GERECHTSHOF DEN HAAG Civiel recht Team Handel Zaaknummer hof : 200.337.129/01 Zaak- en rolnummer rechtbank : C/09/653118/ KG ZA 23-729 Arrest in kort geding van 22 april 2025 in de zaak van Maatschap l’Eau, gevestigd in Oegstgeest, appellante, incidenteel geïntimeerde, advocaat: mr. I.J.A. Tax, kantoorhoudend in Rotterdam, tegen Vereniging van Eigenaars "Kaag Resort", gevestigd in Warmond, geïntimeerde, incidenteel appellante, advocaat: mr. M. Groot Koerkamp, kantoorhoudend in Amsterdam. Het hof noemt partijen hierna de Maatschap en de VvE. 1De zaak in het kort 1.1 Deze procedure gaat over de vraag of, en zo ja, onder welke voorwaarden de gebruikers van de jachthaven van de Maatschap gebruik kunnen maken van twee parkeerterreinen. De parkeerplaatsen op deze parkeerterreinen zijn eigendom van de leden van de VvE, die het beheer voert over het toegangshek tot een van de parkeerterreinen. De voorzieningenrechter heeft de VvE bevolen om gebruikers van de jachthaven toegang te verlenen tot de parkeerterreinen door het toegangshek overdag open te laten (van 8.00 uur tot 18.00 uur), en de verkeersborden op de parkeerterreinen daaraan aan te passen. De Maatschap heeft ook gevorderd dat de VvE wordt bevolen om ervoor zorg te dragen dat de leden van de VvE geen parkeerbeugels plaatsen op hun parkeerplaatsen. Die vordering heeft de voorzieningenrechter afgewezen. 1.2 De Maatschap vordert in hoger beroep een verruiming van de openingsuren van het toegangshek en toewijzing van de vorderingen met betrekking tot de parkeerbeugels. De VvE wil dat het hof de vorderingen van de Maatschap alsnog volledig afwijst. 1.3 Het hof wijst de vordering van de Maatschap tot verruiming van de openingsuren toe. De overige vorderingen van de Maatschap en de vordering van de VvE wijst het hof af. Deze beslissing wordt hierna toegelicht. 2Procesverloop in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken: de dagvaarding van 28 november 2023, waarmee de Maatschap in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 1 november 2023; de memorie van grieven van de Maatschap, met bijlagen; de memorie van antwoord tevens incidenteel appel van de VvE, met bijlagen; de memorie van antwoord in incidenteel appel van de Maatschap, met bijlagen. 2.2 Op 21 maart 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De advocaten van partijen hebben de zaak toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen die zij hebben overgelegd. 3Feitelijke achtergrond 3.1 De Maatschap wordt gevormd door de heren [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]) en [betrokkene 2] (hierna: [betrokkene 2]). 3.2 Bij overeenkomst van 17 maart 2011 (hierna: de koopovereenkomst) heeft de Maatschap van Ontwikkelings- en Exploitatiemaatschappij Kaag Resort B.V. (hierna: Kaag Resort) het volgende registergoed gekocht (hierna: de jachthaven): “een perceel water en grond ingericht als aanleghaven, gelegen aan de Veenpolder te Warmond , kadastraal bekend gemeente Warmond , [kadasternummer] (...)” In de jachthaven zijn 43 ligplaatsen voor kleine boten bedoeld voor de recreatievaart. 3.3 In de koopovereenkomst is de volgende bepaling opgenomen met betrekking tot de parkeerplaatsen (hierna: de Bepaling): “Eigenarenvereniging Kaag Resort zal toestaan dat vrije parkeerplaatsen op eigen terrein – voor kortdurend gebruik – mede gebruikt kunnen worden door bezoekers van de haven. Lange termijn parkeren is echter niet toegestaan.” 