← Nederland

ECLI:NL:GHDHA:2025:1576

PROMIS Rolnummer: 22-002134-22 Parketnummer: 09-767567-20 Datum uitspraak: 3 juli 2025 Gerechtshof Den Haag meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 12 juli 2022 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1996 (geboorteplaats en -land onbekend), zonder vaste woon of verblijfplaats hier te lande, laatst opgegeven woon- of verblijfplaats: [woonadres], [woonplaats]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzittingen in hoger beroep van dit hof. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaten-generaal. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte van het onder 2 primair tenlastegelegde vrijgesproken. De verdachte is ter zake van het onder 1 en 2 subsidiair tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren met aftrek van voorarrest. Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: 1. (Criminele organisatie) hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 9 maart 2021 te Den Haag en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of met meerdere andere (onbekend gebleven) personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van één of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 lid 3 en/of lid 4 en/of lid 5 van de Opiumwet en/of art. 10a van de Opiumwet; 2. (Verkoop) hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2020 tot en met 9 maart 2021 te Den Haag en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, een (grote) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne, (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst 1; Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: (Voorbereidingshandelingen) hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2020 tot en met 9 maart 2021 te Den Haag en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen, (telkens) om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van een (grote) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne, (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst 1, voor te bereiden en/of te bevorderen, (telkens) zich en/of één of meer anderen meermalen, althans eenmaal gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(

  1. en)heeft/hebben getracht te verschaffen, immers heeft hij/hebben zij - (met gebruiker(
  2. s)van het account [account 1]) inlichtingen uitgewisseld over de prijs en/of beschikbaarheid en/of samenstelling van cocaïne, en/of voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden voorhanden heeft/hebben gehad waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(
  3. s)wist(
  4. en)of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit (
  5. en)- te weten een of meer PGP telefoon(
  6. s)en/of - een geldtelmachine, verpakkingsfolie en/of aantekeningen met betrekking tot geldbedragen. Vordering van de advocaten-generaal De advocaten-generaal hebben gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd. Het vonnis waarvan beroep Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en opnieuw recht doen. De bewijsbeslissing Inleiding De zaak tegen de verdachte maakt deel uit van onderzoek Eems. In dit onderzoek is tegen de zeven nu vervolgde personen de verdenking gerezen dat zij zich - onder meer - hebben bezig gehouden met (internationale) handel in harddrugs en dat zij daarbij een criminele organisatie hebben gevormd. Een aantal van de verdachten binnen onderzoek Eems zijn broers van elkaar, die allen de achternaam [achternaam] dragen en daarom hierna met de voornaam zullen worden genoemd. Het hof zal eerst het onder 2 ten laste gelegde feit bespreken en vervolgens een oordeel geven over de onder 1 ten laste gelegde deelname aan een criminele organisatie. Feit 2, handel in harddrugs subsidiair voorbereidingshandelingen Onder dit feit wordt de verdachte verweten dat hij heroïne/cocaïne heeft verkocht dan wel voorbereidingshandelingen daartoe heeft gepleegd door inlichtingen uit te wisselen met een ander en onder andere een PGP-telefoon en een geldtelmachine voorhanden te hebben. Bewijsmiddelen Op 9 maart 2021 is de verdachte, nadat hij slapend in zijn bed werd aangetroffen, aangehouden in de woning aan de [adres 1] te Den Haag. De verdachte heeft verklaard dat hij deze woning huurde van [medeverdachte 1]. In de woning aan de [adres 1] werd een geldtelmachine aangetroffen. De verdachte heeft verklaard dat de geldtelmachine van hem is. Ook werd een hoeveelheid doorzichtig plasticfolie aangetroffen. Voorts werden in de woning drie telefoons van het merk iPhone aangetroffen: een witte iPhone 6S, een witte iPhone 8 en een zwarte iPhone 7. De witte iPhone 6S en witte iPhone 8 lagen in de slaapkamer naast elkaar op de grond voor het bed waarin de verdachte kort daarvoor lag te slapen. Nadat de verdachte in de gelegenheid was gesteld om zich aan te kleden, werd door verbalisanten gezien dat een van deze twee iPhones verdwenen was. Aangezien niemand in de periode van omkleden tot en met het plaatsen van de verdachte op een stoel in de gang deze slaapkamer had betreden, werd vermoed dat de verdachte een iPhone weggenomen had. Nadat de verdachte de uitlevering van deze iPhone was gevorderd, ontkende de verdachte dat er meer dan één iPhone in de slaapkamer aanwezig zou zijn geweest. Vervolgens werd een witte iPhone 8 tussen een stapel traytjes frisdrank en plastic tassen aangetroffen. Deze stapel frisdranktrays en plastic tassen was, vanuit de positie van de verdachte, makkelijk met zijn handen en voeten bereikbaar. Op deze iPhone 8 was de applicatie SkyECC (hierna: de PGP-telefoon) geïnstalleerd. Dit