GERECHTSHOF DEN HAAG Civiel recht Team Handel Zaaknummer hof : 200.333.667/01 Zaak- en rolnummer rechtbank : C/09/638709 / HA ZA 22-982 Arrest van 2 september 2025 in de zaak van Stichting Islamitisch Onderwijs Nederland, gevestigd in Amsterdam, appellante in principaal hoger beroep, geïntimeerde in incidenteel hoger beroep, advocaat: mr. S.L.D. van den Brink, kantoorhoudend in Mijdrecht, tegen [geïntimeerde] , wonend in [woonplaats], geïntimeerde in principaal hoger beroep, appellant in incidenteel hoger beroep, advocaat: mr. S.N. Peijnenburg, kantoorhoudend in Purmerend. Het hof noemt partijen hierna SIO en [geïntimeerde]. 1De zaak in het kort 1.1 De zaak gaat om de vraag of [geïntimeerde] de veroordeling in het vonnis van de voorzieningenrechter (tot afgifte van bepaalde spullen) is nagekomen, meer in het bijzonder of hij dwangsommen heeft verbeurd. 1.2 De rechtbank heeft de vordering van SIO om [geïntimeerde] te veroordelen om € 50.000,- aan verbeurde dwangsommen te betalen, afgewezen. Het hof is het daar mee eens. 2Procesverloop in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken: de dagvaarding van 9 oktober 2023, waarmee SIO in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Den Haag van 12 juli 2023; de memorie van grieven van SIO, met bijlagen; de memorie van antwoord van [geïntimeerde], tevens houdende memorie van grieven in incidenteel appel, met bijlagen; de memorie van antwoord van SIO in incidenteel appel, met bijlagen; de akte van SIO tevens houdende aanvullende producties, met bijlagen; de antwoordakte van [geïntimeerde], met bijlagen. 3Feitelijke achtergrond 3.1 SIO bestuurt een school voor voortgezet onderwijs op Islamitische grondslag in Amsterdam, het Cornelis Haga Lyceum. Tussen de bestuurders van SIO, onder wie [geïntimeerde] als (uitvoerend) directeur-bestuurder, is vanaf mei 2020 een ernstig conflict ontstaan. Dit heeft geleid tot een bestuurscrisis en het feitelijke ontslag van [geïntimeerde] op 2 juni 2020. 3.2 Bij (inmiddels onherroepelijk) vonnis van 10 juni 2020 heeft de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam (overeenkomstig de reconventionele vordering van SIO) ten laste van [geïntimeerde], voor zover thans van belang, het volgende uitgesproken (hierna: de Veroordeling): " veroordeelt [geïntimeerde] om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis over te gaan tot het overhandigen aan [voorzitter bestuur] (hof: de voorzitter van het bestuur van SIO) van de bescheiden, waaronder sleutels van en horende bij het schoolgebouw van het Cornelius Haga Lyceum, bankpasjes, gebruikersnamen en wachtwoorden, codes en overige zaken, die essentieel zijn om de dagelijkse gang van zaken aangaande de school voort te kunnen zetten,veroordeelt [geïntimeerde] om een dwangsom te betalen aan de SIO van € 2.500 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij nalaat te voldoen aan de hiervoor (…) uitgesproken veroordeling, tot een maximum van € 50.000 is bereikt.” 3.3 SIO heeft dit vonnis op 10 juni 2020 aan [geïntimeerde] doen betekenen, met bevel om binnen twee dagen aan de Veroordeling te voldoen. 3.4 Op 12 juni 2020 zijn namens [geïntimeerde] door zijn broer op het kantoor van de advocaat van SIO een sleutelbos, twee bankpasjes en een handgeschreven briefje met daarop een gebruikersnaam, een wachtwoord en twee pincodes voor de bankrekeningen bij ING Bank en Bunq Bank afgegeven. De pinpas van ING Bank en de pincode daarbij bleken te werken, aldus SIO bij memorie van grieven. De ontvangen bankpas van Bunq Bank heeft Laaminmach naar zijn zeggen niet getest. 3.5 Op 15 juni 2020 heeft SIO tevergeefs geprobeerd in te loggen in de digitale bankomgeving van ING. 3.6 ING heeft de inlogcodes die [geïntimeerde] ten behoeve van SIO gebruikte, geblokkeerd zodra haar bekend werd dat [geïntimeerde] als bestuurder en werknemer van SIO was ontslagen. 3.7 SIO heeft op 22 juni 2020 aan [geïntimeerde] gevraagd om werkende inloggegevens van ING Bank. [geïntimeerde] heeft op 23 juni 2020 aan SIO laten weten dat hij de juiste inloggegevens had verstrekt. 3.8 SIO en ING hebben op 7 juli 2020 een vaststellingsovereenkomst gesloten, waardoor SIO op 23 juli 2020 toegang tot haar ING-rekeningen heeft gekregen. 3.9 Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep in een executie kort geding bij arrest van 20 juli 2021 geoordeeld, kort samengevat, dat SIO ten onrechte beslag op het loon van [geïntimeerde] had gelegd omdat laatstgenoemde zich had gehouden aan de Veroordeling en daarom geen dwangsommen verschuldigd was. Het gerechtshof heeft vervolgens het andersluidende vonnis vernietigd en het loonbeslag op het salaris van [geïntimeerde] opgeheven (ECLI:NL:GHAMS:2021:2126). 