GERECHTSHOF DEN HAAG Team Familie zaaknummer : 200.350.270/01 zaaknummer rechtbank : C/09/651706 en C/09/655910 rekestnummer rechtbank : FA RK 23-5585 en FA RK 23-7765 beschikking van de meervoudige kamer van 24 december 2025 inzake [de vrouw] , wonende te [woonplaats] , verzoekster in het principaal hoger beroep, verweerster in het incidenteel hoger beroep, hierna te noemen: de vrouw, advocaat mr. N. Çiçek te Den Haag, tegen [de man] , wonende te [woonplaats] , verweerder in het principaal hoger beroep, verzoeker in het incidenteel hoger beroep, hierna te noemen: de man, advocaat mr. M. Erik te Den Haag. 1Het verloop van het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Den Haag van 23 oktober 2024, uitgesproken onder voormeld zaaknummers (hierna te noemen: de bestreden beschikking). 2Het geding in hoger beroep 2.1 De vrouw is op 22 januari 2025 in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. 2.2 De man heeft op 1 april 2025 een verweerschrift tevens houdende incidenteel hoger beroep ingediend. 2.3 De vrouw heeft op 23 mei 2025 een verweerschrift op het incidenteel hoger beroep ingediend. 2.4 Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen: een journaalbericht van de zijde van de vrouw van 24 januari 2025 met bijlage, ingekomen op 13 februari 2025; een journaalbericht van de zijde van de vrouw van 1 april 2025 met bijlage, ingekomen op 2 april 2025; een journaalbericht van de zijde van de man van 10 september 2025 met bijlagen, ingekomen op diezelfde datum. 2.5 De mondelinge behandeling heeft op 26 september 2025 plaatsgevonden. Verschenen zijn: de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en vergezeld door een tolk in de taal Turks, [tolk] ; de man, bijgestaan door zijn advocaat. 3De feiten 3.1 Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Onder meer staat het volgende vast. 3.2 Partijen zijn op [huwelijksdatum] 2013 te [plaats] gehuwd. 4De omvang van het geschil 4.1 Deze zaak betreft de echtscheiding van partijen met nevenvoorzieningen. Bij de bestreden beschikking is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. De bestreden beschikking is op 11 november 2024 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Bij de bestreden beschikking is daarnaast, voor zover in hoger beroep van belang: uitvoerbaar bij voorraad bepaald dat de man aan de vrouw in het kader van de ontbinding van de huwelijksgemeenschap € 196,42 moet betalen; het meer of anders verzochte afgewezen. 4.2 De vrouw verzoekt het hof in principaal hoger beroep de bestreden beschikking te vernietigen voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en opnieuw rechtdoende: 1.1 te bepalen dat de garagebox staande en gelegen aan [adres] (hierna te noemen: de garagebox) verkocht en geleverd dient te worden aan (een) derde(n), waartoe de man in ieder geval: a. dient mee te werken aan de ondertekening van een schriftelijke koopovereenkomst; b. dient mee te werken aan de levering van de garagebox; c. 50% bijdraagt in alle kosten verband houdend met de verkoop en levering van de garagebox; 1.2 de bij verkoop gerealiseerde overwaarde (verkoopopbrengst minus verkoopkosten en eventuele hypothecaire geldlening) ieder van partijen bij helfte zal toekomen; 2. te bepalen dat de man aan de vrouw in het kader van de ontbinding van de huwelijksgemeenschap een bedrag van € 50.193,42 moet betalen. 4.3 De man verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en opnieuw rechtdoende: In principaal hoger beroep: I. de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren in haar beroepschrift, althans haar verzoeken af te wijzen; In incidenteel hoger beroep: II. primair: a. te bepalen dat de onderneming een verwerving is van partijen en te bepalen dat de onderneming een negatieve waarde heeft en dat de vrouw draagplichtig is voor de schulden van de onderneming, althans dat de vrouw aan de man dient te voldoen € 2.778,-; b. te bepalen dat de garagebox dient te worden verkocht aan een derde waarmee de schulden van de onderneming kunnen worden afgelost en partijen bij helfte delen in de resterende negatieve waarde van de onderneming; III. subsidiair: te bepalen dat de onderneming een verwerving is van de man en te bepalen dat gelet op de negatieve waarde van de onderneming de vrouw geen vordering heeft op de man uit hoofde van de verrekening van de verwerving; IV. de garagebox aan de man toe te delen althans te bepalen dat de man gerechtigd is tot overname althans verkoop van de garagebox en te bepalen dat de vrouw hieraan haar medewerking dient te verlenen; V. althans een verdeling zoals het hof in goede justitie zal vermenen te behoren; VI. de beschikking van de rechtbank ten aanzien van de overige verzoeken te bekrachtigen. Kosten rechtens. 