Parketnummers: 09-767019-17 en 09-767002-22 Gerechtshof Den Haag meervoudige kamer voor strafzaken Proces-verbaal van de op 2 september 2025 en 12 september 2025 in het openbaar gehouden terechtzitting van dit gerechtshof. 2september 2025 Tegenwoordig zijn: mr. D.M. Thierry, voorzitter, mr. J. Candido en mr. W.S. Korteling, leden, en mr. M.J.J. van den Broek en mr. M.T. Huynh, griffiers. Voorts zijn aanwezig mr. P. Swaak en mr. A.J.M. Paulus, advocaten-generaal (hierna: de advocaat-generaal). De voorzitter doet de zaken tegen de na te noemen verdachte uitroepen. De voorzitter stelt de identiteit van de ter terechtzitting aanwezige verdachte vast op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, van het Wetboek van Strafvordering. De verdachte antwoordt op vragen van de voorzitter te zijn genaamd: [verdachte], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], laatst opgegeven woon- of verblijfplaats: [adres], thans gedetineerd in [detentieadres]. Als raadsman van de verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. J.C. Reisinger, advocaat te Utrecht. […] 12september 2025 Tegenwoordig zijn: mr. D.M. Thierry, voorzitter, mr. L.C. van Walree en mr. J. Candido, leden, en mr. M.J.J. van den Broek, griffier. Voorts is aanwezig mr. S.M.A.F. Tielens, advocaat-generaal. De voorzitter doet de zaak tegen de verdachte uitroepen. Bij monde van de voorzitter hervat het hof het op 2 september 2025 onderbroken onderzoek ter terechtzitting. De verdachte en zijn raadsman mr. J.C. Reisinger, advocaat te Utrecht, zijn niet ter terechtzitting verschenen. […] […] Voorts deelt de voorzitter als beslissingen van het hof op de door de verdediging gedane verzoeken het volgende mede: De verzoeken Aan het verzoek om het horen van de getuigen [betrokkene 1], LAP0814 en R824 heeft de raadsman het volgende ten grondslag gelegd. Er is een nieuwe ontwikkeling ten aanzien van de verkrijging van de SkyECC-data. Centraal staat hierin het ‘synthese proces-verbaal’ uit het Franse SkyECC dossier, dat met document D2 wordt aangeduid. Dit document is recent boven water gekomen. Hieruit is af te leiden dat het initiatief om twee servers van SkyECC in Frankrijk te tappen bij Nederland lag. Daaruit volgt dat het vertrouwensbeginsel niet langer opgaat en er alsnog nader onderzoek naar de rechtmatigheid en de betrouwbaarheid van de interceptie moet plaatsvinden. Met het bekend worden van document D2 blijkt ook dat het Openbaar Ministerie niet transparant is geweest over de opsporing en daarmee een effectieve rechterlijke controle daarop heeft weten te voorkomen. Dat raakt mogelijk de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging, aldus de verdediging. Ter toelichting op de stelling dat het vertrouwensbeginsel niet meer geldt ten aanzien van de in Frankrijk verkregen data uit de IP-tap, aangezien de Nederlandse politie de hulp van Frankrijk had ingeroepen om een gerechtelijk onderscheppingssysteem op te zetten, heeft de raadsman verwezen naar rechtsoverweging 6.21.1 van de beslissing van de Hoge Raad van 13 juni 2023. Uit die rechtsoverweging volgt volgens de raadsman dat als op initiatief van de Nederlandse autoriteiten de toepassing van een opsporingsbevoegdheid in het buitenland onder verantwoordelijkheid van een buitenlandse autoriteit plaatsvindt – zoals het plaatsen door de Franse politie van de IP-taps op de servers bij OVH in Roubaix – de vereisten die op grond van het Nederlandse strafprocesrecht gelden van toepassing zijn. Het Openbaar Ministerie heeft gevorderd de onderzoekswensen af te wijzen. Inleiding Op 30 oktober 2018 is het Openbaar Ministerie het Titel V onderzoek 13Yucca gestart. Volgens het start proces-verbaal is uit langlopende opsporingsonderzoeken een redelijk vermoeden ontstaan dat door personen die zich in georganiseerd verband bezig houden met het beramen en plegen van misdrijven die een zeer ernstige inbreuk op