GERECHTSHOF DEN HAAG Civiel recht Team Handel Zaaknummer hof : 200.347.341/01 Zaak- en rolnummer rechtbank : C/10/683524 / KG ZA 24-750 Arrest in kort geding van 30 september 2025 in de zaak van [appellant] , wonend in [woonplaats], appellant in principaal hoger beroep, geïntimeerde in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep, advocaat: mr. P.H.A. de Boer, kantoorhoudend in Rotterdam, tegen [geïntimeerde] , wonend in [woonplaats], geïntimeerde in principaal hoger beroep, appellante in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep, advocaat: mr. J.H.M. de Boer, kantoorhoudend in Alkmaar. Het hof noemt partijen hierna [appellant] en [geïntimeerde]. 1De zaak in het kort 1.1 [geïntimeerde] en [appellant] zijn allebei motorliefhebbers. Na het einde van hun affectieve relatie wilde [geïntimeerde] drie motoren ophalen die in de garage bij [appellant] stonden. Omdat [appellant] die motoren niet aan haar wilde afgeven, vordert [geïntimeerde] afgifte van de motoren in kort geding. Het hof oordeelt, net als de rechtbank, dat [appellant] twee van de drie motoren aan [geïntimeerde] moet teruggeven. 2Procesverloop in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken: de dagvaarding van 11 oktober 2024 met grieven en bijlagen, waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam van 13 september 2024; de memorie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel appel van [geïntimeerde], met bijlagen; de memorie van antwoord in voorwaardelijk incidenteel appel van [appellant]. 3Feitelijke achtergrond 3.1 [geïntimeerde] en [appellant] hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. Partijen hebben samengewoond in de woning van [geïntimeerde]. De relatie is medio 2023 beëindigd. [appellant] is in februari 2024 uit de woning van [geïntimeerde] vertrokken. 3.2 [appellant] en [geïntimeerde] hebben, op 24 maart 2024, onder meer de volgende WhatsApp-berichten gewisseld: ‘[geïntimeerde]: Wil alles gewoon in gouda hebben [appellant]: En wat gaje met ze doen? [geïntimeerde]: Geen idee nog Ik kijk wel zorg voor later [appellant]: Mmm ok [geïntimeerde]: Komt die man nog kijken voor die k5? [appellant]: Hij heeft niks gezecht [geïntimeerde]: Kan je anders zorgen dat die rijklaar is dan rij ik die woensdag naar gouda dan haal ik morgen dat kenteken van die rode af en zet ik die even om die is toch verzekerd enzo Ik hou er niet van dat alles daar zo staat ze hebben daar al eerder een keer moeilijk om gedaan toch [geïntimeerde]: Wat moeten we nu met de bmw doen? Had je dat getest wat de garage zei? [appellant]: Wat (toev. hof: in reactie op [geïntimeerde]: Ik hou er niet van dat alles daar zo staat ze hebben daar al eerder een keer moeilijk gedaan toch) [geïntimeerde]: Zeiden toch al een keer eerder toen dat motor er weg moest enzo Ik heb mn eigen garage dus wil t gewoon liever daar Hou niet van gezeur [geïntimeerde]: Alleen die bmw heb werk toch dus wat heb je nodig van gouda [appellant]: Niks Hier is genoeg gereedschaap Als iet nodig is Maar goed [geïntimeerde]: Dan waarom zeg je dit (toev. hof: in reactie op [appellant]: En al moet ik doen hoe kom ik daar) [appellant]: Als alles daar bent en ala ik moet iets eroo doen Hoe kom ik daar Daarkm zeg ik Maar is goes [geïntimeerde]: Ik wil gewoon de spullen in mn eigen box. Daarvoor huur ik een box toch [appellant]: Jaa snao ik [geïntimeerde]: Nou dan Ik denk niet dat mensen stelen daar maar ik vind het gewoon fijn om het bij mn loods te hebben [appellant]: Top [geïntimeerde]: Ben alles aan t opruimen daar Netjes maken [appellant]: Ze staan daar omdat ok was en moet oo ze werken’ 3.3 Op 9 april 2024 heeft [geïntimeerde] bij de politie aangifte gedaan van verduistering van drie motoren door [appellant]: een wit-blauwe BMW S1000 RR zonder Nederlands kenteken, met chassisnummer [nummer 1]; een rood-zwarte Suzuki met kenteken [kenteken 1] en een oranje-zwarte Suzuki met kenteken [kenteken 2]. 