Rolnummer: 22-002245-24 Parketnummer: 10-102758-22 Datum uitspraak: 15 september 2025 TEGENSPRAAK Gerechtshof Den Haag meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 21 juni 2024 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboorteplaats] 1997, adres: [woonadres], [woonplaats]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 weken met een proeftijd van 2 jaren. Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij, op of omstreeks 9 november 2021 te Rotterdam, [slachtoffer] heeft mishandeld door haar bij de keel/hals vast te pakken en/of (vervolgens) de keel/hals dicht te knijpen. Vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 weken met een proeftijd van 2 jaren. Het vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof zich daarmee niet verenigt. Vrijspraak De raadsman heeft overeenkomstig zijn overgelegde pleitnotities vrijspraak van de verdachte van het tenlastegelegde bepleit, nu de enkelvoudige fotoconfrontatie geen betrouwbare herkenning oplevert en ander bewijs dat de verdachte de dader zou zijn in het dossier ontbreekt. Het hof overweegt als volgt. Uit de aangifte van [slachtoffer] komt naar voren dat zij op 9 november 2021 werkzaam was als koerier en haar bestelbus gedeeltelijk op de openbare weg had geparkeerd, volgens haar zodanig dat er nog net personenauto's langs konden. Achter haar stopte een zwarte Volkswagen. Nadat de bestuurder van die auto haar had toegeschreeuwd, kwam hij naar haar toe gerend en heeft hij haar mishandeld. Op 6 januari 2022 heeft een fotoconfrontatie plaatsgevonden, waarbij aan aangeefster achtereenvolgens twee foto’s zijn getoond. Op de foto’s waren de gezichten afgebeeld van de zonen van de persoon op wiens naam de auto is gesteld en waaruit de dader was gestapt voordat hij aangeefster heeft mishandeld. Nadat haar als eerste foto 1 (de verdachte) is getoond, heeft aangeefster verklaard de persoon op die foto direct te herkennen en daarover geen twijfels te hebben. Na het tonen van foto 2 (de broer van de verdachte) heeft aangeefster verklaard de persoon op die foto niet te herkennen en hem nog nooit te hebben gezien. Het tonen van foto 1 aan aangeefster moet naar het oordeel van het hof worden beschouwd als een enkelvoudige fotoconfrontatie. Het hof stelt voorop dat geen rechtsregel eraan in de weg staat om – met de daarbij passende behoedzaamheid – voor het bewijs gebruik te maken van een verklaring van een aangever die de dader van een strafbaar feit zegt te herkennen op een bij een enkelvoudige fotobewijsconfrontatie getoonde foto. Bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van deze fotoconfrontatie heeft het hof acht geslagen op de Handleiding confrontatie van A. van Amelsvoort (SDU, 2018) en de daarbij behorende Richtlijnen enkelvoudige foto- en videobewijsconfrontatie. De in die Handleiding opgenomen voorschriften dienen voor een zo betrouwbaar mogelijke herkenning door een getuige. Als belangrijk uitgangspunt geldt dat uit oogpunt van betrouwbaarheid een enkelvoudige fotobewijsconfrontatie uitsluitend plaatsvindt als de getuige de (vermoedelijke) dader van het strafbare feit al kent. Gelet op de aangehaalde handleiding en de daarin verwoorde richtlijnen, welke weliswaar niet als recht in de zin van artikel 79 van de Wet op de rechterlijke organisatie dienen te worden aangemerkt, maar wel een bruikbaar referentiekader vormen, komt het hof tot het oordeel dat in onderhavig geval niet met de bij het toepassen van een enkelvoudige fotoconfrontatie passende behoedzaamheid te werk is gegaan. Aangeefster kende de verdachte immers niet voorafgaande aan het geweldsincident, hetgeen een contra indicatie oplevert voor het houden van een enkelvoudige fotoconfrontatie. Voorts heeft de politie de foto’s pas twee maanden na het incident aan aangeefster getoond en is haar niet meegedeeld dat het niet zeker is dat op de foto’s de persoon te zien is die volgens aangeefster de dader is. Bovendien zijn haar geen foto’s getoond van de door de moeder van de verdachte in haar verklaring opgegeven andere personen dan haar twee zonen, die volgens haar ook wel eens in haar auto reden. Tenslotte heeft aangeefster niet aangegeven aan welke specifieke (gezichts)kenmerken zij de dader op de foto heeft herkend. Het hof is op grond van het vorenstaande van oordeel dat deze herkenning van de verdachte als dader dermate onzorgvuldig tot stand is gekomen dat deze onvoldoende betrouwbaar is om tot bewijs in deze strafzaak te kunnen dienen. Nu een ander bewijs ontbreekt waaruit het daderschap van de verdachte kan worden afgeleid, is naar het oordeel van het hof niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Dit arrest is gewezen door mr. Chr.A. Baardman, als voorzitter, en mr. M.I. Veldt-Foglia en mr. H.W. Samson-Geerlings, leden, in bijzijn van de griffier mr. C.E. Koppelaars. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 15 september 2025. Mr. H.W. Samson-Geerlings is buiten staat dit arrest te ondertekenen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.