← Nederland

ECLI:NL:GHDHA:2025:1575

Rolnummer: 22-002148-22 Parketnummer: 09-767141-21 Datum uitspraak: 3 juli 2025 TEGENSPRAAK Gerechtshof Den Haag meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 12 juli 2022 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986, adres: [woonadres], [woonplaats]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzittingen in hoger beroep van dit hof. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaten-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte van het onder 2 primair tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1 en 2 subsidiair tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek van voorarrest. Voorts is een beslissing genomen omtrent de inbeslaggenomen voorwerpen. Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: 1. (Criminele organisatie) hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 9 maart 2021 te Den Haag en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten onder andere [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of met meerdere andere (onbekend gebleven) personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van één of meer misdrij(f)(ven) als bedoeld in artikel 10 lid 3 en/of lid 4 en/of lid 5 van de Opiumwet en/of artikel 10a van de Opiumwet; 2. (Verkoop) hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2020 tot en met 9 maart 2021 te Den Haag en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, een (grote) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne, (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst 1 terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan; Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: (Voorbereidingshandelingen) hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2020 tot en met 9 maart 2021 te Den Haag en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen, (telkens) om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van een (grote) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne, (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst 1, voor te bereiden en/of te bevorderen, (telkens) zich en/of één of meer anderen meermalen althans eenmaal gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(

  1. en)heeft/hebben getracht te verschaffen, immers heeft hij/hebben zij - (met gebruiker(
  2. s)van accounts [account 1] en/of [account 2] en/of [account 3]) inlichtingen uitgewisseld over de prijs en/of beschikbaarheid en/of samenstelling van cocaïne en/of heroïne, en/of voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden voorhanden heeft/hebben gehad waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(
  3. s)wist(
  4. en)of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit (
  5. en)-te weten een of meer PGP telefoon(s), en/of - een of meerdere voertuigen met verborgen ruimte(
  6. s)terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan. Vordering van de advocaten-generaal De advocaten-generaal hebben gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd. De advocaten-generaal hebben aanvullend gevorderd dat de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven zal worden bij de einduitspraak. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft - overeenkomstig haar pleitnota - primair integrale vrijspraak bepleit omdat het SkyECC-account met de gebruikersnaam [account 4], dat het openbaar ministerie als grondslag voor de verdenkingen hanteert, niet aan de verdachte is toe te schrijven. Subsidiair heeft de raadsvrouw vrijspraak bepleit van het onder 2 primair ten laste gelegde wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. Ten aanzien van de pleegperiode heeft de raadsvrouw meer subsidiair aangevoerd dat deze ten aanzien van beide feiten vastgesteld dient te worden vanaf 23 januari 2021, te weten de datum van de eerste IMSI-scan, dan wel 13 december 2020, te weten het eerste bericht van de gebruiker van het SkyECC-account met de gebruikersnaam [account 4]. De raadsvrouw heeft voorts verweren gevoerd ten aanzien van de strafmaat, waaronder wegens vormverzuimen, en verzocht de vordering tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis af te wijzen en in plaats daarvan het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op te heffen. Op specifieke standpunten van de raadsvrouw zal hierna - voor zover van belang – nader worden ingegaan. Anders dan in eerste aanleg zijn ter terechtzitting in hoger beroep geen verweren gevoerd die zien op de rechtmatigheid van de verkrijging van de EncroChat- en SkyECC-data. Het vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt. Vrijspraak van het onder 2 primair ten laste gelegde Het hof is overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal en met de verdediging van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om te komen tot een bewezenverklaring van hetgeen aan de verdachte onder 2 primair ten laste is gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Bewijsoverwegingen Inleiding De zaak tegen de verdachte maakt deel uit van onderzoek Eems. In dit onderzoek is tegen de verdachte en zijn medeverdachten de verdenking gerezen dat zij zich - onder meer – hebben bezig gehouden met (internationale) handel in harddrugs en dat zij daarbij een criminele organisatie hebben gevormd. Een aantal van de verdachten binnen onderzoek Eems zijn broers van elkaar, die allen de achternaam [achternaam verdachte] dragen en daarom hierna met de voornaam zullen worden genoemd. De verdachte is één van deze broers. De verdenking jegens de verdachte berust in belangrijke mate op via een SkyECC-account gevoerde chatberichten die aan hem worden toegeschreven. Daarom zal het hof eerst de vraag beantwoorden of de verdachte inderdaad de gebruiker was van het aan hem toegeschreven SkyECC-account. Vervolgens zal het onder 2 subsidiair ten laste gelegde feit worden besproken. Tot slot wordt een oordeel gegeven over de onder 1 ten laste gelegde deelname aan een criminele organisatie. Identificatie Het openbaar ministerie stelt zich op het standpunt dat de verdachte bij het plegen van de tenlastegelegde feiten gebruik heeft gemaakt van de versleutelde berichtendienst SkyECC met de gebruikersnaam [account 4]. Bewijsmiddelen Het procesdossier bevat ten aanzien van SkyECC-account [account 4] het volgende. Uit onderzoek is gebleken dat SkyECC-account [account 4] is gekoppeld aan het IMSI-nummer [IMSI-nummer]. Op 23 januari 2021 is uit de inzet van een technisch hulpmiddel (IMSI-scan) gebleken dat een telefoon gebruikmakend van een SIM-kaart met het IMSI-nummer [IMSI-nummer] zich hoogstwaarschijnlijk bevond in de woning aan de [adres 1] te Den Haag. Dit is het adres waar de verdachte heeft verklaard te wonen. Tijdens de IMSI-scan op 23 januari 2021 werd waargenomen dat er een scooter met kenteken [kenteken 1], op naam van de verdachte, voor de deur van de woning aan de [adres 1] te Den Haag stond. Ook op 6 en 9 maart 2021 meldde - bij een globale lokalisering - het IMSI-nummer [IMSI-nummer] zich aan ter hoogte van de woning aan de [adres 1] te Den Haag. Op 9 maart 2021 is in de woning aan de [adres 1] te Den Haag een rode iPhone in beslag genomen. Uit onderzoek is gebleken dat deze telefoon met het IMEI-nummer [IMEI-nummer] werd gebruikt door de verdachte. De verdachte heeft dit bevestigd. Het hof zal deze telefoon hierna verder aanduiden als de rode iPhone. Uit analyse van de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer van de rode iPhone — gevorderd van 29 september 2020 tot en met 29 maart 2021 — en de telefoon met het IMSI-nummer [IMSI-nummer] - gevorderd van 22 juli 2020 tot en met 22 januari 2021 - is gebleken dat het telefoonnummer in gebruik bij de verdachte en het Sky-account [account 4] gekoppeld aan het IMSI-nummer [IMSI-nummer] dagelijks veelal dezelfde reisbewegingen maakten. Hiervan zijn voorbeelden op drie data weergegeven in een proces-verbaal. Op 22 december 2020 bevonden het telefoonnummer in gebruik bij de verdachte en het SkyECC-account [account 4] gekoppeld aan het IMSI-nummer [IMSI-nummer] zich rond