betrof aldus een PGP-telefoon. Uit onderzoek is gebleken dat met deze PGP-telefoon met het Sky-ID [account 2] chatberichten zijn ontvangen en verstuurd en dat de PGP-telefoon op vermoedelijk 2 februari 2021 is uitgeschakeld. Op 7 maart 2021 - toen de PGP-telefoon weer verbinding met een zendmast maakte - straalde deze in de voor de nachtrust bestemde tijd een zendmast aan, die de [adres 1] te Den Haag onder zijn bereik heeft. Een andere in de woning aan de [adres 1] te Den Haag aangetroffen telefoon betrof een witte iPhone 6S. De verdachte heeft verklaard dat dit zijn telefoon betrof. Op de telefoon stonden foto’s van (mogelijk) verdovende middelen en contant geld. Op deze telefoon is een Telegram gesprek van 7 maart 2021 tussen ‘[bijnaam verdachte]’ en ‘[account 1]’ aangetroffen. [bijnaam verdachte] is daarbij als ‘owner’ aangeduid. Het gesprek heeft de volgende inhoud. [account 1] zegt tegen [bijnaam verdachte] dat hij 39K (naar het hof begrijpt: € 39.000) betaalt. [bijnaam verdachte] vraagt hierop hoeveel hij afneemt, waarop [account 1] ‘2’ antwoordt. [account 1] geeft aan dat hij ‘tommy and 1111’ al heeft gehad. Op de telefoon van de verdachte is een foto van 11 februari 2021 aangetroffen met daarop afgebeeld een deel van een blok, vermoedelijk cocaïne, met de opdruk ‘111’. [bijnaam verdachte] vraagt vervolgens aan [account 1] of hij ‘colo’ of ‘boli’ wil. [account 1] geeft daarop aan dat hij ‘colo’ wil. Vervolgens wordt er onderhandeld over de prijs. [bijnaam verdachte] geeft aan dat hij binnen een week colo kan leveren. De derde aan de [adres 1] te Den Haag aangetroffen en in beslag genomen telefoon betrof een zwarte iPhone 7. De verdachte heeft verklaard dat deze iPhone 7 ook aan hem toebehoorde. Uit onderzoek is gebleken dat de gebruiker van het Telegram-account op deze telefoon zichzelf ‘[bijnaam verdachte]’ noemde, een naam die als ‘owner’ is aangeduid. Er is DNA dat te herleiden is naar de verdachte aangetroffen op een rietje van een pakje drinken in de woning aan de [adres 2] te Den Haag. [medeverdachte 5] heeft verklaard dat de volgende in zijn berichtenverkeer gebruikte woorden de volgende betekenis hebben: ‘Bruin’ is heroïne; ‘Stuks’ zijn kilo’s, ook wel blokken te zien op sommige foto’s in het dossier; ‘Colo’ is Colombiaanse cocaïne; ‘Boli’ is Boliviaanse cocaïne; Met ‘28’ en ‘28,5’ wordt bedoeld de prijs van cocaïne; Een ‘kwartje’ is € 250,- per blok; ‘Pap’ is papier en ‘papier’ is geld. Het oordeel van het hof De verdenking tegen de verdachte, zowel primair als subsidiair, is (mede) gegrond op het hiervoor weergegeven Telegram-gesprek met de witte iPhone 6S, de inhoud van gesprekken op PGP-telefoons en andere in de [adres 1] te Den Haag aangetroffen goederen. Het hof zal eerst ingaan op de aangetroffen telefoons en de daarmee gevoerde gesprekken. Telefoons Op de PGP-telefoon is een SkyECC-app aangetroffen met daarin chatberichten – zoals hierna bij de bespreking van feit 1 weergegeven - die, in combinatie met de door [medeverdachte 5] gegeven duiding van enkele woorden - lijken te gaan over harddrugs. Gelet op de bevindingen rondom de aanhouding, waarbij de verdachte getracht lijkt te hebben deze PGP-telefoon weg te maken, en het feit dat deze telefoon vanaf 7 maart 2021 in de nachtelijke uren een zendmast aanstraalde in de buurt van de [adres 1] te Den Haag, de woning waar de verdachte in die periode verbleef, gaat het hof er van uit dat de verdachte deze PGP-telefoon voorhanden heeft gehad en wel vanaf die datum. Uit de bevindingen van de politie leidt het hof voorts af dat de verdachte kort na zijn aanhouding heeft getracht juist deze PGP-telefoon weg te maken. Uit deze feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, leidt het hof af dat de verdachte wist dat deze telefoon bestemd was voor het plegen van strafbare feiten zoals bedoeld in de Opiumwet. Over de iPhone 6S en de iPhone 7 heeft de verdachte verklaard dat dit zijn telefoons zijn. In beide telefoons is de naam ‘[bijnaam verdachte]’ als ‘owner’ van het Telegram-account geregistreerd. Hieruit concludeert het hof dat de verdachte degene is die zich [bijnaam verdachte] noemde in zijn telefoons. Telegram-gesprek Nu het hof heeft vastgesteld dat de verdachte de eigenaar is van het Telegram-account op zijn iPhone 6S, concludeert het hof dat de verdachte degene is geweest die het gesprek met [account 1] op 7 maart 2021 heeft gevoerd. De inhoud van het gesprek ziet op harddrugs, gelet op de gebruikte termen waarover [medeverdachte 5] in zijn verklaring uitleg heeft gegeven. Overige goederen In de woning waar de verdachte verbleef is ook een geldtelmachine aangetroffen, waarvan de verdachte heeft verklaard dat die van hem is. Het is een feit van algemene bekendheid dat met de handel in harddrugs grote hoeveelheden contant geld gemoeid zijn. Een geldtelmachine kan - bezien tegen die achtergrond - worden aangeschaft ter voorbereiding van de verkoop van harddrugs, bijvoorbeeld om een te ontvangen geldbedrag te tellen. Verder is in de woning waar de verdachte verbleef een grote hoeveelheid verpakkingsfolie aangetroffen. Dergelijk folie kan gebruikt worden voor het verpakken van harddrugs. Mede gelet op het feit dat naar de verdachte te herleiden DNA is aangetroffen op een drinkpakje in de woning aan de [adres 2] te Den Haag, die een productielocatie leek te zijn voor harddrugs zoals hierna bij de bespreking van feit 1 weergegeven, gaat het hof er van uit dat de verdachte de geldtelmachine en het verpakkingsfolie voorhanden had en dat deze bestemd waren voor de (voorbereiding van
