PROMIS Rolnummer: 22-002197-22 Parketnummer: 09-767191-20 Datum uitspraak: 3 juli 2025 TEGENSPRAAK Gerechtshof Den Haag meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 12 juli 2022 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] ([land]) op [geboortedatum] 1982, adres: [woonadres], [woonplaats], thans gedetineerd in [verblijfplaats]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzittingen in hoger beroep van dit hof. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaten-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1, 2 primair, 3 en 4 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren, met aftrek van voorarrest. Voorts is een beslissing genomen omtrent de inbeslaggenomen voorwerpen. Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: 1.(Criminele organisatie) hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 9 maart 2021 te Den Haag en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of met meerdere andere (onbekend gebleven) personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van één of meer misdrij(f)(ven) als bedoeld in artikel 10 lid 3 en/of lid 4 en/of lid 5 van de Opiumwet en/of artikel 10a van de Opiumwet; 2. (Verkoop) hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2020 tot en met 9 maart 2021 te Den Haag en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of versterkt en/of vervoerd, een (grote) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne, (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst 1; Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: (Voorbereidingshandelingen) hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2020 tot en met 9 maart 2021 te Den Haag en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen, (telkens) om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, van een (grote) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne, (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst 1, voor te bereiden en/of te bevorderen, (telkens) zich en/of één of meer anderen meermalen, althans eenmaal, gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(
- en)heeft/hebben getracht te verschaffen, immers heeft hij/hebben zij - (met de gebruiker(
- s)van de account(
- s)[account 1] en/of [account 2] en/of [account 3] en/of [account 4] en/of [account 5]) inlichtingen uitgewisseld over de prijs en/of beschikbaarheid en/of samenstelling van heroïne en/of cocaïne, en/of voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden voorhanden heeft/hebben gehad waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(
- s)wist(
- en)of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en), te weten - een of meerdere PGP telefoon(s); 3.(Voorbereidingshandelingen smokkel) hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2020 tot en met 9 maart 2021 te Den Haag en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen, (telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen, van een (grote) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne, (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst 1, voor te bereiden en/of te bevorderen, (telkens) zich en/of één of meer anderen meermalen, althans eenmaal, gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(
- en)heeft/hebben getracht te verschaffen, immers heeft hij/hebben zij - ( met de gebruiker van het account [account 6] en/of [account 7]) inlichtingen uitgewisseld over de beschikbaarheid en/of (wijze van) transport van cocaïne vanuit het buitenland (te weten België en/of andere landen); - ( met de gebruiker(
- s)van de account(
- s)[account 8] en/of [account 9] en/of [account 10] en/of [account 11]) inlichtingen uitgewisseld over de beschikbaarheid en/of prijzen van blokken cocaïne en/of heroïne en/of de beschikbaarheid van transport naar het buitenland (te weten het Verenigd Koninkrijk en/of Griekenland en/of Turkije en/of Spanje); 4.(Witwassen ivm chats volgens AMB.017) hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2020 tot en met 30 april 2020 te Den Haag en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen, 1.825.500 euro, althans 300.000 euro en/of 448.500 euro en/of 257.500, althans meerdere grote geldbedragen heeft verworven, voorhanden heeft gehad, overgedragen, omgezet en/of daarvan gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden dat deze voorwerpen, onmiddellijk of middellijk, afkomstig waren uit enig misdrijf. Vordering van de advocaten-generaal De advocaten-generaal hebben gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd ten aanzien van de bewezenverklaring en de beslissing omtrent de inbeslaggenomen voorwerpen en zal worden vernietigd ten aanzien van de opgelegde straf. De advocaten-generaal hebben gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren, met aftrek van voorarrest, alsmede tot een geldboete ter hoogte van € 300.000,-, bij niet voldoen te vervangen door 1 jaar hechtenis. Het vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt. De bewijsbeslissing Inleiding De zaak tegen de verdachte maakt deel uit van onderzoek Eems. In dit onderzoek is tegen de zeven nu vervolgde personen de verdenking gerezen dat zij zich - onder meer - hebben bezig gehouden met (internationale) handel in harddrugs en dat zij daarbij een criminele organisatie hebben gevormd. Een aantal van de verdachten binnen onderzoek Eems zijn broers van elkaar, die allen de achternaam [achternaam] dragen en daarom hierna met de voornaam zullen worden genoemd. De verdachte is één van deze broers. De verdenking jegens de verdachte berust in belangrijke mate op chatberichten die aan hem worden toegeschreven. Daarom zal het hof eerst de vraag beantwoorden of de verdachte inderdaad de gebruiker was van de aan hem toegeschreven EncroChat- en SkyECC-accounts. Vervolgens zullen de onder 2 (de verkoop van harddrugs subsidiair voorbereidingshandelingen), 3 (voorbereidingshandelingen in- en uitvoer) en 4 (witwassen) ten laste gelegde feiten worden besproken. Tot slot wordt een oordeel gegeven over de onder 1 ten laste gelegde deelname aan een criminele organisatie. Identificatie De verdachte wordt onder meer verweten dat hij met anderen communiceerde via de versleutelde berichtendienst EncroChat met de gebruikersnamen [account 12] en [account 13] en via de versleutelde berichtendienst SkyECC met de gebruikersnamen [account 14] en [account 15]. Op de zitting in eerste aanleg van 13 juni 2022 heeft de verdachte verklaard de gebruiker te zijn geweest van deze accounts. Het hof zal hier bij de verdere bespreking van de ten laste gelegde feiten dan ook van uitgaan. Feit 2, handel in harddrugs, subsidiair voorbereidingshandelingen Onder dit feit wordt de verdachte onder primair verweten dat hij gedurende een periode van ruim een jaar tezamen en in vereniging met een ander of anderen heroïne en/of cocaïne heeft verkocht, subsidiair dat hij voorbereidingshandelingen daarvoor heeft gepleegd door – kort gezegd - inlichtingen uit te wisselen die zien op de handel in harddrugs en het voorhanden hebben van een of meerdere PGP-telefoons. Bewijsmiddelen Gesprek [account 13] en [account 1] 30-03-2020 18:19 [account 1] Ken je toevallig turkse spulle regele 30-03-2020 18:20 [account 13] Ken wel vragen hoeveel heb je nodig 30-03-2020 18:20 [account 1] 25 st 30-03-2020 18:20 [account 13] Donkere zeker 30-03-2020 18:20 [account 13] Toch 30-03-2020 18:21 [account 1] Jaa zeker 30-03-2020 18:21 [account 1] Bro 30-03-2020 18:21 [account 13] Oke moment Bij de kwaliteit van heroïne wordt doorgaans gesproken over een ‘donkere’ of ‘lichte’ kleur. Gesprek [account 13] en [account 3] 16-04-2020 13:43 [account 13] Slm bro heb gisteren laatste 20 st gepakt 16-04-2020 13:44 [account 3] Ah oke is alweer op 16-04-2020 13:44 [account 13] Ze hebben andere 16-04-2020 13:44 [account 13] Maar is andere 16-04-2020 13:44 [account 13] Die vond ik minder 16-04-2020 13:44 [account 13] Esso 16-04-2020 13:44 [account 13] Stempel 16-04-2020 13:44 [account 3] Oke nee als minder is hoeft niet 16-04-2020 13:45 [account 3] Oke thanks bro iemand vroeg me erom 16-04-2020 14:05 [account 13] Deze kan ik pakken bro 16-04-2020 14:08 [account 3] Oke en prijs? 