hetzelfde tijdstip in Utrecht, op 30 december 2020 in Leidschendam en op 12 januari 2021 wederom in Utrecht. In een ander proces-verbaal is gerelateerd dat het telefoonnummer in gebruik bij de verdachte en het SkyECC-account [account 4] gekoppeld aan het IMSI-nummer [IMSI-nummer] zich op 11 februari 2021 hebben bewogen van Den Haag naar de regio Antwerpen en weer terug. Voorts is op 6 maart 2021 tijdens een observatie waargenomen dat de verdachte om 13:22 uur de woning aan de [adres 1] te Den Haag verliet op de scooter met kenteken [kenteken 1]. Uit de data van het SkyECC-account [account 4] is gebleken dat deze tegelijk met de verdachte in noordelijke richting van paallocatie veranderde. Hoewel ten tijde van de aanhouding van de verdachte geen telefoon met de SkyECC-app bij hem is aangetroffen, is het hof op basis van het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, van oordeel dat de verdachte de gebruiker was van het SkyECC-account [account 4]. Het alternatief scenario dat door de verdediging ook in hoger beroep naar voren is gebracht, dat inhoudt dat een buurman van de verdachte – vermoedelijk [buurman 1 verdachte] – de gebruiker van het SkyECC-account [account 4] is geweest, acht het hof niet aannemelijk geworden. Het volgende is daartoe van belang. Ten tijde van het onderzoek stond [buurman 1 verdachte] ingeschreven op de [adres 2] te Den Haag, welk perceel om de hoek van de [adres 1] te Den Haag is gelegen. De achtertuinen van de beide percelen grenzen aan elkaar. De verdediging heeft er op gewezen dat onvoldoende bekend is over de nauwkeurigheid van de IMSI-scan op 23 januari 2021 om uit te kunnen sluiten dat de telefoon met het SkyECC-account [account 4] zich bevond op de [adres 2] in plaats van het adres van de verdachte. Hetzelfde geldt voor de globale lokaliseringen die hebben plaatsgevonden op 6 en 9 maart 2021. Dit geldt temeer nu [buurman 1 verdachte] en zijn familie – net als de verdachte en zijn broers – bij de politie bekend zouden zijn als subject zware criminaliteit binnen een crimineel cluster, aldus de verdediging. De verdediging heeft de gelegenheid gekregen tot het stellen van schriftelijke vragen aan de bij de IMSI-scan van 23 januari 2021 betrokken verbalisanten. Verbalisant [verbalisant-nummer 1] heeft op 1 maart 2022 onder andere het volgende geverbaliseerd: “Het door ons gezochte imsi nummer bleek na meting zich vermoedelijk niet op [adres 2] te Den Haag te bevinden maar hoogstwaarschijnlijk op de [adres 1] te Den Haag. (..) Uit de meting bleek het sterkste signaal te komen uit de richting van het adres [adres 1]” en door verbalisant [verbalisant-nummer 2] op 25 februari 2022: “Het signaal van de door ons gebruikte apparatuur wordt gemeten bij het door ons in het proces-verbaal genoemde perceel en de percelen daar direct aan grenzend. Het signaal is het sterkste bij het specifiek door ons in het proces-verbaal genoemde perceel waardoor er geen technische aanwijzing is dat genoemd IMSI nummer zich ergens anders bevindt (..)”. Op basis van deze onderzoeksbevindingen bestaat er naar het oordeel van het hof onvoldoende reden om de locatiebepaling van de telefoon met het SkyECC-account [account 4] op het adres van de verdachte op 23 januari 2021 in twijfel te trekken wegens de door de verdediging opgeworpen argumenten. Bij globale lokalisering op 6 en 9 maart 2021 meldde het betreffende IMSI-nummer zich opnieuw aan op hetzelfde adres. Dat het niet [buurman 1 verdachte] of een van zijn familieleden is geweest die op deze momenten de betreffende telefoon in gebruik had op de [adres 2] te Den Haag - bijvoorbeeld in de achtertuin, zoals door de verdediging nog is opgeworpen – vindt bevestiging in de observatiebevindingen van 6 maart 2021, toen is waargenomen dat de verdachte op zijn scooter vertrok vanaf zijn woning aan de [adres 1] te Den Haag in noordelijke richting en uit de data van het SkyECC-account [account 4] blijkt dat de telefoon met de SkyECC-app rondom dezelfde tijd als de fysieke verplaatsing van de verdachte in noordelijke richting van paallocatie is veranderd. Niet is gezien dat iemand anders, zoals bijvoorbeeld [buurman 1 verdachte], op dat moment met de verdachte is meegereisd. Dat de verdachte de gebruiker was van het SkyECC-account [account 4] wordt, naast de lokalisering van dit SkyECC-account op zijn adres en de bevindingen omtrent de observatie en reisbewegingen, bevestigd doordat het account [account 4] een tegencontact is van de SkyECC-accounts die aan diverse medeverdachten in dit onderzoek, waaronder een aantal broers van de verdachte, worden toegeschreven. In chatberichten spreekt de gebruiker van het SkyECC-account [account 4] in drugsgerelateerde gesprekken bovendien een aantal maal met zijn contacten over ‘me broer’. Anders dan de ook veel als aanspreekvorm in de chats voorkomende termen ‘bro’ of ‘broer’ lijkt het gebruik tegenover anderen van de woorden ‘me broer’, bijvoorbeeld in de zin: “(..) als ze aan me broer voor 12 geven pakt hij veel okee (..)” in een gesprek waarbij de gebruiker van het SkyECC-account [account 4] een foto meestuurt van vermoedelijke heroïne, te duiden op een familiaire relatie. Het wijst erop dat deze broer ook betrokkenheid heeft bij gedragingen met betrekking tot verdovende middelen, zoals in de zaken van meerdere broers van de verdachte bewezen is verklaard. De overige verweren van de verdediging ten aanzien van de identificatie treffen, gelet op het voorgaande, geen doel. Feit 2, subsidiair voorbereidingshandelingen Onder dit feit wordt de verdachte verweten dat hij voorbereidingshandelingen voor de handel in harddrugs heeft gepleegd door inlichtingen uit te wisselen en een PGP-telefoon en een auto met daarin een verborgen ruimte voorhanden te hebben. Bewijsmiddelen ten aanzien van de chatberichten Van het SkyECC-account [account 4] zijn chatberichten aanwezig van 13 december 2020 tot en met 8 maart 2021. In de hierna weergegeven chats worden verschillende woorden gebruikt. [medeverdachte 4] heeft verklaard dat de volgende in zijn berichtenverkeer gebruikte woorden de volgende betekenis hebben: ‘Bruin’ is heroïne; ‘Stuks’ zijn kilo’s, ook wel blokken te zien op sommige foto’s in het dossier; ‘Colo’ is Colombiaanse cocaïne; ‘Boli’ is Boliviaanse cocaïne; Met ‘28’ en ‘28,5’ wordt bedoeld de prijs van cocaïne; Een ‘kwartje’ is € 250,- per blok; ‘Pap’ is papier en ‘papier’ is geld. [account 4] naar [account 1] Op 3 februari 2021 om 17:09:36 uur en 17:09:48 uur stuurt de gebruiker van SkyECC-account [account 4] foto’s naar SkyECC-account [account 1]. Gelet op de verklaring van [medeverdachte 4] bestaat het vermoeden dat het gaat om foto’s van blokken cocaïne. 2021-02-17 22:56:19 [account 4] Is goed bro voor hoeveel krijg jij ze dan a homo? 2021-02-17 23:21:18 [account 4] Luisteren dan gaan we morgen zeggen 26,5 2021-02-17 23:21:18 [account 4] Dan kunnen we kwartje pakken toch 2021-02-17 23:42:55 [account 4] Vraagt blauw je ook boli 2021-02-17 23:43:11 [account 4] Meh die appt me net zegt is die 8 nog 2021-02-17 23:43:11 [account 4] Ik zei ja 29 [account 4] naar [account 2] 2021-01-04 15:15:02 [account 4] Zijn wat spullen 2021-01-04 15:15:02 [account 4] Als je der wat mee kan Op 4 januari 2021 om 15:15:02 uur stuurt de gebruiker van SkyECC-account [account 4] vervolgens een aantal foto’s naar de gebruiker van SkyECC-account [account 2]. Wat op deze foto’s staat afgebeeld, wordt door verbalisanten ambtshalve herkend als kiloblokken cocaïne. Op 7 februari 2021 om 20:09:11 uur stuurt de gebruiker van SkyECC-account [account 4] een foto naar de gebruiker van SkyECC-account [account 2]. Wat op deze foto staat afgebeeld wordt door verbalisanten ambtshalve herkend als heroïne. 2021-02-07 20:09 [account 4] 13,5 moet ik er voor hebben [account 4] naar [account 3] Op 4 januari 2021 om 14:36:39 uur en 14:36:40 uur stuurt de gebruiker van SkyECC-account [account 4] foto’s van vermoedelijk een kiloblok cocaïne naar de gebruiker van [account 3]. 