  7. de)handel in harddrugs. Conclusie Samen met de rechtbank is het hof op grond van dit alles van oordeel dat de verdachte in de periode van 7 tot en met 9 maart 2021 een PGP-telefoon voorhanden heeft gehad, dat hij op 9 maart 2021 een geldtelmachine en verpakkingsfolie voorhanden heeft gehad en dat hij op 7 en 8 maart 2021 inlichtingen heeft uitgewisseld met [account 1] over de prijs, de beschikbaarheid en de samenstelling van cocaïne. In de woning aan de [adres 1] te Den Haag waar de verdachte in die periode verbleef zijn geen harddrugs aangetroffen. Nu ook de inhoud van de Telegram-berichten niet wijst op een voltooide harddrugstransactie, zal het hof de verdachte vrijspreken van de onder 2 primair ten laste gelegde handel in harddrugs. Het hof acht echter de onder 2 subsidiair ten laste gelegde voorbereiding van handel in harddrugs wel bewezen, in de periode van 7 tot en met 9 maart 2021. Ten aanzien van de pleegplaats overweegt het hof dat het, nu de woonplaats van de verdachte ten tijde van de tenlastelegging Den Haag betrof, aannemelijk is dat de berichten vanuit die plaats zijn verzonden. Nu dit niet met zekerheid is vast te stellen, zal het hof als pleegplaats ‘Den Haag en/of elders in Nederland’ bewezen verklaren. Feit 1, criminele organisatie Onder feit 1 is aan de verdachte ten laste gelegd dat hij heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, waaraan ook de andere verdachten in het onderzoek Eems hebben deelgenomen, die tot doel had om strafbare feiten te plegen zoals bedoeld in artikel 10 en 10a van de Opiumwet. Dit feit is strafbaar gesteld in artikel 11b van de Opiumwet, welk artikel een zogenoemde lex specialis vormt van artikel 140 Sr. Onder een criminele organisatie als bedoeld in deze artikelen wordt verstaan een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en tenminste één andere persoon. Het oogmerk van de organisatie moet zijn gericht op het plegen van misdrijven – in dit geval die van artikel 10 en 10a van de Opiumwet. Van deelneming aan een criminele organisatie is sprake als de verdachte behoort tot het samenwerkingsverband én als de verdachte een aandeel heeft in gedragingen, dan wel gedragingen ondersteunt, die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het hierboven bedoelde oogmerk. In het bestanddeel “deelneming aan” ligt tevens het opzet van de verdachte besloten. Om als deelnemer aan een criminele organisatie te kunnen worden aangemerkt is niet vereist dat komt vast te staan dat de verdachte heeft samengewerkt met, althans bekend moet zijn geweest met alle andere personen die deel uitmaakten van de organisatie of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is geweest. De bewijsmiddelen a. In diverse processen-verbaal van identificatie staat met betrekking tot gebruikers van SkyECC- en EncroChat-accounts: - [medeverdcahte 1] gebruikte SkyECC-account [account 3]; - [medeverdachte 2] gebruikte EncroChat-accounts [account 4] en [account 5] en SkyECC-accounts [account 6], [account 7] en [account 8]; - [medeverdachte 5] gebruikte EncroChat-accounts [account 9] en [account 10] en SkyECC-accounts [account 11] en [account 12]; - [medeverdachte 3] gebruikte SkyECC-accounts [account 13] en [medeverdachte 6] gebruikte EncroChat-account [account 15] en SkyECC-account [account 16]; - [verdachte] had vanaf 7 maart 2021 de telefoon voorhanden waarop het SkyECC-account [account 2] stond geregistreerd. In de chatberichten van de hiervoor genoemde accounts zijn onder meer de volgende chatberichten aangetroffen (zakelijk weergegeven): - [account 9] naar [account 4] op 4 april 2020: Bro; Heb hier mooie toppers; Voor je; Colo; 27.250; [stuurt foto’s] hier heb ik 25 st; kan genoeg erbij halen; zeg het maar, [account 4]: oke van wie zijn die; heb gehoord worden niet hard die blijft pap? - [account 10] naar [account 5] op 6 juni 2020: Jo; Waar staat ie; Ik ga die 12 pakken [account 5]: Kom ik ben thuis? - [account 10] naar [account 5] op 7 juni 2020: Ik krijg zo die pap van opa voor die turkse ga die even tellen; Dan breng ik die naar jou; Jo moet ik die pap nu brengen; Jo; Ben er; Moet ik deze pap aan bolle geven; [account 5]: Ja; [account 10]: Oké 220 plus 80 is hier; - [account 14] naar [account 16] op 27 november 2020: Kom naar café bro; Kijk aub of niemand je volgt, [account 16]: Ok bro; Ik kom eraan [account 16] stuurt een foto van een briefje met daarop vier namen en vier bedragen. De vier bedragen opgeteld geven een totaalbedrag van € 1.072.000 (451.000 + 399.000 + 100.000 + 122.000)]; - [account 16] aan [account 8] op 8 december 2020: Er is tp naar Griekenland; Van poes; Hij vraagt of dat voor interessant is; [account 8]: Ja; Vraag of ie een stukje verder komt in turkije; [...] Oke top die ierland is intressant bro heb daar goeie klanten? - [account 8] aan [account 17] op 13 december 2020: Ja bro ik heb nog tp voor deze week uk bro laatste die nog gaat ik wilde sturen maar ze hebben mij nog geen pap gestuurd; Ja broer welke; Poeder of blok; Oké wacht ik geef je zijn mail van sky kan je gelijk met hem mailen en groepchat maken tussen hun; ECC ID: [account 2]; - [account 16] aan [account 14] op 14 december 2020: Ik tel hier 428; moment ik krijg meer; bro; [account 14]: 502500; moet je vragen bro; [account 16]: hij zegt hij gaat proberen; bro; [account 14]; hij heeft bro; ([account 16] stuurt foto met geld); - [account 3] naar [account 18] op 4 januari 2021: Heb hier laatste 25 nog zo zegt me broer; Ok? (stuurt foto van blok met wit poeder); - [account 13] naar [account 8] op 9 januari 2021: Je kan ze geven 28750 zo geven; [account 8] naar [account 19] op 9 januari 2021: Voor jou geef ik 28750 bro maar moet je niemand zeggen omdat ik de meest geef 29.5 maar nie; [account 19]: ja goed broer; nee niemand broer ik praat niet; - [account 13] naar [account 8] op 10 januari 2021: Dan stuur ik [naam 1] langs je dan rijd hij gelijk naar Rotterdam [account 8]: hoeveel moet ik hem geven; stuur hem [account 13]: alles; behalve 200tjes; [account 8]: oke stuur hem [account 13]: oke laat me weten hoe veel daar is aub; - [account 8] naar [account 16] op 11 januari 2021: Heb je foto van die donkere korels; [account 16]: ja bro; - [account 3] naar [account 18] op 7 februari 2021: Broer me broer vraagt mij 13 en moet halve puntje of kwartje krijgen broer ligt eraan hoeveel mensen nemen; Dus kijk maar ik moet eten broer ga niet voor niks rennen kwartje wil ik eten en dan moet ik me broer morgen vragen oké dan laat ik je weten oké morgen oké; - [account 3] naar [account 18] op 10 februari 2021: Er is 2000 binnen gekomen; Donkere en lichte; Oké dan weet jij dat ook broer; Oké kijk of je aan mij voor 12 kan geven dan zeg ik me broer dat hij liever via jou pakt; Oké; Dan pakt hij veel; [...] Die prijs krijgt me broer al broer kijk als daar wat andere prijs is laat me weten broer; Broer kijk als ze aan me broer voor 12 geven pakt hij veel oke; - [account 13] naar [account 16] op 7 februari 2021: [stuurt foto met bruine blokken met opdruk ROSE] Ik heb zo donkere bro; 13250; - [account 3] naar [account 16] op 17 februari 2021: Is goed bro voor hoeveel krijg jij ze dan a homo?; Luisteren dan gaan we morgen zeggen 26,5; Dan kunnen we kwartje pakken toch; - [account 13] naar [account 16] op 1 maart 2021: Hoi bro slm; Ik stuur je foto; [stuurt foto met plastic zak met bruine inhoud] Bid ze 13 aan bro; Daar zit je brood aan; Jij mag ze verkopen voor 13; 250 per st is je winst: kan je nieuwe tv kopen; - [account 7] naar [account 20] op 16 juni 2020: Broer luister heb ie tp klaar staan om spullen op te halen in Griekenland; En hoelang kan tp daar zijn; Kan ie dan tp regelen; donderdag of vrijdag; Ja blokken; Ja maar kan je tp regelen komende donderdag of vrijdag; Oké; 1000; Nee bro mijn broertje is daar al deze keer. - In de chatberichten die aan [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] worden toegeschreven wordt gesproken over ‘tp’, ‘transport’, ‘UK’, ‘Colombia’, ‘Peru’, ‘Suriname’, ‘Argentinië’, ‘Maersk’, ‘CMA’, ‘kapitein’, ‘matroos’, ‘havens’ en ‘containers’. Bij de aanhouding van de verdachten en tijdens het daarop volgende onderzoek is onder meer het volgende aangetroffen: - in een BMW X Reihe met kenteken [kenteken 1] (hierna: de BMW) die in de directe omgeving van de woning van [medeverdachte 2] is aangetroffen: 110 kilo van een materiaal bevattende cocaïne, 64,5 kilo van een materiaal bevattende heroïne en een bedrag van € 481.650,-; - in een Citroën, type Jumpy, met kenteken [kenteken 2] (hierna: de Citroën Jumpy) achter de woning waar [medeverdachte 3] verbleef: circa 43 kilo van een materiaal bevattende cocaïne en 17 kilo van een materiaal bevattende heroïne, een geldtelmachine, en een bedrag van € 3.585.235,-; - in de woning [adres 2] te Den Haag: bakken met poederresten, 25 liter geelbruine vloeistof, 4 kilo crème poeder, een vacuüm sealmachine met mallen, een stalen persframe met krik, 10 persplaten met logo’s (o.a. Audi en Anker), een persmal met poederresten, verpakkingsmiddelen, vloeipapier, 40 rollen tape, een zak met 1.000 elastiekjes, weegschalen, mixers, een kartelmes en zeven jerrycans met Aceton; - in de woning [adres 3]te Den Haag, het verblijfadres van [medeverdachte 3]: een geldbedrag van € 18.250,-; - in de woning [adres 4]te Den Haag, het woonadres van [medeverdachte 2]: een geldbedrag van € 135.000,-; - in de woning [adres 5] te Den Haag, het woonadres van [medeverdachte 5]: een geldbedrag van in totaal € 3.975,-. Op verschillende plekken is DNA aangetroffen wat is te herleiden naar verdachten uit het onderzoek Eems: - in de BMW is tot [medeverdachte 6] te herleiden DNA aangetroffen op een boodschappentas Dirk, waarin blokken met een materiaal bevattende cocaïne zaten; - in de BMW is verder tot [medeverdachte 2] te herleiden DNA aangetroffen op de Adidas rugzak waarin het geldbedrag van € 481.650,- zat en is een vingerafdruk aangetroffen op een boodschappentas Lidl, waarin blokken met cocaïne zaten, en welke vingerafdruk heeft geleid tot individualisatie op [medeverdachte 2]; - in de Citroën Jumpy is op twaalf verschillende plekken (waaronder op de boodschappentassen met geld, de rugzak en de handschoen onder de geldtelmachine) tot [medeverdachte 3] te herleiden DNA aangetroffen, en - in de woning [adres 2] te Den Haag is tot [verdachte] te herleiden DNA aangetroffen op een rietje van een drinkpakje Capri Sun op de salontafel in de woonkamer en tot [medeverdachte 2] te herleiden DNA op de binnenzijde van een handschoen uit een boodschappentas. Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft [medeverdachte 5] op vragen van zijn raadsman, de rechtbank en de officieren van justitie - zakelijk weergegeven – het volgende verklaard over de door hem gevoerde chatberichten: - met colo/coli wordt in de door hem gevoerde chatgesprekken gedoeld op Colombiaanse cocaïne, met boli op Boliviaanse cocaïne, met bruin op heroïne; met st of stuks wordt gedoeld op blokken cocaïne of heroïne; pap betekent geld; met een kwartje wordt € 250 bedoeld; - hij wilde iets verdienen met de in- en verkoop van harddrugs; - hij werd benaderd om transport te zoeken voor harddrugs van een ander en heeft daarvoor een van zijn broers benaderd; - om drugs aan anderen te kunnen leveren zocht hij contact met een van zijn broers, waarna hij het antwoord doorgaf aan zijn contact, en - hij kon niet zelf de prijs bepalen waarvoor hij drugs aan anderen verkocht, dit diende hij eerst aan een van zijn broers te vragen. Het adres [adres 1] te Den Haag is het BRP-adres van [medeverdachte 1]. Hij verhuurde de woning aan [verdachte]. Het adres wordt genoemd in de chatberichten van de hierboven genoemde accounts, om elkaar te ontmoeten of geld af te leveren. Foto’s van het interieur van deze woning zijn verstuurd door de EncroChat-accounts [account 5] ([medeverdachte 2]) en [account 9] ([medeverdachte 5]), waarbij ook een grote hoeveelheid geld en een geldtelmachine te zien zijn. In de woning is verpakkingsmateriaal en een geldtelmachine aangetroffen. Uit observaties blijkt dat [medeverdachte 5], [medeverdachte 1], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 6] in de periode vanaf december 2020 tot en met januari 2021 ook bij deze woning zijn gezien. Op 8 februari 2021 stuurde de gebruiker van SkyECC-account [account 3] naar de gebruiker van SkyECC-account [account 21]: Broer als je wilt kan je komen halen zijn 1250 blokken [...] Kom waar je altijd naar [bijnaam verdachte] komt? Getuige [getuige] heeft verklaard dat het Marokkaanse neefje van de onderbuurman van [adres 1] te Den Haag (deze buurman heette [buurman] en wordt ook ‘lange’ genoemd) in de woning aan de [adres 2] te Den Haag heeft gelogeerd. Hij verklaarde dat '[bijnaam verdachte]', wiens echte naam [verdachte] is, ook op nummer [huisnummer] woonde. In de chatberichten van de genoemde accounts wordt ‘[bijnaam verdachte]’ vele malen genoemd. Ten aanzien van de stempels/opdrukken op de aangetroffen verpakkingen harddrugs is het volgende geverbaliseerd. - In een telefoon in gebruik bij [verdachte] zijn Telegramberichten van 7 maart 2021 gevonden over ‘have you seen ICON’. SkyECC-account [account 8] ([[medeverdachte 2]) verstuurde op 7 en 8 maart 2021 foto’s van blokken ICON. SkyECC-account [account 3] ([medeverdachte 1]) verstuurde op 8 maart 2021 een foto van een blok ICON met groen verpakkingsmateriaal. [medeverdachte 1] verstuurt dezelfde foto die [medeverdachte 2] eerder stuurde, en [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] sturen een foto door die eerder door [medeverdachte 3] is gestuurd. - In de BMW van [medeverdachte 2] (op naam van [verdachte]) is op 9 maart 2021 een groot aantal groene blokken met de opdruk ICON gevonden, in totaal 110 kilo. - In de Citroën Jumpy van [medeverdachte 3] zijn 43 blokken van een materiaal bevattende cocaïne aangetroffen, waaronder een aantal groene pakketten met de opdruk ICON, een aantal zilveren pakketten met de opdruk "Mercedes-Benz" en een aantal donker gekleurde pakketten met de opdruk van een anker. - SkyECC-account [account 8] ([medeverdachte 2]) stuurde op 24 februari 2021 naar SkyECC-account [account 17]: Slm bro als je echt haast hebt kan ik je 7 geven die zijn kant en klaar maar wollah zitten 200 erin ik wilde ze ook sturen als je haast heb geef ik je die laat ik gelijk maken is anker br. - In de woning [adres 2] te Den Haag zijn persplaten met logo’s van Audi en anker en een boodschappentas met vellen A4-papier aangetroffen met daarop logo’s van Audi en van een anker. - In chats van de gebruiker van SkyECC-account [account 16] (geïdentificeerd als [medeverdachte 6]) werden op 2 maart 2021 afbeeldingen van (vermoedelijk) blokken cocaïne met stempels AUDI en Mercedes gestuurd en de tekst: 'Ja deze is garantie bro' (...) 'Zijn toppers bro'. i. In de BMW, de Citroën Jumpy en een Volkswagen Up met kenteken [kenteken 3] (hierna: de VW Up) op naam van [medeverdachte 1] zijn professioneel ingebouwde verborgen ruimtes aangetroffen. De verborgen ruimtes in de Citroën Jumpy en de VW Up waren te openen door middel van een afstandsbediening. In de verborgen ruimtes van de BMW en de Citroën Jumpy zijn - zoals hiervoor al werd vermeld - grote hoeveelheden harddrugs aangetroffen. In verschillende chatberichten van SkyECC-account [account 13] ([medeverdachte 3]) wordt gesproken over ‘de plaats auto’ en de ‘stash auto’, waarbij ook een foto is verstuurd van een auto die is herkend als de Citroën Jumpy. In chatberichten tussen [account 4] ([medeverdachte 2]) en [account 22] (door [account 4] opgeslagen als ‘stashauto’) informeert [account 4] naar de mogelijkheden ten aanzien van auto’s met verborgen ruimtes en hoe groot die ruimtes dan zijn. [account 15] ([medeverdachte 6]) biedt transport aan voor Duitsland, Frankrijk, Denemarken, Zweden, Spanje: ‘ik heb met vrachtwagen en stash’. In augustus 2019 zijn gesprekken opgenomen die zijn gevoerd tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 6] toen [medeverdachte 3] gedetineerd zat in de P.I. Alphen aan den Rijn. In de gesprekken gaat het onder meer over opdrachten die [medeverdachte 6] krijgt om ‘een bak’ weg te halen (waarmee boetes worden gemaakt), wordt gesproken over ‘[naam 2]’ en ‘[naam 3]’ en ‘[account 9]’, geeft [medeverdachte 3] de instructie ‘Leg/geef/lever hem 2 kilo’ en wordt gesproken over een bak die [medeverdachte 6] gaat wegbrengen, waarbij [medeverdachte 3] uitleg geeft over een afstandsbediening. Op grond van de hierboven genoemde bewijsmiddelen stelt het hof - grotendeels met de rechtbank - het volgende vast. De verdachten zijn allen geïdentificeerd als gebruiker van één of meer