16-04-2020 14:09 [account 13] 27.250 Gelet op de prijs van € 27.250,- gaat bovenstaand gesprek vermoedelijk over cocaïne. Gesprek [account 13] en [account 4] 28-04-2020 21:40 [account 4] Broer een vragje heb je bruin top spullen of niet 28-04-2020 21:40 [account 13] Ja denk het wel 28-04-2020 21:40 [account 13] Hoeveel heb je nodog bro 28-04-2020 21:42 [account 4] Als top is en mooi prijz dan ik pak 60 of 50 stuks 28-04-2020 21:42 [account 13] Moment 28-04-2020 21:43 [account 13] Mn broer zegt laat je morgen weten Gesprek [account 12] en [account 5] Op 5 juni 2020 om 21:41 uur stuurt [account 12] een foto van vermoedelijk heroïne naar [account 5]. 05-06-2020 21:41 [account 12] 20 st 05-06-2020 21:41 [account 12] Hij is schoon 05-06-2020 21:42 [account 12] Zijn korrels 05-06-2020 21:43 [account 5] Welke prijs 05-06-2020 21:43 [account 12] Moment mn bro vragen 05-06-2020 21:43 [account 5] Ok 05-06-2020 21:48 [account 12] 11.5 bro 05-06-2020 21:54 [account 12] Mn broer wilde ze weg doen ik zij wacht ga ff vragen dus dan geef ik ze aan jou dan Op 9 maart 2021 zijn in een Citroën, type Jumpy, met kenteken [kanteken 1](hierna: de Citroën Jumpy) die aan de broer van de verdachte toebehoorde, meerdere blokken cocaïne met een stempel ‘ICON’ aangetroffen. Op 8 maart 2021 stuurt SkyECC-account [account 14] naar verschillende contacten foto’s met een blok met de stempel ‘ICON’ erop. SkyECC-account [account 14] stuurt daarbij de volgende berichten: Naar SkyECC-account [account 16]: “Bro heb toppers”., “beste colo spullen bro”; Naar SkyECC-account [account 10]: “Bro heb topp colo”.. “27,5”; Naar SkyECC-account TG6UYI: “bro heb top colo voor ie” .. “27”. Gesprek [account 14] en [account 16] Gesprek Verzender 06-03-2021 15:44 [account 14], [account 16] [account 14] Bro spullen zijn top bro je heb vaker van die gepakt snap je dus begrijp niet waarom ze nu zeggen bij deze ene dat deze niet goed is 06-03-2021 15:45 [account 14], [account 16] [account 14] We hebben er meer dan 1000 st van verkocht nooit heeft iemand geklaagd Gesprek [account 13] en [account 2] Gesprek Verzender 04-05-2020 14:23 [account 2], [account 13] [account 2] Heb je collo 10 stujs 04-05-2020 14:24 [account 2], [account 13] [account 13] Nee net alles verkocht Gesprek [account 15] en [account 17] Gesprek Verzender 08-07-2020 20:54 [account 15], [account 17] [account 15] Nee broer ik heb alles verkocht vandaag 08-07-2020 20:54 [account 15], [account 17] [account 15] Morgen misschien heb ik weer Gesprek [account 13] en [account 18] 04-05-2020 12:56 [account 13] [straatt 1] 04-05-2020 17:28 [account 18] bro 15 min there give many for 2 peaces 04-05-2020 17:28 [account 18] 54000 04-05-2020 17:29 [account 13] Oke Er wordt een gemiddelde prijs voor 1 kilo cocaïne gehanteerd van € 28.300,- (prijs 2019). Vermoedelijk betaalt [account 18] aan [account 13] een bedrag van € 54.000,- voor 2 kilo cocaïne (€ 27.000,- per kilo). De verdachte heeft verklaard dat de volgende in de berichten gebruikte woorden de volgende betekenis hebben: ‘Bruin’ is heroïne; ‘Stuks’ zijn kilo’s, ook wel blokken te zien op sommige foto’s in het dossier; ‘Colo’ is Colombiaanse cocaïne, ‘Boli’ is Boliviaanse cocaïne; met ‘28’ en ‘28,5’ wordt bedoeld de prijs van cocaïne; een ‘kwartje’ is € 250,- per blok en ‘Pap’ is papier en ‘papier’ is geld. Uit de hierboven genoemde bewijsmiddelen blijkt naar het oordeel van het hof - gelijk het oordeel van de rechtbank - dat de verdachte zich in de hierna te noemen pleegperiode heeft bezig gehouden met de handel in harddrugs. De raadsman heeft in hoger beroep onder meer aangevoerd dat uit deze berichten niet kan worden opgemaakt dat de verdachte meerdere keren daadwerkelijk (grote) hoeveelheden heeft verkocht, althans maximaal twee keer. De meeste berichten zien op een onderhandelings- of inlichtingen fase, hetgeen eerder duidt op voorbereidingshandelingen zoals subsidiair ten laste gelegd. Het is op zich juist dat niet alle berichten specifiek op de verkoop van harddrugs zien. Zo gaat een deel van de berichten over de inkoop en over het inwinnen of verstrekken van informatie over prijs, hoeveelheid en kwaliteit van de drugs. Dat daadwerkelijk sprake was van verkopen en van een grotere omvang dan door de verdediging betoogd, blijkt echter uit de inhoud van de berichten, waarin de verdachte zelf zegt dat hij heeft verkocht en waaruit blijkt dat de verdachte regelmatig geld ontving. In de weergave van de gesprekken zijn ook geen berichten te zien waaruit blijkt dat een verkoop niet doorgaat of eerder is mislukt. Dat niet telkens ook de afronding van de transacties in de berichten is te lezen, wordt enerzijds verklaard door het feit dat de dataset niet compleet is en anderzijds door het feit dat de verdachte zijn tegencontacten ook ontmoette op bijvoorbeeld de [adres 1] in Den Haag. Gelet op dit alles gaat het hof er met de rechtbank van uit dat de gevoerde gesprekken daadwerkelijk hebben geleid tot de verkoop van harddrugs. Het standpunt van de verdediging dat de berichten in het dossier niet zien op een tot stand gekomen verkoop van drugs, acht het hof dan ook in strijd met de bewijsmiddelen. De raadsman heeft voorts aangevoerd dat de verdachte niet daadwerkelijk zelf heeft verkocht maar als tussenpersoon of bemiddelaar – eerder in de rol van medeplichtige – handelingen heeft verricht, gericht op de verkoop van harddrugs. Het hof volgt dit verweer niet en verwijst hierbij naar de chatberichten op 8 juli 2020 waarin door de verdachte wordt gezegd “ik heb alles verkocht vandaag. Morgen misschien heb ik weer.” Hieruit volgt dat de verdachte wel degelijk zelf harddrugs verkocht. Dat in een aantal gesprekken door de verdachte wordt aangegeven dat hij de prijs aan “mn” broer moet vragen, maakt dit niet anders. Dat neemt immers niet weg dat de verdachte vervolgens – al dan niet met een verhoging van de prijs met “een kwartje” opdat hij zelf ook nog aan de verkoop zou verdienen - harddrugs heeft verkocht. Op grond van het voorgaande is het hof met de rechtbank van oordeel dat de verdachte meerdere keren harddrugs heeft verkocht. Het hof acht daarom het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. Omdat de berichten die zien op inkoop van en het uitwisselen van informatie over harddrugs ook samenhangen met de verkoop ervan, heeft het hof bij het bepalen van de pleegperiode alle chatberichten van de verdachte (en niet alleen de berichten die zien op verkoop) in aanmerking genomen. Uit de genoemde bewijsmiddelen blijkt dat het eerste chatbericht is verstuurd op 30 maart 2020. Daarom zal het hof – net als de rechtbank - uitgaan van een pleegperiode van 30 maart 2020 tot en met 9 maart 2021. Ten aanzien van de pleegplaats overweegt het hof dat het, nu de woonplaats van de verdachte Den Haag betreft, aannemelijk is dat de berichten door de verdachte vanuit Den Haag zijn verzonden. Nu dit niet met zekerheid is vast te stellen, zal het hof als pleegplaats ‘Den Haag en/of elders in Nederland’ bewezen verklaren. Feit 3, voorbereidingshandelingen in- en uitvoer Onder dit feit wordt de verdachte verweten dat hij voorbereidingshandelingen heeft getroffen om cocaïne/heroïne binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland te brengen. Bewijsmiddelen Gesprek [account 13] en [account 7] 01-06-2020 22:55 [account 13] Heb je interesse in trippel a bv 01-06-2020 22:56 [account 13] Fruit 01-06-2020 22:58 [account 7] Prijs 01-06-2020 23:12 [account 13] 10% vragen ze 01-06-2020 23:13 [account 7] 6 t max 01-06-2020 23:13 [account 7] Ik heb