Rolnummer: 22-000817-24 Parketnummer: 10-168147-23 Datum uitspraak: 3 september 2025 VERSTEK Gerechtshof Den Haag meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 27 februari 2024 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] ([land]) op [geboortedatum] 1986, thans zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats hier te lande. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de advocaat van de benadeelde partij naar voren heeft gebracht. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte van het impliciet primair (poging moord) en impliciet subsidiair (poging doodslag) tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het impliciet meer subsidiair (poging zware mishandeling) tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van voorarrest. Tevens is een beslissing genomen omtrent de vordering van de benadeelde partij zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep. De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 09 juli 2023 te Pernis Rotterdam, gemeente Rotterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk (en al dan niet) met voorbedachten rade van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, die [slachtoffer] met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, meermalen, althans eenmaal, in de rug en/of borst heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. Vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het impliciet subsidiair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar met aftrek van voorarrest. Het vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt. Vrijspraak impliciet primair tenlastegelegde Met de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat de impliciet primair tenlastegelegde poging tot moord niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Bewijsoverweging impliciet subsidiair tenlastegelegde De rechtbank heeft de gegeven vrijspraak ten aanzien van de poging tot doodslag gemotiveerd met de overweging dat uit het dossier onvoldoende is af te leiden met wat voor soort mes is gestoken en hoe groot het mes was, omdat dit nadien niet meer is aangetroffen. En daarbij bevat de in het dossier aanwezige medische informatie weinig concrete aanduidingen over de steekwonden, zoals de diepte ervan, waardoor niets kan worden gezegd over de kracht waarmee gestoken is. De medische informatie geeft evenmin in voldoende mate inzicht in de relatie tussen de steekwonden en ander letsel en de mogelijke nabijheid van steekletsels bij vitale lichaamsdelen, aldus de rechtbank. Het hof overweegt ten aanzien van de impliciet subsidiair tenlastegelegde poging tot doodslag het volgende. Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting stelt het hof het navolgende vast. De verdachte is op 9 juli 2023 naar de woning van aangever gegaan waar hij aangever aantrof. Tussen beiden is een woordenwisseling ontstaan. Op enig moment heeft aangever zich omgedraaid en de verdachte zijn rug toegekeerd. Daarop heeft verdachte een mes gepakt en heeft hij aangever daarmee meerdere keren in het lichaam gestoken. Het mes had een snijvlak van ongeveer 30 centimeter. De verdachte is vervolgens gevlucht. Aangever is hierop per ambulance naar het ziekenhuis vervoerd waar hij onder meer is behandeld voor meerdere steekverwondingen aan de borst- en rugzijde van de romp, voor een klaplong rechts en links en letsels aan de milt en de linker nier. Forensisch arts Menke concludeert in zijn forensisch medisch letselrapportage d.d. 4 september 2024, dat in hoger beroep aan het dossier is toegevoegd, dat sprake is van 6 steekverwondingen, waarvan 5 door de huid en onderhuidse spierlagen de dieper gelegen organen hebben bereikt. Volgens de deskundige was sprake van gevaarlijk letsel en zou de aangever zonder zorg, te weten de plaatsing van een zuigbuis en een bloedtransfusie, vermoedelijk zijn overleden. Tevens geeft de forensisch arts aan dat in deze zaak de kans op het raken van nabijgelegen organen en structuren zeer aanwezig is geweest, dat de sterftekans was toegenomen tot 76% als het hart of de grote luchtwegen zouden zijn geraakt en dat de kans op overlijden was toegenomen tot 66% als de lever was geraakt. Het hof is op grond van het voorgaande van oordeel dat is komen vast te staan dat sprake is geweest van een aanmerkelijke kans op de dood van aangever. Tevens is het hof van oordeel dat de verdachte met zijn handelen de aanmerkelijke kans op dit gevolg bewust heeft aanvaard. Het gedrag van de verdachte was immers naar uiterlijke verschijningsvorm – het kennelijk met kracht, voldoende om huid en spierlagen te penetreren, steken met een mes op verschillende plaatsen in de rug en borst van aangever - zozeer gericht op dat gevolg, dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op dat gevolg heeft aanvaard. Van aanwijzingen voor het tegendeel is niet gebleken. Het hof is dan ook van oordeel dat bij de verdachte sprake is geweest van voorwaardelijk opzet op de dood van aangever zodat het impliciet subsidiair tenlastegelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het impliciet subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op