3.4 Op 22 maart 2011 is de jachthaven aan de Maatschap geleverd. In de leveringsakte is onder meer het volgende opgenomen: “ ONDERLIGGENDE OVEREENKOMST Voor zover daarvan in deze akte niet is afgeweken, blijven de bepalingen van gemelde koopovereenkomst van volle kracht en waarde. (…) Als bijzondere bepalingen staan in de koopovereenkomst nog opgenomen (…): - Eigenarenvereniging Kaag Resort zal toestaan dat vrije parkeerplaatsen op eigen terrein – voor kortdurend gebruik – mede gebruikt kunnen worden door bezoekers van de haven. Lange termijn parkeren is echter niet toegestaan.” 3.5 Bij notariële akte van 4 april 2013 heeft Kaag Resort aan KR Warmond B.V. (hierna: KR Warmond) een aantal percelen grond geleverd met daarop een appartementencomplex en de hiervoor bedoelde parkeerplaatsen. Ook in deze leveringsakte is de Bepaling opgenomen. 3.6 Bij splitsingsakte van 8 mei 2013 (hierna: de splitsingsakte) is de VvE opgericht en zijn de percelen gesplitst in appartementsrechten. Deze akte bevat een reglement waarin de rechten en verplichtingen van de appartementseigenaren zijn vastgesteld (hierna: het reglement). In de splitsingsakte is de Bepaling opnieuw opgenomen. In het reglement is - voor zover van belang - het volgende bepaald: “ Artikel 17 1. Tot de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken worden onder meer gerekend, voor zover aanwezig: a. (…) b. het hek- en traliewerk (…)” 3.7 Vervolgens zijn de appartementsrechten in het complex aan verschillende personen verkocht en geleverd. Ook [betrokkene 1] en [betrokkene 2] zijn ieder eigenaar van een appartement in het complex. Bij het appartementencomplex horen in totaal 49 parkeerplaatsen. Aan de voorzijde van het appartementencomplex liggen 18 parkeerplaatsen (het kleine parkeerterrein) en aan de overzijde van de straat liggen 31 parkeerplaatsen (het grote parkeerterrein). Het grote parkeerterrein kan worden afgesloten met een hek. De VvE is eigenaar van vier parkeerplaatsen die in gebruik zijn voor fietsenstalling, motorstalling, vuilcontainers en de technische dienst. [betrokkene 1] en [betrokkene 2] hebben de appartementsrechten op zes parkeerplaatsen op het kleine parkeerterrein in eigendom. De overige appartementsrechten op parkeerplaatsen zijn afzonderlijk verkocht en geleverd als privé eigendom aan diverse appartementseigenaren. 3.8 Bij e-mail van 11 december 2020 heeft de VvE onder meer het volgende aan de Maatschap geschreven: “(…) De toegang tot de parkeerplaatsen aan de overkant is nu afsluitbaar gemaakt en de genummerde parkeerplaatsen moeten door de eigenaren en huurders op hun eigennummers gebruikt gaan worden met ingang van 1-1-2021. De voorkant bij het Kaag Resort blijft vrij toegankelijk. Het bestuur van de VvE heeft geen andere mogelijkheden.” 3.9 In een e-mail van 27 januari 2021 heeft de VvE onder meer het volgende aan de Maatschap geschreven: “Het bestuur erkent tevens de erfdienstbaarheid rechten van de Maatschap L’Eau en het recht voor haar haven passanten om op ‘vrije’ parkeerplaatsen (tijdelijk) te mogen parkeren.” 3.10 De VvE heeft in een e-mail van 17 september 2021 aan de Maatschap het volgende laten weten: “Het bestuur kent de ‘onderliggende overeenkomst’ in de splitsingsakte (…) en zal deze, voor zover dat in haar mogelijkheid ligt, uitvoeren. Ook mag van alle kopers van de parkeerplaatsen verwacht worden deze splitsingsakte te kennen. (…) Vooralsnog streeft het bestuur de volgende oplossing na: 1. het parkeerhek blijft vooralsnog ontsloten. De VVE ziet er tevens op toe dat geen ‘hekjes’ geplaatst worden en vraagt L’Eau hun ‘paaltjes’ niet te zullen gebruiken. 