streep broer die voeg il er tpe In dit gesprek wordt met ‘trippel a bv’ waarschijnlijk de status van een B.V. bedoeld. ‘AAA’ betekent vermoedelijk een betrouwbare B.V. [account 7] zegt dat hij een ‘streep’ heeft. Hier wordt vermoedelijk mee bedoeld dat hij toegang heeft tot een corrupte douanemedewerker. De context van dit gesprek doet vermoeden dat met ‘trippel a bv’ een onderneming wordt bedoeld die zendingen fruit verstuurt en als dekmantel kan dienen voor cocaïnetransporten. Gesprekken [account 15] en [account 8] [account 15], [account 8] 2020-06-14 10:33:51 [account 15] Heb toevallig tp naar uk [account 15], [account 8] 2020-09-06 11:56:37 [account 15] Bro een vraagje heb je tp naar uk [account 15], [account 8] 2020-09-19 14:25:50 [account 15] Ja zijn mooie colo toch [account 15], [account 8] 2020-09-19 14:26:14 [account 15] Meld me aub heb 90 st nodig [account 15], [account 8] 2020-09-19 14:52:49 [account 15] Wil ze voor uk [account 15], [account 8] 2020-09-19 18:06:13 [account 15] Sim bro ben er weer hoe laat heb ik ze maandag want tp vertrekt maandag naar uk [account 15], [account 8] 2020-09-19 18:06:35 [account 15] Kan je ze vroeg bezorgen voor me denk je Gesprek [account 15] en [account 10] [account 15], [account 10] 2020-06-17 19:34:39 [account 15] Heb je tp bro [account 15], [account 10] 2020-06-17 19:34:39 [account 15] Ik zit nu in Griekenland [account 15], [account 10] 2020-06-17 19:34:39 [account 15] Heb hier spullen [account 15], [account 10] 2020-06-17 19:34:39 [account 15] Broer is al een paar dagen droog [account 15], [account 10] 2020-06-17 19:34:41 [account 15] Heb toppp colo Gesprek [account 14] en [account 11] [account 14], [account 11] 2021-02-15 16:41:13 [account 14] Colo 28 boli 28,5 bro [account 14], [account 11] 2021-02-15 16:44:23 [account 14] Bro zij jij tegen mij tp naar uk [account 14], [account 11] 2021-02-15 16:56:15 [account 14] Heb jij tegen me gezegd tp naar uk [account 14], [account 11] 2021-02-15 16:56:29 [account 14] Heb je die nog [account 14], [account 11] 2021-02-15 16:56:29 [account 14] Wat is prijs [account 14], [account 11] 2021-02-15 16:57:25 [account 14] Vraag welke plaats wordt gedropt in uk [account 14], [account 11] 2021-02-15 16:57:33 [account 14] En prijs [account 14], [account 11] 2021-02-15 16:57:44 [account 14] En welke dagen wordt gestuurd [account 14], [account 11] 2021-02-15 16:57:50 [account 14] Prijs oke Het oordeel van het hof De tenlastelegging van feit 3 is toegesneden op artikel 10a, eerste lid sub 2 van de Opiumwet. In de kern wordt de verdachte het plegen van voorbereidings- of bevorderingshandelingen verweten in het kader van – kort gezegd – de in- en/of uitvoer van cocaïne en/of heroïne, door zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen. De aan de verdachte in dat kader verweten gedragingen zien blijkens de tenlastelegging op het uitwisselen van inlichtingen ten aanzien van de beschikbaarheid en de prijs van cocaïne en/of heroïne en de beschikbaarheid en wijze van transport naar- en vanuit het buitenland. Zowel de raadsman als de advocaten-generaal hebben bij de onderbouwing van hun standpunt verwezen naar de wetsgeschiedenis. Het hof overweegt als volgt. Blijkens de Memorie van Antwoord van de Nadere wijziging van de Opiumwet (Kamerstukken II, 17975, nr. 5, p. 10) dient onder voorbereidingshandelingen te worden verstaan: elke gedraging die wordt bedoeld te dienen ter voorbereiding van een strafbaar feit zonder dat die gedraging reeds een begin van uitvoering van dat feit oplevert. De stelling van de verdediging dat van voorbereidingshandelingen nog geen sprake is, nu de aangehaalde chatberichten geen blijk geven van het tot stand komen van een akkoord, noch van afstemming hoe, wanneer en waar de beoogde in- of uitvoer van harddrugs zou plaatsvinden, is een te beperkte interpretatie van artikel 10a Opiumwet. De in artikel 10a lid 1 (sub 1
- en)sub 2 Opiumwet vermelde gedragingen kunnen verder afstaan van de uitvoering van het gronddelict en maken dat al in een vroegere (meer verkennende) fase strafbaarheid kan ontstaan, ook zonder dat al concrete afspraken bestaan over het te plegen delict (vgl. ECLI:NL:HR:PHR:2025:109 en ECLI:NL:HR:2025:812). Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte chatberichten heeft uitgewisseld met de hiervoor weergegeven gebruikersaccounts waarin hij informeert naar de beschikbaarheid, de prijs en/of het transport van cocaïne naar en vanuit het buitenland. Gelijk het oordeel van de rechtbank is het hof van oordeel dat dit wel degelijk strafbare voorbereidingshandelingen in de zin van artikel 10a Opiumwet zijn, omdat in deze berichten vraag en aanbod op elkaar worden afgestemd ten aanzien van strafbare feiten, namelijk - in dit geval – de koop dan wel verkoop en/of het transport van harddrugs vanuit en naar het buitenland. Met degelijke handelingen wordt het strafbare feit voorbereid. Ten aanzien van de pleegplaats overweegt het hof dat het, nu de woonplaats van de verdachte Den Haag betreft, aannemelijk is dat de berichten vanuit die plaats zijn verzonden. Nu dit niet met zekerheid is vast te stellen, zal het hof als pleegplaats ‘Den Haag en/of elders in Nederland’ bewezen verklaren. Feit 4, witwassen Onder dit feit wordt de verdachte verweten dat hij meerdere grote geldbedragen heeft witgewassen. Bewijsmiddelen Gesprek [account 13] en [account 1] 02-04-2020 15:47 [account 1] Is boli 02-04-2020 15:47 [account 1] Die kan je wel 27.5 krijgen 02-04-2020 15:57 [account 13] Bro zeg breng alvast 7 st erbij 02-04-2020 15:57 [account 1] Is goed bossie 02-04-2020 15:58 [account 1] Nu gelijk of wat 02-04-2020 15:58 [account 13] Ja 02-04-2020 17:45 [account 1] Kome die paps nog vandaag 02-04-2020 17:45 [account 13] Ja bro 02-04-2020 19:22 [account 1] Hoe laat heb jij die paps klaar 02-04-2020 19:22 [account 13] Bro staat klaar Op 2 april 2020 om 19:22 stuurt [account 13] een foto naar [account 1] van een kartonnen doos met daarin contant geld dat gebundeld is. Omdat [account 13] vermoedelijk 7 kilogram cocaïne tegen een prijs van € 27.500,- per kilogram koopt, moet [account 13] vermoedelijk € 192.500,- (7 x € 27.500,-) aan [account 1] betalen. Gesprek [account 13] en [account 19] 02-04-2020 18:30 [account 13] Oke 15 min ben zo klaar Op 2 april 2020 om 18:30 uur stuurt [account 13] een foto naar [account 19] van een geldtelmachine waarop te zien is dat in het uitgifte kanaal een stapel contant geld ligt. Op de geldtelmachine staat ‘200’ afgebeeld. Uit het gesprek dat volgt blijkt vervolgens dat [account 13] en [account 19] elkaar die dag niet ontmoeten. Uit een gesprek op 3 april blijkt vervolgens dat de overdracht plaatsvindt. Het gesprek vervolgt: 03-04-2020 13:36 [account 19] Hoeveel moest het zijn broer 03-04-2020 13:36 [account 13] 222 03-04-2020 13:37 [account 13] Heb zelf geteld bro 03-04-2020 13:37 [account 19] Oke broer klopt 03-04-2020 13:37 [account 13] Of is daar mee 03-04-2020 13:37 [account 19] Nee nee het is 222 Gesprekken [account 13] en [account 18] 02-04-2020 17:40 [account 18] i come bring many 02-04-2020 17:40 [account 13] Oke 02-04-2020 17:40 [account 13] How long 02-04-2020 17:40 [account 18] now 02-04-2020 17:40 [account 13] Oke 02-04-2020 17:49 [account 18] i write in sky bro 02-04-2020 17:50 [account 18] i live home encro 02-04-2020 17:50 [account 13] Oke 02-04-2020 18:44 [account 13] Bro here is to short 02-04-2020 18:45 [account 13] 188300 [account 13] deelt [account 18] in bovenstaand gesprek mee: “here is to short”. Waarschijnlijk bedoelt [account 13] dat hij te weinig geld heeft gekregen. Met “188300” in combinatie met geld (many/money) wordt vermoedelijk € 188.300,- bedoeld. 