accounts van de versleutelde berichtendiensten EncroChat en SkyECC. Dit geldt alleen niet voor [verdachte], die enkel een SkyECC-telefoon voorhanden heeft gehad (maar bij wie het hof niet bewezen acht dat hij met deze telefoon versleutelde chatberichten heeft uitgewisseld), en voor [medeverdachte 4]. Ten aanzien van [medeverdachte 4] acht het hof niet bewezen dat hij heeft deelgenomen aan de criminele organisatie. In het navolgende wordt hij niet begrepen onder ‘de verdachten’. Via de EncroChat- en SkyECC-accounts hadden de verdachten contact met elkaar en met derden over de aankoop, de verkoop, de prijzen en het vervoer van heroïne en cocaïne. Uit de chatberichten blijkt dat de verdachten onderling en met derden harddrugs verhandelden, dat zij grote geldbedragen beschikbaar hadden en ook aan elkaar overhandigden en dat gesproken werd over vervoer van drugs via transportlijnen uit onder andere Zuid-Amerika. Bij doorzoeking van de woningen en voertuigen van de verdachten zijn op meerdere plekken grote hoeveelheden harddrugs, drugsgerelateerde goederen en grote geldbedragen aangetroffen. Dit betreft met name de voertuigen die zijn aangetroffen bij of in de directe omgeving van de woningen van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] en de woning van [medeverdachte 2]. In de woning [adres 2] te Den Haag zijn veel drugsgerelateerde goederen aangetroffen, die erop duiden dat deze woning is gebruikt als productielocatie van harddrugs. Zo zijn daar persplaten aangetroffen met logo’s (Audi en anker) die ook op een aantal cocaïneblokken zaten die zijn gevonden in de genoemde voertuigen. In de BMW, de Citroën Jumpy en de woning [adres 2] te Den Haag zijn DNA-sporen en vingerafdrukken gevonden die zijn te herleiden naar verschillende verdachten. Verder zijn in drie voertuigen professioneel ingebouwde verborgen ruimtes aangetroffen, terwijl daarover ook in de chatberichten werd gesproken. De verdachten konden bovendien tegelijkertijd beschikken over blokken cocaïne met de opdruk ICON. Zo werden op 7 en 8 maart 2021 foto’s rondgestuurd, eerst door [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] en vervolgens ook door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5], waarbij deze blokken te koop werden aangeboden aan anderen. Op 9 maart 2021 werden in voertuigen van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] vele blokken van een materiaal bevattende cocaïne met de opdruk ICON aangetroffen. Dit duidt op een gestructureerde samenwerking met betrekking tot de aankoop, het voorhanden hebben en de handel in cocaïne. De woning [adres 1] te Den Haag was - zo blijkt uit de chatberichten - een ontmoetingsplek voor de verdachten en hun contacten en werd gebruikt om (hard)drugs en geld op te halen of te brengen. Uit het procesdossier blijkt dat in de samenwerking tussen de verdachten een zekere rolverdeling is aan te wijzen. Met de voorbereiding van de invoer en uitvoer van harddrugs vanuit en naar het buitenland hielden met name [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] zich bezig, zo blijkt uit hun chatberichten. Bij deze twee verdachten zijn ook de grote hoeveelheden harddrugs en contant geld aangetroffen. De aansturende rol van [medeverdachte 3] blijkt ook uit de gesprekken uit 2019 die in de P.I. zijn opgenomen, waarin het lijkt te gaan over [medeverdachte 5] en over een auto met stashruimte. De harddrugs werd binnen Europa en in Nederland met name verhandeld door [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6]. Daarbij is te zien dat zij harddrugs te koop aanbieden of door anderen worden gevraagd om harddrugs te regelen. In deze chatberichten valt op dat zij de verkoopprijzen eerst moeten afstemmen, zoals ook uit de verklaring van [medeverdachte 5] ter terechtzitting blijkt. Hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van de blokken ICON laat zien dat de harddrugs eerst beschikbaar waren voor [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] en dat [medeverdachte 5], [medeverdachte 6] en [medeverdachte 1] deze harddrugs aan derden te koop hebben aangeboden, terwijl ze de harddrugs niet zelf voorhanden hadden. [medeverdachte 1] heeft niet alleen chatberichten gestuurd over de verkoop van harddrugs, maar bezat ook een auto met stashruimte en heeft zijn woning aan de [adres 1] te Den Haag ter beschikking gesteld. Hij verhuurde deze aan de verdachte, die gold als de loopjongen van de andere verdachten. Hij verrichte onder meer koeriersdiensten als er drugs of geld vervoerd moest worden. Hij woonde in de woning die door de andere verdachten werd gebruikt als ontmoetingsplek in het kader van de criminele organisatie. Ten aanzien van de pleegperiode zal het hof aansluiting zoeken bij het vroegst aanwijsbare moment waarop de verdachte bij de organisatie betrokken was. Uit de chatberichten blijkt een onderlinge samenwerking die teruggaat tot in elk geval april 2020. In de zaak van [verdachte] gaat het hof uit van een pleegperiode vanaf 1 januari 2021, nu hij heeft verklaard vanaf dat moment de woning aan de [adres 1] te hebben gehuurd van [medeverdachte 1]. Ten aanzien van de pleegplaats overweegt het hof dat het, nu de woonplaats van de verdachte Den Haag betrof, aannemelijk is dat het deelnemen door de verdachte vanuit Den Haag heeft plaatsgevonden. Nu dit niet met zekerheid is vast te stellen, zal het hof als pleegplaats ‘Den Haag en/of elders in Nederland’ bewezen verklaren. Het hof zal - gelet op het voorgaande - onder feit 1 bewezen verklaren dat de verdachte gedurende de periode van 1 januari 2021 tot en met 9 maart 2021 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, behoudens [medeverdachte 4] bestaande uit de op de dagvaarding genoemde personen, die tot doel had het plegen van misdrijven als bedoeld in de artikelen 10, derde, vierde en vijfde lid, en 10a van de Opiumwet. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1. hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2021 tot en met 9 maart 2021 te Den Haag en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of met een of meerdere andere (onbekend gebleven) perso(o)n(en), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van één of meer misdrij(f)(ven) als bedoeld in artikel 10 lid 3 en/of lid 4 en/of lid 5 van de Opiumwet en/of artikel 10a van de Opiumwet; 2. hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 7 maart 2021 tot en met 9 maart 2021 te Den Haag en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen, (telkens) om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van een (grote) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne, (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst 1, voor te bereiden en/of te bevorderen, (telkens) zich en/of één of meer anderen meermalen, althans eenmaal gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(
  8. en)heeft/hebben getracht te verschaffen, immers heeft hij/hebben zij(met de gebruiker(
  9. s)van het account [account 1]) inlichtingen uitgewisseld over de prijs en/of beschikbaarheid en/of samenstelling van cocaïne, en/of voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden voorhanden heeft/hebben gehad waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(
  10. s)wist(
  11. en)of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit (
  12. en)- te weten een of meer PGP telefoon(
  13. s)en/of - een geldtelmachine, en verpakkingsfolie en/of aantekeningen met betrekking tot geldbedragen. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewijsvoering Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring. In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het onder 1 bewezenverklaarde levert op: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, derde lid, vierde lid en vijfde lid en artikel 10a van de Opiumwet. Het onder 2 subsidiair bewezenverklaarde levert op: om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, zich of een ander inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. Strafmotivering Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen Ernst van de feiten De verdachte heeft zich gedurende de bewezenverklaarde periode schuldig gemaakt aan het treffen van voorbereidingshandelingen voor de handel in harddrugs. Hij heeft inlichtingen uitgewisseld over de prijs, beschikbaarheid en samenstelling van cocaïne. De verdachte heeft daarbij deelgenomen aan een crimineel samenwerkingsverband. Uit de berichten van de verdachte en van anderen is op te maken dat het crimineel samenwerkingsverband de grootschalige handel in harddrugs als oogmerk had. Die laten gesealde kiloblokken cocaïne en heroïne zien, voorzien van een stempel dat in de organisatie vaker terugkomt. De organisatie opereerde daarbij professioneel. In de berichten werd gesproken over containers en transport over zee, en over de mogelijkheid om de harddrugs in havens door te voeren, soms met hulp van corrupte contacten. Onder andere leden van het samenwerkingsverband zijn grote hoeveelheden cocaïne en heroïne en miljoenen aan contant geld in beslag genomen. De woning die de verdachte huurde van een ander lid van het criminele samenwerkingsverband werd daarbij gebruikt als ontmoetingsplek en plaats om de harddrugs en geld over te dragen. De verdachte heeft binnen dat samenwerkingsverband de rol van loopjongen vervuld, zo blijkt uit de chatberichten. Dat maakt echter niet dat zijn rol als beperkt moet worden gezien, nu de verdachte een veelheid van handelingen heeft verricht voor diverse andere leden van de criminele organisatie. Zo heeft de verdachte een auto op zijn naam laten stellen, heeft hij geld en harddrugs opgehaald, heeft hij de door hem gehuurde woning ter beschikking gesteld als ontmoetingsruimte en overdrachtslocatie voor harddrugs en geld, terwijl hij daar ook goederen voorhanden heeft gehad gerelateerd aan (de voorbereiding van) de handel in harddrugs. Daarmee heeft hij er aan bijgedragen dat de handel in verdovende middelen door het samenwerkingsverband doorgang kon vinden en vloeiend verliep. De georganiseerde handel in harddrugs heeft een bijzonder ontwrichtende invloed op de samenleving. Harddrugs zijn zeer verslavend en schadelijk voor de gezondheid. Bij gebruikers die daarvoor de financiële middelen niet hebben, leidt de behoefte aan harddrugs bovendien in de regel tot vermogensdelicten zoals winkeldiefstallen en woninginbraken, om zo de verslaving te kunnen financieren. Dat bij de handel in harddrugs veel geld omgaat is niet alleen een feit van algemene bekendheid, maar blijkt ook bij dit crimineel samenwerkingsverband uit de foto’s van grote hoeveelheden contant geld en het daadwerkelijk aantreffen van miljoenen aan contant geld. Van de georganiseerde harddrugshandel gaat in toenemende mate een ondermijnend en corrumperend effect uit. Dat geldt te meer als de harddrugshandel in een georganiseerd crimineel samenwerkingsverband wordt begaan. De structuur en duurzaamheid van een dergelijk verband, dat in dit geval professioneel opereerde en uit meerdere personen bestond, maakt de ondermijnende slagkracht groter en de bestrijding ervan moeilijker. De