2021-01-04 14:36:40 [account 4] Voor jou broer 30 2021-01-04 14:36:41 [account 4] Maar snel broer 2021-02-07 19:29:22 [account 4] Sallem broer er is donkere als jullie nodig hebben Op 7 februari 2021 om 19:58:26 uur en 20:00:03 uur stuurt de gebruiker van SkyECC-account [account 4] foto’s naar de gebruiker van SkyECC-account [account 3] waarop door verbalisanten ambtshalve heroïne wordt herkend. 2021-02-07 20:02:00 [account 4] Broer me broer vraagt mij 13 en moet halve puntje of kwartje krijgen broer ligt eraan hoeveel mensen nemen 2021-02-07 20:02:00 [account 4] 13,5 2021-02-10 15:49:05 [account 4] Er is 2000 binnen gekomen 2021-02-10 15:49:11 [account 4] Donkere en lichte 2021-02-10 15:50:56 [account 4] Oké kijk of je aan mij voor 12 kan geven dan zeg ik me broer dat hij liever via jou pakt Op 10 februari 2021 om 14:51:34 uur en 15:51:48 uur stuurt de gebruiker van SkyECC-account [account 4] vervolgens foto’s naar de gebruiker van SkyECC-account [account 3] waarop door verbalisanten ambtshalve heroïne wordt herkend. 2021-02-10 15:52:26 [account 4] Kijk maar dan kan ik met me broer praten 2021-02-10 15:53:00 [account 4] En wij hebben ze 3 dagen geleden al gekregen 2021-02-10 15:53:56 [account 4] Dus kijk maar als je kan geven 12 dan kan ik praten met me broer praat met ze 2021-02-10 15:54:03 [account 4] Zeg cash 2021-02-10 17:41:46 [account 4] Kijk maar probeer broer dan kan hij veel weg doen oké broer Het oordeel van het hof ten aanzien van de chatberichten van SkyECC-account [account 4] Uit de chatberichten in combinatie met de door [medeverdachte 4] afgelegde verklaring over de betekenis van enkele woorden die in de chats worden gebruikt, blijkt dat de verdachte als gebruiker van SkyECC-account [account 4] chatberichten heeft verstuurd die betrekking hebben op de handel in harddrugs. Uit de chatberichten blijkt dat de verdachte met zijn SkyECC-account [account 4] inlichtingen heeft uitgewisseld over de prijs, beschikbaarheid en samenstelling van cocaïne en heroïne met de gebruikers van de op de tenlastelegging vermelde SkyECC-accounts. Voor het gebruik van dit SkyECC-account moet de verdachte een PGP-telefoon voor handen hebben gehad. Hiermee heeft hij zich naar het oordeel van het hof schuldig gemaakt aan de subsidiair ten laste gelegde voorbereidingshandelingen voor de handel in harddrugs. Het oordeel van het hof ten aanzien van de Volkswagen Up Op 9 maart 2021 is onder de verdachte de aan hem toebehorende Volkswagen Up (hierna: VW Up) met het kenteken [kenteken 2] in beslag genomen en vervolgens door de Douane onderzocht. In het voertuig is een (lege) verborgen bergruimte aangetroffen. De Douane heeft gerapporteerd dat de verborgen ruimte geen voorziening betreft die standaard in dit voertuig aanwezig is, maar dat deze op zeer professionele wijze achteraf is ingebouwd, waarbij een afstandsbediening nodig is om de ruimte te openen. In het Douanerapport is vermeld dat de wijze van inbouw en hoge kwaliteit van afwerking doet vermoeden dat deze ruimte geen ander doel dient dat het onttrekken aan het ambtelijk toezicht van voorwerpen die zich in deze afgeschermde ruimte zouden bevinden. De verdachte heeft verklaard dat hij niet op de hoogte was van de aanwezigheid van deze verborgen ruimte in zijn VW Up. Het hof schuift deze verklaring als ongeloofwaardig terzijde. Daartoe gaat het hof ervan uit dat de verdachte, behoudens aanwijzingen voor het tegendeel, als eigenaar van het voertuig bekend moet worden verondersteld met een speciaal ingebouwde verborgen ruimte die zich daarin bevindt. De verborgen ruimte was aangebracht in de ruimte voor het reservewiel, die daardoor niet op een normale manier toegankelijk was. Het hof acht daarom niet aannemelijk dat de verdachte niet van deze ruimte geweten heeft ten tijde van de aanschaf van dit voertuig. Het enkele feit dat de afstandsbediening van de verborgen ruimte op 9 maart 2021 niet bij hem of in zijn woning is aangetroffen maakt dat niet anders. Daarbij komt dat in dit onderzoek chatberichten zijn aangetroffen van Encrochat- en SkyECC-accounts waarin wordt gesproken over stash auto’s (ook wel gespeld als stache auto) om drugs mee te vervoeren en zijn, naast de VW Up van de verdachte, nog twee voortuigen aangetroffen met verborgen ruimtes. Deze zijn inbeslaggenomen onder [medeverdachte 2] respectievelijk [medeverdachte 1]. In de verborgen ruimtes van die beide voertuigen zijn op 9 maart 2021 grote hoeveelheden contant geld en harddrugs aangetroffen, waaronder blokken cocaïne verpakt in een groene wikkel waarop ‘ICON’ stond vermeld. Dit terwijl de verdachte op 8 maart 2021 via het SkyECC-account [account 4] ‘spullen’ heeft aangeboden aan de gebruiker van het SkyECC-account [account 7] ‘voor 27’ en daarbij een foto heeft meegestuurd van een blok met stempel 'ICON', dat gedeeltelijk is omwikkeld met groen verpakkingsmateriaal. De aanwezigheid van de verborgen ruimte in de VW Up van de verdachte stond derhalve niet op zichzelf en dergelijke verborgen ruimtes staan binnen het onderzoek aantoonbaar in verband met (de voorbereiding van) Opiumwetdelicten. Het hof concludeert dat de aanwezigheid van de verborgen ruimte in de auto van de verdachte daartoe evenzeer was bestemd en dat de verdachte daarvan wist. Ook door middel van het voorhanden hebben van dit voertuig met een verborgen ruimte heeft de verdachte naar het oordeel van het hof strafbare voorbereidings-handelingen ten aanzien van Opiumwetfeiten gepleegd. Resumerend acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 2 subsidiair ten laste gelegde voorbereidingshandelingen voor harddrugshandel heeft gepleegd met de door hem gevoerde communicatie met een PGP-telefoon en het bezit van de VW Up met een verborgen ruimte, in de periode van 13 december 2020 (het eerste moment dat het SkyECC-account [account 4] actief was) tot en met 9 maart 2021. Ten aanzien van de pleegplaats overweegt het hof dat het, nu de woonplaats van de verdachte Den Haag betreft, aannemelijk is dat de chatberichten vanuit die plaats zijn verzonden. Nu dit niet met zekerheid is vast te stellen, zal het hof als pleegplaats ‘Den Haag en/of elders in Nederland’ bewezen verklaren. Feit 1, criminele organisatie Onder feit 1 is aan de verdachte ten laste gelegd dat hij heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, waaraan ook de andere verdachten in het onderzoek Eems hebben deelgenomen, die tot doel had om strafbare feiten te plegen zoals bedoeld in artikel 10 en 10a van de Opiumwet. Dit feit is strafbaar gesteld in artikel 11b van de Opiumwet, welk artikel een zogenoemde lex specialis vormt van artikel 140 Sr. Onder een criminele organisatie als bedoeld in deze artikelen wordt verstaan een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en tenminste één andere persoon. Het oogmerk van de organisatie moet zijn gericht op het plegen van misdrijven – in dit geval die van artikel 10 en 10a van de Opiumwet. Van deelneming aan een criminele organisatie is sprake als de verdachte behoort tot het samenwerkingsverband én als de verdachte een aandeel heeft in gedragingen, dan wel gedragingen ondersteunt, die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het hierboven bedoelde oogmerk. In het bestanddeel “deelneming aan” ligt tevens het opzet van de verdachte besloten. Om als deelnemer aan een criminele organisatie te kunnen worden aangemerkt is niet vereist dat komt vast te staan dat de verdachte heeft samengewerkt met, althans bekend moet zijn geweest met alle andere personen die deel uitmaakten van de organisatie of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is geweest. De bewijsmiddelen a. In diverse processen-verbaal van identificatie staat met betrekking tot gebruikers van SkyECC- en EncroChat-accounts: - [verdachte] gebruikte SkyECC-account [account 4]; - [medeverdachte 1]gebruikte EncroChat-accounts [account 8] en [account 9] en SkyECC-accounts [account 10], [account 11] en [account 12]; - [medeverdachte 4] gebruikte EncroChat-accounts [account 13] en [account 14] en SkyECC-accounts [account 15] en [account 5]; - [medeverdachte 2] gebruikte SkyECC-accounts [account 16] en [account 