← Nederland

ECLI:NL:GHDHA:2025:1721

GERECHTSHOF DEN HAAG Zaaknummer wrakingszaak : 200.347.305/02 Zaaknummer hoofdzaak : 200.347.305/01 Rekestnummers rechtbank : JE RK 24-1659 en JE RK 24-1801 Zaaknummers rechtbank : C/10/683260 en C/10/684305 Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken van 21 februari 2025 Inzake het mondeling verzoek tot wraking, als bedoeld in artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in de hoofdzaak met genoemd zaaknummer van: [de verzoeker] , wonende te [woonplaats] , verzoeker in hoger beroep, hierna te noemen: de verzoeker. Het geding 1. In de hoofzaak tussen de verzoeker en de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam (hierna: de gecertificeerde instelling) heeft op 5 februari 2025 een besloten zitting van de meervoudige familiekamer van het gerechtshof Den Haag plaatsgevonden. Zitting hadden mrs. H.J.M. Smid-Verhage, voorzitter, A.F. Mollema en E.C. Punselie, raadsheren. 2. Het proces-verbaal van deze zitting vermeldt, voor zover van belang, het volgende: “(…) De voorzitter legt de gang van zaken tijdens de mondelinge behandeling uit: eerst krijgt de advocaat van de vader het woord, daarna mag de gecertificeerde instelling wat zeggen en daarna gaan we met u (de vader) in gesprek. Dan kijken we of het nodig is om te behandeling te onderbreken. Daarna krijgt iedereen nog een tweede gelegenheid om iets te zeggen en tot slot hoort u wanneer het hof uitspraak zal doen, want dat is niet meteen, zoals bij de eerste rechter. Het hof heeft een uur de tijd voor deze behandeling. (…) [Wrakingskamer: nadat met name de advocaat van de vader het woord heeft gehad en vragen heeft beantwoord] Gecertificeerde instelling: Wij vinden ook dat sprake is van een vicieuze cirkel en wij vinden dat de vader die kan doorbreken. Ook gezien het contact dat de gecertificeerde instelling heeft met de moeder. Dat ziet er namelijk anders uit, daar is dat gelukt. Als de vader ander gedrag laat zien tijdens de omgang, dan kan het. Ook wij vinden het niet ideaal dat twee begeleiders aanwezig zijn bij de omgang op een kantoor, maar wij zien dat het niet anders kan. Het lukt niet eens om één uur in de vier weken onbelast contact te hebben. De spanning is tijdens het contact te snijden, dat voel je. Het escaleert. Zeker niet elk bezoek. En wij proberen in de verslagen ook de positieve punten te benoemen. Dat de vader deze verslagen niet ontvangt is echt onzin. De verslagen worden per e-mail aan de vader en zijn advocaat gecommuniceerd. De vader heeft er ook een reactie op gegeven. Die verslagen zijn zeker gedeeld. (de vader praat door de gecertificeerde instelling heen) Verder vindt de omgang niet plaats in het gezinshuis, maar in het kantoor van het Sociaal Team in [plaats] . Dit omdat het gezinshuis het te ingewikkeld vond. Het is moeilijk dat de kinderen de vader meer willen zien maar niet te veel. En [verzoeker] wil dat de bezoeken plaatsvinden op kantoor. Uitbreiding van de omgang kan, als de bezoeken op een andere manier plaatsvinden. De voorzitter: Het bezoek op 10 januari 2025 ging hartstikke goed. Zou het niet mogelijk zijn om aan te sluiten bij de goede punten? Is er een gesprek met de vader geweest na dat moment? Gecertificeerde instelling: Zeker niet. We hebben alleen contact met de vader via e-mail. We zijn al tijden bezig om een groot overleg te plannen, zonder succes. De vader gaat van klacht naar klacht, van zitting naar zitting. Hij dient klachten in tegen iedereen: de tandarts, de logopedist, de opticien. (De vader praat er doorheen en wordt door zijn advocaat aangesproken dat niet te doen) De voorzitter: Ik hoor dat u klem zit in deze situatie maar als we kijken naar het laatste omgangsverslag, dat is positief. Het is in het belang van de kinderen om dat positieve door te zetten. Wat zou moeten gebeuren om de volgende omgang