2. de VVE bewaakt de situatie en eigenaren dienen het bestuur te melden wanneer zich eventuele parkeerproblemen voordoen. 3. de VVE en L’Eau maken nadere afspraken omtrent de begrippen ‘kortdurend gebruik’. 4. indien zich in de toekomst alsnog een parkeerprobleem zou ontwikkelen (o.a. door onrechtmatig gebruik door ‘buitenstaanders’ of veel intensiever havengebruik) dienen de VVE en L’Eau samen een strakkere oplossing te vinden, bv door het gebruik van magneetkaarten en/of het toepassen van een actiever ‘wegsleepregelingsbeleid’.” 3.11 In de algemene ledenvergadering van de VvE op 19 oktober 2022 heeft het bestuur van de VvE meegedeeld dat het hek dat toegang geeft tot het grote parkeerterrein is afgesloten. Tijdens deze vergadering heeft de VvE tevens besloten goedkeuring te verlenen aan appartementseigenaren om parkeerbeugels te plaatsen op hun parkeerplaatsen. 3.12 In november 2022 hebben enkele appartementseigenaren een parkeerbeugel geplaatst op individuele parkeerplaatsen op het kleine parkeerterrein. 3.13 De Maatschap heeft tegen deze maatregelen geprotesteerd. Vervolgens heeft overleg plaatsgevonden tussen de Maatschap en de VvE over het gebruik van de parkeerterreinen. 3.14 Bij brief van 16 mei 2023 heeft de VvE onder meer het volgende aan de Maatschap geschreven: “VVE Kaag Resort is met uw cliënte (…) van mening dat met “vrije parkeerplaatsen op eigen terrein” onder meer bedoeld worden de appartementsrechten op een parkeerplaats die gekoppeld zijn aan de appartementsrechten op een recreatiewoning en waarvan de eigenaren van deze appartementsrechten het uitsluitend gebruik hebben. Ook zou het woord “vrij” zo uitgelegd kunnen worden dat daaronder wordt verstaan dat er op dat moment geen gebruik wordt gemaakt van een parkeerplaats. Vanwege deze mogelijke uitleg is de toegang die tijdelijk geblokkeerd was door een hek sinds geruime tijd weer opengesteld. Daarmee heeft Kaag Resort gehoor gegeven aan de sommaties (…) VVE Kaag Resort meent overigens dat onder “kortdurend gebruik” moet worden verstaan parkeren van korte duur in de zin van laden/lossen dan wel in de zin van de blauwe parkeerkaart (max. 2 uur). (…) Het voorstel dat u doet behelst een uitleg van de bepaling ‘kortdurend gebruik” die ertoe kan leiden dat aan de appartementseigenaar het gebruik geheel wordt ontnomen. Een dergelijke regeling, zo hier al overeenstemming kan worden bereikt, kan niet worden gerealiseerd via de door u voorgestelde route. Het betreft een regeling met betrekking tot het gebruik van privé gedeelten.” 3.15 Bij brief van 24 mei 2023 heeft de Maatschap de VvE verzocht het verkeersbord dat een wegsleepregeling aanduidt met opschrift “Uitsluitend voor bewoners van Kaag Resort” dat bij de parkeerplaatsen bij Kaag Resort is geplaatst uiterlijk binnen twee weken te verwijderen, dan wel daaraan toe te voegen dat de parkeerplaats ook toegankelijk is voor bezoekers van de jachthaven. De VvE heeft aan dit verzoek geen gehoor gegeven. In de algemene ledenvergadering van de VvE van 4 oktober 2023 is besloten het hek bij het grote parkeerterrein weer te sluiten. Aan dit besluit is nog geen uitvoering gegeven in afwachting van de uitkomst van dit kort geding. 