02-04-2020 17:40 [account 18] i come bring many 02-04-2020 17:40 [account 13] Oke 08-04-2020 15:20 [account 18] bro where i bring many 08-04-2020 15:25 [account 13] I am [straat 2] 08-04-2020 15:29 [account 18] how I have to give you 08-04-2020 15:30 [account 18] i give 188000 and 18200 Op 8 april 2020 om 15:25 uur stuurt [account 13] een foto van een kamer naar [account 18]. De afbeelding wordt herkend als zijnde de [adres 1] te Den Haag. Met 188000 en 18200 in combinatie met geld (many/money) wordt vermoedelijk € 188.000,- en € 18.200,- (totaal € 206.200,-) bedoeld. Gesprek [account 13] en [account 2] over € 257.500,- 30-04-2020 15:41 [account 13] Oke pak ze 30-04-2020 15:41 [account 2] Allemaal? 30-04-2020 15:41 [account 13] Ja 30-04-2020 15:41 [account 13] 10 30-04-2020 15:43 [account 13] St 30-04-2020 15:43 [account 13] Ik zet pap alvast klaar 30-04-2020 15:44 [account 2] Bro ik betaal je 25.6 toch 30-04-2020 15:49 [account 13] Broer kihk of je me 25.75 kan geven dezd mensen willen me niks geven 30-04-2020 15:49 [account 13] 2575geef ik jou Het feit dat [account 13] afspraken kan maken over de aankoop van vermoedelijk 10 kilogram cocaïne, betekent dat hij kennelijk minimaal de beschikking heeft over een geldbedrag van € 257.500,- (10 x € 25.750,-) om de aankoop te kunnen doen. De verdachte heeft in eerste aanleg verklaard dat hij degene is die op de foto behorend bij het gesprek met [account 1] op 2 april 2020 de doos met geld vasthoudt. Het oordeel van het hof Met een verwijzing in de tenlastelegging naar het proces-verbaal van bevindingen van 19 november 2020 wordt de verdachte verweten dat hij meerdere geldbedragen zou hebben witgewassen, tot een totaal van € 1.825.500,-. De eerste vraag die het hof moet beantwoorden is of de verdachte de in de hiervoor weergegeven berichten genoemde geldbedragen daadwerkelijk voorhanden heeft gehad. De verdachte heeft ontkend dat hij deze bedragen voorhanden heeft gehad en heeft ten aanzien van sommige bedragen verklaard dat het ging om geld van een ander, voor wie hij iets moest regelen. Die verklaring is echter niet aannemelijk geworden. Het hof is van oordeel dat uit de tekst van de hiervoor weergegeven gesprekken blijkt dat de verdachte de daarin genoemde geldbedragen tot zijn beschikking heeft gehad. Zo heeft hij foto’s gestuurd van een doos met geld en van de woonkamer van de [adres 1] te Den Haag waar het geld door [account 18] naartoe moest worden gebracht. De verdachte heeft daarbij ter terechtzitting in eerste aanleg bevestigd dat hij degene is die te zien is op de foto op 2 april 2020 als degene die de doos met geld vasthoudt. Bij het gesprek van 3 april 2020 zal het hof, gelijk het oordeel van de rechtbank, uitgaan van 222 briefjes van € 50,-, in totaal een bedrag van € 11.100,-. Gelijk het standpunt van de verdediging en anders dan het oordeel van de rechtbank zal het hof de verdachte vrijspreken van het witwassen van een bedrag van € 300.000,- zoals genoemd in een gesprek met [naam 1] op 2 april 2020. In dit gesprek geeft de verdachte aan dat hij ongeveer 3 ton “pap” (naar het hof begrijpt: geld) heeft in Milaan (Italië). Hij vraagt [naam 1] of hij een “wissel” heeft. Aan de verdachte is het voorhanden hebben van dit geldbedrag in Den Haag en/of Nederland ten laste gelegd. Uit dit gesprek kan in ieder geval worden opgemaakt dat genoemd geldbedrag op dat moment niet feitelijk in de beschikkingsmacht van de verdachte in Nederland was. Verdere omstandigheden omtrent dit geldbedrag zijn het hof niet gebleken. Gelet op het voorgaande ontbreekt het aan voldoende wettig en overtuigend bewijs dat de verdachte zodanige feitelijke zeggenschap over dit geldbedrag had, dat hij dit geld voorhanden heeft gehad in de zin van artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht. Het hof zal de verdachte dan ook van dit deel van de tenlastelegging vrijspreken. Resumerend acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte in de ten laste gelegde periode meerdere grote geldbedragen voorhanden heeft gehad, zoals hiervoor overwogen. Gelet op de inhoud van de gesprekken -die betrekking hebben op harddrugs - is het vermoeden gerechtvaardigd dat de hiervoor in de chatberichten genoemde geldbedragen een criminele herkomst hebben. Gezien de inhoud en de context van de chatberichten, het feit dat de verdachte ook chatberichten heeft gestuurd waarin hij zegt dat hij verkocht heeft en het feit dat deze chatberichten met een PGP-telefoon werden verstuurd, concludeert het hof – gelijk het oordeel van de rechtbank - dat het niet anders kan zijn dan dat deze grote geldbedragen van misdrijf afkomstig zijn. Het hof acht dan ook bewezen dat de verdachte deze grote bedragen telkens heeft witgewassen. Uit het dossier lijkt te volgen dat de geldbedragen de opbrengst zijn van de verkoop van drugs door de verdachte, maar het hof kan niet vaststellen dat dit daadwerkelijk het geval is. Daarom zal het hof bewezen verklaren dat het afkomstig is van enig misdrijf. Ten aanzien van de pleegplaats overweegt het hof dat het, nu de woonplaats van de verdachte Den Haag betreft, aannemelijk is dat hij de bewezenverklaarde geldbedragen in die plaats voorhanden heeft gehad. Nu dit niet met zekerheid is vast te stellen, zal het hof als pleegplaats ‘Den Haag en/of elders in Nederland’ bewezen verklaren. Feit 1, criminele organisatie Onder feit 1 is aan de verdachte ten laste gelegd dat hij heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, waaraan ook de andere verdachten in het onderzoek Eems hebben deelgenomen, die tot doel had om strafbare feiten te plegen zoals bedoeld in artikel 10 en 10a van de Opiumwet. Dit feit is strafbaar gesteld in artikel 11b van de Opiumwet, welk artikel een zogenoemde lex specialis vormt van artikel 140 Sr. Onder een criminele organisatie als bedoeld in deze artikelen wordt verstaan een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en tenminste één andere persoon. Het oogmerk van de organisatie moet zijn gericht op het plegen van misdrijven – in dit geval die van artikel 10 en 10a van de Opiumwet. Van deelneming aan een criminele organisatie is sprake als de verdachte behoort tot het samenwerkingsverband én als de verdachte een aandeel heeft in gedragingen, dan wel gedragingen ondersteunt, die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het hierboven bedoelde oogmerk. In het bestanddeel “deelneming aan” ligt tevens het opzet van de verdachte besloten. Om als deelnemer aan een criminele organisatie te kunnen worden aangemerkt is niet vereist dat komt vast te staan dat heeft samengewerkt met, althans bekend moet zijn geweest met alle andere personen die deel uitmaakten van de organisatie of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is geweest. De bewijsmiddelen a. In diverse processen-verbaal van identificatie staat met betrekking tot gebruikers van SkyECC- en EncroChat-accounts: - [medeverdachte 5]gebruikte SkyECC-account; - [medeverdachte 4]gebruikte EncroChat-accounts [account 21] en [account 22] en SkyECC-accounts [account 23], [account 24] en [account 25]; - [verdachte] gebruikte EncroChat-accounts [account 13] en [account 12] en SkyECC accounts [account 15] en [account 14]; - [medeverdachte 1]gebruikte SkyECC-accounts [account 26] en [account 27]; - [medeverdachte 3] gebruikte EncroChat-account [account 28] en SkyECC-account [account 29]; - [medeverdachte 6] had vanaf 7 maart 2021 de telefoon voorhanden waarop het SkyECC account [account 30] stond geregistreerd. In de chatberichten van de hiervoor genoemde accounts zijn onder meer de volgende chatberichten aangetroffen (zakelijk weergegeven): - [account 13] naar [account 21] op 4 april 2020: Bro; Heb hier mooie toppers; Voor je; Colo; 27.250; [stuurt foto’s] hier heb ik 25 st; kan genoeg erbij halen; zeg het maar, [account 21]: oke van wie zijn die; heb gehoord worden niet hard die blijft pap? - [account 12] naar [account 22] op 6 juni 2020: Jo; Waar staat ie; Ik ga die 12 pakken [account 22]: Kom ik ben thuis? - [account 