ook positief te laten verlopen? Gecertificeerde instelling: Wij zijn een externe partij aan het zoeken om de omgang te begeleiden. Een intakegesprek hiervoor staat gepland. Als er meerdere bezoeken positief verlopen dan is er natuurlijk meer mogelijk. Dan kan ook gekeken worden naar een andere locatie. Maar om vast te houden aan één positief bezoek terwijl er nog zorgen bestaan over de voorgaande bezoeken is wel een stap te ver. De voorzitter: Met iets positiefs moet ook wat worden gedaan. Ik vraag mij af in hoeverre dat gebeurt. Gecertificeerde instelling: We hopen dat een extern iemand komt van de WSGV die de bezoeken kan begeleiden. De intake daarvoor is gepland. Daar is geen wachtlijst voor. Daarna kan een kennismakingsgesprek gepland worden. De voorzitter: De advocaat van de vader zegt: na de schriftelijke aanwijzingen is het onduidelijk. Hoe zit het nou, Op dit moment gaat het bezoek anders dan in de schriftelijke aanwijzing staat. U stuurt alles via e-mail. Het moet wel duidelijk zijn voor de vader. Hoe gaat dat in zijn werk? Formeel corresponderen moet. Als ik kijk hoe u heeft gecommuniceerd naar het hof, bij ons was u ook laat met het aanleveren van informatie. (de vader praat er doorheen, de voorzitter vraagt of de vader zijn mond houdt, zodat ze de gecertificeerde instelling kan verstaan en zegt dat hij straks aan de beurt

  1. is)Gecertificeerde instelling: De vader krijgt alles in cc vanuit zijn advocaat. Vanuit het gezinshuis zijn er geen verslagen omdat de bezoeken daar niet plaats kunnen vinden. Wat betreft de schriftelijke aanwijzing: ook in december is de afweging geweest stoppen of zo doorgaan? De bezoeken zijn zo negatief verlopen. Wij kijken na ieder bezoek of het volgende door kan gaan. Na intern overleg er is op dit moment nog geen vaste omgangsregeling mogelijk. Nu vindt wel eenmaal per vier weken omgang plaats, daarom wordt nu de WSGV ingezet. De voorzitter: Is ook geformaliseerd dat geen belmomenten meer plaatsvinden? Als het lastig wordt, is het des te beter om alles voor iedereen voor de duidelijkheid goed op papier te zetten. Gecertificeerde instelling: Die belmomenten staan niet meer in de tweede schriftelijke aanwijzing. Ik wil niet overdrijven maar we hebben misschien al 100 keer per mail gezegd dat geen belmomenten meer zullen plaatsvinden. De voorzitter: Ik heb gelezen waarom dat niet meer kan, maar het moet traceerbaar voor de vader zijn. Gecertificeerde instelling: De vader stuurt gemiddeld drie à vier maal e-mails per week. In het kader van een klachtenprocedure hebben wij het aantal e-mails van de vader moeten tellen. Wij hebben meer dan 500 e-mails van hem gekregen Wij hebben nu gezegd dat wij elke dinsdag zullen reageren op de e-mails van de vader. We geven in rood antwoord op zijn vragen. Hij krijgt dus antwoord, maar accepteer je dat of niet. Dat is er aan de hand. (de vader probeert wat te zeggen) De voorzitter (tegen vader): Het is niet de bedoeling dat u er de hele tijd doorheen praat, u krijgt zo echt het woord. De vader: Ik wil wat zeggen. Ik vind dat zij meer tijd krijgen dan ik. Ik wil ook praten. Het is bizar hoe de rechter mij benadeelt op de zitting, dat was ook al bij de rechtbank zo en nu weer. Ik vind het bespottelijk. Ik voel mij benadeeld. Ik wil een wrakingsverzoek indienen. De voorzitter: Ik wilde u net het woord geven. Dus ga uw gang. De vader: Ik wil u wraken. Er worden dingen gezegd en ik mag niks zeggen, ik moet heel de tijd mijn bek houden. De oudste raadsheer: Als u wraakt is dit het einde van de zitting, en zo niet dan hebt u nu het woord. De vader: Ik wraak u. (de vader staat
