← Nederland

ECLI:NL:GHDHA:2026:234

Rolnummer: 22-003418-24 Parketnummer: 10-200203-24 Datum uitspraak: 19 februari 2026 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 10 oktober 2024 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002, thans gedetineerd in [detentieadres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren en 6 maanden met aftrek van voorarrest. Voorts is beslist omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen als nader weergegeven in het vonnis waarvan beroep. Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: 1.hij op of omstreeks 18 juni 2024 te Rotterdam, op de openbare weg, te weten de parkeerplaats Entrepot, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door geweld en/of bedreiging met geweld de opsporingsambtena(a)r(

  1. en)[verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] heeft gedwongen tot afgifte van een vuurwapen, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan die opsporingsambtena(a)r(
  2. en)[verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] en/of een derde toebehoorde(
  3. n)door - een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op korte afstand door te laden en/of (vervolgens) te richten op die opsporingsambtena(a)r(
  4. en)[verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] en/of gericht te houden, en/of - ( daarbij) dreigend tegen die opsporingsambtena(a)r(
  5. en)[verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] te zeggen: “ Luister of ik schiet jullie kankerdood.”, en/of “Hij is geladen, ik heb net drie jaar gezeten en ik ga zo weer zitten.” en/of “Geef me het vuurwapen dat tussen je benen ligt”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking; 2.hij op of omstreeks 18 juni 2024 te Rotterdam, op de openbare weg, te weten de parkeerplaats Entrepot, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een geldbedrag van 50 EUR, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan opsporingsambtena(ar)
  6. en)[verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededaders toebehoorde(
  7. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die opsporingsambtena(a)r(
  8. en)[verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door - een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op korte afstand door te laden en/of (vervolgens) te richten op die opsporingsambtena(a)r(
  9. en)[verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] en/of gericht te houden, - ( daarbij) dreigend tegen die opsporingsambtena(a)r(
  10. en)[verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] te zeggen: “Geef dat ding terug” en/of “Luister of ik schiet jullie kankerdood”, en/of “Hij is geladen, ik heb net drie jaar gezeten en ik ga zo weer zitten” en/of “Wat heb je nog meer? Laat geld zien”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, en/of - ( vervolgens) een geldbedrag van 50 EUR uit de tas van die opsporingsambtena(e)r(
  11. en)[verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] te pakken; 3.hij op of omstreeks 18 juni 2024 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, van het merk Glock, model 19 Gen 5, kaliber 9 mm, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool heeft overgedragen; 4.hij op of omstreeks 18 juni 2024 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere vuurwapens in de zin van artikel 2, lid 1 categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten (een) vuurwapen(
  12. s)in de zin van artikel 1 onder 3 van die wet, - van het merk Glock, model 19 Gen 5, kaliber 9 mm, - van het merk Glock, model 45, kaliber 9 mm, - daarbij voor dat/die vuurwapen(
  13. s)geschikte munitie, en/of - een verlengde patroonhouder, voorhanden heeft gehad. Vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren en 3 maanden. Voorts heeft de advocaat-generaal geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen, met oplegging van een schadevergoedingsmaatregel en te vermeerderen met de wettelijke rente. Het vonnis waarvan beroep Het hof is van oordeel, dat de eerste rechter op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist over de bewezenverklaring, de kwalificatie van de bewezenverklaarde feiten, de strafbaarheid van de feiten, de strafbaarheid van de verdachte, de vorderingen van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel, zodat het vonnis, waarvan beroep behoort te worden bevestigd, behalve voor wat betreft de opgelegde gevangenisstraf. Het vonnis moet op dat onderdeel worden vernietigd en in zoverre moet opnieuw worden rechtgedaan. Strafmotivering Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich samen met zijn mededader schuldig gemaakt aan afpersing en diefstal met bedreiging met geweld, een zogenaamde ‘ripdeal’, waarbij twee undercoveragenten van de politie in hun auto zijn bedreigd met twee doorgeladen vuurwapens. Doordat de vuurwapens waren doorgeladen had het handelen van de verdachte en zijn mededader ook fataal kunnen aflopen voor de slachtoffers, die geen kant op konden. De verdachte heeft kennelijk alleen nagedacht over de mogelijkheid om snel geld te verdienen en heeft zich niet bekommerd om de gevolgen van zijn handelen. Het is een feit van algemene bekendheid dat bedreiging met een vuurwapen een grote impact kan hebben op de slachtoffers. De enorme impact van de door de verdachte gepleegde feiten blijkt ook daadwerkelijk uit de toelichting die de slachtoffers hebben gegeven bij hun vordering tot schadevergoeding. Omtrent de persoon van de verdachte heeft het hof acht geslagen op het Pro Justitia-rapport van 2 juni 2025 van psycholoog drs. W.J.L. Lander. De deskundige heeft geconcludeerd dat de verdachte een matige verstandelijke beperking heeft. Ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde was er sprake van deze matige verstandelijke beperking en deze beperking heeft zijn gedragskeuzes en gedragingen beïnvloed. De verdachte is beïnvloedbaar en hij is in een situatie komen te verkeren die hij zelf niet gecreëerd heeft of waarvan hij in ieder geval de consequenties niet ten volle heeft kunnen inzien. Tevens is hij op basis van de verstandelijke beperking naïef, heeft hij een beperkt maatschappelijk normbesef en zal hij zich ook niet ten volle de strafbaarheid van het tenlastegelegde gerealiseerd hebben.Geadviseerd wordt het tenlastegelegde in een verminderde mate toe te rekenen. Er is bij de verdachte een verband tussen de verstandelijke beperking en het tenlastegelegde. Er bestond bij de verdachte een onvermogen om zijn wil en gedrag (volledig) in vrijheid te kunnen bepalen. Toepassing van het minderjarigenstrafrecht is niet geïndiceerd. Voorts heeft het hof acht geslagen op het rapport van de reclassering van 15 september 2025. Hierin wordt geadviseerd het volwassenenstrafrecht toe te passen en wordt overwogen dat aannemelijk is dat missende vaardigheden vanuit de verstandelijke beperking van de verdachte, tezamen met negatieve sociale contacten, alsmede een gebrek aan structurele daginvulling hebben bijgedragen aan de totstandkoming van de delictsituatie. Uit een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 28 januari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke strafbare feiten. Rekening houdend met de deugdelijk gemotiveerde conclusie van de psycholoog om het tenlastegelegde de verdachte verminderd toe te rekenen, welke conclusie het hof overneemt, is het hof alles afwegende van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren met aftrek van voorarrest een passende en geboden reactie vormt. Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is. Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op de artikelen 47, 57, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26, 31 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals zij rechtens gelden dan wel golden. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde gevangenisstraf en doet in zoverre opnieuw recht. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren. Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige. Dit arrest is gewezen door mr. C. Fetter, als voorzitter, en mr. G.C. Haverkate en mr. F. Pouleijn, leden, in bijzijn van de griffier mr. C.E. Koppelaars. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 19 februari 2026.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.