Rolnummer: 22-003004-22 (feiten 1 en 2) Parketnummer: 10-996695-18 Datum uitspraak: 3 februari 2026 TEGENSPRAAK Gerechtshof Den Haag meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 12 oktober 2022 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte]geboren op [geboortedatum] 1964 te [geboorteplaats],BRP-adres: [woonadres] te [woonplaats]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht. Procesgang In eerste aanleg heeft de rechtbank de dagvaarding ten aanzien van het onder 1 en 2 tenlastegelegde nietig verklaard en de verdachte van het onder 3 en 4 tenlastegelegde vrijgesproken. Door de officier van justitie is tegen dat vonnis hoger beroep ingesteld. Tenlastelegging Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - tenlastegelegd dat: 1. [bedrijf 1] op één of meer tijdstip(pen) in de periode van 1 mei 2016 tot en met 12 februari 2019, te [plaats 1] en/of [plaats 2]en/of [plaats 3] en/of [plaats 4], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans die vennootschap, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk, gebruik heeft gemaakt van een of meerdere valse en/of vervalste geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten de grondslag en/of maatstaf voor de heffing van omzetbelasting ter zake van invoer, te weten op naam van a. [bedrijf 2](fiscaal identificatienummer [fiscaal identificatienummer 0] ) ongeveer 68 aangiften ten invoer [DOC-061-01], in elk geval de aangifte ten invoer ( [invoeraangiftenummer 1]) d.d. 10 april 2017 [DOC-061-01, regel 67 en/of DOC-l0l, regel 3013; 3014; 3017 en 3018], en/of b. [bedrijf 3](fiscaal identificatienummer [fiscaal identificatienummer 1] ) ongeveer 155 aangiften ten invoer [DOC-061-02], in elk geval de aangifte ten invoer ( [invoeraangiftenummer 2] ) d.d. 7 maart 2017 [DOC-002-02] en/of c. [bedrijf 4] (fiscaal identificatienummer [fiscaal identificatienummer 2] ) twee aangiften ten invoer [DOC-061-03, regel 5 en 6], in elk geval de aangifte ten invoer ( [invoeraangiftenummer 3] ) d.d. 8 juni 2017 (DOC-023-02], en/of d.[bedrijf 5](fiscaal identificatienummer [fiscaal identificatienummer 3] ), de aangifte ten invoer ( [invoeraangiftenummer 4]) d.d. 11juli 2017 [DOC-023-0l; DOC-06l-04 en/of DOC-101-01, regel 3742], en/of e. [bedrijf 6](fiscaal identificatienummer [fiscaal identificatienummer 4] ), de aangifte ten invoer ( [invoeraangiftenummer 5] ) d.d. 3 september 2018 [DOC-102-01], en/of f. [bedrijf 7](fiscaal identificatienummer [fiscaal identificatienummer 5] ), de aangifte ten invoer ( [invoeraangiftenummer 6] ) d.d. 12 februari 2019 [DOC-102-02], als ware die echt en onvervalst, door die geschriften (digitaal) in te (doen) (laten) dienen hij de Belastingdienst/Douane, hebbende hij, verdachte, feitelijk leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en); Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: [bedrijf 1] op één of meer tijdstip(pen) in de periode van 1 mei 2016 tot en met 12 februari 2019, te [plaats 1] en/of [plaats 2]en/of [plaats 3] en/of [plaats 4], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans die vennootschap, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk, een of meerdere bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten op naam van: a. [bedrijf 2] (fiscaal identificatienummer [fiscaal identificatienummer 0] ) ongeveer 68 aangiften ten invoer [DOC-061-0l], in elk geval de aangifte ten invoer ( [invoeraangiftenummer 1]) d.d. 10 april 2017 [DOC-061-01, regel 67 en/of DOC-10l, regel 3013; 3014; 3017 en 3018] en/of b. [bedrijf 3] (fiscaal identificatienummer [fiscaal identificatienummer 1] ) ongeveer 155 aangiften ten invoer [DOC-061-02], in elk geval de aangifte ten invoer ( [invoeraangiftenummer 2] ) d.d. 7 maart 2017 [DOC-002-02] en/of c. [bedrijf 4] (fiscaal identificatienummer [fiscaal identificatienummer 2] ) twee aangiften ten