12] naar [account 22] op 7 juni 2020: Ik krijg zo die pap van opa voor die turkse ga die even tellen; Dan breng ik die naar jou; Jo moet ik die pap nu brengen; Jo; Ben er; Moet ik deze pap aan [bijnaam medeverdachte 3] geven; [account 22]: Ja; [account 12]: Oké 220 plus 80 is hier; - [account 27] naar [account 29] op 27 november 2020: Kom naar café bro; Kijk aub of niemand je volgt, [account 29]: Ok bro; Ik kom eraan [account 29] stuurt een foto van een briefje met daarop vier namen en vier bedragen. De vier bedragen opgeteld geven een totaalbedrag van € 1.072.000 (451.000 + 399.000 + 100.000 + 122.000)]; - [account 29] aan [account 25] op 8 december 2020: Er is tp naar Griekenland; Van poes; Hij vraagt of dat voor interessant is; [account 25]: Ja; Vraag of ie een stukje verder komt in turkije; [...] Oke top die ierland is intressant bro heb daar goeie klanten? - [account 25] aan [account 31] op 13 december 2020: Ja bro ik heb nog tp voor deze week uk bro laatste die nog gaat ik wilde sturen maar ze hebben mij nog geen pap gestuurd; Ja broer welke; Poeder of blok; Oké wacht ik geef je zijn mail van sky kan je gelijk met hem mailen en groepchat maken tussen hun; ECC ID: [account 30]; - [account 29] aan [account 27] op 14 december 2020: Ik tel hier 428; moment ik krijg meer; bro; [account 27]: 502500; moet je vragen bro; [account 29]: hij zegt hij gaat proberen; bro; [account 27]; hij heeft bro; ([account 29] stuurt foto met geld); - [account 20] naar [account 32] op 4 januari 2021: Heb hier laatste 25 nog zo zegt me broer; Ok? (stuurt foto van blok met wit poeder); - [account 26] naar [account 25] op 9 januari 2021: Je kan ze geven 28750 zo geven; [account 25] naar [account 33] op 9 januari 2021: Voor jou geef ik 28750 bro maar moet je niemand zeggen omdat ik de meest geef 29.5 maar nie; [account 33]: ja goed broer; nee niemand broer ik praat niet; - [account 26] naar [account 25] op 10 januari 2021: Dan stuur ik boforma langs je dan rijd hij gelijk naar Rotterdam [account 25]: hoeveel moet ik hem geven; stuur hem [account 26]: alles; behalve 200tjes; [account 25]: oke stuur hem [account 26]: oke laat me weten hoe veel daar is aub; - [account 25] naar [account 29] op 11 januari 2021: Heb je foto van die donkere korels; [account 29]: ja bro; - [account 20] naar [account 32] op 7 februari 2021: Broer me broer vraagt mij 13 en moet halve puntje of kwartje krijgen broer ligt eraan hoeveel mensen nemen; Dus kijk maar ik moet eten broer ga niet voor niks rennen kwartje wil ik eten en dan moet ik me broer morgen vragen oké dan laat ik je weten oké morgen oké; - [account 20] naar [account 32] op 10 februari 2021: Er is 2000 binnen gekomen; Donkere en lichte; Oké dan weet jij dat ook broer; Oké kijk of je aan mij voor 12 kan geven dan zeg ik me broer dat hij liever via jou pakt; Oké; Dan pakt hij veel; [...] Die prijs krijgt me broer al broer kijk als daar wat andere prijs is laat me weten broer; Broer kijk als ze aan me broer voor 12 geven pakt hij veel oke; - [account 26] naar [account 29] op 7 februari 2021: [stuurt foto met bruine blokken met opdruk ROSE] Ik heb zo donkere bro; 13250; - [account 20] naar [account 29] op 17 februari 2021: Is goed bro voor hoeveel krijg jij ze dan a homo?; Luisteren dan gaan we morgen zeggen 26,5; Dan kunnen we kwartje pakken toch; - [account 26] naar [account 29] op 1 maart 2021: Hoi bro slm; Ik stuur je foto; [stuurt foto met plastic zak met bruine inhoud] Bid ze 13 aan bro; Daar zit je brood aan; Jij mag ze verkopen voor 13; 250 per st is je winst: kan je nieuwe tv kopen; - [account 24] naar [account 9] op 16 juni 2020: Broer luister heb ie tp klaar staan om spullen op te halen in Griekenland; En hoelang kan tp daar zijn; Kan ie dan tp regelen; donderdag of vrijdag; Ja blokken; Ja maar kan je tp regelen komende donderdag of vrijdag; Oké; 1000; Nee bro mijn broertje is daar al deze keer. In de chatberichten die aan [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] worden toegeschreven wordt gesproken over ‘tp’, ‘transport’, ‘UK’, ‘Colombia’, ‘Peru’, ‘Suriname’, ‘Argentinië’, ‘Maersk’, ‘CMA’, ‘kapitein’, ‘matroos’, ‘havens’ en ‘containers’. Bij de aanhouding van de verdachten en tijdens het daarop volgende onderzoek is onder meer het volgende aangetroffen: - in een BMW X Reihe met kenteken [kenteken 2] (hierna: de BMW) die in de directe omgeving van de woning van [medeverdachte 4] is aangetroffen: 110 kilo van een materiaal bevattende cocaïne, 64,5 kilo van een materiaal bevattende heroïne en een bedrag van € 481.650,-; - in de Citroën Jumpy achter de woning waar [medeverdachte 1] verbleef: circa 43 kilo van een materiaal bevattende cocaïne en 17 kilo van een materiaal bevattende heroïne, een geldtelmachine en een bedrag van € 3.585.235,; - in de woning [adres 2]te Den Haag: bakken met poederresten, 25 liter geelbruine vloeistof, 4 kilo crème poeder, een vacuüm sealmachine met mallen, een stalen persframe met krik, 10 persplaten met logo’s (o.a. Audi en een anker), een persmal met poederresten, verpakkingsmiddelen, vloeipapier, 40 rollen tape, een zak met 1.000 elastiekjes, weegschalen, mixers, een kartelmes en zeven jerrycans met Aceton; - in de woning [adres 3]te Den Haag, het verblijfadres van [medeverdachte 1]: een geldbedrag van € 18.250,-; - in de woning [adres 4]te Den Haag, het woonadres van [medeverdachte 4]: een geldbedrag van € 135.000,-; - in de woning [adres 5]te Den Haag, het woonadres van [verdachte]: een geldbedrag van in totaal € 3.975,-. Op verschillende plekken is DNA aangetroffen wat is te herleiden naar verdachten uit het onderzoek Eems: - in de BMW is tot [medeverdachte 3] te herleiden DNA aangetroffen op een boodschappentas Dirk, waarin blokken met een materiaal bevattende cocaïne zaten; - in de BMW is verder tot [medeverdachte 4]te herleiden DNA aangetroffen op de Adidas rugzak waarin het geldbedrag van € 481.650,- zat en is een vingerafdruk aangetroffen op een boodschappentas Lidl, waarin blokken met cocaïne zaten, en welke vingerafdruk heeft geleid tot individualisatie op [medeverdachte 4]; - in de Citroën Jumpy is op twaalf verschillende plekken (waaronder op de boodschappentassen met geld, de rugzak en de handschoen onder de geldtelmachine) tot [medeverdachte 1]te herleiden DNA aangetroffen, en - in de woning [adres 2]te Den Haag is tot [medeverdachte 6] te herleiden DNA aangetroffen op een rietje van een drinkpakje Capri Sun op de salontafel in de woonkamer en tot [medeverdachte 4]te herleiden DNA op de binnenzijde van een handschoen uit een boodschappentas. Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft [verdachte] op vragen van zijn raadsman, de rechtbank en de officieren van justitie - zakelijk weergegeven – het volgende verklaard over de door hem gevoerde chatberichten: - met colo/coli wordt in de door hem gevoerde chatgesprekken gedoeld op Colombiaans cocaïne, met boli op Boliviaanse cocaïne, met bruin op heroïne; met st of stuks wordt gedoeld op blokken cocaïne of heroïne; pap betekent geld; met een kwartje wordt € 250 bedoeld; - hij wilde iets verdienen met de in- en verkoop van harddrugs; - hij werd benaderd om transport te zoeken voor harddrugs van een ander en heeft daarvoor een van zijn broers benaderd; - om drugs aan anderen te kunnen leveren zocht hij contact met een van zijn broers, waarna hij het antwoord doorgaf aan zijn contact, en - hij kon niet zelf de prijs bepalen waarvoor hij drugs aan anderen verkocht, dit diende hij eerst aan een van zijn broers te vragen. Het adres [adres 1] te Den Haag is het BRP-adres van [medeverdachte 5]. Hij verhuurde de woning aan [medeverdachte 6]. Het adres wordt genoemd in de chatberichten van de hierboven genoemde accounts, om elkaar te ontmoeten of geld af te leveren. Foto’s van het interieur van deze woning zijn verstuurd door [account 20] ([medeverdachte 