6]; - [medeverdachte 5] gebruikte EncroChat-account [account 17] en SkyECC-account [account 1]; - [medeverdachte 6] had vanaf 7 maart 2021 de telefoon voorhanden waarop het SkyECC-account [account 18] stond geregistreerd. In de chatberichten van de hiervoor genoemde accounts zijn onder meer de volgende chatberichten aangetroffen (zakelijk weergegeven): - [account 13] naar [account 8] op 4 april 2020: Bro; Heb hier mooie toppers; Voor je; Colo; 27.250; [stuurt foto’s] hier heb ik 25 st; kan genoeg erbij halen; zeg het maar, [account 8]: oke van wie zijn die; heb gehoord worden niet hard die blijft pap? - [account 14] naar [account 9] op 6 juni 2020: Jo; Waar staat ie; Ik ga die 12 pakken [account 9]: Kom ik ben thuis? - [account 14] naar [account 9] op 7 juni 2020: Ik krijg zo die pap van opa voor die turkse ga die even tellen; Dan breng ik die naar jou; Jo moet ik die pap nu brengen; Jo; Ben er; Moet ik deze pap aan bolle geven; [account 9]: Ja; [account 14]: Oké 220 plus 80 is hier; - [account 6] naar [account 1] op 27 november 2020: Kom naar café bro; Kijk aub of niemand je volgt, [account 1]: Ok bro; Ik kom eraan [account 1] stuurt een foto van een briefje met daarop vier namen en vier bedragen. De vier bedragen opgeteld geven een totaalbedrag van € 1.072.000 (451.000 + 399.000 + 100.000 + 122.000)]; - [account 1] aan [account 12] op 8 december 2020: Er is tp naar Griekenland; Van poes; Hij vraagt of dat voor interessant is; [account 12]: Ja; Vraag of ie een stukje verder komt in turkije; [...] Oke top die ierland is intressant bro heb daar goeie klanten? - [account 12] aan [account 19] op 13 december 2020: Ja bro ik heb nog tp voor deze week uk bro laatste die nog gaat ik wilde sturen maar ze hebben mij nog geen pap gestuurd; Ja broer welke; Poeder of blok; Oké wacht ik geef je zijn mail van sky kan je gelijk met hem mailen en groepchat maken tussen hun; ECC ID: [account 18]; - [account 1] aan [account 6] op 14 december 2020: Ik tel hier 428; moment ik krijg meer; bro; [account 6]: 502500; moet je vragen bro; [account 1]: hij zegt hij gaat proberen; bro; [account 6]; hij heeft bro; ([account 1] stuurt foto met geld); - [account 4] naar [account 3] op 4 januari 2021: Heb hier laatste 25 nog zo zegt me broer; Ok? (stuurt foto van blok met wit poeder); - [account 16] naar [account 12] op 9 januari 2021: Je kan ze geven 28750 zo geven; [account 12] naar [account 20] op 9 januari 2021: Voor jou geef ik 28750 bro maar moet je niemand zeggen omdat ik de meest geef 29.5 maar nie; [account 20]: ja goed broer; nee niemand broer ik praat niet; - [account 16] naar [account 12] op 10 januari 2021: Dan stuur ik boforma langs je dan rijd hij gelijk naar Rotterdam [account 12]: hoeveel moet ik hem geven; stuur hem [account 16]: alles; behalve 200tjes; [account 12]: oke stuur hem [account 16]: oke laat me weten hoe veel daar is aub; - [account 12] naar [account 1] op 11 januari 2021: Heb je foto van die donkere korels; [account 1]: ja bro; - [account 4] naar [account 3] op 7 februari 2021: Broer me broer vraagt mij 13 en moet halve puntje of kwartje krijgen broer ligt eraan hoeveel mensen nemen; Dus kijk maar ik moet eten broer ga niet voor niks rennen kwartje wil ik eten en dan moet ik me broer morgen vragen oké dan laat ik je weten oké morgen oké; - [account 4] naar [account 3] op 10 februari 2021: Er is 2000 binnen gekomen; Donkere en lichte; Oké dan weet jij dat ook broer; Oké kijk of je aan mij voor 12 kan geven dan zeg ik me broer dat hij liever via jou pakt; Oké; Dan pakt hij veel; [...] Die prijs krijgt me broer al broer kijk als daar wat andere prijs is laat me weten broer; Broer kijk als ze aan me broer voor 12 geven pakt hij veel oke; - [account 16] naar [account 1] op 7 februari 2021: [stuurt foto met bruine blokken met opdruk ROSE] Ik heb zo donkere bro; 13250; - [account 4] naar [account 1] op 17 februari 2021: Is goed bro voor hoeveel krijg jij ze dan a homo?; Luisteren dan gaan we morgen zeggen 26,5; Dan kunnen we kwartje pakken toch; - [account 16] naar [account 1] op 1 maart 2021: Hoi bro slm; Ik stuur je foto; [stuurt foto met plastic zak met bruine inhoud] Bid ze 13 aan bro; Daar zit je brood aan; Jij mag ze verkopen voor 13; 250 per st is je winst: kan je nieuwe tv kopen; - [account 11] naar [account 21] op 16 juni 2020: Broer luister heb ie tp klaar staan om spullen op te halen in Griekenland; En hoelang kan tp daar zijn; Kan ie dan tp regelen; donderdag of vrijdag; Ja blokken; Ja maar kan je tp regelen komende donderdag of vrijdag; Oké; 1000; Nee bro mijn broertje is daar al deze keer. In de chatberichten die aan [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] worden toegeschreven wordt gesproken over ‘tp’, ‘transport’, ‘UK’, ‘Colombia’, ‘Peru’, ‘Suriname’, ‘Argentinië’, ‘Maersk’, ‘CMA’, ‘kapitein’, ‘matroos’, ‘havens’ en ‘containers’. Bij de aanhouding van de verdachten en tijdens het daarop volgende onderzoek is onder meer het volgende aangetroffen: - in een BMW X Reihe met kenteken [kenteken 3] (hierna: de BMW) die in de directe omgeving van de woning van [medeverdachte 1] is aangetroffen: 110 kilo van een materiaal bevattende cocaïne, 64,5 kilo van een materiaal bevattende heroïne en een bedrag van € 481.650,-; - in een Citroën, type Jumpy, met kenteken [kenteken 4] (hierna: de Citroën Jumpy) achter de woning waar [medeverdachte 2] verbleef: circa 43 kilo van een materiaal bevattende cocaïne en 17 kilo van een materiaal bevattende heroïne, een geldtelmachine, en een bedrag van € 3.585.235,-; - in de woning [woonadres verdachte] te Den Haag: bakken met poederresten, 25 liter geelbruine vloeistof, 4 kilo crème poeder, een vacuüm sealmachine met mallen, een stalen persframe met krik, 10 persplaten met logo’s (o.a. Audi en anker), een persmal met poederresten, verpakkingsmiddelen, vloeipapier, 40 rollen tape, een zak met 1.000 elastiekjes, weegschalen, mixers, een kartelmes en zeven jerrycans met Aceton; - in de woning [adres 3] te Den Haag, het verblijfadres van [medeverdachte 2]: een geldbedrag van € 18.250,-; - in de woning [adres 4] te Den Haag, het woonadres van [medeverdachte 1]: een geldbedrag van € 135.000,-; - in de woning [adres 5] te Den Haag, het woonadres van [medeverdachte 4]: een geldbedrag van in totaal € 3.975,-. Op verschillende plekken is DNA aangetroffen wat is te herleiden naar verdachten uit het onderzoek Eems: - in de BMW is tot [medeverdachte 5] te herleiden DNA aangetroffen op een boodschappentas Dirk, waarin blokken met een materiaal bevattende cocaïne zaten; - in de BMW is verder tot [medeverdachte 1] te herleiden DNA aangetroffen op de Adidas rugzak waarin het geldbedrag van € 481.650,- zat en is een vingerafdruk aangetroffen op een boodschappentas Lidl, waarin blokken met cocaïne zaten, en welke vingerafdruk heeft geleid tot individualisatie op [medeverdachte 1]; - in de Citroën Jumpy is op twaalf verschillende plekken (waaronder op de boodschappentassen met geld, de rugzak en de handschoen onder de geldtelmachine) tot [medeverdachte 2] te herleiden DNA aangetroffen, en - in de woning [woonadres] te Den Haag is tot [medeverdachte 6] te herleiden DNA aangetroffen op een rietje van een drinkpakje Capri Sun op de salontafel in de woonkamer en tot [medeverdachte 1]te herleiden DNA op de binnenzijde van een handschoen uit een boodschappentas. Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft [medeverdachte 4] op vragen van zijn raadsman, de rechtbank en de officieren van justitie - zakelijk weergegeven – het volgende verklaard over de door hem gevoerde chatberichten: - met colo/coli wordt in de door hem gevoerde chatgesprekken gedoeld op Colombiaanse cocaïne, met boli op Boliviaanse cocaïne, met bruin op heroïne; met st of stuks wordt gedoeld op blokken cocaïne of heroïne; pap betekent geld; met een kwartje wordt € 250 bedoeld; - hij wilde iets verdienen met de in- en verkoop van harddrugs; - hij werd benaderd om transport te zoeken voor harddrugs van een ander en heeft daarvoor een van zijn broers benaderd; - om drugs aan anderen te kunnen leveren zocht hij contact met een van zijn broers, waarna hij het antwoord doorgaf aan zijn contact, en - hij kon niet zelf de prijs bepalen waarvoor hij drugs aan anderen verkocht, dit diende hij eerst aan een van zijn broers te vragen. Het adres [woonadres verdachte] te Den Haag is het BRP-adres van [verdachte]. Hij verhuurde de woning aan [medeverdachte 6]. Het adres wordt genoemd in de chatberichten van de hierboven genoemde accounts, om elkaar te ontmoeten of geld af te leveren. Foto’s van het interieur van deze woning zijn verstuurd door de EncroChat-accounts [account 9] ([medeverdachte 1]) en [account 13] ([medeverdachte 4]), waarbij ook een grote hoeveelheid geld en een geldtelmachine te zien zijn. In de woning is verpakkingsmateriaal en een geldtelmachine aangetroffen. Uit observaties blijkt dat [medeverdachte 4], [verdachte], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] in de periode vanaf december 2020 tot en met januari 2021 ook bij deze woning zijn gezien. Op 8 februari 2021 stuurde de gebruiker van het SkyECC-account [account 4] naar de gebruiker van het SkyECC-account [account 7]: Broer als je wilt kan je komen halen zijn 1250 blokken [...] Kom waar je altijd naar [bijnaam medeverdachte 6] komt? Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat het Marokkaanse neefje van de onderbuurman van [woonadres verdachte] te Den Haag (deze buurman heette [buurman 2 verdachte] en wordt ook ‘lange’ genoemd) in de woning aan de [adres 6] te Den Haag heeft gelogeerd. Hij verklaarde dat '[bijnaam medeverdachte 6]', wiens echte naam [medeverdachte 6] is, ook op nummer [huisnummer] woonde. In de chatberichten van de genoemde accounts wordt ‘[bijnaam medeverdachte 6]’ vele malen genoemd. Ten aanzien van de stempels/opdrukken op de aangetroffen verpakkingen harddrugs is het volgende geverbaliseerd. - In een telefoon in gebruik bij [medeverdachte 6] zijn Telegramberichten van 7 maart 2021 gevonden over ‘have you seen ICON’. SkyECC-account [account 12] ([medeverdachte 1]) verstuurde op 7 en 8 maart 2021 foto’s van blokken ICON. SkyECC-account [account 4] ([verdachte]) verstuurde op 8 maart 2021 een foto van een blok ICON met groen verpakkingsmateriaal. [verdachte] verstuurt dezelfde foto die [medeverdachte 1]eerder stuurde, en [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1]sturen een foto door die eerder door [medeverdachte 2] is gestuurd. - In de BMW van [medeverdachte 1](op naam van [medeverdachte 6]) is op 9 maart 2021 een groot aantal groene blokken met de opdruk ICON gevonden, in totaal 110 kilo. - In de Citroën Jumpy van [medeverdachte 2] zijn 43 blokken van een materiaal bevattende cocaïne aangetroffen, waaronder een aantal groene pakketten met de opdruk ICON, een aantal zilveren pakketten met de opdruk "Mercedes-Benz" en een aantal donker gekleurde pakketten met de opdruk van een anker. - SkyECC-account [account 12] ([medeverdachte 1]) stuurde op 24 februari 2021 naar SkyECC-account [account 19]: Slm bro als je echt haast hebt kan ik je 7 geven die zijn kant en klaar maar wollah zitten 200 erin ik wilde ze ook sturen als je haast heb geef ik je die laat ik gelijk maken is anker br. - In de woning [adres 6] te Den Haag zijn persplaten met logo’s van Audi en een anker en een boodschappentas met vellen A4-papier aangetroffen met daarop logo’s van Audi en van een anker. - In chats van de gebruiker van SkyECC-account [account 1] (geïdentificeerd als [medeverdachte 5]) werden op 2 maart 2021 afbeeldingen van (vermoedelijk) blokken cocaïne met stempels AUDI en Mercedes gestuurd en de tekst: 'Ja deze is garantie bro' (...) 'Zijn toppers bro'. i. In de BMW, de Citroën Jumpy en de Volkswagen Up op naam van [verdachte] zijn professioneel ingebouwde verborgen ruimtes aangetroffen. De verborgen ruimtes in de Citroën Jumpy en de VW Up waren te openen door middel van een afstandsbediening. In de verborgen ruimtes van de BMW en de Citroën Jumpy zijn - zoals hiervoor al werd vermeld - grote hoeveelheden harddrugs aangetroffen. In verschillende chatberichten van het SkyECC-account [account 16] ([medeverdachte 2]) wordt gesproken over ‘de plaats auto’ en de ‘stash auto’, waarbij ook een foto is verstuurd van een auto die is herkend als de Citroën Jumpy. In chatberichten tussen [account 8] ([medeverdachte 1]) en [account 22] (door [account 8] opgeslagen als ‘stashauto’) informeert [account 8] naar de mogelijkheden ten aanzien van auto’s met verborgen ruimtes en hoe groot die ruimtes dan zijn. [account 17] ([medeverdachte 5]) biedt transport aan voor Duitsland, Frankrijk, Denemarken, Zweden, Spanje: ‘ik heb met vrachtwagen en stash’. In augustus 2019 zijn gesprekken opgenomen die zijn gevoerd tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] toen [medeverdachte 2] gedetineerd zat in de Penitentiaire Inrichting (P.I.) Alphen aan den Rijn. In de gesprekken gaat het onder meer over opdrachten die [medeverdachte 5] krijgt om ‘een bak’ weg te halen (waarmee boetes worden gemaakt), wordt gesproken over ‘[naam 1]’ en ‘[naam 2]’ en ‘[account 13]’, geeft [medeverdachte 2] de instructie ‘Leg/geef/lever hem 2 kilo’ en wordt gesproken over een bak die [medeverdachte 5] gaat wegbrengen, waarbij [medeverdachte 2] uitleg geeft over een afstandsbediening. Op grond van de hierboven genoemde bewijsmiddelen stelt het hof - grotendeels met de rechtbank - het volgende vast. De verdachten zijn allen geïdentificeerd als gebruiker van één of meer accounts van de versleutelde berichtendiensten EncroChat en SkyECC. Dit geldt alleen niet voor [medeverdachte 6], die enkel een SkyECC-telefoon voorhanden heeft gehad (maar bij wie het hof niet bewezen acht dat hij met deze telefoon versleutelde chatberichten heeft uitgewisseld), en voor [medeverdachte 3]. Ten aanzien van [medeverdachte 3] acht het hof niet bewezen dat hij heeft deelgenomen aan de criminele organisatie. In het navolgende wordt hij niet begrepen onder ‘de verdachten’. Via de EncroChat- en SkyECC-accounts hadden de verdachten contact met elkaar en met derden over de aankoop, de verkoop, de prijzen en het vervoer van heroïne en cocaïne. Uit de chatberichten blijkt dat de verdachten onderling en met derden harddrugs verhandelden, dat zij grote geldbedragen beschikbaar hadden en ook aan elkaar overhandigden en dat gesproken werd over vervoer van drugs via transportlijnen uit onder andere Zuid-Amerika. Bij doorzoeking van de woningen en voertuigen van de verdachten zijn op meerdere plekken grote hoeveelheden harddrugs, drugsgerelateerde goederen en grote geldbedragen aangetroffen. Dit betreft met name de voertuigen die zijn aangetroffen bij of in de directe omgeving van de woningen van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1]en de woning van [medeverdachte 1]. In de woning [adres 6] te Den Haag zijn veel drugsgerelateerde goederen aangetroffen, die erop duiden dat deze woning is gebruikt als productielocatie van harddrugs. Zo zijn daar persplaten aangetroffen met logo’s (Audi en anker) die ook op een aantal cocaïneblokken zaten die zijn gevonden in de genoemde voertuigen. In de BMW, de Citroën Jumpy en de woning [adres 6] te Den Haag zijn DNA-sporen en vingerafdrukken gevonden die zijn te herleiden naar verschillende verdachten. Verder zijn in drie voertuigen professioneel ingebouwde verborgen ruimtes aangetroffen, terwijl daarover ook in de chatberichten werd gesproken. De verdachten konden bovendien tegelijkertijd beschikken over blokken cocaïne met de opdruk ICON. Zo werden op 7 en 8 maart 2021 foto’s rondgestuurd, eerst door [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1]en vervolgens ook door [verdachte] en [medeverdachte 4], waarbij deze blokken te koop werden aangeboden aan anderen. Op 9 maart 2021 werden in voertuigen van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] vele blokken van een materiaal bevattende cocaïne met opdruk ICON aangetroffen. Dit duidt op een gestructureerde samenwerking met betrekking tot de aankoop, het voorhanden hebben en de handel in cocaïne. De woning [woonadres verdachte] te Den Haag was - zo blijkt uit