3.4 Bij brief van 28 augustus 2024 heeft de RDW aan [geïntimeerde] een overzicht verstrekt van voertuigen die op haar naam staan. Dat zijn, onder meer, de voertuigen met kenteken [kenteken 2] (Suzuki GSX-R1000) en [kenteken 1] (Suzuki GSX-R1000). 4Procedure bij de rechtbank 4.1 [geïntimeerde] heeft [appellant] in kort geding gedagvaard en gevorderd (na eiswijziging) primair: [appellant] te gebieden en te bevelen om binnen één week na betekening van het te wijzen vonnis drie motoren van [geïntimeerde] inclusief alle toebehorende onderdelen (waaronder de frames), te weten een blauw-witte BMW met chassisnummer [nummer 1], een rood-zwarte Suzuki met kenteken [kenteken 1] en een oranje-zwarte Suzuki met kenteken [kenteken 2], aan [geïntimeerde] af te geven c.q. aan [geïntimeerde] terug te geven, zulks op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag dat [appellant] in strijd met deze veroordeling handelt, een en ander met een maximum aan eventuele te verbeuren dwangsommen van € 50.000,-; subsidiair: [appellant] te gebieden en te bevelen om binnen één week na betekening van het te wijzen vonnis de drie frames van de drie motoren van [geïntimeerde], zoals hiervoor genoemd, aan [geïntimeerde] af te geven c.q. aan [geïntimeerde] terug te geven, zulks op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag dat [appellant] in strijd met deze veroordeling handelt, een en ander met een maximum aan eventuele te verbeuren dwangsommen van € 50.000,-; meer subsidiair: dat [appellant] wordt veroordeeld tot betaling (van de waarde van deze drie motoren) van € 20.650,-, te vermeerderen met de wettelijke rente; primair en (meer) subsidiair: [appellant] te veroordelen in de proceskosten, inclusief de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente. 4.2 Volgens [geïntimeerde] is zij eigenaar van de drie motoren en heeft [appellant] deze drie motoren onterecht (uit haar stalling in Moordrecht) meegenomen en bij [appellant] in de stalling gezet. Partijen hebben elkaar op 26 maart 2024 ontmoet in Barendrecht, waar [appellant] op dat moment een stalling in gebruik had. Volgens [geïntimeerde] heeft zij tijdens die afspraak de drie motoren in de garage zien staan, maar weigerde [appellant] om deze aan haar mee te geven. 4.3 [appellant] heeft de vordering van [geïntimeerde] betwist. 4.4 De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat sprake is van een spoedeisende zaak. Hij heeft verder de primaire vordering tot afgifte van de blauw-witte BMW en de rood-zwarte Suzuki toegewezen, met beperking en maximering van de gevorderde dwangsommen tot € 5.000,-. De vordering tot afgifte van de oranje- zwarte Suzuki is afgewezen. 5Vordering in hoger beroep 5.1 [appellant] wil dat het hof de vorderingen van [geïntimeerde] alsnog volledig afwijst. 5.2 Kort gezegd zien de bezwaren van [appellant] op het volgende. Volgens [appellant] is er geen spoedeisend belang bij de vordering van [geïntimeerde]. [appellant] en [geïntimeerde] hebben samen in (motor)frames geïnvesteerd en zijn ook samen eigenaar. [geïntimeerde] had beslag kunnen leggen, als zij meent recht te hebben op de goederen (grief I). De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat [appellant] de ‘blauw-witte BMW’ moet afgeven aan [geïntimeerde], omdat zij deze al geruime tijd in bezit heeft (grief 2). Ook is ten onrechte geoordeeld dat [appellant] de ‘Suzuki GSX R 1000 kleuren rood met zwart’ inclusief onderdelen aan [geïntimeerde] moet afgeven. Er is ten onrechte van uitgegaan dat er maar één rode motor is, terwijl [geïntimeerde] bovendien heeft aangegeven dat zij de kentekens van de motoren uitruilde (grief 3). Ten slotte heeft de rechtbank ten onrechte [appellant] in de proceskosten veroordeeld (grief 4). 