de rechtsorde opleveren, veelvuldig gebruik wordt gemaakt van producten en diensten die wereldwijd worden aangeboden door het Canadese bedrijf Sky Global. Uit open bronnen onderzoek is gebleken dat de server van SkyECC wordt gehost bij de firma OVH gevestigd in Roubaix in Frankrijk. Uit een gesprek d.d. 25 juli 2018 met vertegenwoordigers van OVH, dat werd bijgewoond door een Nederlandse verbalisant, is gebleken dat door SkyECC twee fysieke servers “worden afgenomen”. Men achtte het onwaarschijnlijk dat er leesbare communicatie op grond van de inhoud van de servers van SkyECC inzichtelijk kan worden gemaakt, aangezien SkyECC versleutelde communicatie leverde. Het federaal parket van België heeft een Europees Onderzoeksbevel (EOB) d.d. 21 november 2018 aan het parket van de rechtbank in Lille gericht. Dit had betrekking op het versleutelingsmiddel dat door SkyECC aan haar klanten ter beschikking werd gesteld. Op vordering van de officier van justitie heeft de rechter-commissaris bij beschikking van 30 november 2018 – onder voorwaarden - een machtiging verleend om bij OVH een digitale kopie (image) te vorderen van alle servers die worden afgenomen door SkyECC. Op 6 december 2018 heeft Nederland het EOB van 3 december 2018 naar Frankrijk verstuurd. Met dit EOB verzocht Nederland om een aantal onderzoeksmaatregelen ter voorbereiding op het uiteindelijke verzoek om de door OVH gehoste server van SkyECC te tappen en de data daarna te ontsleutelen. Het Parket in Lille (Frankrijk) belastte het Centraal Bureau voor de Bestrijding van Criminaliteit verbonden met Informatie- en Communicatietechnologie (OCLCTIC) met de uitvoering van het Belgische en het Nederlandse rechtshulpverzoek. Op 13 februari 2019 opende het parket van het Gespecialiseerde Interregionaal Gerecht bij de rechtbank Lille een opsporingsonderzoek tegen SkyECC. Achtergrond hiervan was dat de betrokken Franse officier van Justitie het noodzakelijk achtte om naast de onderzoeken die door andere Europese autoriteiten werden verricht en de uitvoering van de EOB’s, in Frankrijk onderzoek te doen teneinde de daders van de feiten die met deze versleutelingsoplossing werden gepleegd te identificeren en op te sporen. Ook dit werd ondergebracht bij het OCLCTIC. Hiervan is het Nederlandse onderzoeksteam op 26 februari 2019 op de hoogte gesteld. Uit de analyse van de technische infrastructuur van de geïdentificeerde servers die door OVH ter beschikking van SkyECC waren gesteld, bleek dat twee aparte servers de operationele werking van de SkyECC oplossing mogelijk maakten: - de hoofdserver die rechtsreeks met het internet verbonden is, met IP adres: 5.135.135.94; - een back-upserver met IP-adres: 188.165.14.8. Op initiatief van Europol kwamen rechercheurs uit Frankrijk, België en Nederland op 27 mei 2019 in Den Haag bij elkaar. De twee Franse rechercheurs van OCLCTIC verkregen in het kader van de uitwisseling met de Belgische en Nederlandse teams operationele en technische gegevens over de werking van de SkyECC servers. De Nederlandse autoriteiten verstrekten aan de Franse autoriteiten onder meer 9000 berichten in het Frans die waren verzonden of ontvangen door gebruikers van SkyECC-toestellen. De Nederlandse politie heeft in onderzoek 13Werl bij proces-verbaal van 2 juni 2022 gerelateerd dat zij in onderzoek 26Sassenheim e-mailberichten had veiliggesteld van en naar gebruikers van PGP safe. Op mondeling verzoek van het Franse onderzoeksteam is een extractie gemaakt van Franstalige e-mailcommunicatie van en naar SkyECC e-mailadressen. Op 27 mei 2019 heeft de Nederlandse politie een Excel bestand met 9708 rijen – afkomstig dus uit het Nederlandse onderzoek 26Sassenheim naar PGP Safe - “op politie-politie basis” gedeeld met de Franse politie. Het Franse onderzoeksteam beoogde met dit bestand inzicht te krijgen in de wijze waarop Franstalige klanten onderling hun criminele activiteiten