invoer [DOC-061-03, regel 5 en 6], in elk geval de aangifte ten invoer ( [invoeraangiftenummer 3] ) d.d. 8 juni 2017 [DOC-023-02], en/of d. [bedrijf 5] (fiscaal identificatienummer [fiscaal identificatienummer 3] ), de aangifte ten invoer ( [invoeraangiftenummer 4]) d.d. 11 juli 2017 [DOC-023-01; DOC-061-04 en/of DOC-l0l-01, regel 3742], en/of e. [bedrijf 6] (fiscaal identificatienummer [fiscaal identificatienummer 4] ), de aangifte ten invoer ( [invoeraangiftenummer 5] ) d.d. 3 september 2018 [DOC-102-0l], en/of f. [bedrijf 7] (fiscaal identificatienummer [fiscaal identificatienummer 5] ), de aangifte ten invoer ( [invoeraangiftenummer 6] ) d.d. 12 februari 2019 [DOC-102-02], (telkens) onjuist en/of onvolledig heeft gedaan en/of hebben (doen) (laten) (doen) bij de Inspecteur van de Belastingdienst / Belastingdienst Apeldoorn, terwijl dat feit (telkens) ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven, hebbende hij, verdachte, feitelijk leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en); 2. [bedrijf 1] op één of meer tijdstip(pen) in de periode van 1 mei 2016 tot en met 12 februari 2019, te [plaats 1] en/of [plaats 2]en/of [plaats 3] en/of [plaats 4], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans die vennootschap, meermalen, a1thans eenmaal, (telkens) opzettelijk, gebruik heeft gemaakt van een of meerdere valse en/of vervalste geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten de grondslag en/of maatstaf voor de te heffen rechten bij invoer, te weten op naam van - [ bedrijf 3] (fiscaal identificatienummer [fiscaal identificatienummer 1] ) een aangifte ten invoer ( [invoeraangiftenummer 2] ) d.d. 7 maart 2017 [DOC-002-02], en/of - [ bedrijf 2] (fiscaal identificatienummer [fiscaal identificatienummer 0] ) een aangifte ten invoer ( [invoeraangiftenummer 1]) d.d. 10 april 2017 [DOC-022-01 en/of DOC-l0l, regel 3013; 3014; 3017 en 3018] en/of - [ bedrijf 4] (fiscaal identificatienummer [fiscaal identificatienummer 2] ) een aangifte ten invoer ( [invoeraangiftenummer 3] ) d.d. 8 juni 2017 [DOC-023-02, vanaf p. 8], en/of - [ bedrijf 5] (fiscaal identificatienummer NL8532028l3 ), de aangifte ten invoer ( [invoeraangiftenummer 4]) d.d. 11juli 2017 [DOC-023-01; DOC-061-04 en/of DOC-101-01, regel 3742] als ware die echt en onvervalst, door die geschriften (digitaal) in te (doen) (laten) dienen bij de Belastingdienst/Douane, hebbende hij, verdachte, feitelijk leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en); Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: [bedrijf 1] op één of meer tijdstip(pen) in de periode van 1 mei 2016 tot en met 12 februari 2019, te [plaats 1] en/of [plaats 2]en/of [plaats 3] en/of [plaats 4], althans in Nederland tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans die vennootschap, (telkens) opzettelijk (een) ingevolgde de douanewetgeving vereiste aangifte(n), als bedoeld in de Algemene douanewet, te weten op naam van: - [ bedrijf 3] (fiscaal identificatienummer [fiscaal identificatienummer 1] ) een aangifte ten invoer ( [invoeraangiftenummer 2] ) d.d. 7 maart 2017 [DOC-002-02], en/of - [ bedrijf 2] (fiscaal identificatienummer [fiscaal identificatienummer 0] ) een aangifte ten invoer ( [invoeraangiftenummer 1] ) d.d. 10 april 2017 [DOC-022-01 en/of DOC-l0l, regel 3013; 3014; 3017 en 3018], en/of - [ bedrijf 4] (fiscaal identificatienummer [fiscaal identificatienummer 2] ) een aangifte ten invoer ( [invoeraangiftenummer 3] ) d.d. 8 juni 2017 [DOC-023-02, vanaf p. 8], en/of - [ bedrijf 5] (fiscaal identificatienummer [fiscaal identificatienummer 3] ), de aangifte ten invoer ( [invoeraangiftenummer 4]) d.d. 11 juli 2017 [DOC-023-0l; DOC-061-04 en/of DOC-l0l-0l, regel 3742] (telkens) onjuist en/of onvolledig heeft gedaan en/of hebben (doen) (laten) doen bij de Belastingdienst/Douane, terwijl dat/die feit(