4Procedure bij de voorzieningenrechter 4.1 De Maatschap heeft de VvE gedagvaard en gevorderd, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: I. de VvE te gebieden om gebruikers van de jachthaven (onbelemmerd) toegang te verlenen tot het grote parkeerterrein; II. de VvE te verbieden om een voorstel tot sluiting van het hek waarmee het grote parkeerterrein kan worden afgesloten in stemming te brengen in een algemene ledenvergadering van de VvE; III. de VvE te verbieden goedkeuring te verlenen aan het plaatsen van parkeerbeugels op de parkeerplaatsen en haar te gebieden binnen een week na betekening van dit vonnis eerder verleende goedkeuringen in te trekken; IV. de VvE te gebieden de leden van de VvE te informeren dat de parkeerbeugels die geplaatst zijn op individuele parkeerplaatsen op het kleine parkeerterrein binnen één maand na betekening van dit vonnis zijn verwijderd dan wel omlaag zijn gezet; V. de VvE te gebieden om, binnen één maand na betekening van het vonnis, de op de parkeerterreinen geplaatste verkeersborden met opschrift ‘Uitsluitend voor bewoners van Kaag Resort’ te verwijderen, althans daaraan een zodanige tekst toe te voegen dat daaruit blijkt dat de parkeerplaatsen ook toegankelijk zijn voor gebruikers van de jachthaven; VI. één en ander op straffe van dwangsommen en met veroordeling van de VvE in de proceskosten, inclusief nakosten en te vermeerderen met wettelijke rente. 4.2 De VvE heeft verweer gevoerd. 4.3 In het vonnis van 1 november 2023 heeft de voorzieningenrechter de vorderingen onder I. en V. (gedeeltelijk) toegewezen en de VvE bevolen de gebruikers van de jachthaven onbelemmerd toegang te verlenen tot het grote parkeerterrein door het toegangshek overdag (van 8.00 uur tot 18.00 uur) open te laten (behoudens in overleg te treffen maatregelen om de toegang tot de parkeerterreinen voor derden te beperken), en de verkeersborden te verwijderen of daaraan een zodanige tekst toe te voegen dat daaruit blijkt dat de parkeerplaatsen overdag (van 8.00 uur tot 18.00 uur) ook toegankelijk zijn voor gebruikers van de jachthaven. De voorzieningenrechter heeft aan deze bevelen een dwangsom verbonden van € 500,- per dag of dagdeel dat de VvE in gebreke blijft aan deze bevelen te voldoen, met een maximum van € 50.000,-. De overige vorderingen heeft de voorzieningenrechter afgewezen. De proceskosten zijn gecompenseerd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. 4.4 De overwegingen van de voorzieningenrechter kunnen als volgt worden samengevat. Er kan vanuit worden gegaan dat de VvE en de appartementseigenaren bekend zijn met de Bepaling, en zij zijn dan ook aan de Bepaling gebonden. De Bepaling is immers opgenomen in de leveringsakte waarbij de jachthaven aan de Maatschap is geleverd en in de splitsingsakte. Bovendien is de Bepaling opgenomen in alle afzonderlijke aktes van levering van de appartementsrechten op een parkeerplaats. Met de woorden “vrije parkeerplaatsen” in de Bepaling worden parkeerplaatsen bedoeld waarop op het moment van bezoek aan de jachthaven geen auto geparkeerd staat. De VvE is jegens de Maatschap verplicht om, binnen de mogelijkheden die haar ten dienste staan, ervoor te zorgen dat de vrije parkeerplaatsen beschikbaar zijn voor kortdurend gebruik door bezoekers van de jachthaven. Het afsluiten van het grote parkeerterrein met het toegangshek, dat door de VvE wordt beheerd, is in strijd met deze verplichting. Onder “kortdurend gebruik” moet worden verstaan gebruik van maximaal tien uur, van 8.00 uur tot 18.00 uur. Gedurende die tijd moet de VvE het toegangshek dus openhouden. De VvE is daarentegen niet bevoegd tot het verrichten van beschikkingshandelingen ten aanzien van de parkeerplaatsen, die in eigendom toebehoren aan de individuele appartementseigenaren. De Maatschap kan dus niet van de VvE verlangen dat zij ervoor zorg draagt dat geen parkeerbeugels op de parkeerplaatsen worden geplaatst. 