4Procedure bij de rechtbank (samengevat) 4.1 SIO heeft [geïntimeerde] in deze bodemprocedure gedagvaard en gevorderd om voor recht te verklaren dat [geïntimeerde] niet aan de Veroordeling (in het kort geding vonnis van 10 juni 2020) heeft voldaan en dat hij de maximale dwangsommen heeft verbeurd van in totaal € 50.000,-. SIO heeft betaling gevorderd van dit bedrag, met de proceskosten. [geïntimeerde] heeft zich hiertegen verweerd. 4.2 De rechtbank heeft SIO ontvankelijk geoordeeld in haar vordering. Vervolgens heeft de rechtbank de vorderingen op inhoudelijke gronden afgewezen en SIO in de proceskosten veroordeeld. 5Stellingen in hoger beroep(samengevat) 5.1 SIO heeft zes grieven aangevoerd en vernietiging van het bestreden vonnis gevorderd, met alsnog toewijzing van haar vorderingen, de proceskosten daaronder begrepen. 5.2 [geïntimeerde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd en in het incidenteel hoger beroep twee grieven aangevoerd. Hij heeft primair geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis en alsnog niet-ontvankelijk verklaring van SIO in haar vorderingen. Subsidiair heeft [geïntimeerde] geconcludeerd tot bekrachtiging van het vonnis, telkens met veroordeling van SIO in de proceskosten. 6Beoordeling in het principaal en incidenteel hoger beroep Sio is ontvankelijk in haar vorderingen (grief 1 in het incidenteel hoger beroep) 6.1 Het hof zal eerst deze grief behandelen, omdat deze de verste strekking heeft. 6.2 [geïntimeerde] heeft deze grief gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat SIO ontvankelijk is in haar vorderingen. Volgens [geïntimeerde] heeft het gerechtshof Amsterdam op 20 juli 2021 in het (in overweging 3.9 genoemde) executiegeschil al onherroepelijk beslist dat hij ([geïntimeerde]) geen dwangsommen verschuldigd is. 6.3 Het hof verwerpt deze grief. Het hof is het eens met de rechtbank in overweging 2.9 van het thans bestreden vonnis. Het gerechtshof Amsterdam heeft immers slechts in kort geding geoordeeld over de kwestie van de dwangsommen. Dit oordeel is naar zijn aard voorlopig en staat er niet aan in de weg om hieromtrent alsnog een oordeel van de bodemrechter te verlangen. De omstandigheid dat bij executiegeschillen in kort geding bepaalde beslissingen een onherroepelijk karakter kunnen hebben, maakt dit niet anders. Het gerechtshof Amsterdam heeft weliswaar in de betreffende beslagkwestie geoordeeld dat het beslag moest worden opgeheven – deze beslissing heeft een onherroepelijk karakter – maar dit geldt niet voor oordelen in de overwegingen die aan die beslissing ten grondslag lagen. Deze gingen immers over het al dan niet verschuldigd zijn van dwangsommen en hadden uit de aard van de kort geding-procedure slechts een voorlopig karakter. [geïntimeerde] is geen dwangsommen verschuldigd (grieven 1 tot en met 6 in het principaal hoger beroep). 6.4 Deze grieven bevatten klachten over het inhoudelijke oordeel van de rechtbank dat [geïntimeerde] aan de Veroordeling heeft voldaan en dus geen dwangsommen heeft verbeurd. Het hof zal deze rechtsvraag opnieuw beoordelen; dit in het licht van de grieven, die zich voor gezamenlijke behandeling lenen. 6.5 [geïntimeerde] is bij het vonnis in kort geding van 10 juni 2020 – overeenkomstig de tekst van de vordering van SIO – veroordeeld “om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis over te gaan tot het overhandigen aan [voorzitter bestuur] van de bescheiden, waaronder sleutels van en horende bij het schoolgebouw van de het Cornelius Haga Lyceum, bankpasjes, gebruikersnamen en wachtwoorden, codes en overige zaken, die essentieel zijn om de dagelijkse gang van zaken aangaande de school voort te kunnen zetten,enom een dwangsom te betalen aan de SIO van € 2.500 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij nalaat te voldoen aan de hiervoor (…) uitgesproken veroordeling, tot een maximum van €50.000 is bereikt. ” 6.6 [geïntimeerde] heeft tijdig een sleutelbos, twee bankpasjes en een handgeschreven briefje met daarop een gebruikersnaam, een wachtwoord en twee pincodes voor de bankrekeningen bij ING Bank en Bunq Bank afgegeven. SIO heeft erkend bij memorie van grieven (2.40) dat de pinpas van ING Bank en de pincode werkten. De verkregen bankpas voor de Bunq Bank heeft SIO naar haar zeggen niet getest, zodat het hof mede hierom geen reden ziet om aan te nemen dat [geïntimeerde] een onjuiste code hiervoor had afgegeven. In zoverre heeft [geïntimeerde] aan de Veroordeling voldaan. 6.7 In deze zaak resteert de vraag of en zo ja wat [geïntimeerde] op basis van de Veroordeling nog méér had moeten doen. Meer in het bijzonder gaat het hierbij om de vraag wat moet worden verstaan onder de te overhandigen (…) ‘codes en overige zaken, die essentieel zijn om de dagelijkse gang van zaken aangaande de school voort te kunnen zetten’ (hierna: de overige essentiële bescheiden), uitgaande van de redelijkerwijs van [geïntimeerde] te vergen inspanningen en zorgvuldigheid om aan de Veroordeling te voldoen. 6.8 SIO heeft in dit verband in de kern het volgende gesteld: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.