of omstreeks 09 juli 2023 te Pernis Rotterdam, gemeente Rotterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk (en al dan niet) met voorbedachten rade van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, die [slachtoffer] met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, meermalen, althans eenmaal, in de rug en/of borst heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. Bewijsvoering Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de volgende bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring. Tenzij anders vermeld wordt bij gebruik voor het bewijs van processen-verbaal gedoeld op processen-verbaal in de zin van artikel 344, eerste lid, onder 2, van het Wetboek van Strafvordering. Voor zover geschriften zijn gebruikt, zijn deze slechts gebruikt in samenhang met de inhoud van andere bewijsmiddelen, die op hetzelfde feit betrekking hebben. 1. De verklaring van de verdachte. De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg van 13 februari 2024 verklaard -zakelijk weergegeven-: Ik ben op 9 juli 2023 in de woning geweest bij [slachtoffer]. Ik heb hem die dag verwondingen toegebracht met een mes. Ik kwam bij de woning en toen was hij daar. Hij begon te schelden. Hij draaide zich om met zijn rug naar mij toe. Ik heb een mes gepakt. Ik heb hem gestoken. 2. Een proces-verbaal van aangifted.d. 10 juli 2024 van de politie met nr. PL1700-2023218191-28. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 1 e.v.): als de op 10 juli 2023 afgelegde verklaring van [slachtoffer]: Ik woon in [plaats]. Op zondag 9 juli 2023 stond [verdachte] bij mij thuis. Ik heb hem binnengelaten. Toen ik mij omdraaide om koffie te zetten, voelde ik dat hij mij in mijn linkerschouder stak. Dus met mijn rug naar hem toe. Hij heeft zeven keer een poging gedaan om mij te steken waarvan vijf keer raak. Op mijn rug heb ik twee steken of meer. Ook bij mijn borstkas. Het was een keukenmes met een snijvlak van ongeveer 30 centimeter. 3. Een rapport betreffende medische informatie van [slachtoffer]d.d. 25 oktober 2023, opgemaakt en ondertekend door S.A.M. Werkhoven, forensisch arts. Dit rapport houdt onder meer in - zakelijk weergegeven -: Informatie ontvangen van afdeling traumachirurgie van het Erasmus MC betreffende een ziekenhuisopname van 09-07-2023 tot en met 11-07-2023 Objectieve bevindingen: 1) De traumachirurg benoemt dat er meerdere steekverwondingen werden gezien aan de borst- en de rugzijde van de romp. 2) Er was beiderzijds sprake van een klaplong. 3) Er werd een scheur in de milt gezien, minder dan 1 cm diep (graad 1). 4) Er werd een verwonding in een nier gezien en deze wordt benoemd als graad 1 wat past bij een nierkneuzing of een bloeduitstorting in de nier. Bijkomende gegevens: 2) Voor de klaplongen werd aan de linkerzijde een tube werd ingebracht waarmee vloeistof uit de borstholte kon worden gezogen en de long zich weer kon ontplooien. 3) Voor de milt werd een afwachtend beleid gehanteerd. 4) Voor de nier werd een afwachtend beleid gehanteerd. - Op 11 juli werd de tube verwijderd en werd meneer uit het ziekenhuis ontslagen. - Op 19 juli werd meneer poliklinisch gecontroleerd waarbij rustige wonden werden gezien en sluitingsmateriaal werd verwijderd. Geschatte genezingsduur: Op basis van een ongecompliceerd beloop betreft de genezingsduur: - diverse verwondingen van de huid: 2 weken met kans op littekenvorming - klaplongen: minimaal 4 weken, met een verhoogde kans op spontane herhaling. - graad 1 letsel buikorganen: minimaal 3 weken. 4. Een forensisch medische letselrapportage d.d. 4 september 2024, opgemaakt en ondertekend door J. Menke, forensisch arts. Dit rapport houdt onder meer in -zakelijk weergegeven -: R-C nummer22-000817-24 Naam verdachte [verdachte] Betrokkene [slachtoffer] geboren [geboortedatum slachtoffer] 1984 Op 09-07-2023 wordt betrokkene door het Medisch Mobiel Team (MMT) in de buurt van het Maasstad Ziekenhuis medisch opgevangen. Hij wordt gestabiliseerd en naar de Spoed Eisende Hulp van het Erasmus MC vervoerd. Er zou sprake zijn van multipele steekwonden in de borst zowel aan de voorzijde als aan de achterzijde. Er wordt een afzuigslang in de linker long geplaatst en een bloedtransfusie om het verloren bloed te vervangen toegediend. De steekwonden resulteren in de volgende medische aandoeningen 1. Drie weefselverscheuringen (laceraties) van de longen. 2. Een klaplong aan de rechter zijde en aan de linker zijde. 3. Een bloeding in de linker long (pleuraholte). 4. Een bloedgehalte daling van Hb 10,0 Mmol/L op 09-07-2024 om 10:50u naar Hb 6,9 mmol/L op 1-07-2023 om 08:47u. 5. Een weefselverscheuring (laceratie) van het onderste deel (de onderpool) van de linker nier (graad 1). 6. Een weefselverscheuring (laceratie) aan de voorkant van de milt (graad 1). We hebben in conclusie te maken met een gevaarlijk letsel met kans dat de persoon hieraan had kunnen overlijden. Zonder zorg (plaatsing van zuigbuis en de bloedtransfusie) was [slachtoffer] vermoedelijk overleden. We hebben in deze casus te maken met maar liefst zes
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.