4]) en [account 13] ([verdachte]), waarbij ook een grote hoeveelheid geld en een geldtelmachine te zien zijn. In de woning is verpakkingsmateriaal en een geldtelmachine aangetroffen. Uit observaties blijkt dat [verdachte], [medeverdachte 5], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] in de periode december 2020 en januari 2021 ook bij deze woning zijn gezien. Op 8 februari 2021 stuurde de gebruiker van SkyECC [account 20] naar de gebruiker van SkyECC [account 11]: Broer als je wilt kan je komen halen zijn 1250 blokken [...] Kom waar je altijd naar [bijnaam medeverdachte 6] komt? Getuige [getuige] heeft verklaard dat het Marokkaanse neefje van de onderbuurman van [adres 1] te Den Haag (deze buurman heette [buurman medeverdachte 5] en wordt ook ‘lange’ genoemd) in de woning aan de [adres 2]te Den Haag heeft gelogeerd. Hij verklaarde dat '[bijnaam medeverdachte 6]', wiens echte naam [medeverdachte 6] is, ook op nummer [huisnummer] woonde. In de chatberichten van de genoemde accounts wordt ‘[bijnaam medeverdachte 6]’ vele malen genoemd. Ten aanzien van de stempels/opdrukken op de aangetroffen verpakkingen harddrugs is het volgende geverbaliseerd. - In de telefoon in gebruik bij [medeverdachte 6] zijn Telegramberichten van 7 maart 2021 gevonden over ‘have you seen ICON’. SkyECC-account [account 25] ([medeverdachte 4]) verstuurde op 7 en 8 maart 2021 foto’s van blokken ICON. SkyECC-account [account 20] ([medeverdachte 5]) verstuurde op 8 maart een foto van een blok ICON met groen verpakkingsmateriaal. [medeverdachte 5]verstuurt dezelfde foto die [medeverdachte 4]eerder stuurde, en [verdachte] en [medeverdachte 4]sturen een foto door die eerder door [medeverdachte 1]is gestuurd. - In de BMW van [medeverdachte 4](op naam van [medeverdachte 6]) is op 9 maart 2021 een groot aantal groene blokken met de opdruk ICON gevonden, in totaal 110 kilo. - In de Citroën Jumpy van [medeverdachte 1]zijn 43 blokken van een materiaal bevattende cocaïne aangetroffen, waaronder een aantal groene pakketten met de opdruk ICON, een aantal zilveren pakketten met de opdruk "Mercedes-Benz" en een aantal donker gekleurde pakketten met de opdruk van een anker. - [account 25] ([medeverdachte 4]) stuurde op 24 februari 2021 naar [account 31]: Slm bro als je echt haast hebt kan ik je 7 geven die zijn kant en klaar maar wollah zitten 200 erin ik wilde ze ook sturen als je haast heb geef ik je die laat ik gelijk maken is anker br. - In de woning [adres 2]te Den Haag zijn persplaten met logo’s van Audi en een anker en een boodschappentas met vellen A4-papier aangetroffen met daarop logo’s van Audi en van een anker. - In chats van de gebruiker van SkyECC [account 29] (geïdentificeerd als [medeverdachte 3]) werden op 2 maart 2021 afbeeldingen van (vermoedelijk) blokken cocaïne met stempels AUDI en Mercedes gestuurd en de tekst: 'Ja deze is garantie bro' (...) 'Zijn toppers bro'. i. In de BMW, de Citroën Jumpy en een Volkswagen Up met kenteken [kenteken 3] (hierna: de VW Up) op naam van [medeverdachte 5] zijn professioneel ingebouwde verborgen ruimtes aangetroffen. De verborgen ruimtes in de Citroën Jumpy en de VW Up waren te openen door middel van een afstandsbediening. In de verborgen ruimtes van de BMW en de Citroën Jumpy zijn - zoals hiervoor al werd vermeld - grote hoeveelheden harddrugs aangetroffen. In verschillende chatberichten van SkyECC [account 26] ([medeverdachte 1]) wordt gesproken over ‘de plaats auto’ en de ‘stash auto’, waarbij ook een foto is verstuurd van een auto die is herkend als de Citroën Jumpy. In chatberichten tussen [account 21] ([medeverdachte 4]) en [account 34] (door [account 21] opgeslagen als ‘stashauto’) informeert [account 21] naar de mogelijkheden ten aanzien van auto’s met verborgen ruimtes en hoe groot die ruimtes dan zijn. [account 28] ([medeverdachte 3]) biedt transport aan voor Duitsland, Frankrijk, Denemarken, Zweden, Spanje: ‘ik heb met vrachtwagen en stash’. In augustus 2019 zijn gesprekken opgenomen die zijn gevoerd tussen [medeverdachte 1]en [medeverdachte 3] toen [medeverdachte 1]gedetineerd zat in [P.I.]. In de gesprekken gaat het onder meer over opdrachten die [medeverdachte 3] krijgt om ‘een bak’ weg te halen (waarmee boetes worden gemaakt), wordt gesproken over ‘[naam 1]’ en ‘die [naam 2]’ en ‘[account 13]’, geeft [medeverdachte 1]de instructie ‘Leg/geef/lever hem 2 kilo’ en wordt gesproken over een bak die [medeverdachte 3] gaat wegbrengen, waarbij [medeverdachte 1]uitleg geeft over een afstandsbediening. Op grond van de hierboven genoemde bewijsmiddelen stelt het hof - grotendeels met de rechtbank - het volgende vast. De verdachten zijn allen geïdentificeerd als gebruiker van één of meer accounts van de versleutelde berichtendiensten EncroChat en SkyECC. Dit geldt alleen niet voor [medeverdachte 6], die enkel een SkyECC-telefoon voorhanden heeft gehad (maar bij wie het hof niet bewezen acht dat hij met deze telefoon versleutelde chatberichten heeft uitgewisseld), en voor [medeverdachte 2]. Ten aanzien van [medeverdachte 2] acht het hof niet bewezen dat hij heeft deelgenomen aan de criminele organisatie. In het navolgende wordt hij niet begrepen onder ‘de verdachten’. Via de EncroChat- en SkyECC-accounts hadden de verdachten contact met elkaar en met derden over de aankoop, de verkoop, de prijzen en het vervoer van heroïne en cocaïne. Uit de chatberichten blijkt dat de verdachten onderling en met derden harddrugs verhandelden, dat zij grote geldbedragen beschikbaar hadden en ook aan elkaar overhandigden en dat gesproken werd over vervoer van drugs via transportlijnen uit onder andere Zuid-Amerika. Bij doorzoeking van de woningen en voertuigen van de verdachten zijn op meerdere plekken grote hoeveelheden harddrugs, drugsgerelateerde goederen en grote geldbedragen aangetroffen. Dit betreft met name de voertuigen die zijn aangetroffen bij of in de directe omgeving van de woningen van [medeverdachte 1]en [medeverdachte 4]en de woning van [medeverdachte 4]. In de woning [adres 2]te Den Haag zijn veel drugsgerelateerde goederen aangetroffen, die erop duiden dat deze woning is gebruikt als productielocatie van harddrugs. Zo zijn daar persplaten aangetroffen met logo’s (Audi en anker) die ook op een aantal cocaïneblokken zaten die zijn gevonden in de genoemde voertuigen. In de BMW, de Citroën Jumpy en de woning [adres 2]te Den Haag zijn DNA-sporen en vingerafdrukken gevonden die zijn te herleiden naar verschillende verdachten. Verder zijn in drie voertuigen professioneel ingebouwde verborgen ruimtes aangetroffen, terwijl daarover ook in de chatberichten werd gesproken. De verdachten konden bovendien tegelijkertijd beschikken over blokken cocaïne met de opdruk ICON. Zo werden op 7 en 8 maart 2021 foto’s rondgestuurd, eerst door [medeverdachte 1]en [medeverdachte 4]en vervolgens ook door [medeverdachte 5]en [verdachte], waarbij deze blokken te koop werden aangeboden aan anderen. Op 9 maart 2021 werden in voertuigen van [medeverdachte 1]en [medeverdachte 4]vele blokken van een materiaal bevattende cocaïne met opdruk ICON aangetroffen. Dit duidt op een gestructureerde samenwerking met betrekking tot de aankoop, het voorhanden hebben en de handel in cocaïne. De woning [adres 1] te Den Haag was - zo blijkt uit de chatberichten - een ontmoetingsplek voor de verdachten en hun contacten en werd gebruikt om (hard)drugs en geld op te halen of te brengen. Uit het procesdossier blijkt dat in de samenwerking tussen de verdachten een zekere rolverdeling is aan te wijzen. Met de voorbereiding van de invoer en uitvoer van harddrugs vanuit en naar het buitenland hielden met name [medeverdachte 1]en [medeverdachte 4]zich bezig, zo blijkt uit hun chatberichten. Bij deze twee verdachten zijn ook de grote hoeveelheden harddrugs en contant geld aangetroffen. De aansturende rol van [medeverdachte 