GERECHTSHOF DEN HAAG Team Familie zaaknummer : 200.307.325/01 rekestnummer rechtbank : FA RK 21-1841 zaaknummer rechtbank : C/09/609072 beschikking van de meervoudige kamer van 3 april 2024 inzake [de man] , blijkens de Basisregistratie personen verblijvende [verblijfplaats] , verzoeker in hoger beroep, hierna te noemen: de man, advocaat mr. D.S. Lösing te Rotterdam tegen [de vrouw] , wonende te [woonplaats] , Turkije, hierna te noemen: de vrouw. Als belanghebbenden zijn verder aangemerkt: de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag, zetelend te Den Haag, hierna te noemen: de ambtenaar, en het Openbaar Ministerie, Ressortsparket Den Haag, zetelend te Den Haag, hierna: het OM. 1Het verloop van het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Den Haag van 30 november 2021, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. 2Het geding in hoger beroep 2.1 De man is op 25 februari 2022 in hoger beroep gekomen van genoemde beschikking van 30 november 2021 (hierna: de bestreden beschikking). 2.2 De ambtenaar heeft op 7 juni 2022 een verweerschrift ingediend. 2.3 Het OM heeft op 16 juni 2022 een verweerschrift ingediend. 2.4 Bij het hof zijn verder van de zijde van de man de volgende stukken ingekomen: op 7 juni 2022 een brief van 2 juni 2022, met bijlagen; op 17 november 2023 een e-mail, met bijlagen. 2.5 De mondelinge behandeling heeft op 17 november 2023 plaatsgevonden. Verschenen zijn: de advocaat van de man; de ambtenaar. De man is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen. Zijn advocaat heeft zijn afwezigheid toegelicht. De vrouw is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, ook niet ter zitting verschenen. De advocaat-generaal is, zoals aangekondigd bij e-mail van 6 oktober 2023, evenmin verschenen. 3De feiten 3.1 Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Onder meer staat het volgende vast. 3.2 Blijkens de Basisregistratie personen (Brp) is de man geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats] . Er zijn geen huwelijk en/of kind(eren) van de man geregistreerd in de Brp. 3.3 De man stond vanaf 5 december 2014 tot 19 juli 2018 geregistreerd in de Registratie Niet Ingezetenen (RNI). 3.4 Blijkens de zich in het dossier bevindende vertaalde kopiestukken met betrekking tot het huwelijk, waaronder een uittreksel huwelijksakte, afgegeven door de burgerlijke stand te [huwelijksplaats] , Syrië (productie 8), is de man op [huwelijksdatum] 2015 gehuwd met [de vrouw] , geboren op [geboortedatum] 1997, dan wel [geboortedatum] 1997, te [geboorteplaats] Syrië (hierna: de vrouw). 3.5 Volgens de vertaling van de geboortebewijzen zijn de man en de vrouw de ouders van de minderjarige kinderen: [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] , Syrië ( [minderjarige 1] ); [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats] , Syrië ( [minderjarige 2] ), (hierna gezamenlijk ook te noemen: de minderjarigen). 3.6 Ten tijde van het indienen van het inleidend verzoekschrift had de man nog de Nederlandse nationaliteit. Deze nationaliteit is de man bij besluit van [datum 2] 2021 ontnomen. Dit in verband met feiten waarvoor de man bij arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van dit hof van [datum 1] 2024 onherroepelijk is veroordeeld, te weten deelname in Syrië aan een organisatie met terroristisch oogmerk en voorbereidingshandelingen daartoe. Volgens de man heeft hij daarnaast de Marokkaanse nationaliteit. De vrouw heeft volgens de man de Syrische nationaliteit. 4De omvang van het geschil 4.1 Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank de verzoeken van de man, kort gezegd strekkende tot erkenning van een buitenlands huwelijk en van twee buitenlandse geboorteaktes en inschrijving daarvan in de registers van de burgerlijke stand althans tot het benoemen van een bijzondere curator, afgewezen. 