de chatberichten - een ontmoetingsplek voor de verdachten en hun contacten en werd gebruikt om (hard)drugs en geld op te halen of te brengen. Uit het procesdossier blijkt dat in de samenwerking tussen de verdachten een zekere rolverdeling is aan te wijzen. Met de voorbereiding van de invoer en uitvoer van harddrugs vanuit en naar het buitenland hielden met name [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1]zich bezig, zo blijkt uit hun chatberichten. Bij deze twee verdachten zijn ook de grote hoeveelheden harddrugs en contant geld aangetroffen. De aansturende rol van [medeverdachte 2] blijkt ook uit de gesprekken uit 2019 die in de P.I. zijn opgenomen, waarin het lijkt te gaan over [medeverdachte 4] en over een auto met stashruimte. De harddrugs werd binnen Europa en in Nederland met name verhandeld door [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5]. Daarbij is te zien dat zij harddrugs te koop aanbieden of door anderen worden gevraagd om harddrugs te regelen. In deze chatberichten valt op dat zij de verkoopprijzen eerst moeten afstemmen, zoals ook uit de verklaring van [medeverdachte 4] ter terechtzitting in eerste aanleg blijkt. Hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van de blokken ICON laat zien dat de harddrugs eerst beschikbaar waren voor [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1]en dat [medeverdachte 4], [medeverdachte 5] en [verdachte] deze harddrugs aan derden te koop hebben aangeboden, terwijl ze de harddrugs niet zelf voorhanden hadden. [verdachte] heeft niet alleen chatberichten gestuurd over de verkoop van harddrugs, maar bezat ook een auto met stashruimte en heeft zijn woning aan de [woonadres verdachte] te Den Haag ter beschikking gesteld. Hij verhuurde deze aan [medeverdachte 6], die gold als de loopjongen van de andere verdachten. [medeverdachte 6] verrichtte onder meer koeriersdiensten als er drugs of geld vervoerd moesten worden. [medeverdachte 6] woonde in de woning die door de andere verdachten werd gebruikt als ontmoetingsplek in het kader van de criminele organisatie. De verklaring van de verdachte dat hij er niet van op de hoogte was dat er in de woning aan de [woonadres verdachte] te Den Haag ‘iets verkeerds gebeurde’ omdat hij er feitelijk al geruime tijd niet meer woonde, volgt het hof niet. De verdachte heeft zelf verklaard dat hij de woning pas ongeveer een half jaar voor zijn aanhouding op 9 maart 2021 aan [medeverdachte 6] heeft verhuurd. Dit terwijl al in april 2020 in diverse chatberichten afkomstig van [medeverdachte 4] wordt gesproken over transacties op dit adres en [medeverdachte 1]in dezelfde maand een foto verstuurt van een grote hoeveelheid contant geld in stapels, welke foto duidelijk op dit adres is gemaakt. Dit alles vond plaats in Coronatijd, in welke periode de verdachte naar eigen zeggen elke dag in de woning aan de [woonadres verdachte] te Den Haag kwam om shisha te roken. Dat hij niet op de hoogte was de drugsgerelateerde activiteiten in deze woning acht het hof daarom ongeloofwaardig. Ten aanzien van de pleegperiode zal het hof aansluiting zoeken bij het vroegst aanwijsbare moment waarop de verdachte bij de organisatie betrokken was. Uit de chatberichten blijkt een onderlinge samenwerking die teruggaat tot in elk geval april 2020. In de zaak van de verdachte zal het hof uitgaan van een pleegperiode vanaf 1 april 2020, nu hij zijn woning aan de [woonadres verdachte] te Den Haag in elk geval vanaf die maand ter beschikking heeft gesteld. Ten aanzien van de pleegplaats overweegt het hof dat het, nu de woonplaats van de verdachte Den Haag betreft, aannemelijk is dat het deelnemen door de verdachte vanuit Den Haag heeft plaatsgevonden. Nu dit niet met zekerheid is vast te stellen, zal het hof als pleegplaats ‘Den Haag en/of elders in Nederland’ bewezen verklaren. Het hof zal - gelet op het voorgaande - onder feit 1 bewezen verklaren dat de verdachte gedurende de periode van 1 april 2020 tot en met 9 maart 2021 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die tot doel had het plegen van misdrijven als bedoeld in de artikelen 10, derde, vierde en vijfde lid, en 10a van de Opiumwet. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1.hij in of omstreeks de periode van 1 april 2020 tot en met 9 maart 2021 te Den Haag en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 1] en/of [verdachte] [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 6] en/of met een of meerdere andere (onbekend gebleven) perso(o)n(en), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van één of meer misdrij(f)(ven) als bedoeld in artikel 10 lid 3 en/of lid 4 en/of lid 5 van de Opiumwet en/of artikel 10a van de Opiumwet; 2. hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 13 december 2020 tot en met 9 maart 2021 te Den Haag en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen, (telkens) om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van een (grote) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne, (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst 1, voor te bereiden en/of te bevorderen, (telkens) zich en/of een of meer anderen meermalen althans eenmaal gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(
  7. en)heeft/hebben getracht te verschaffen, immers heeft hij/hebben zij - (met gebruiker(
  8. s)van accounts [account 1] en/of [account 2] en/of [account 3]) inlichtingen uitgewisseld over de prijs en/of beschikbaarheid en/of samenstelling van cocaïne en/of heroïne, en/of voorwerpen en/of een vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden voorhanden heeft/hebben gehad waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(
  9. s)wist(
  10. en)of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit (
  11. en)-te weten een of meer PGP telefoon(s), en/of - een of meerdere voertuigen met verborgen ruimte(
  12. s)terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewijsvoering Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring. In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het onder 1 bewezenverklaarde levert op: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, derde lid, vierde lid en vijfde lid en artikel 10a van de Opiumwet. Het onder 2 subsidiair bewezenverklaarde levert op: om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, zich en een ander inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en vervoermiddelen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. Beroep op strafvermindering in verband met vormverzuimen Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft verweren gevoerd als bedoeld in artikel 359a Wetboek van Strafvordering (Sv). In dat verband is naar voren gebracht dat sprake is van vormverzuimen met betrekking tot het opvragen van de verkeersgegevens en van een schending van artikel 152 Sv (de verbaliseringsplicht). De raadsvrouw stelt dat deze vormverzuimen dienen te leiden tot strafvermindering. Opvragen verkeersgegevens De historische verkeersgegevens betreffende het telefoonnummer in gebruik bij de verdachte en het SkyECC-account [account 4] zijn na de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 2 maart 2021 (Prokuratuur) opgevraagd zonder de vereiste toestemming van de rechter-commissaris. Daarbij zijn ook verkeersgegevens gevraagd van een periode die ligt voorafgaand aan het moment dat het SkyECC-account [account 4] actief was, terwijl de noodzaak daarvan niet is gebleken. De raadsvrouw heeft betoogd dat dit een vormverzuim betreft waardoor een meer dan geringe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte is gemaakt en dat daarom strafvermindering dient te volgen. Artikel 152 Sv Daarnaast is volgens de raadsvrouw sprake van een vormverzuim omdat de processen-verbaal aangaande de ingezette IMSI-scans pas zijn ondertekend in juli 2021 en niet ten spoedigste zijn opgemaakt, zoals is vereist op grond van artikel 152 Sv. De processen-verbaal betreffende de IMSI-scans zijn pas opgemaakt na vragen van de verdediging. Het hof overweegt ten aanzien van de door de raadsvrouw gevoerde