4.4 De vrouw verzoekt het hof in incidenteel hoger beroep, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de man in zijn incidenteel hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren, althans het incidenteel hoger beroep van de man integraal af te wijzen. 4.5 Het hof zal de grieven in principaal en incidenteel hoger beroep, voor zover mogelijk, gezamenlijk beoordelen. 5De motivering van de beslissing Afwikkeling huwelijksvermogensregime Rechtsmacht, toepasselijk recht en peildatum 5.1 Evenals de rechtbank en op dezelfde gronden als de rechtbank, is het hof van oordeel dat de Nederlandse rechter op dit punt rechtsmacht heeft. Dit was en is als zodanig ook niet tussen partijen in geschil. 5.2 Geen grief is gericht tegen de overwegingen van de rechtbank dat op (de afwikkeling van) het huwelijksvermogensregime van partijen van [huwelijksdatum] 2013 tot [huwelijksdatum] 2023 het Turkse recht van toepassing is en met ingang van [huwelijksdatum] 2023 het Nederlands recht. Het hof gaat daar eveneens van uit. 5.3 Evenmin hebben partijen een grief gericht tegen de overwegingen van de rechtbank dat de peildatum voor de vaststelling van de omvang van de ontbonden gemeenschap 2 augustus 2023 is, zijnde de datum van indiening van het verzoek tot echtscheiding, en dat omdat die peildatum in de periode ligt waarbinnen het Turkse recht van toepassing is op (de afwikkeling van) het huwelijksvermogensregime van partijen de rechtbank op dit punt uitsluitend het Turkse recht toepast. Het hof gaat daar daarom eveneens van uit en zal dat eveneens doen. Inleiding 5.4 In het kader (van de afwikkeling) van het huwelijksvermogensregime van partijen staat uitsluitend nog tussen hen ter discussie de verdeling van het vennootschappelijk vermogen van de onderneming [de onderneming] (hierna te noemen: [de onderneming] ), althans de vaststelling van het aandeel van de vrouw daarin, of en in hoeverre de garagebox onderdeel vormt (van het vermogen) van [de onderneming] en of en in hoeverre de schulden bij [bedrijf 1] , [bedrijf 2] , [bedrijf 3] , [bedrijf 4] en [bedrijf 5] schulden van [de onderneming] betreffen, althans of en in hoeverre de vrouw daarvoor hoofdelijk aansprakelijk dan wel draagplichtig is, en of en op welke wijze die garagebox en schulden anders in de afwikkeling van het huwelijksvermogensregime van partijen moeten worden betrokken. Standpunten 5.5 De vrouw voert – kort weergegeven – het volgende aan. Op 28 juni 2016 heeft de man [de onderneming] , destijds [de onderneming] , in de vorm van een eenmanszaak opgericht. Omwille van fiscale voordelen is de eenmanszaak op 1 januari 2018 omgezet in een vennootschap onder firma, waarvan beide partijen medevennoot waren. De vrouw is op 1 april 2023 als vennoot van [de onderneming] uitgetreden. Met terugwerkende kracht is per 1 januari 2023 als medevennoot toegetreden de schoonzus van de man. Dit neemt volgens de vrouw niet weg dat de waarde van [de onderneming] vanwege de echtscheiding van partijen bij helfte tussen partijen moet worden verdeeld. Voor de vaststelling van die waarde zal volgens haar moeten worden uitgegaan van de jaarrekening 2021 van [de onderneming] , nu de man van de financiële situatie van die onderneming in de periode nadien nimmer objectieve financiële stukken heeft overgelegd en de cijfers die uit de wel door hem overgelegde stukken volgen afwijken van wat gebruikelijk was in de periode voor een echtscheiding tussen partijen aan de orde was
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.