1]blijkt ook uit de gesprekken uit 2019 die in de P.I. zijn opgenomen, waarin het lijkt te gaan over [verdachte] en over een auto met stashruimte. De harddrugs werd binnen Europa en in Nederland met name verhandeld door [verdachte] en [medeverdachte 3]. Daarbij is te zien dat zij harddrugs te koop aanbieden of door anderen worden gevraagd om harddrugs te regelen. In deze chatberichten valt op dat zij de verkoopprijzen eerst moeten afstemmen, zoals ook uit de verklaring van [verdachte] ter terechtzitting blijkt. Hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van de blokken ICON laat zien dat de harddrugs eerst beschikbaar waren voor [medeverdachte 1]en [medeverdachte 4]en dat [verdachte], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5]deze harddrugs aan derden te koop hebben aangeboden, terwijl ze de harddrugs niet zelf voorhanden hadden. [medeverdachte 5]heeft niet alleen chatberichten gestuurd over de verkoop van harddrugs, maar bezat ook een auto met stashruimte en heeft zijn woning aan de [adres 1] te Den Haag ter beschikking gesteld. Hij verhuurde deze aan [medeverdachte 6], die gold als de loopjongen van de andere verdachten. Hij verrichte onder meer koeriersdiensten als er drugs of geld vervoerd moesten worden. Hij woonde in de woning die door de andere verdachten werd gebruikt als ontmoetingsplek in het kader van de criminele organisatie. Ten aanzien van de pleegperiode zal het hof samen met de rechtbank aansluiting zoeken bij het vroegst aanwijsbare moment waarop de verdachte bij de organisatie betrokken was. Uit de chatberichten blijkt een onderlinge samenwerking die terug gaat tot in elk geval april 2020. In de opgenomen gesprekken tussen [medeverdachte 1]en [medeverdachte 3] uit augustus 2019 wordt echter ook al gesproken over ‘[naam 1]’ en ‘[account 13]’ (het hof begrijpt: [verdachte]), een auto met afstandsbediening en over ‘geef hem 2 kilo’. Dit zijn elementen die behoren tot de kern van hetgeen is overwogen over de onderlinge samenwerking tussen de verdachten. Daarom zal het hof in de zaak van de verdachte uitgaan van een pleegperiode vanaf 1 augustus 2019. Ten aanzien van de pleegplaats overweegt het hof dat het, nu de woonplaats van de verdachte Den Haag betreft, aannemelijk is dat het deelnemen door de verdachte vanuit Den Haag heeft plaatsgevonden. Nu dit niet met zekerheid is vast te stellen, zal het hof als pleegplaats ‘Den Haag en/of elders in Nederland’ bewezen verklaren. Het hof zal - gelet op het voorgaande - onder feit 1 bewezen verklaren dat de verdachte gedurende de periode 1 augustus 2019 tot en met 9 maart 2021 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die tot doel had het plegen van misdrijven als bedoeld in de artikelen 10, derde, vierde en vijfde lid, en 10a van de Opiumwet. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 primair, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1. hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2019 tot en met 9 maart 2021 te Den Haag en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of met een of meerdere andere (onbekend gebleven) perso(o)n(en), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van één of meer misdrij(f)(ven) als bedoeld in artikel 10 lid 3 en/of lid 4 en/of lid 5 van de Opiumwet en/of artikel 10a van de Opiumwet; 2. hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 30 maart 2020 tot en met 9 maart 2021 te Den Haag en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of versterkt en/of vervoerd, een (grote) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne, (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst 1; 3. hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 5 april 2020 tot en met 15 februari 2021 te Den Haag en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen, (telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen, van een (grote) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne, (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst 1, voor te bereiden en/of te bevorderen, (telkens) zich en/of een of meer anderen meermalen, althans eenmaal, gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(
- en)heeft/hebben getracht te verschaffen, immers heeft hij/hebben zij - ( met de gebruiker van het account [account 6] en/of [account 7]) inlichtingen uitgewisseld over de beschikbaarheid en/of (wijze van) transport van cocaïne vanuit het buitenland (te weten België en/of andere landen); - ( met de gebruiker(
- s)van de account(
- s)[account 8] en/of [account 9] en/of [account 10] en/of [account 11]) inlichtingen uitgewisseld over de beschikbaarheid en/of prijzen van blokken cocaïne en/of heroïne en/of de beschikbaarheid van transport naar het buitenland (te weten het Verenigd Koninkrijk en/of Griekenland en/of Turkije en/of Spanje); 4. hij in of omstreeks de periode van 2 april 2020 tot en met 30 april 2020 te Den Haag en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen, 855.600 euro, althans 300.000 euro en/of 448.500 euro en/of 257.500, althans meerdere grote geldbedragen heeft verworven, voorhanden heeft gehad, overgedragen, omgezet en/of daarvan gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden dat deze voorwerpen, onmiddellijk of middellijk, afkomstig waren uit enig misdrijf. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewijsvoering Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring. In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het onder 1 bewezenverklaarde levert op: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, derde lid, vierde en vijfde lid en artikel 10a van de Opiumwet . Het onder 2 primair bewezenverklaarde levert op: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd. Het onder 3 bewezenverklaarde levert op: om een feit, bedoeld in het vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, zich of een ander inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen, meermalen gepleegd. Het onder 4 bewezenverklaarde levert op: Witwassen, meermalen gepleegd. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. Strafmotivering Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Ernst van de feiten De verdachte heeft zich gedurende de bewezenverklaarde periode schuldig gemaakt aan de handel in cocaïne en heroïne, het treffen van voorbereidingshandelingen voor de in- en uitvoer van harddrugs en het witwassen van meerdere grote geldbedragen. Dat deed hij op professionele wijze. Hij communiceerde met een telefoon via een versleuteld SkyECC-account en EncroChat-account (een handelwijze die vooral in het criminele circuit wordt gebruikt), waarmee hij berichten uitwisselde waarin veelvuldig gesproken werd over de koop en verkoop van heroïne en cocaïne, in grote hoeveelheden en met een enorme waarde. De verdachte heeft daarbij deelgenomen aan een crimineel samenwerkingsverband met onder meer drie van zijn broers. Uit de chatberichten van de verdachte en van anderen is op te maken dat het crimineel samenwerkingsverband de grootschalige handel in harddrugs als oogmerk had. Die laten gesealde kiloblokken cocaïne en heroïne zien, voorzien van een stempel dat in de organisatie vaker terugkomt. De organisatie opereerde daarbij professioneel. In de chatberichten werd gesproken over containers en transport over zee, en over de mogelijkheid om de harddrugs in havens door te voeren, soms met hulp van corrupte contacten. Onder andere leden van het samenwerkingsverband zijn grote hoeveelheden cocaïne en heroïne en miljoenen aan contant geld in beslag genomen. De verdachte vervulde binnen dat samenwerkingsverband een rol van betekenis. Zo was hij een van de personen die de harddrugs daadwerkelijk verkocht, nadat hij de verkoopprijs had afgestemd met een ander lid van de organisatie. Dat het om een professionele organisatie gaat en de verdachte diep in het samenwerkingsverband