strafmaatverweren het volgende. Ten aanzien van de verkeersgegevens Het hof stelt vast dat de historische verkeersgegevens van de SkyECC-telefoon met IMSI-nummer [IMSI-nummer], waarvan het hof heeft geoordeeld dat deze door de verdachte werd gebruikt, niet zijn verkregen in onderzoek Eems, maar in een ander onderzoek (Werl) dat niet geldt als voorbereidend onderzoek van onderzoek Eems. De voor het onderzoek Eems relevante informatie is na verleende toestemming van de officier van justitie van het andere onderzoek op basis van artikel 126dd Sv verstrekt aan onderzoek Eems. Voor zover in onderzoek Werl vormverzuimen zouden hebben plaatsgevonden, hetgeen in de onderhavige procedure niet is gebleken, brengt dit in beginsel geen strafrechtelijke gevolgen mee in deze strafzaak. Dit kan onder omstandigheden anders zijn, maar ook dergelijke omstandigheden zijn het hof niet gebleken. De verkeersgegevens van de telefoon van de verdachte zijn door de officier van justitie, in overeenstemming met de regels zoals gesteld in het Wetboek van Strafvordering, op 30 maart 2021 gevorderd over de periode van 29 september 2020 tot en met 29 maart 2021. De officier van justitie was, gelet op het arrest van het Hof van Justitie van 2 maart 2021 (C-746/18, ECLI:EU:C:2021:152, Prokuratuur), hiertoe echter niet meer bevoegd: ingevolge dit arrest had de rechter-commissaris hiervoor toestemming moeten verlenen. Daarmee is het Unierecht geschonden en is sprake van een onherstelbaar vormverzuim, zoals ten aanzien van de telefoon van de verdachte ook door de advocaat-generaal is erkend. Over de ernst van het verzuim overweegt het hof dat zij met de uitleg van het openbaar ministerie, namelijk dat de met het voornoemde arrest te wijzigen werkprocessen zo kort na het wijzen van het arrest nog niet waren afgerond, ziet dat geen sprake is van een doelbewuste veronachtzaming van de belangen van de verdachte. Bovendien is het nadeel voor de verdachte door het verzuim naar het oordeel van het hof beperkt. Dat met deze gang van zaken verkeersgegevens over een langere periode zijn opgevraagd dan het moment waarop het SkyECC-account [account 4] in gebruik bij de verdachte actief was en dat over een periode van ongeveer zes maanden kon worden vastgesteld waar de verdachte zich steeds bevond maakt naar het oordeel van het hof niet dat er sprake is van een meer dan geringe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte. Het voorgaande brengt met zich dat het hof zal volstaan met de constatering dat sprake is van een vormverzuim, zonder dat dit leidt tot strafvermindering. Ten aanzien van artikel 152 Sv Ten aanzien van de processen-verbaal aangaande de ingezette IMSI-scans geldt dat deze zijn ondertekend in juli 2021 terwijl de inzet reeds had plaatsgevonden op 23 januari 2021, respectievelijk 6 en 9 maart 2021. Dit is in strijd artikel 152 Sv, waarin is bepaald dat een proces-verbaal ‘ten spoedigste’ moet worden opgemaakt. Dat voorschrift strekt ertoe de betrouwbaarheid van hetgeen wordt gerelateerd te waarborgen. Hiermee is sprake van een onherstelbaar vormverzuim. De raadsvrouw heeft gesteld dat veel vragen van de verdediging ten aanzien van de inzet van de IMSI-scans niet zijn beantwoord en het tijdverloop daar mogelijk debet aan is. Daarin zou het nadeel van de verdachte besloten liggen. Het hof neemt in de eerste plaats in aanmerking dat de betreffende processen-verbaal een weergave betreffen van elektronische gegevens die zijn verkregen vanuit de IMSI-scans op 23 januari 2021, respectievelijk 6 en 9 maart 2021 en op die betreffende data al waren vastgelegd en geregistreerd. Het hof ziet daarom geen aanleiding om aan de betrouwbaarheid van de in de processen-verbaal neergelegde gegevens te twijfelen. Daarnaast is de raadsvrouw van de verdachte achteraf in de gelegenheid gesteld haar vragen omtrent de inzet van de IMSI-catcher te stellen en zijn deze vragen in nadere processen-verbaal beantwoord. Het hof volstaat daarom met constatering van het vormverzuim en ziet ook hierin geen aanleiding om over te gaan tot vermindering van straf. Strafmotivering Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Ernst van de feiten De verdachte heeft zich gedurende de bewezenverklaarde periode schuldig gemaakt aan het treffen van voorbereidingshandelingen voor de handel in harddrugs. Dat deed hij op professionele wijze. Hij communiceerde met een telefoon via een versleuteld SkyECC-account (een handelwijze die vooral in het criminele circuit wordt gebruikt), waarmee hij berichten uitwisselde waarin veelvuldig gesproken werd over de koop en verkoop van heroïne en cocaïne, in grote hoeveelheden en met een enorme waarde. Ook was de verdachte eigenaar van een auto waarin op vakkundige wijze een verborgen ruimte was aangebracht. De verdachte heeft daarbij deelgenomen aan een crimineel samenwerkingsverband met onder meer drie van zijn broers. Uit de berichten van de verdachte en van anderen is op te maken dat het crimineel samenwerkingsverband de grootschalige handel in harddrugs als oogmerk had. Die laten gesealde kiloblokken cocaïne en heroïne zien, voorzien van een stempel dat in de organisatie vaker terugkomt. De organisatie opereerde daarbij professioneel. In de berichten werd gesproken over containers en transport over zee, en over de mogelijkheid om de harddrugs in havens door te voeren, soms met hulp van corrupte contacten. Onder andere leden van het samenwerkingsverband zijn grote hoeveelheden cocaïne en heroïne en miljoenen aan contant geld in beslag genomen. De woning die de verdachte huurde — en weer onderverhuurde aan een ander lid van het criminele samenwerkingsverband - werd daarbij gebruikt als ontmoetingsplek en plaats om de harddrugs en geld over te dragen. Met de voorbereiding van de harddrugshandel en het ter beschikking stellen van zijn woning heeft de verdachte een wezenlijke bijdrage geleverd aan het crimineel samenwerkingsverband. Dat er bij de verdachte zelf geen verdovende middelen of geldbedragen aangetroffen, maakt zijn betrokkenheid bij het crimineel samenwerkingsverband niet minder groot. De georganiseerde handel in harddrugs heeft een bijzonder ontwrichtende invloed op de samenleving. Harddrugs zijn zeer verslavend en schadelijk voor de gezondheid. Bij gebruikers die daarvoor de financiële middelen niet hebben, leidt de behoefte aan harddrugs bovendien in de regel tot vermogensdelicten zoals winkeldiefstallen en woninginbraken, om zo de verslaving te kunnen financieren. Dat bij de handel in harddrugs veel geld omgaat is niet alleen een feit van algemene bekendheid, maar blijkt ook bij dit crimineel samenwerkingsverband uit de foto’s van grote hoeveelheden contant geld en het daadwerkelijk aantreffen van miljoenen aan contant geld. Van de georganiseerde harddrugshandel gaat in toenemende mate een ondermijnend en corrumperend effect uit. Dat geldt te meer als de drugshandel in een georganiseerd crimineel samenwerkingsverband wordt begaan. De structuur en duurzaamheid van een dergelijk verband, dat in dit geval professioneel opereerde en uit meerdere personen bestond, maakt de ondermijnende slagkracht groter en de bestrijding ervan moeilijker. De verdachte heeft zich kennelijk onvoldoende rekenschap gegeven van de schadelijke en ontwrichtende gevolgen van zijn gedragingen. Hij lijkt te hebben gehandeld uit puur eigenbelang, uitsluitend met het oogmerk van financieel gewin Het hof is dan ook van oordeel dat niet anders kan worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. Justitiële documentatie Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie van 22 april 2025, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld wegens het plegen van Opiumwet-delicten, waarbij in 2005 en 2015 gevangenisstraffen aan hem zijn opgelegd. Redelijke termijn Het hof overweegt ten aanzien van de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) als volgt. De redelijke termijn is aangevangen op 9 maart 2021. In eerste aanleg heeft de rechtbank vonnis gewezen op 12 juli 2022. Het hof gaat uit van een als redelijk te beoordelen