  2. op)Advocaat vader (tegen vader): Dit heeft geen zin. Dit gaan we niet doen. De vader (tegen zijn advocaat): Hou je mond. (De vader weigert nog antwoord te geven op de vraag wat hij precies met zijn wrakingsverzoek bedoelt en loopt de zaal uit) Advocaat van de vader: Ik sta hier niet achter. (…)” 3. De verzoeker heeft, zoals uit voorgaande blijkt, op de zitting van 5 februari 2025 een mondeling verzoek tot wraking van mrs. H.J.M. Smid-Verhage, voorzitter, A.F. Mollema en E.C. Punselie, raadsheren (hierna: de gewraakte raadsheren), gedaan (hierna ook: het wrakingsverzoek). 4. Bij schriftelijke reacties van 12 februari 2025 en 13 februari 2025 hebben de gewraakte raadsheren medegedeeld niet te berusten in de wraking. Het wrakingsverzoek 5. Uit het proces-verbaal van de zitting van 5 februari 2025 komt naar voren dat het wrakingsverzoek van de verzoeker is gelegen in het feit dat de voorzitter hem niet het woord heeft gegeven toen hij wat wilde zeggen en de gecertificeerde instelling tijdens de zitting meer tijd heeft gekregen om het woord te voeren. Daarmee hebben de voorzitter en de raadsheren hem volgens de verzoeker benadeeld op de zitting. De beoordeling 6. Bij de beoordeling van een wrakingsverzoek dient, volgens vaste jurisprudentie, voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens verzoeker een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij verzoeker dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. 7. De wrakingskamer is van oordeel dat de door de verzoeker aangevoerde gronden geen feiten of omstandigheden betreffen die reden geven te twijfelen aan de onpartijdigheid van de gewraakte raadsheren. De wrakingskamer overweegt als volgt. 8. De verzoeker heeft op de zitting aangevoerd dat hij benadeeld zou zijn, omdat de gecertificeerde instelling meer aan het woord werd gelaten. Echter, naast het feit dat de gewraakte voorzitter aan het begin van de zitting alle aanwezigen heeft ingelicht over de gang van zaken en de verzoeker tussentijds heeft medegedeeld dat hij zo het woord zou krijgen, heeft de gewraakte voorzitter de verzoeker nadat deze zijn bezwaren kenbaar heeft gemaakt direct de mogelijkheid geboden om het woord te voeren. Hoewel de verzoeker deze mogelijkheid heeft gekregen, heeft hij geweigerd daarvan gebruik te maken. 9. De wrakingskamer is dan ook van oordeel dat het wrakingsverzoek ongegrond is. De voorzitter heeft de leiding op de zitting (voert de regie). Zij heeft duidelijk uitgelegd hoe de gang van zaken was. Nadat de advocaat van verzoeker uitvoerig het woord had gehad, was de gecertificeerde instelling aan de beurt. De voorzitter heeft bij herhaling aangegeven dat verzoeker (de vader) daarna het woord zou krijgen. De wrakingskamer acht deze gang van zaken redelijk en logisch. In ieder geval geeft deze geen aanwijzing voor vooringenomenheid of de schijn daarvan bij de gewraakte voorzitter en raadsheren. Een dergelijke aanwijzing is ook niet te vinden in de e-mail van verzoeker, die op 17 februari 2025 bij het hof is ingekomen, en klachten bevat over onvolledigheid van het proces-verbaal en ontoereikende weergave van hetgeen de gecertificeerde instelling en de kinderen zouden hebben gezegd. Los hiervan, wijst de wrakingskamer er op dat rechterlijke (regie)beslissingen in beginsel geen grond voor wraking kunnen vormen. 10. Slotsom is dat het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond is en zal worden afgewezen. Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen. Beslissing De wrakingskamer: wijst het verzoek tot wraking af; bepaalt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan de verzoeker, zijn advocaat [de advocaat van de vader] , de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, alsmede aan de voorzitter en raadsheren tegen wie het wrakingsverzoek was gericht. Deze beslissing is gegeven door mrs. W.J. van Boven, M.A.F. Tan-de Sonnaville en A.E. Sutorius-van Hees, bijgestaan door mr. B. Klous als griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 februari 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.