GERECHTSHOF DEN HAAG Team Familie Zaaknummer hof : 200.343.515/01 Zaak- en rolnummer rechtbank : C/10/663740 / HA ZA 23-703 Arrest van 12 augustus 2025 in de zaak van [de vrouw] , wonend in [woonplaats] , appellante, advocaat: mr. I.P. Biemond, kantoorhoudend in Krimpen aan den IJssel, tegen [de man] , wonend in [woonplaats] , geïntimeerde, advocaat: mr. M. Jonkman, kantoorhoudend in Capelle aan den IJssel. Het hof noemt partijen hierna de vrouw en de man. 1De zaak in het kort 1.1 Partijen hebben een echtscheidingsconvenant gesloten. Twee jaar daarna krijgen zij een geschil over de uitleg van de daarin opgenomen afspraak over een premievrije polis. 2Procesverloop in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken: de dagvaarding van 17 juni 2024, waarmee de vrouw in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 27 maart 2024 (hierna: het bestreden vonnis); de memorie van grieven van de vrouw; de memorie van antwoord van de man, met bijlagen; de bijlagen 5 en 6 die de vrouw ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling heeft overgelegd. 2.2 Op 27 mei 2025 heeft op verzoek van de vrouw een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Verschenen zijn: de vrouw, bijgestaan door haar advocaat. de man, bijgestaan door zijn advocaat. De advocaat van de vrouw heeft de zaak toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen die hij heeft overgelegd. 3Feitelijke achtergrond 3.1 Partijen zijn in gemeenschap van goederen gehuwd geweest. Zij hebben de (financiële) gevolgen van de echtscheiding in onderling overleg geregeld in een op 22 december 2021 ondertekend echtscheidingsconvenant. De vrouw werd bij dit overleg bijgestaan door haar advocaat, mr. Biemond (hierna: Biemond), de man kreeg juridische bijstand van zijn toenmalig advocaat, mr. Vermaat (hierna: Vermaat). 3.2 Bij beschikking van de rechtbank Rotterdam van 8 februari 2022 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Het echtscheidingsconvenant is aan de beschikking gehecht. Deze beschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. 4Procedure bij de rechtbank 4.1 De vrouw heeft bij de rechtbank, in conventie, gevorderd: I. de man te veroordelen binnen twee weken na betekening van het vonnis ervoor zorg te dragen dat hij al hetgeen heeft gedaan dat nodig is om de in het convenant genoemde premievrije polis op naam van de vrouw te zetten; II. de man te veroordelen tot het betalen van een dwangsom van € 250 per dag met een maximum van € 10.000 aan de vrouw voor iedere dag dat de man met het onder I. gevorderde in gebreke blijft; III. te bepalen dat 54 dagen na betekening van het vonnis, voornoemd vonnis in de plaats treedt van de handtekening van de man op alle documenten die nodig zijn om de premievrije polis op naam van de vrouw te zetten; IV. de man te veroordelen in de kosten van deze procedure. 4.2 De man heeft bij de rechtbank geconcludeerd tot afwijzing van het gevorderde door de vrouw, en in reconventie, voor zover in hoger beroep van belang: I. het convenant deels te vernietigen met dien verstande dat primair de vrouw aan de man een bedrag van € 21.000 dient te voldoen vanwege het niet nakomen van de afspraak tussen partijen dat de totale financiering voor de man niet meer dan € 215.000 zou bedragen; II. subsidiair de waarde van de premievrije polis alsnog tussen partijen dient te worden verrekend. 4.3 In het bestreden vonnis heeft de rechtbank, in conventie en reconventie: de man gelast medewerking te verlenen aan het op naam zetten van de polis bij Nationale Nederlanden met [polisnummer] (verder: de polis) op naam van de vrouw, waarbij de vrouw € 10.000 aan de man moet vergoeden; bepaald dat dit vonnis, zo de vrouw nodig acht, in de plaats treedt van alle rechtshandelingen die de man moet verrichten om de polis op naam van de vrouw te zetten. Het vonnis is tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De proceskosten zijn aldus gecompenseerd dat iedere partij de eigen kosten draagt. Het meer of anders gevorderde is afgewezen. 5Vorderingen in hoger beroep 5.1 De vrouw vordert – na wijziging van eis in de memorie van grieven – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het bestreden vonnis te vernietigen en, opnieuw rechtdoende: alle vorderingen van de vrouw in conventie toe te wijzen; alle vorderingen van de man (in reconventie) af te wijzen. met veroordeling van de man in de kosten van de procedure in eerste aanleg en hoger beroep. 5.2 De man vordert het bestreden vonnis te bekrachtigen, met veroordeling van de vrouw in de kosten van beide instanties. 6Beoordeling in hoger beroep 6.1 Partijen zijn het niet eens over de uitleg van het echtscheidingsconvenant. Voorafgaand aan het opstellen daarvan is onder meer de volgende correspondentie gevoerd: - Bij de onderhandelingen over de gevolgen van de echtscheiding is een berekening opgesteld. Namens de vrouw is onweersproken gesteld dat deze berekening is opgesteld door de toenmalige advocaat van de man. De berekening ziet er als volgt uit: bezit schuld woning € 450.000 polis € 59.000 hyp € 105.000 hypotheek € 30.000 € 135.000,00 restschuld € 159.858,00 overbedeling spaargeld € 20.000 -€ 59.000,00 spaardeel - € 20.000,00 polis naar totaal € 529.000 € 135.000 [de vrouw] boedel € 394.000 € 215.858,00 nodig hypotheek smartengeld € 115.500 perc verknocht 47% bedrag verknocht € 54.285 rest boedel € 339.715 ieder komt toe € 169.858 verdeling man vrouw woning € 450.000 polis € 59.000 hypotheek € -135.000 spaargeld € 10.000 € 10.000 totaal € 384.000 € 10.000 teveel € 159.858 € 159.858 - Op 7 december 2021 heeft Vermaat per e-mail namens de man aan Biemond het volgende bericht: “(…) Zoëven heb ik met mijn cliënt een voorstel besproken hetwelk hierbij gaat en cijfermatig in de bijlage wordt weergegeven. Het voorstel is concreet dat de polis van Nationale Nederlanden “as is” wordt toegescheiden aan en op naam wordt gesteld van uw cliënte. In de bijlage treft u de betreffende polis aan. Over de waarde spraken wij reeds eerder. Voorts zal cliënt de vrouw uitkopen voor een bedrag ad € 160.000,- en de woning in eigendom verkrijgen. De partneralimentatie wordt alsdan als afgekocht beschouwd voor de wettelijke duur. De vrouw zal uiteraard bij verkrijgen van de financiering door de hypotheeknemer worden ontslagen uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid met betrekking tot de thans lopende hypotheek op de woning. Een harde voorwaarde voor cliënt is dat de totale financiering niet het bedrag van € 215.000,- overstijgt (…).” - Biemond heeft daarop namens de vrouw als volgt gereageerd: “(…) Fijn dat er een oplossing is, dezerzijds is de geboden oplossing akkoord, ik zal z.s.m. een concept EC opstellen (…).” 6.2 Vervolgens hebben partijen op 22 december 2021 het convenant getekend waarin onder meer de afspraken over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap zijn vastgelegd. De tekst van het convenant luidt als volgt: “(…) Artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.