← Nederland

ECLI:NL:GHDHA:2024:448

Rolnummer: 22-003250-21 Parketnummer: 09-206718-21 Datum uitspraak: 15 februari 2024 TEGENSPRAAK Gerechtshof Den Haag meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 25 oktober 2021 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] 1996, BRP-adres: [BRP-adres] , [woonplaats] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde. De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Tenlastelegging Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep - tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 1 augustus 2021 te Koudekerk aan den Rijn, gemeente Alphen aan den Rijn tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, gedurende voor de nachtrust bestemde tijd, in of uit een woning, gelegen aan de [adres 1] te Kouderkerk aan de Rijn, althans in of uit een woning, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(

  1. s)voorgenomen misdrijf om goed(eren), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
  2. s)toebehoorde(
  3. n)weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, met een accuboor en/of slotentrekker en/of cilindertrekker, althans een ander (soortgelijk) gereedschap, het slot van de garagedeur heeft geforceerd en/of heeft geopend en/of heeft verwijderd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. Vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met aftrek van voorarrest. Het vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op of omstreeks 1 augustus 2021 te Koudekerk aan den Rijn, gemeente Alphen aan den Rijn, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, gedurende voor de nachtrust bestemde tijd, althans in of uit een woning, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(
  4. s)voorgenomen misdrijf om in of uit een woning, gelegen aan de [adres 1] te Koudekerk aan den Rijn, goed(eren), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
  5. s)toebehoorde(
  6. n)weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, met een accuboor en/of slotentrekker en/of cilindertrekker, althans een ander (soortgelijk) gereedschap, het slot van de garagedeur heeft geforceerd en/of heeft geopend en/of heeft verwijderd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewijsvoering Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring. In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht. Bewijsoverweging Uit de bewijsmiddelen valt het volgende af te leiden. In de nacht van 31 juli op 1 augustus 2021 is getracht in te breken in een woning aan de [adres 1] te Koudekerk aan den Rijn. Door een verbalisant is geconstateerd dat daarbij het slot van de garagedeur van die woning volledig is verwijderd. De aangever verklaart dat in de garage een kluis stond, waarvan het mogelijk is dat die door voorbijgangers is gezien als de garagedeur openstond. Nadat een getuige aan de politie had gemeld dat er op 1 augustus 2021 rond 3.50 uur een jongen tegen de garagedeur van de [adres 1] stond te beuken, is de politie rond 3.58 uur ter plaatse gekomen. Twee verbalisanten (waarvan één op de fiets) hebben toen gezien dat nabij de plaats van de poging tot inbraak een witte Volkswagen Golf (hierna ook: de Golf) stond geparkeerd, die vervolgens wegreed. Die Golf is korte tijd later gedwongen te stoppen. In de Golf zat als bestuurder [medeverdachte 1] en als passagiers de verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] . Onderzoek van de locatiegegevens van de onder [medeverdachte 2] in beslag genomen telefoon heeft uitgewezen dat die telefoon zich om 3.49 uur bevond ter hoogte van [adres 1] . Er zijn door een verbalisant beelden met geluid bekeken, gemaakt door een deurbelcamera van een woning aan de [adres 2] . Daarop was waar te nemen dat om 3.53 uur twee mannen over de [straatnaam] komen aanlopen in de richting van een aldaar geparkeerde witte Volkswagen Golf. Hoorbaar is dat er twee portieren open- en dichtgaan. Zichtbaar is dat de verlichting van de Golf om 3.57 uur aangaat en hoorbaar dat de motor wordt gestart en de auto wegrijdt. Even tevoren is een politieman op de fiets te zien die richting de geparkeerde Golf rijdt. In de Golf werden aangetroffen (onder meer) een sleutel van het merk Volkswagen die niet op de Golf paste en een iPhone 6. De in de Golf aangetroffen sleutel bleek te passen op een Volkswagen Caddy (hierna ook: de Caddy), die niet ver van de plaats van de poging tot inbraak geparkeerd stond. In die Caddy lag een tas, met daarin (onder meer) een accuboormachine, een slotentrekker en een cilinderslot met daarin een afgebroken schroef. Op de tas in de Caddy waarin voornoemde