was geworteld blijkt wel uit de hoeveelheden harddrugs waarover wordt gesproken, alsook het enorme bedrag dat in zeer korte tijd is witgewassen. Dat er bij de verdachte zelf geen verdovende middelen of geldbedragen aangetroffen, maakt zijn betrokkenheid bij het crimineel samenwerkingsverband niet minder groot. De georganiseerde handel in harddrugs heeft een bijzonder ontwrichtende invloed op de samenleving. Harddrugs zijn zeer verslavend en schadelijk voor de gezondheid. Bij gebruikers die daarvoor de financiële middelen niet hebben, leidt de behoefte aan harddrugs bovendien in de regel tot vermogensdelicten zoals winkeldiefstallen en woninginbraken, om zo de verslaving te kunnen financieren. Dat bij de handel in harddrugs veel geld omgaat is niet alleen een feit van algemene bekendheid, maar blijkt ook bij dit crimineel samenwerkingsverband uit de foto’s van grote hoeveelheden contant geld en het daadwerkelijk aantreffen van miljoenen aan contant geld. Van de georganiseerde harddrugshandel gaat in toenemende mate een ondermijnend en corrumperend effect uit. Dat geldt te meer als de drugshandel in een georganiseerd crimineel samenwerkingsverband wordt begaan. De structuur en duurzaamheid van een dergelijk verband, dat in dit geval professioneel opereerde en uit meerdere personen bestond, maakt de ondermijnende slagkracht groter en de bestrijding ervan moeilijker. De verdachte heeft zich kennelijk onvoldoende rekenschap gegeven van de schadelijke en ontwrichtende gevolgen van zijn gedragingen. Hij lijkt te hebben gehandeld uit puur eigenbelang, uitsluitend met het oogmerk van financieel gewin Het hof is dan ook van oordeel dat niet anders kan worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. Justitiële documentatie Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie van 22 april 2025, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten, waaronder Opiumwet-delicten. Redelijke termijn Het hof overweegt ten aanzien van de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) als volgt. De redelijke termijn is aangevangen op 9 maart 2021. In eerste aanleg heeft de rechtbank vonnis gewezen op 12 juli 2022. Het hof gaat uit van een als redelijk te beoordelen termijn van 2 jaren. Aldus is de redelijke termijn in eerste aanleg met 4 dagen overschreden. Namens de verdachte is op 19 juli 2022 hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank. Dit arrest wordt gewezen op 3 juli 2025. De verdachte bevindt zich gedurende de behandeling van de strafzaak in hoger beroep in voorlopige hechtenis. Daarmee heeft de behandeling in hoger beroep niet plaatsgevonden binnen de als redelijk te beoordelen termijn van 16 maanden. De overschrijding van de redelijke termijn bedraagt ongeveer 19 maanden. Bij de beoordeling van de vraag of de redelijke termijn is overschreden kunnen bijzondere omstandigheden een rol spelen, zoals de ingewikkeldheid van een zaak, de invloed van de verdachte en/of zijn raadsman op het procesverloop, de verwevenheid met de zaken van de medeverdachten en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld. Hoewel het tijdsverloop mede is ingegeven doordat deze strafzaak deel uitmaakt van het onderzoek Eems, een omvangrijk onderzoek waarbij in eerste aanleg en hoger beroep meerdere verdachten gelijktijdig terecht hebben gestaan, en er zowel in eerste aanleg als in hoger beroep door de verdediging in diverse zaken onderzoekswensen, waaronder getuigenverhoren, zijn verzocht en ook zijn toegewezen, is het hof van oordeel dat deze omstandigheden niet het gehele tijdsverloop kunnen verklaren. Anders dan het openbaar ministerie is het hof dan ook van oordeel dat niet met de enkele constatering van de overschrijding volstaan kan worden. Het hof zal met de geconstateerde overschrijding rekening houden, waarbij ook de duur van de procedure als geheel wordt betrokken, door de in beginsel passend en geboden geachte onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 78 maanden te verminderen met 6 maanden. Het hof komt aldus tot oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 72 maanden, met aftrek van voorarrest. Het hof ziet onvoldoende aanleiding om naast de op te leggen gevangenisstraf tevens een geldboete op te leggen. Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is. De inbeslaggenomen voorwerpen Het openbaar ministerie heeft gevorderd dat de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder 3 en 4 genoemde geldbedragen, te weten respectievelijk € 500,- en € 150,- aan de verdachte zullen worden teruggegeven. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat genoemde geldbedragen moeten worden teruggegeven aan de verdachte. Het hof zal de teruggave gelasten van de op de beslaglijst onder 3 en 4 genoemde geldbedragen, te weten respectievelijk € 500,- en € 150,-, nu niet kan worden vastgesteld dat deze relatief beperkte bedragen door de bewezenverklaarde feiten zijn verkregen. Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op de artikelen 2, 10, 10a en 11b van de Opiumwet en de artikelen 57, 63 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 primair, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het onder 1, 2 primair, 3 en 4 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 72 (tweeënzeventig) maanden. Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: 3. Geldbedrag van 500,- euro 4. Geldbedrag van 150,- euro. Dit arrest is gewezen door mr. E.C. van Veen, als voorzitter, mr. M.C. Bruining en mr. M.S. Lamboo, leden, in bijzijn van de griffier mr. T. Kherad. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 3 juli 2025. Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vernield - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal ‘Onderzoek EEMS’, onderzoeksnummer DHRAA19069 van de politie eenheid Den Haag, Dienst Regionale Recherche, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 1870). De hierna aangehaalde bewijsmiddelen voor de bewezenverklaarde feiten dienen in onderlinge samenhang te worden beschouwd. Verklaring van de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 13 juni 2022. p. 52. p. 60-61. p. 61. p. 64-65. p. 308, p. 748. p. 780, p. 782. Dataset, totaal bestand Sky export [account 14], regels 5019-5020. Dataset, totaal bestand Sky export [account 15], regels 945-946. p. 79-80. p. 79-80. De verklaring van de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 13 juni 2022. p. 63. p. 709. p. 710-711. p. 714. p. 74-75. p. 77-78. p. 78-79. p. 348. p. 80. p. 80-81. de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 13 juni 2022. p. 71 ev. p. 72-73. p. 139 ev. p. 85 ev., p. 90 ev., p.656 ev. en p. 777 ev. p. 43 ev., p. 212, p. 571, p. 729 ev. p. 23 ev. p. 157 ev., p. 263 ev. p. 280, p. 551, p. 1878-1279. p. 99-101. p. 117. p. 81. p. 521-522. p. 795. p. 152. p. 523. p. 145. p. 471. p. 471. p. 471. p. 146. p. 147-148. p. 31. p. 140-141. p. 35. p. 778. p. 102-103, 105, 111, 113-118. p. 41-42, 620-624, 764-773. p. 567, p. 744, p. 1652-1656, p. 1805-1812, p. 1813-1818, p. 1819-p. 1824, p. 1825-1828. p. 308, p. 310, 322, p. 511-513, p. 1801-1804, p. 1830, p. 1833, p. 1835, p. 1837. p. 324-327. p. 11 van het beslagdossier. p. 487. p. 473-486. p. 921, p. 1653, p. 1677. p. 935-936, p. 943-944, p. 1631, p. 1653, p. 1753. p. 921-922, p. 1679-1683 , p. 1712-1714. p. 815, p. 819, p. 1789-1790. Het proces-verbaal van de verklaring van de verdachte [verdachte] ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 13 juni 2022. p. 670-673. p. 182, p. 191, p. 34-349, p. 669-673 p. 350, p. 194. p. 761-763. p. 666. p. 1319. Bijlage 1 bij repliek officier van justitie van 27 juni 2022. p. 305, p. 497, 569-570, p. 667, p. 696-697, p. 698-699, p. 780-786. p. 563 p. 597-604. p. 511-513. p. 793. p. 326. p. 725. p. 219, p. 226, p. 310, p. 502, p. 546-548. p. 608-611. p. 103-104. p. 165-166. p. 351-355.