verdachte heeft zich kennelijk onvoldoende rekenschap gegeven van de schadelijke en ontwrichtende gevolgen van zijn gedragingen. Hij lijkt te hebben gehandeld uit puur eigenbelang, uitsluitend met het oogmerk van financieel gewin Het hof is dan ook van oordeel dat niet anders kan worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Justitiële documentatie Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie van 22 april 2025, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. Redelijke termijn Het hof overweegt ten aanzien van de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) als volgt. De redelijke termijn is aangevangen op 9 maart 2021. In eerste aanleg heeft de rechtbank vonnis gewezen op 12 juli 2022. Het hof gaat uit van een als redelijk te beoordelen termijn van 2 jaren. Aldus is de redelijke termijn in eerste aanleg met 4 dagen overschreden. Namens de verdachte is op 20 juli 2022 hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank. Dit arrest wordt gewezen op 3 juli 2025. Daarmee heeft de behandeling in hoger beroep niet plaatsgevonden binnen de als redelijk te beoordelen termijn van 2 jaren. De overschrijding van de redelijke termijn bedraagt ongeveer 11 maanden. Bij de beoordeling van de vraag of de redelijke termijn is overschreden kunnen bijzondere omstandigheden een rol spelen, zoals de ingewikkeldheid van een zaak, de invloed van de verdachte en/of zijn raadsman op het procesverloop, de verwevenheid met de zaken van de medeverdachten en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld. Hoewel het tijdsverloop mede is ingegeven doordat deze strafzaak deel uitmaakt van het onderzoek Eems, een omvangrijk onderzoek waarbij in eerste aanleg en hoger beroep meerdere verdachten gelijktijdig terecht hebben gestaan, en er zowel in eerste aanleg als in hoger beroep door de verdediging in diverse zaken onderzoekswensen, waaronder getuigenverhoren, zijn verzocht en ook zijn toegewezen, is het hof van oordeel dat deze omstandigheden niet het gehele tijdsverloop kunnen verklaren. Anders dan het openbaar ministerie is het hof dan ook van oordeel dat niet met de enkele constatering van de overschrijding volstaan kan worden. Gelet op al het voorgaande acht het hof in beginsel de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden passend en geboden. Het hof zal met de geconstateerde overschrijding van de redelijke termijn rekening houden, waarbij ook de duur van de procedure als geheel wordt betrokken, door de in beginsel passend en geboden geachte gevangenisstraf nu te verminderen met 3 maanden. Het hof komt aldus tot oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van voorarrest. Het hof komt tot een lagere straf dan geëist omdat de bewezen pleegperiode en het aandeel van de verdachte bij de strafbare feiten (relatief) beperkt is. Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is. Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op de artikelen 10a en 11b van de Opiumwet en de artikelen 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het onder 1 en 2 subsidiair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden. Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Dit arrest is gewezen door mr. E.C. van Veen, als voorzitter, mr. M.C. Bruining en mr. M.S. Lamboo, leden, in bijzijn van de griffier mr. T. Kherad. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 3 juli 2025. Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal ‘Onderzoek EEMS’, onderzoeksnummer DHRAA19069 van de politie eenheid Den Haag, Dienst Regionale Recherche, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 1870). De hierna aangehaalde bewijsmiddelen voor de bewezenverklaarde feiten dienen in onderlinge samenhang te worden beschouwd. p. 1278. De verklaring van de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 13 juni 2022. p. 194. De verklaring van de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 13 juni 2022. p. 192. p. 1278, p. 280. p. 1279 en 280. p. 1279, p. 280. p. 551. p. 276, p. 283. p. 1294. p. 285-286. p. 291-292, p. 285, p. 303. p. 1293. p. 578-579, p. 1299. p. 815. Proces-verbaal van de verklaring van de verdachte [medeverdachte 5] ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 13 juni 2022. p. 139 ev. p. 85 ev., p. 90 ev., p.656 ev. en p. 777 ev. p. 43 ev., p. 212, p. 571, p. 729 ev. p. 157 ev., p. 263 ev. p. 280, p. 551, p. 1878-1279. p. 99-101. p. 117. p. 81. p. 521-522. p. 795. p. 152. p. 523. p. 145. p. 471. p. 471. p. 471. p. 146. p. 147-148. p. 31. p. 140-141. p. 35. p. 778. p. 102-103, 105, 111, 113-118. p. 41-42, 620-624, 764-773. p. 567, p. 744, p. 1652-1656, p. 1805-1812, p. 1813-1818, p. 1819-p. 1824, p. 1825-1828. p. 308, p. 310, 322, p. 511-513, p. 1801-1804, p. 1830, p. 1833, p. 1835, p. 1837. p. 324-327. p. 11 van het beslagdossier. p. 487. p. 473-486. p. 921, p. 1653, p. 1677. p. 935-936, p. 943-944, p. 1631, p. 1653, p. 1753. p. 921-922, p. 1679-1683 , p. 1712-1714. p. 815, p. 819, p. 1789-1790. Het proces-verbaal van de verklaring van de verdachte [medeverdachte 5] ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 13 juni 2022. p. 670-673. p. 182, p. 191, p. 34-349, p. 669-673. p. 350, p. 194. p. 761-763. p. 666. p. 1319. Bijlage 1 bij repliek officier van justitie van 27 juni 2022. p. 305, p. 497, 569-570, p. 667, p. 696-697, p. 698-699, p. 780-786. p. 563 p. 597-604. p. 511-513. p. 793. p. 326. p. 725. p. 219, p. 226, p. 310, p. 502, p. 546-548. p. 608-611. p. 103-104. p. 165-166. p. 351-355. p. 1322.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.