5Vorderingen in hoger beroep 5.1 De Maatschap vordert in (principaal) hoger beroep vernietiging van het vonnis van de voorzieningenrechter en (volledige) toewijzing van haar vorderingen, met veroordeling van de VvE in de proceskosten in beide instanties, inclusief nakosten en te vermeerderen met wettelijke rente. 5.2 De VvE voert verweer in het principale hoger beroep en heeft zelf ook (incidenteel) hoger beroep tegen het vonnis ingesteld. Zij wil dat het hof de vorderingen van de Maatschap alsnog volledig afwijst, met veroordeling van de Maatschap in de proceskosten in beide instanties. 5.3 De Maatschap voert verweer in het incidentele hoger beroep en concludeert tot afwijzing van de vordering van de VvE, met veroordeling van de VvE in de kosten van net incidentele hoger beroep. 5.4 Beide partijen hebben verschillende bezwaren (grieven) tegen het vonnis aangevoerd. De Maatschap komt op tegen de (volgens haar te beperkte) uitleg van het begrip ‘kortdurend gebruik’ door de voorzieningenrechter (grief 1), en tegen het oordeel van de voorzieningenrechter dat de VvE niet bevoegd is tot beschikkingshandelingen ten aanzien van individuele parkeerplaatsen (grief 2). De VvE komt op tegen het oordeel van de voorzieningenrechter dat de VvE en de appartementseigenaren gebonden zijn aan de Bepaling (grieven 1 en 2) en de (volgens haar te ruime) uitleg van de begrippen ‘vrije parkeerplaatsen’, ‘kortdurend gebruik’ en ‘lang parkeren’ door de voorzieningenrechter (grieven 3 en 4). Het hof zal hierna de vorderingen in het licht van deze grieven bespreken. 6Beoordeling in hoger beroep Grondslag van de vorderingen van de Maatschap 6.1 De Maatschap baseert haar vorderingen in de eerste plaats op de Bepaling. Volgens de Maatschap is de VvE op grond van de Bepaling verplicht toegang te verlenen tot de parkeerplaatsen aan gebruikers van de jachthaven. Verder stelt de Maatschap dat de VvE los van haar gebondenheid aan de Bepaling toezeggingen heeft gedaan aan de Maatschap waaruit volgt dat zij gehouden is gebruikers van de jachthaven toegang te verlenen tot de parkeerplaatsen (dagvaarding in eerste aanleg, punten 58 en verder). Volgens de Maatschap is de VvE bevoegd om (niet alleen over het toegangshek maar ook) over de parkeerplaatsen te beschikken, aangezien de Maatschap met de Bepaling een zakelijk recht van gebruik op de parkeerplaatsen heeft verkregen ten behoeve van de gebruikers van de jachthaven. De VvE moet dat zakelijk recht dus faciliteren. Daarnaast hebben de appartementseigenaren volgens de Maatschap hun bevoegdheid tot het plaatsen van parkeerbeugels contractueel overgedragen aan de VvE. Zij zijn bekend met en gebonden aan de Bepaling en hebben aan de VvE zeggenschap verleend om namens hen toezeggingen te doen aan de Maatschap met betrekking tot het gebruik van de parkeerplaatsen (memorie van grieven, punt 49 en verder). 6.2 Het hof stelt vast dat de vorderingen van de Maatschap gericht zijn tot de VvE, en niet tot de appartementseigenaren die eigenaar zijn van de parkeerplaatsen. Deze appartementseigenaren zijn dus ook geen partij in deze procedure, en hebben geen verweer kunnen voeren. Voor zover de Maatschap stelt dat de appartementseigenaren gebonden zijn aan de Bepaling, bedoelt de Maatschap daarmee kennelijk dat de VvE zich er tegenover de Maatschap niet op kan beroepen dat zij niet de bevoegdheid heeft om van de appartementseigenaren te verlangen dat zij de toegang tot hun parkeerplaatsen openhouden. 