4.2 De man is het met die beslissingen niet eens. Hij verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en opnieuw rechtdoende: primair voor recht te verklaren dat voor de geboorte van de minderjarigen al sprake was van een rechtsgeldig huwelijk tussen de man en de vrouw, en de ambtenaar te gelasten om de huwelijksakte in te schrijven in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand; subsidiair de geboorteaktes van de minderjarigen te erkennen, met dien verstande dat als geboortedatum van [minderjarige 1] [geboortedatum] 2017 wordt aangemerkt, en de ambtenaar te gelasten deze beschikking in te schrijven in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand; meer subsidiair een bijzondere curator te benoemen om de belangen van de minderjarigen in en buiten rechte te behartigen, althans een uitspraak te doen die het hof redelijk acht. 4.3 De ambtenaar verweert zich tegen de verzoeken van de man en verzoekt het hof de bestreden beschikking te bekrachtigen, met dien verstande dat de ambtenaar zich ten aanzien van het verzoek om een bijzondere curator te benoemen refereert aan het oordeel van het hof omdat de ambtenaar ten aanzien van dat verzoek geen belanghebbende is. 4.4 Het OM verzoekt het hof de bestreden beschikking te bekrachtigen. Ten aanzien van het verzoek om een bijzondere curator te benoemen refereert het OM zich aan het oordeel van het hof. Standpunten 4.5 De man vindt dat de rechtbank zijn verzoeken ten onrechte heeft afgewezen. Ten aanzien van het primaire en subsidiaire verzoek voert de man kort gezegd aan dat hij niet over andere documenten beschikt dan hij ter onderbouwing van zijn verzoeken heeft ingediend. Dat is mede het gevolg van de oorlog in c.q. bezetting van Syrië. Het hof zal het moeten doen met de informatie die wel voorhanden is. Voorkomen dient te worden dat de minderjarigen tussen wal en schip vallen. Ten aanzien van het meer subsidiaire verzoek tot benoeming van een bijzondere curator stelt de man dat, anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, in Turkije voor de minderjarigen geen mogelijkheid bestaat om stappen te ondernemen ter vaststelling van zijn vaderschap. Hij vindt dat een bijzondere curator voor de minderjarigen kan worden benoemd, omdat er voldoende aanknopingspunten met de Nederlandse rechtssfeer zijn. 4.6 Het verweer van de ambtenaar komt erop neer dat op basis van de door de man overgelegde documenten niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat sprake is van een buiten Nederland gesloten huwelijk dat ingevolge het recht van de staat waar de huwelijksvoltrekking plaatsvond rechtsgeldig is of nadien rechtsgeldig is geworden, waardoor dit huwelijk niet kan worden erkend in Nederland. Evenmin kan worden vastgesteld dat de minderjarigen staande een rechtsgeldig huwelijk zijn geboren. Ten aanzien van de geboorteakten van de minderjarigen geldt dat ook hiervan niet kan worden vastgesteld dat deze overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een daartoe bevoegde autoriteit zijn opgemaakt en afgegeven en inhoudelijk juist zijn, zodat deze evenmin voor erkenning in Nederland in aanmerking komen. Dat de man niet aan andere documenten kan komen en evenmin de originelen van de overgelegde kopieën kan overleggen door omstandigheden die buiten zijn macht liggen, maakt dat niet anders. 4.7 Het OM blijft bij het in eerste aanleg ingenomen standpunt, strekkende tot afwijzing van het primair en subsidiair verzochte. Het OM neemt daarbij nadrukkelijk het openbaar belang van kloppende gemeentelijke registers in aanmerking. Registraties op basis van documenten waarvan niet kan worden vastgesteld dat deze zijn opgemaakt en afgegeven door een plaatselijk bevoegde instantie, horen niet in thuis in de gemeentelijke registers in Nederland. 5De motivering van de beslissing Primair verzoek: erkenning buitenlands huwelijk en inschrijving huwelijksakte Rechtsmacht 5.1 Het hof zal ambtshalve toetsen of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft om kennis te nemen van het primaire verzoek, nu de zaak een internationaal karakter heeft. Omdat de man als verzoeker ten tijde van het indienen van het inleidend verzoek zijn woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland had, heeft de Nederlandse rechter op grond van artikel 3 aanhef en sub a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) rechtsmacht om over het primaire verzoek te oordelen. Wettelijk kader 5.2 Volgens de regels van internationaal privaatrecht geldt dat een in het buitenland gesloten huwelijk dat ingevolge het recht van de staat waar de huwelijksvoltrekking plaatsvond rechtsgeldig