5.3 [geïntimeerde] heeft verweer gevoerd. 5.4 [geïntimeerde] eist in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep alsnog het opleggen van dwangsommen van € 500,- per dag, met een maximum van € 50.000,-. Dit beroep wordt ingesteld onder de voorwaarde dat [appellant] in zijn hoger beroep ontvankelijk is en zijn vordering (deels) door het hof wordt toegewezen. 5.5 [appellant] heeft op zijn beurt verweer gevoerd in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep. 6Beoordeling in hoger beroep Principaal hoger beroep Spoedeisend belang 6.1 Met de grieven die [appellant] tegen het vonnis van de rechtbank heeft aangevoerd, ligt voor wat betreft de blauw-witte BMW en de rood-zwarte Suzuki opnieuw ter beoordeling voor of sprake is van een spoedeisend belang. 6.2 Volgens [appellant] heeft [geïntimeerde] geen spoedeisend belang bij haar vordering. [geïntimeerde] is geen eigenaar en zij ondervindt ook geen financiële hinder als de motoren ‘weg’ zijn. Er is geen sprake van complete motoren, partijen hebben slechts gezamenlijk geïnvesteerd in frames. Die frames heeft [geïntimeerde] zelf meegenomen, terwijl bovendien één van de frames door [appellant] is gekocht. 6.3 [geïntimeerde] betwist dat het gaat om frames, het gaat om motoren. Dat blijkt uit de overgelegde foto’s, de video en de WhatsApp-berichten. Volgens [geïntimeerde] heeft zij al haar spaargeld in deze motoren gestoken, die zij wilde verkopen nadat ze deze had opgeknapt. Dat geld heeft ze nodig. Een bodemprocedure kan niet worden afgewacht vanwege de angst dat de motoren dan niet teruggevonden konden worden. 6.4 Het hof overweegt als volgt. Nu [geïntimeerde] stelt dat zij eigenaar is van de motoren heeft zij (nog steeds) een spoedeisend belang bij afgifte daarvan, mede gelet op het financiële belang en de vrees voor het wegraken van de motoren. Dat met het leggen van een beslag hetzelfde doel kan worden bereikt, zoals [appellant] heeft gesteld, doet niet af aan de spoedeisendheid. Afgifte 6.5 Voor de vraag of de motoren aan [geïntimeerde] moeten worden afgegeven, dient allereerst de vraag te worden beantwoord of [geïntimeerde] (hoogstwaarschijnlijk) als eigenaar van de motoren kan worden aangemerkt. Vervolgens dient te worden vastgesteld dat [appellant] inbreuk maakt op het eigendomsrecht van [geïntimeerde]. Het hof zal deze vragen per motor beantwoorden. De blauw-witte BMW 6.6 Volgens [appellant] is de blauw-witte BMW (hierna: de BMW) gezamenlijk eigendom van hem en [geïntimeerde] en heeft [geïntimeerde] de BMW allang onder zich. Dat laatste blijkt volgens [appellant] uit een app-gesprek tussen partijen op 18 februari 2024 waarin het over de BMW gaat. Hieruit blijkt dat de BMW zich bevindt in Gouda, en daarmee wordt bedoeld de garage van [geïntimeerde] in Moordrecht. De foto die op 1 maart 2024 is geappt betreft een andere motor, namelijk een racemotor die [appellant] al sinds 2020 (via de heer Raap) in eigendom heeft. Het (Duitse) document dat door [geïntimeerde] is overgelegd als productie 2 (bij dagvaarding in eerste aanleg) gaat over een ander chassisnummer, te weten [nummer 2]. 6.7 [geïntimeerde] stelt zich op het standpunt dat zij de BMW in Duitsland heeft gekocht en vervolgens heeft geïmporteerd. Uit het door haar overgelegde (Duitse) document blijkt ook dat de BMW aan [geïntimeerde] toebehoort. Zij betwist dat partijen gezamenlijk een frame uit Duitsland hebben geïmporteerd en zij betwist ook dat de BMW allang in Gouda staat. De motor is te zien op de foto van 1 maart
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.