) na ondertekening hiervan door de werkne(e)m(st)er(s)/uitzendkracht(en), een loonbedrag werd ingevuld dat hoger was dan het loonbedrag dat de desbetreffende werkne(e)m(st)er(s)/uitzendkracht(
  29. en)in werkelijkheid kre(e)g(
  30. en)uitbetaald, tot het plegen van welk(
  31. e)bovenomschreven strafbare feit(
  32. en)verdachte opdracht heeft gegeven en/of aan welke vorenomschreven verboden gedraging(
  33. en)verdachte feitelijk leiding heeft gegeven. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewijsvoering Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring. In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht. Gevoerd verweer De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte van het tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken in verband met onvoldoende bewijs. Daartoe is aangevoerd – kort gezegd – dat de getuigenverklaringen van de vijf in de tenlastelegging genoemde werknemers onbetrouwbaar zijn en er verder geen (betrouwbaar) steunbewijs is. Het hof verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt. De genoemde getuigen zijn gehoord met betrekking tot de in de tenlastelegging genoemde kwitanties. Zij verklaren in grote lijnen eensluidend over de gang van zaken rondom het uitbetalen van hun salaris. In de kern luidt die verklaring dat er een netto loonafspraak is gemaakt met de verdachte, te weten € 6,50 per gewerkt uur. Het salaris werd in de jaren 2014 en 2015 elke week contant betaald. Het salaris werd uitbetaald door de verdachte, diens zoon of -incidenteel- door de medeverdachte [medeverdachte] . Om het salaris daadwerkelijk te ontvangen moesten de getuigen op een blanco kwitantie hun naam noteren en deze kwitanties vervolgens ook ondertekenen. Op het moment dat de getuigen de kwitanties ondertekenden, waren er nog geen bedragen ingevuld. De getuigen hebben eensluidend verklaard dat zij de op de kwitanties -kennelijk later- genoteerde (hogere) bedragen niet hebben ontvangen. Het salaris dat zij ontvingen, betrof het netto-uurloon à € 6,50 maal het aantal gewerkte uren. Vanaf 2016 diende het salaris via de bank te worden overgemaakt. Het verschil tussen het bedrag dat zij per bank ontvingen, hetgeen overeen stemde met opgemaakte salarisspecificaties, en het bedrag dat op basis van de netto loonafspraak werd berekend, moesten de getuigen weer (contant) afstaan aan de verdachte. Het hof acht deze vijf verklaringen voldoende geloofwaardig en betrouwbaar en is van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat sprake is van onderlinge beïnvloeding van de getuigen. Het hof is dan ook van oordeel dat deze getuigenverklaringen tot het bewijs kunnen worden gebezigd. Daarbij weegt niet alleen mee dat de verklaringen van de getuigen in de kern steun vinden in elkaar, maar ook dat ze in belangrijke mate steun vinden in de loonlijsten die zijn aangetroffen bij de verdachte waarop kolommen worden vermeld die betrekking hebben op een berekening van het verschil tussen het loon conform de salarisspecificaties en het loon op basis van de nettoloonafspraak. Daarnaast vinden de getuigenverklaringen steun in het verrichte onderzoek aan de kwitanties waaruit volgt dat op diverse kwitanties doordrukken van namen en handtekeningen van andere werknemers stonden dan waarvoor de kwitanties waren opgemaakt, doch geen doordrukken van de genoteerde geldbedragen. Dit duidt erop dat deze bedragen later pas zijn ingevuld. Anders dan de verdediging heeft aangevoerd is het hof van oordeel dat dit als (steun)bewijs kan worden gebezigd, nu dit onderzoek naar de kwitanties de door de verdachte gehanteerde werkwijze zoals verklaard door de getuigen bevestigt. Hetgeen de verdediging heeft aangevoerd met betrekking tot de betrouwbaarheid van dit onderzoek, doet hier niet aan af. De omstandigheid dat er andere werknemers op verzoek van de verdediging als getuige zijn gehoord die hebben verklaard dat zij wel het hogere bedrag aan salaris wel hebben ontvangen, is naar het oordeel van het hof van onvoldoende gewicht om tot een ander oordeel te komen. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat ook de namen van deze getuigen zijn opgenomen in voornoemde bij de verdachte aangetroffen loonlijsten en dat de verdachte geen aannemelijke verklaring heeft gegeven voor de afwijking van deze loonlijsten ten opzichte van de stukken die hij heeft aangeleverd bij de boekhouder van [bedrijf] Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het primair bewezenverklaarde levert op: feitelijke leiding geven aan het door een rechtspersoon begaan van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. Strafmotivering Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Het hof heeft bewezen verklaard dat de verdachte schuldig is aan het feitelijk leiding geven aan het door zijn uitzendbureau [bedrijf] opzettelijk valselijk opmaken of doen opmaken van haar bedrijfsadministratie, door daarin van de vijf in de tenlastelegging genoemde personen valse salarisspecificaties en kwitanties op te nemen. Deze uit Oost-Europa afkomstige werknemers ontvingen een uurtarief onder het minimumloon. Zij verkeerden als arbeidsmigrant in een kwetsbare en afhankelijke positie. De verdachte heeft door zijn handelwijze hier gedurende een langere periode misbruik van gemaakt en heeft daarbij enkel oog gehad voor eigen financieel gewin. Het ten onrechte niet aan de werknemers uitbetaalde salaris is ten goede gekomen aan de verdachte. De verdachte heeft door het opnemen van valse stukken in de bedrijfsadministratie van [bedrijf] voorts schade toegebracht aan het vertrouwen dat het maatschappelijk verkeer in een dergelijke administratie, die bijvoorbeeld wordt gebruikt tegenover het UWV en de Belastingdienst, moet kunnen stellen. Het hof acht de in de bewezenverklaring genoemde fraude van die vijf werknemers voldoende representatief voor het merendeel van de uit het onderzoek naar voren komende valse salarisspecificaties en kwitanties zoals ter terechtzitting in hoger beroep aan de orde is gesteld. De loonlijsten die zijn aangetroffen in de woning en auto van de verdachte en op de computer van [bedrijf] wijzen er immers op dat de verdachte in de periode 2014 tot en met 2016 structureel fraude heeft gepleegd ten aanzien van werknemers met Oost-Europese namen. Op deze lijsten zijn extra kolommen opgenomen die niet met de boekhouder zijn gecommuniceerd. Deze kennelijke schaduwadministratie is professioneel opgezet en laat de structurele en georganiseerde werkwijze van de verdachte zien, hetgeen heeft geleid tot een benadelingsbedrag van ruim € 258.000,-. Zowel uit het dossier als uit het verhandelde ter terechtzitting acht het hof, overeenkomstig het standpunt van de advocaat-generaal, voldoende vast komen te staan dat er sprake is geweest van een grootschalige fraude en dat dit kan worden aangemerkt als een omstandigheid waaronder het bewezenverklaarde is gepleegd. Ter zitting in hoger beroep heeft de raadsman verzocht om getuigen te horen, indien het hof bij de strafoplegging rekening houdt met andere dan in de tenlastelegging genoemde salarisspecificaties en kwitanties van die vijf werknemers. Het hof wijst dit verzoek af, nu de raadsman niet heeft geconcretiseerd welke getuigen de verdediging wenst te horen en het verzoek daarmee onvoldoende is onderbouwd. Het hof neemt voorts in aanmerking de door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht vastgelegde oriëntatiepunten voor straftoemeting met betrekking tot fraudezaken. Bij een benadelingsbedrag van tussen de € 250.000,- en € 500.000,- geldt als oriëntatiepunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 tot 18 maanden. Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 14 mei 2024 waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke strafbare feiten. Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat in beginsel een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk een passende en geboden reactie vormt. Het hof heeft evenwel geconstateerd dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden in eerste aanleg en in hoger beroep is overschreden. In eerste aanleg is de te beoordelen termijn aangevangen op 3 november 2016 toen door de politie in de woning van de verdachte werd binnengetreden. De rechtbank heeft eindvonnis gewezen op 8 oktober 2020. Daarmee is de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak in eerste aanleg overschreden met ongeveer 1 jaar en 11 maanden. Daarnaast is de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak in hoger beroep met circa 1 jaar en 8 maanden overschreden, nu op 22 oktober 2020 namens de verdachte hoger beroep is ingesteld en het hof eindarrest wijst op 11 juni 2024. Gelet op de forse termijnoverschrijdingen in eerste aanleg en in hoger beroep, alsmede gelet op het tijdsverloop sinds het bewezenverklaarde feit, zal het hof de overwogen deels voorwaardelijke gevangenisstraf matigen tot na te melden duur. Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is. Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 51, 57 en 225 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden. Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 3 (drie) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Dit arrest is gewezen door mr. A. de Lange, mr. W.J. van Boven en mr. M.S. Lamboo, in bijzijn van de griffier mr. M.M. Dijk. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 11 juni 2024. Mr. A de Lange is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.