6.3 Het hof zal hierna eerst nagaan of sprake is van een zakelijk gebruiksrecht van de Maatschap met betrekking tot de parkeerplaatsen. Vervolgens zal het hof de stellingen van de Maatschap over een contractueel gebruiksrecht met betrekking tot de parkeerplaatsen bespreken. Daarna volgt een bespreking van de standpunten van partijen met betrekking tot de uitleg van de begrippen ‘vrije parkeerplaatsen’, ‘kortdurend gebruik’ en ‘lang parkeren’. Het hof zal de beoordeling afsluiten met een conclusie. Zakelijk recht van gebruik 6.4 Het primaire standpunt van de Maatschap is dat de Bepaling moet worden gezien als een zakelijk recht van gebruik (hierna ook: (beperkt) gebruiksrecht) in de zin van artikel 3:226 B.W., dat de Maatschap heeft verkregen ten behoeve van de gebruikers van de jachthaven. 6.5 Het hof volgt de Maatschap niet in dit standpunt. Daarbij stelt het hof voorop dat een beperkt gebruiksrecht moet worden gevestigd bij notariële akte en inschrijving van die akte in de registers (artikel 3:98 BW in samenhang met artikel 3:89 BW). De akte moet de goederenrechtelijke overeenkomst van overdracht of vestiging vermelden, en een nauwkeurige weergave van de titel. Het gebruiksrecht heeft een persoonlijk karakter. Op grond van lid 4 van artikel 3:226 BW kan de houder van het recht zijn recht niet vervreemden, of de zaak door een ander laten gebruiken. 6.6 In de leveringsakte waarbij de jachthaven aan de Maatschap is geleverd, is geen beperkt gebruiksrecht van de Maatschap ten aanzien van de parkeerplaatsen gevestigd. In de akte wordt de Bepaling uitsluitend geciteerd. De Bepaling houdt in dat de “Eigenarenvereniging Kaag Resort” het gebruik van de parkeerplaatsen moet toestaan. Daarmee is hoogstens een verplichting aangegaan namens de toen nog op te richten VvE, maar geen beperkt recht gevestigd. Overigens verdraagt het persoonlijke karakter van een beperkt gebruiksrecht zich niet met het feit dat de Maatschap - die in de benadering van de Maatschap de verkrijger van het beperkte recht zou zijn - de parkeerplaatsen door gebruikers van de jachthaven zou laten gebruiken. 6.7 Ook in de overige akten is geen beperkt gebruiksrecht van de Maatschap met betrekking tot de parkeerplaatsen gevestigd. De Maatschap was geen partij bij deze akten. Verder wordt ook in deze akten de Bepaling uitsluitend geciteerd. Zoals het hof hiervoor heeft overwogen, kan op grond daarvan geen beperkt gebruiksrecht met betrekking tot de parkeerplaatsen worden aangenomen. 6.8 De slotsom is dat naar het voorlopig oordeel van het hof, afgezien van de vier parkeerplaatsen die eigendom zijn van de VvE, de parkeerplaatsen op beide parkeerterreinen in eigendom toebehoren aan de appartementseigenaren, en dat de eigendomsrechten van de appartementseigenaren niet belast zijn met een zakelijk recht van gebruik van de Maatschap ten behoeve van de gebruikers van de jachthaven. Heeft de Maatschap een contractueel recht van gebruik? 6.9 De Maatschap stelt zich subsidiair op het standpunt dat de Bepaling moet worden gezien als een contractueel gebruiksrecht van de Maatschap ten behoeve van de gebruikers van de jachthaven, waaraan de VvE en de eigenaren van de parkeerplaatsen zijn gebonden. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft de Maatschap het volgende gesteld: ten aanzien van de VvE:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.