is of nadien rechtsgeldig is geworden, in Nederland als zodanig wordt erkend (artikel 10:31 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW)). Een in het buitenland gesloten huwelijk wordt vermoed rechtsgeldig te zijn, indien een huwelijksverklaring is afgegeven door een bevoegde autoriteit (artikel 10:31 lid 4 BW). Aan een in het buitenland gesloten huwelijk wordt niettemin erkenning onthouden, indien deze erkenning kennelijk onverenigbaar is met de Nederlandse openbare orde (artikel 10:32 BW). Oordeel van het hof 5.3 Het hof overweegt als volgt. Om de rechtsgeldigheid naar Syrisch recht van het door de man gestelde huwelijk te onderbouwen, heeft de man kopieën van diverse documenten overgelegd. Het betreft een huwelijksakte, afgegeven door de imam van een moskee (productie 2), een uittreksel huwelijksakte (huwelijkscontract), afgegeven door de voorzitter van de gemeente [huwelijksplaats] (productie 7), een uittreksel huwelijksakte, afgegeven door de burgerlijke stand te [huwelijksplaats] (productie 8), een uittreksel familiegeboorteakte (familieregister), afgegeven door de burgerlijke stand te [huwelijksplaats] (productie 9) en een door de religieuze rechtbank van [plaats] gelegaliseerd huwelijkscontract (productie 10). De originelen van deze documenten zijn onderzocht door Bureau Documenten van de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Uit de bevindingen van Bureau Documenten blijkt het volgende: van de producties 2 en 7 kon de echtheid niet worden beoordeeld; ten aanzien van productie 2 haalt het hof deze conclusie uit productie 5 in hoger beroep (de schriftelijke conclusie van de officier van justitie van 27 mei 2021), omdat de betreffende pagina ontbreekt bij de op 17 november 2023 van de advocaat van de man ontvangen stukken van Bureau Documenten; ten aanzien van productie 9 geldt dat de stempelafdruk op het document van de afgevende instantie is aangebracht door middel van een reproductietechniek; gelet hierop is dit document met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid door de betreffende instantie niet op deze wijze opgemaakt en afgegeven; van productie 10 is geconcludeerd dat de legalisatie van het Ministry of Foreign Affairs vals is en het document met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet bevoegd is opgemaakt en afgegeven; hoewel (alleen) productie 8 als hoogstwaarschijnlijk echt is beoordeeld, kan niet worden vastgesteld of het document door een daartoe bevoegde instantie is opgemaakt en afgegeven. 5.4 Het hof is op grond van het vorenstaande van oordeel dat de door de man overgelegde producties 2, 7, 9 en 10 niet kunnen worden aangemerkt als een huwelijksverklaring, afgegeven door een bevoegde autoriteit, op basis waarvan het door de man gestelde huwelijk wordt vermoed rechtsgeldig te zijn ingevolge lid 4 van artikel 10:31 BW. 5.5 Ten aanzien van productie 8 overweegt het hof als volgt. De ambtenaar van de burgerlijke stand heeft hierover aangevoerd dat het feit dat een document echt is niets zegt over de vraag of het bevoegd is afgegeven. Omdat niet vast staat of het uittreksel van de huwelijksakte op juiste wijze door een daartoe bevoegde instantie is gelegaliseerd, kan het naar de stelling van de ambtenaar niet worden gebruikt om het huwelijk in Nederland te erkennen. Artikel 10:31 BW verlangt niet expliciet dat de buitenlandse huwelijksverklaring die wordt overgelegd is gelegaliseerd. Dat neemt niet weg dat het bestaan van een huwelijk wel moet worden bewezen, wat onder meer kan door het overleggen van een huwelijksverklaring afgegeven door een bevoegde autoriteit. Ten aanzien van productie 8 kan het hof niet vaststellen of daarvan sprake is. Het hof constateert daarbij dat de echt bevonden productie 8 nauw samenhangt met de producties 2, 7, 9 en 10, die dezelfde rechtsfeiten zouden moeten betreffen, maar van welke documenten de echtheid niet kon worden beoordeeld, dan wel die uitdrukkelijk als niet betrouwbaar zijn aangemerkt. Bovendien bevatten de documenten tegenstrijdigheden. Zo is in productie 2 als geboortedatum van de vrouw vermeld [geboortedatum] 1997, terwijl in productie 8 als haar geboortedatum is opgenomen [geboortedatum]
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.