termijn van 2 jaren. Aldus is de redelijke termijn in eerste aanleg met 4 dagen overschreden. Namens de verdachte is op 20 juli 2022 hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank. Dit arrest wordt gewezen op 3 juli 2025. Daarmee heeft de behandeling in hoger beroep niet plaatsgevonden binnen de als redelijk te beoordelen termijn van 2 jaren. De overschrijding van de redelijke termijn bedraagt ongeveer 11 maanden. Bij de beoordeling van de vraag of de redelijke termijn is overschreden kunnen bijzondere omstandigheden een rol spelen, zoals de ingewikkeldheid van een zaak, de invloed van de verdachte en/of zijn raadsman op het procesverloop, de verwevenheid met de zaken van de medeverdachten en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld. Hoewel het tijdsverloop mede is ingegeven doordat deze strafzaak deel uitmaakt van het onderzoek Eems, een omvangrijk onderzoek waarbij in eerste aanleg en hoger beroep meerdere verdachten gelijktijdig terecht hebben gestaan, en er zowel in eerste aanleg als in hoger beroep door de verdediging in diverse zaken onderzoekswensen, waaronder getuigenverhoren, zijn verzocht en ook zijn toegewezen, is het hof van oordeel dat deze omstandigheden niet het gehele tijdsverloop kunnen verklaren. Anders dan het openbaar ministerie is het hof dan ook van oordeel dat niet met de enkele constatering van de overschrijding volstaan kan worden. Gelet op al het voorgaande acht het hof in beginsel de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 46 maanden passend en geboden. Het hof zal met de geconstateerde overschrijding van de redelijke termijn rekening houden, waarbij ook de duur van de procedure als geheel wordt betrokken, door de in beginsel passend en geboden geachte gevangenisstraf voor de duur van 46 maanden nu te verminderen met 4 maanden. Het hof komt aldus tot oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden, met aftrek van voorarrest. Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is. De voorlopige hechtenis Het hof ziet in de ernst van de door verdachte gepleegde feiten in samenhang met het gevaar voor recidive van soortgelijke feiten aanleiding de schorsing van de voorlopige hechtenis op te heffen. Het hof heeft daarbij acht geslagen op de belangen van verdachte, maar is van oordeel dat de belangen van strafvordering prevaleren boven de belangen van de verdachte. Het hof zal dan ook de opheffing bevelen van de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis. De inbeslaggenomen voorwerpen De advocaten-generaal hebben gevorderd dat het op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder 1 genoemde voorwerp, te weten de VW Up zal worden onttrokken aan het verkeer en het op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder 2 genoemde voorwerp, te weten een kentekenbewijs ([kenteken 2]) zal worden verbeurdverklaard. De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de inbeslaggenomen voorwerpen op het standpunt gesteld dat deze dienen te worden teruggegeven aan de verdachte. Het hof zal de op de beslaglijst onder 1 en 2 genoemde voorwerpen, te weten de VW Up en het daarbij behorende kentekenbewijs onttrekken aan het verkeer. Zoals hiervoor is overwogen, is in dit voertuig een (lege) verborgen ruimte aangetroffen. Deze afgeschermde ruimte is geen voorziening die standaard in dit voertuig aanwezig is, maar is op zeer professionele wijze achteraf ingebouwd. Het voertuig behoort toe aan de verdachte. Uit het dossier is gebleken dat de onder 1 bewezenverklaarde criminele organisatie zich richtte op de handel in harddrugs. Binnen deze criminele organisatie werd gebruik gemaakt van voertuigen met verborgen ruimtes. Zo zijn onder twee medeverdachten voertuigen in beslag genomen, welke eveneens van (een) soortgelijke verborgen ruimte(
  13. s)was/waren voorzien, telkens gevuld met een aanzienlijke hoeveelheid harddrugs. Voorts is onder 2 subsidiair bewezen verklaard dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan voorbereidingshandelingen in het kader van overtreding van de Opiumwet, onder meer door het voorhanden hebben van dit voertuig met een verborgen ruimte. Aangezien met dit voertuig het bewezen verklaarde is begaan en dit voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang, wordt de VW Up onttrokken aan het verkeer. Nu het kentekenbewijs in relatie staat met dit voertuig, zal het hof ook dit voorwerp onttrekken aan het verkeer. Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op de artikelen 10a en 11b van de Opiumwet en de artikelen 36c, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het onder 1 en 2 subsidiair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 (tweeënveertig) maanden. Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: - voertuig Volkswagen Up [kenteken 2]; - kentekenbewijs [kenteken 2]. Heft op de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte. Dit arrest is gewezen door mr. E.C. van Veen, als voorzitter, mr. M.C. Bruining en mr. M.S. Lamboo, leden, in bijzijn van de griffier mr. T. Kherad. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 3 juli 2025. Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal ‘Onderzoek EEMS’, onderzoeksnummer DHRAA19069 van de politie eenheid Den Haag, Dienst Regionale Recherche, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 1870). De hierna aangehaalde bewijsmiddelen voor de bewezenverklaarde feiten dienen in onderlinge samenhang te worden beschouwd. p. 945. p. 1840. p. 1183 en het proces-verbaal van de verklaring van de verdachte [verdachte] tijdens het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 7 mei 2025. p. 855-856. p. 900-901 en p. 902-903. p. 635-638. Het proces-verbaal van de verklaring van de verdachte [verdachte] tijdens het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 7 mei 2025. p. 945-951. p. 945-951. Aanvullend proces-verbaal van bevindingen d.d. 14-5-2025, overgelegd door het openbaar ministerie in hoger beroep. p. 137, p. 913. p. 1839-1841. p. 1861. p. 1857. p. 900-901 en p.902-903. p. 137, p. 913. [medeverdachte 4] [account 5], het proces-verbaal van de verklaring van de verdachte [medeverdachte 4] ter terechtzitting d.d. 13 juni 2022 en p. 1540, [medeverdachte 2][account 6] p. 27-30 en [medeverdachte 5] [account 1], p. 1540 en p. 268. p. 148. p. 148. p. 664 Proces-verbaal van de verklaring van de verdachte [medeverdachte 4] ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 13 juni 2022. p. 139-149. p. 225. p. 219. p. 226. p. 1147-1148, p. 610, p. 611. p. 667, p. 697. p. 139 ev. p. 85 ev., p. 90 ev., p.656 ev. en p. 777 ev. p. 43 ev., p. 212, p. 571, p. 729 ev. p. 23 ev. p. 157 ev., p. 263 ev. p. 280, p. 551, p. 1878-1279. p. 99-101. p. 117. p. 81. p. 521-522. p. 795. p. 152. p. 523. p. 145. p. 471. p. 471. p. 471. p. 146. p. 147-148. p. 31. p. 140-141. p. 35. p. 778. p. 102-103, 105, 111, 113-118. p. 41-42, 620-624, 764-773. p. 567, p. 744, p. 1652-1656, p. 1805-1812, p. 1813-1818, p. 1819-p. 1824, p. 1825-1828. p. 308, p. 310, 322, p. 511-513, p. 1801-1804, p. 1830, p. 1833, p. 1835, p. 1837. p. 324-327. p. 11 van het beslagdossier. p. 487. p. 473-486. p. 921, p. 1653, p. 1677. p. 935-936, p. 943-944, p. 1631, p. 1653, p. 1753. p. 921-922, p. 1679-1683 , p. 1712-1714. p. 815, p. 819, p. 1789-1790. Het proces-verbaal van de verklaring van de verdachte [medeverdachte 4] ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 13 juni 2022. p. 670-673. p. 182, p. 191, p. 34-349, p. 669-673 p. 350, p. 194. p. 761-763. p. 666. p. 1319. Bijlage 1 bij repliek officier van justitie van 27 juni 2022. p. 305, p. 497, 569-570, p. 667, p. 696-697, p. 698-699, p. 780-786. p. 563 p. 597-604. p. 511-513. p. 793. p. 326. p. 725. p. 219, p. 226, p. 310, p. 502, p. 546-548. p. 608-611. p. 103-104. p. 165-166. p. 351-355. Het proces-verbaal ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 12 juni 2022. p. 669-673. Het proces-verbaal ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 12 juni 2022. p. 945. p. 855, 900 en 902. p. 855.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.