← Nederland

ECLI:NL:GHDHA:2024:340

Rolnummer: 22-003430-21 Parketnummer: 09-767321-21 Datum uitspraak: 7 maart 2024 TEGENSPRAAK Gerechtshof Den Haag meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 16 november 2021 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] 2001, adres: [woonadres] , [woonplaats] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 3 augustus 2021 te Breda, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen negentien vuurwapens van categorie III van de Wet wapens en munitie te weten achttien semi-automatische pistolen Walther PPQ en/of een semi-automatisch pistool Walther Creed heeft overgedragen. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde. De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 200 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 107 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Het vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op of omstreeks 3 augustus 2021 te Breda, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen negentien vuurwapens van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten achttien semi-automatische pistolen Walther PPQ en/of een semi-automatisch pistool Walther Creed, heeft overgedragen. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. Bewijsvoering Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring. In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht. Nadere overweging De raadsman van de verdachte heeft vrijspraak bepleit. Primair omdat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte de gebruiker is geweest van het telefoonnummer eindigend op [eindcijfers] . Subsidiair omdat op basis van de inhoud van de gesprekken die zijn gevoerd met dat telefoonnummer, de betrokkenheid van de verdachte bij de overdracht van de tenlastegelegde vuurwapens niet kan worden vastgesteld. Het hof overweegt hieromtrent het volgende. Vanaf 21 juli 2021 tot en met 3 augustus 2021 heeft de verdachte meerdere gesprekken gevoerd, telefonisch en via WhatsApp met zijn medeverdachte [medeverdachte 1] , die contacten onderhield met medeverdachte [medeverdachte 2] . De telefoon met het telefoonnummer eindigend op [eindcijfers] is onder de verdachte in beslag genomen en uit onderzoek volgt dat de verdachte de gebruiker van dit nummer is geweest. De verdachte heeft niet verklaard dat de telefoon in de tenlastegelegde periode door een ander werd gebruikt. In het telefoongesprek in de middag van 3 augustus 2021 om 13.20:51 uur zegt de gebruiker van het telefoonnummer eindigend op [eindcijfers] tegen de medeverdachte [medeverdachte 1] : “Ik ben er zo”. Uit een observatieverslag volgt dat de verdachte rond diezelfde tijd wordt gezien bij de [straat 1] en de [straat 2] in Breda. Dat is de directe omgeving van de plek waar [medeverdachte 1] op 3 augustus 2021 even later de tenlastegelegde vuurwapens aan de pseudokopers heeft overgedragen. Gelet hierop stelt het hof vast dat de verdachte de persoon is geweest die de gesprekken voerde met het telefoonnummer eindigend op [eindcijfers] . Uit de op 3 augustus 2021 gevoerde gesprekken komt naar voren dat vlak voor de overdracht wordt geconstateerd dat niet voldoende patronen aanwezig zijn. In een gesprek van 13.57 uur zegt [medeverdachte 1] tegen de verdachte dat er maar 200 zijn en dat het normaal 16x19 dus 304 zijn. De verdachte zegt daarop dat hij gaat kijken of hij nog wat kan regelen. Uit het dossier volgt dat bij de aanhouding 200 patronen zijn aangetroffen en in beslag genomen. Op basis van de inhoud van de met [medeverdachte 1] gevoerde gesprekken in de periode van 21 juli 2021 tot en met 3 augustus 2021 en de observaties op 3 augustus 2021 acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte als medepleger betrokken is geweest bij het regelen van de overdracht van de tenlastegelegde vuurwapens en bij de feitelijke overdracht zelf. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: medeplegen van handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. Strafmotivering Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft samen met anderen 19 semi-automatische vuurwapens overgedragen. Hij heeft daarbij een belangrijke rol gehad: hij was degene die zorgde voor de feitelijke levering van de wapens aan de medeverdachte zodat deze konden worden overgedragen aan de psuedokopers. Als de kopers geen opsporingsambtenaren van de politie waren geweest, dan had de verdachte door deze verkopen een grote bijdrage geleverd aan het ongecontroleerd verspreiden van vuurwapens in de samenleving, in het bijzonder in het criminele circuit. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich en leidt tot onveiligheid in de maatschappij. Vuurwapens worden immers gebruikt om te dreigen, af te persen, te verwonden en mensen te doden. De verdachte heeft bij het plegen van het feit kennelijk gehandeld uit puur winstbejag en heeft zich daarbij niets aangetrokken van de belangen van de maatschappij. Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 9 februari 2024 is de verdachte niet eerder onherroepelijk veroordeeld voor een soortgelijk feit. Het hof is - al het voorgaande afwegende met inachtneming van de generale en speciale preventie - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden een passende sanctie zou zijn geweest. Het hof neemt echter in aanmerking dat de behandeling van de zaak niet heeft plaatsgevonden binnen de redelijke termijn in de zin van artikel 6, eerste lid, van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Immers, de redelijke termijn van berechting in hoger beroep is overschreden met ongeveer 3,5 maand, nu het hoger beroep is ingesteld op 25 november 2021 en het hof eerst op 7 maart 2024 uitspraak doet. Gelet hierop zal het hof op genoemde, in beginsel passende gevangenisstraf, 6 maanden in mindering brengen, zodat een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden resteert. Het hof acht deze straf passend en geboden. De door de advocaat-generaal gevorderde straf van 200 dagen wijkt naar het oordeel van het hof zeer veel af van wat passend zou zijn bij een ernstig feit als een levering van 19 vuurwapens en ook van wat in vergelijkbare zaken wordt opgelegd. Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is. Beslag Ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen zoals deze vermeld zijn op de in kopie aan dit arrest gehechte beslaglijst zal het hof de teruggave gelasten aan de verdachte. Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op de artikelen 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 31 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals zij rechtens gelden dan wel golden. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 (tweeënveertig) maanden. Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten van de op de - in kopie aan dit arrest gehechte - beslaglijst onder 1 en 2 genoemde voorwerpen: - een telefoontoestel, zwart, Apple Iphone 11 PRO, - een telefoontoestel, zwart, Huawei. Dit arrest is gewezen door mr. H. Steenhuis, mr. H.C. Plugge en mr. M. Koole, in bijzijn van de griffier mr. N. Germeraad-van der Velden. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 7 maart 2024.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.