ontwikkelden via versleutelde communicatie. Naar aanleiding van de ontvangen klantinformatie is in gezamenlijke gesprekken met Frankrijk, België, Nederland en Europol besproken dat het opportuun was om eerst een IP-tap op het interne netwerk te plaatsen om zo een beter beeld te krijgen van de infrastructuur en de geïnstalleerde applicaties. Volgens het proces-verbaal gaven de Franse rechercheurs tijdens deze gesprekken uitdrukkelijk aan dat zij de IP-tap in hun eigen onderzoek wilden gaan aanvragen en aansluiten en dat het hun intentie was de data te delen met Nederland en België. Daartegenover zouden het Belgische en Nederlandse onderzoeksteam de uitgevoerde analyses op deze IP-tap data delen met de Franse politie. Op 27 mei 2019 heeft het Openbaar Ministerie bij een Nederlandse rechter-commissaris een vordering tot een machtiging om een IP-tap bij OVH in Roubaix te plaatsen op de SkyECC servers ingediend en dezelfde dag ingetrokken op de grond dat het Franse Openbaar Ministerie liet weten dat het een IP-tap in hun eigen onderzoek ging implementeren. Op 14 juni 2019 heeft een officier van justitie een verzoek tot toestemming van interceptie van berichten ingediend bij een Franse Juge des Libertés et de la Détention bij de rechtbank te Lille. Het verzoek betrof het verlenen van toestemming aan OCLCTIC om over te gaan tot de interceptie, opname en transcriptie: 1. van de elektronische communicatie tussen de servers met de volgende IP adressen, die fysiek bij het hostingbedrijf OVH te Roubaix staan: de hoofdserver die rechtstreeks met het internet verbonden is, met IP adres: 5.135.135.94; een back-upserver met IP adres: 188.165.14.8. 2. van de inkomende en uitgaande elektronische communicatie van de hoofdserver met IP-adres 5.135.135.94, die fysiek bij het hostingbedrijf OVH te Roubaix staat. De aangezochte Franse rechter heeft dezelfde dag de gevraagde toestemming verleend voor de duur van één maand. De sondes voor de interceptie en opname zijn op 24 en 26 juni 2019 geplaatst door het in Frankrijk gevestigde bedrijf [bedrijf]. Op 8 juli 2019 is de Nederlandse recherche hierover geïnformeerd. De verkregen rechterlijke toestemming is meermaals verlengd. Bij Franstalige brief van 19 augustus 2019 – het document D2 - heeft een brigadier van politie van de OCLCTIC aan het hoofd van de OCLCTIC verslag gedaan van de resultaten van het onderzoek dat is uitgevoerd. Hij schrijft daarin onder meer dat op 27 mei 2019 een werkvergadering plaatsvond bij Europol in aanwezigheid van de Belgische en de Nederlandse autoriteiten. Daarin werd in het bijzonder uitgelegd hoe SkyECC werkte. Verder vermeldt deze verbalisant dat de Nederlandse autoriteiten een lijst verstrekten van berichten in het Frans tussen klanten van SkyECC die in het kader van een andere lopende zaak waren teruggevonden. Uit de analyse van deze berichten bleek dat deze voornamelijk gericht waren op drugshandel. Vervolgens schrijft hij (vertaald in het Nederlands): “De Nederlandse autoriteiten hebben de hulp van Frankrijk ingeroepen om een gerechtelijk onderscheppingssysteem op te zetten tussen de hoofdserver en de back-upserver van SkyECC, met respectievelijk de IP-adressen 5.135.135.94 en 188.165.14.8 gehost door OVH SAS in Roubaix. Er werd ook besloten om een tweede sonde op de hoofdserver te plaatsen gericht op extern verkeer, om te bepalen of er interessante gegevens passeerden.” Nadat de data succesvol waren onderschept, heeft Frankrijk deze vanaf 11 juli 2019 aan Nederland verstrekt. Naar aanleiding van een Nederlands EOB van 23 juli 2019 aan Frankrijk om de Franse data te mogen gebruiken in het strafrechtelijke onderzoek 13Yucca, heeft Nederland op 20 augustus 2019 toestemming gekregen om deze data te gebruiken voor strafrechtelijk onderzoek in Nederland. Op 13 december 2019 is een gemeenschappelijk onderzoeksteam opgericht door Frankrijk, België en Nederland. Onderzoek 