GERECHTSHOF DEN HAAG Civiel recht Team Handel Zaaknummer hof : 200.339.538/01 Zaak-rekestnummer rechtbank : 9505277 VERZ 21-50682 (zaak 2) Beschikking van 23 september 2025 (bij vervroeging) in de zaak van [verzoekster] , wonend in [woonplaats] , appellante, advocaat: mr. N.P.O. Ruysch, kantoorhoudend in Delft, tegen [VvE] , [woonplaats], gevestigd in [woonplaats] , verweerster in hoger beroep, advocaat: mr. A.P. van Dijk, kantoorhoudend in Den Haag. Het hof zal partijen hierna [verzoekster] en de VvE noemen. 1De zaak in het kort 1.1 [verzoekster] heeft geschillen met de VvE, die ze aan de kantonrechter heeft voorgelegd. De kantonrechter heeft haar ongelijk gegeven. In hoger beroep vraagt [verzoekster] een vervangende machtiging (ex artikel 5:121 BW) voor het doen uitvoeren, voor rekening van de VvE, van die werkzaamheden die redelijkerwijs noodzakelijk zijn tot het herstel van de kozijnen in de buitengevel van haar appartement. 1.2 Het hof wijst dit verzoek af. 2Procesverloop in hoger beroep 2.1 Bij beroepschrift met bijlagen, ter griffie ingekomen op 2 januari 2024, is [verzoekster] in hoger beroep gekomen van de afwijzende beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 2 oktober 2023, voor zover betrekking hebbend op zaak 2 (de gevorderde vernietiging van de besluiten, genomen in de VvE-vergadering van 21 september 2021). 2.2 De VvE heeft een verweerschrift met bijlagen ingediend. 2.3 Als belanghebbenden heeft het hof de leden van de VvE aangemerkt, die voor na te noemen mondelinge behandeling zijn opgeroepen. 2.4 Op 21 februari 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarbij is [verzoekster] met haar moeder verschenen, bijgestaan door mr. Ruysch voormeld. Namens de VvE is verschenen de heer [belanghebbende 1] (directeur-eigenaar van de bestuurder/beheerder), bijgestaan door mr. Van Dijk voormeld. Als belanghebbende is verschenen de heer [belanghebbende 2] (appartementseigenaar). Betrokkenen hebben hun standpunten uiteengezet tijdens de mondelinge behandeling. Hierna is de zaak aangehouden voor overleg. 2.5 Aangezien het overleg uiteindelijk niet succesvol is geweest, heeft het hof uitspraak bepaald. 3Feitelijke achtergrond 3.1 De VvE voert het beheer over zes flatgebouwen (blokken) met in totaal 107 appartementsrechten (hierna: het complex). Beheerder en bestuurder van de VvE is VAST Beheer B.V. te Naaldwijk. 3.2 De moeder van [verzoekster] is eigenaresse van een appartementsrecht in het complex aan [adres] in [woonplaats] (hierna ook: de woning). De moeder van [verzoekster] is van rechtswege lid van de VvE. [verzoekster] woont samen met haar moeder in de woning en vertegenwoordigt haar in deze procedure. 3.3 [schildersbedrijf] heeft, na besluit daartoe in de VvE-vergadering van 14 mei 2019, in opdracht van de VvE schilder- en reparatiewerkzaamheden uitgevoerd aan de gemeenschappelijke kozijnen in de gevels van het complex (grootonderhoud). [verzoekster] heeft toen onenigheid gehad met de schilders die de kozijnen in de buitengevel van haar woning kwamen schilderen. De schilders hebben daarna geweigerd verder nog werkzaamheden uit te voeren aan het appartement van [verzoekster] . [verzoekster] is niet ingegaan op het aanbod van het bestuur van de VvE om hierover in een gesprek tot een oplossing te komen. 3.4 Op 21 september 2021 heeft een vergadering van de VvE plaatsgevonden. Daar zijn blijkens de notulen (productie 4 bij verweerschrift in eerste aanleg) met ruime meerderheid besluiten genomen. 4Procedure bij de rechtbank (voor zover in hoger beroep van belang) 4.1 Bij verzoekschrift, ter griffie van de rechtbank ingekomen op 21 oktober 2021, heeft [verzoekster] in zaak 2 nietigverklaring dan wel vernietiging verzocht van de besluiten genomen op de vergadering van de VvE van 21 september 2021. Volgens [verzoekster] waren de besluiten nietig of vernietigbaar wegens de wijze van totstandkoming. 4.2 De kantonrechter heeft in dit onderdeel van de beschikking geoordeeld dat geen sprake is geweest van nietigheid of vernietigbaarheid. Daarom heeft de kantonrechter het verzoek van [verzoekster] afgewezen en [verzoekster] in de proceskosten veroordeeld. 5Verzoek in hoger beroep en verweer 5.1 [verzoekster] is op 2 januari 2024 in hoger beroep gekomen van de beschikking van de kantonrechter van 2 oktober 2023 (in zaak 2). 5.2 [verzoekster] vordert in haar beroepschrift vernietiging van deze beschikking, voor zover betrekking hebbende op zaak 2 en voor zover mede betrekking hebbende op haar verzoek om een vervangende machtiging ex artikel 5:121 BW tot het doen uitvoeren van die werkzaamheden die redelijkerwijs noodzakelijk zijn tot het herstel van kozijnen in de buitengevel van haar appartement voor rekening van de VvE (hierna ook: de vervangende machtiging). Zij vordert, voor zo mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, aan haar een vervangende machtiging te verlenen, met veroordeling van de VvE in de kosten van beide instanties. 5.3 De VvE heeft, met verwijzing naar hetgeen in overweging 3.3 is weergegeven, verweer gevoerd, en wel samengevat als volgt:(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.