spullen werden aangetroffen is DNA-spoor veilig gesteld dat (met een foutkans kleiner dan één op één miljard) matcht met het DNA van de verdachte. Van de gordelclip aan de bestuurderszijde van de Caddy is een DNA-spoor veilig gesteld dat (met een foutkans kleiner dan één op één miljard) matcht met het DNA van [medeverdachte 3] . De Caddy is in de periode van 22 juli tot en met 1 augustus 2021 vier maal gesignaleerd door een ANPR-paal op de N11, kort voor de afslag Koudekerk aan den Rijn, te weten: op 22 juli 2021 te 22:12 uur; op 22 juli 2021 te 23.10 uur; op 23 juli 2021 te 20.05 uur; op 1 augustus 2021 te 02.52 uur. De iPhone 6 die in de Golf in beslag is genomen bevond zich onder de bijrijdersstoel en is, blijkens de inhoud van die telefoon (met name de omstandigheid dat die veelal aanstraalde op het verblijfadres van de verdachte), kennelijk gebruikt door de verdachte, die achterin de Golf zat. In die telefoon zijn chats aangetroffen waarin (onder meer) sprake is van het “fixen” van een Caddy, het lenen van een boormachine, het meenemen van een kluis, het regelen van iemand die het busje kon terugrijden, en het kijken of alles nog hetzelfde is. Uit locatiegegevens blijkt dat deze iPhone – behalve in de nacht van de poging inbraak - ook de twee daaraan voorafgaande nachten in de nabijheid van de plaats delict is geweest. Op grond van vorenstaande feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, neemt het hof als vaststaand aan dat de verdachte zich samen met (in elk geval) [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] heeft schuldig gemaakt aan een poging tot inbraak. Voor dat oordeel is redengevend dat uit die feiten en omstandigheden volgt dat die poging tot inbraak door de verdachte is voorbereid en vervolgens uitgevoerd door het doen van voorverkenningen en het regelen van de Caddy alsmede het zorgen voor materiaal voor het openbreken van sloten (zoals in de Caddy aangetroffen) en daarnaast het regelen van één of meer personen die - behalve de Golf - ook de Caddy konden terugrijden. Deze handelingen van de verdachte konden niet anders dan samen met anderen ingevolge een nauwe en bewuste samenwerking ten uitvoer worden gebracht. Dat in elk geval [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] deel uitmaakten van dat samenwerkingsverband volgt, behalve uit de omstandigheid dat zij ter plaatse van het delict aanwezig waren zonder daar een afdoende verklaring voor te hebben kunnen of willen geven, ook uit het DNA-spoor ten aanzien van [medeverdachte 3] in de Caddy en de voormelde locatiegegevens van de telefoon van [medeverdachte 2] . De slotsom is dat het hof - anders dan de politierechter - het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen acht. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. Strafmotivering Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich samen met anderen in de nachtelijke uren schuldig gemaakt aan een poging tot woninginbraak, waarbij schade aan de garagedeur is aangericht. Er was sprake van een vooropgezet plan. Door deze poging tot inbraak is inbreuk gemaakt op het huisrecht en het gevoel van veiligheid van het slachtoffer. Dergelijke misdrijven veroorzaken ook maatschappelijke onrust en brengt bij veel andere mensen een gevoel van onveiligheid teweeg. Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 25 januari 2024, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een soortgelijk strafbaar feit. Het hof overweegt met betrekking tot de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden als volgt. Het hof stelt vast dat op 8 november 2021 de officier van justitie hoger beroep heeft ingesteld, terwijl de stukken van het geding eerst op 15 september 2022 – dus meer dan acht maanden na het instellen van het hoger beroep – ter griffie van het hof zijn binnengekomen. Tevens zijn meer dan 24 maanden verstreken tussen het instellen van het hoger beroep op 8 november 2021 en het wijzen van dit arrest op 15 februari 2024. Omdat hiermee sprake is van een relatief beperkte overschrijding van de redelijke termijn zal het hof volstaan met de constatering daarvan. Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt. Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op de artikelen 45, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden. Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Dit arrest is gewezen door mr. V.M. de Winkel, mr. J.W. du Pon en mr. R.K. Pijpers, in bijzijn van de griffier mr. J.H.M. Peusken. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 15 februari 2024.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.