13Werl dat op 1 november 2019 in Nederland was gestart en zich richtte op de ondernemingen Sky Secure en Sky Global maakte hiervan deel uit. Beoordeling van de verzoeken Het hof is op grond van de hiervoor opgenomen feiten en omstandigheden van oordeel dat de IP-taps op de servers van OVH in Roubaix in juni 2019 zijn geplaatst op vordering van een Franse officier van justitie en na toestemming van een Franse rechter. Deze opsporingsbevoegdheid werd uitgeoefend in het kader van het op 13 februari 2019 in Frankrijk geopende opsporingsonderzoek naar SkyECC, waarin naar aanleiding van een Belgisch EOB van 13 december 2018 de IP-adressen van de servers bij OVH waren geïdentificeerd. De vraag of de Nederlandse autoriteiten het initiatief hebben genomen tot het plaatsen van de IP-taps op de interne servers met de door de Franse opsporingsautoriteiten geïdentificeerde IP-adressen beantwoordt het hof als volgt. Volgens het verzoek tot interceptie van 14 juni 2019 van een Franse officier van justitie heeft op 27 mei 2019 op initiatief van Europol een bijeenkomst in Den Haag plaatsgevonden waarbij rechercheurs van Frankrijk, België en Nederland aanwezig waren. Tijdens deze bijeenkomst hebben de Nederlandse rechercheurs hun Franse collega’s geïnformeerd dat Franstalige criminelen gebruik maakten van SkyECC. Verder hebben zij een lijst met (ruim) 9000 in het Frans verzonden of ontvangen berichten van SkyECC gebruikers gedeeld met de Franse autoriteiten. Uit het Nederlandse proces-verbaal van 2 juni 2022 van de rechercheur 824 blijkt dat uit data (ontsleutelde e-mailberichten van PGP-Safe gebruikers) die de Nederlandse politie in het onderzoek 26Sassenheim had verkregen en gedeeld, op mondeling verzoek van het Franse onderzoeksteam een extractie is gemaakt van Franstalige e-mailcommunicatie van en naar SkyECC e-mailadressen. Dit heeft geresulteerd in een Excel-bestand met klantinformatie. Verder blijkt dat de Nederlandse politie op 27 mei 2019 het Exel-bestand “op politie-politie basis” aan de Franse politie heeft verstrekt. Naar aanleiding van deze klantinformatie is in gezamenlijke gesprekken met Frankrijk, België, Nederland en Europol besproken dat “het opportuun was” om eerst een IP-tap op het interne netwerk van SkyECC te plaatsen. De Franse rechercheurs gaven daarbij aan de IP-tap in hun eigen onderzoek te willen aansluiten. Het hof gaat er vanuit dat dit laatste ook op 27 mei 2019 bij Europol is besproken. Dit sluit aan bij de gang van zaken vanaf november/december 2018 toen tussen (in elk geval) Frankrijk, België en Nederland informatie-uitwisseling plaatsvond waarbij de betrokken landen elkaar op de hoogte hielden van onderzoeksresultaten en onderzoekshandelingen met betrekking tot o.a. SkyECC. Concreet blijkt dit uit de zojuist genoemde verstrekking van Franstalige SkyECC berichten (uit de PGPSafe-dataset) door Nederland aan Frankrijk. Naar het oordeel van het hof is het Excel-bestand gedeeld met de Franse politie op grond van artikel 26 Cybercrimeverdrag. Deze bepaling voorziet – voor zover hier van belang - in het op eigen initiatief verstrekken van verkregen inlichtingen aan een andere staat wanneer de verstrekking naar het oordeel van de verstrekkende staat van deze inlichtingen de ontvangende staat kan helpen bij het instellen of uitvoeren van onderzoeken of strafvervolgingen. Nederland is hier de verstrekkende staat en Frankrijk de ontvangende staat. Dat de Franse politie na ontvangst van de data uit onderzoek 26Sassenheim mondeling heeft verzocht om een extractie uit deze data, doet hieraan niet af. Vervolgens stelt het hof zich de vraag of het “inroepen van hulp” door Nederlandse autoriteiten – als beschreven in het Franse document D2 van 19 augustus 2019 - ook tijdens de vergadering van 27 mei 2019 heeft plaatsgevonden. Het document D2 beschrijft onder meer dat
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.