- en)ertoe strekte(
- n)dat te weinig rechten bij invoer werden geheven, hebbende hij, verdachte, feitelijk leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en); 3. hij in of omstreeks de periode van 1 december 2016 tot en met 1 april 2019, te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, als bestuurder van een rechtspersoon, te weten [bedrijf 1], welke rechtspersoon bij vonnis van de Rechtbank Noord-Holland d.d. 16 april 2019 in staat van faillissement is verklaard [DOC-064-01], wetende dat hierdoor een of meer schuldeisers van de rechtspersoon in hun verhaalsmogelijkheden worden benadeeld, enig goed aan de boel heeft onttrokken en/of buitensporig middelen van de rechtspersoon heeft verbruikt en/of heeft uitgegeven en/of heeft vervreemd, dan wel hieraan zijn medewerking heeft verleend of daarvoor zijn toestemming heeft gegeven, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s): - ( een) geldbedrag(
- en)tot een bedrag van (totaal ongeveer) 430.387,23 euro [ZD-002-02], althans grote sommen geld, aan de onderneming onttrokken en/of (deze) geldbedragen en/of baten (geheel of gedeeltelijk) niet in de administratie van [bedrijf 1] heeft verantwoord , althans deze heeft overgemaakt en/of doorgestort of doen overmaken naar en/of doen doorstorten op (een) bankrekeningnummer ( [bankrekeningnummer 1] ), welke op naam is/was gesteld van [bedrijf 8] ; - ( een) geldbedrag(
- en)tot een bedrag van (totaal ongeveer) 32.822,23 euro [AMB-030-01], althans grote sommen geld, aan de onderneming onttrokken en/of (deze) geldbedragen en/of baten (geheel of gedeeltelijk) niet in de administratie van [bedrijf 1] heeft verantwoord , althans deze heeft overgemaakt en/of doorgestort of doen overmaken naar en/of doen doorstorten op (een) bankrekeningnummer ( [bankrekeningnummer 2] ), welke op naam is/was gesteld van [medeverdachte]; - ( een) geldbedrag(
- en)tot een bedrag van (totaal ongeveer) 34.591,64 euro (AMB-030-0l], althans grote sommen geld, aan de onderneming onttrokken en/of (deze) geldbedragen en/of baten (geheel of gedeeltelijk) niet in de administratie van [bedrijf 1] heeft verantwoord , althans deze heeft overgemaakt en/of doorgestort of doen overmaken naar en/of doen doorstorten op (een) bankrekeningnummer ( [bankrekeningnummer 3] ), welke op naam is/was gesteld van [verdachte] ; - ( een) geldbedrag(
- en)(ten titel van (spaar)hypotheekbetalingen) voor (
- de)privé (woning) van [medeverdachte] betaald aan [bedrijf 9] (betalingsreferentie nummer 1264133 ) en [bedrijf 10] (referentie leningnummer 4323262 ), in elk geval onttrokken aan [bedrijf 1] [AMB-030-01]; - ( privé) uitgaven en/of contante opnames tot een bedrag van (totaal ongeveer) 115.128 euro [AMB-037-01], via (zakelijke) creditcard(
- s)(nummer [creditcardnummer] ) welke op naam gesteld was/waren van [bedrijf 1], in elk geval sommen geld; -contante opnames tot een bedrag van (totaal ongeveer) 33.974 euro [AMB-030-01] van de bankrekening [bankrekeningnummer 4] welke op naam gesteld is/was van [bedrijf 1], in elk geval sommen geld; 4. hij, in of omstreeks de periode van 1 december 2016 tot en met 16 april 2019, te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, als bestuurder van een rechtspersoon, te weten [bedrijf 1], welke rechtspersoon bij vonnis van de Rechtbank Noord-Holland d.d. 16 april 2019 in staat van faillissement is verklaard (DOC-064), voor en/of tijdens het faillissement van de rechtspersoon, opzettelijk niet heeft voldaan aan en/of heeft bewerkstelligd dat werd voldaan aan de wettelijke verplichtingen tot het voeren van een administratie en/of het bewaren van de daartoe behorende boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers, immers -is sinds de oprichting van vennootschap in 2013 geen enkele vennootschappelijke jaarrekeningen opgemaakt en/of bewaard en/of gedeponeerd; en/of -is er geen juiste administratie van de omzet gevoerd door de vennootschap, ten gevolge waarvan de afhandeling van genoemd faillissement werd bemoeilijkt. Standpunt advocaat-generaal Op de regiezitting in hoger beroep van 20 januari 2026 heeft de advocaat-generaal zich onder verwijzing naar de door de officier van justitie ingediende appelmemorie op het standpunt gesteld dat de rechtbank de dagvaarding ten aanzien van het onder 1 en 2 tenlastegelegde ten onrechte nietig heeft verklaard en dat het hof - indien en voorzover de verdediging zulks mocht verlangen - de zaak op grond van artikel 423, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) in zoverre zal terugwijzen naar de rechtbank, teneinde met inachtneming van het arrest van het hof ten aanzien van het onder 1 en 2 tenlastegelegde recht te doen. Desgevraagd door het hof heeft de advocaat-generaal medegedeeld dat hij zich - indien en voor zover het hof de van oordeel is dat de dagvaarding ten aanzien van het onder 1 en 2 tenlastegelegde ten onrechte nietig is verklaard en de zaak in zoverre dient te worden teruggewezen naar de rechtbank - aan het oordeel van het hof refereert ten aanzien van de verdere en nadere behandeling van het onder 3 en 4 tenlastegelegde, van welke de verdachte in eerste aanleg is vrijgesproken. Daarbij heeft hij opgemerkt dat het zijns inziens voorstelbaar is dat het hof in dat geval de splitsing beveelt van de onder 1 en 2 tenlastegelegde respectievelijk onder 3 en 4 tenlastegelegde gevoegde feiten en dat hof de behandeling van de onder 3 en 4 tenlastegelegde feiten voor onbepaalde tijd aanhoudt tot een nader te bepalen terechtzitting van het hof. Standpunt verdediging De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de rechtbank de dagvaarding ten aanzien van het onder 1 en 2 tenlastegelegde terecht nietig heeft verklaard op gronden als vermeld in het vonnis waarvan beroep. Subsidiair - indien het hof van oordeel is dat de dagvaarding ten aanzien van het onder 1 en 2 tenlastegelegde ten onrechte nietig is verklaard - heeft de verdediging verzocht de zaak op grond van artikel 423, tweede lid, Sv in zoverre terug te wijzen naar de rechtbank, teneinde met inachtneming van het arrest van het hof ten aanzien van het onder 1 en 2 tenlastegelegde recht te doen. Ook de verdediging heeft medegedeeld het voorstelbaar te achten dat het hof in dat geval de splitsing beveelt van de onder 1 en 2 tenlastegelegde respectievelijk onder 3 en 4 tenlastegelegde gevoegde feiten en dat de behandeling van de onder 3 en 4 tenlastegelegde feiten voor onbepaalde tijd wordt aangehouden tot een nader te bepalen terechtzitting van het hof. Oordeel hof splitsing Gegeven de hierna te geven beslissing tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank ten aanzien van het onder 1 en 2 tenlastegelegde, is het hof van oordeel dat de voeging van de onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde feiten niet langer in het belang van het onderzoek is. Het hof beveelt daarom op de voet van artikel 285, derde lid, juncto 415, eerste lid, Sv de splitsing van die oorspronkelijk gevoegd aangebrachte feiten, zodat de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten worden afgesplitst van de onder 3 en 4 tenlastelegde feiten. ten aanzien van de geldigheid van de (in eerste aanleg gewijzigde) dagvaarding onder 1 en 2 De ter terechtzitting in eerste aanleg gewijzigde inleidende dagvaarding onder 1 primair, respectievelijk 2 primair houdt - op de wijze als hiervoor onder “Tenlastelegging” weergegeven - het verwijt in dat [bedrijf 1] zich met (een) ander(
- en)schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk gebruik maken van - in de tenlastelegging genoemde en van vindplaatsen in het dossier voorziene - valse of vervalste geschriften als ware die echt en onvervalst, aan welke verboden gedraging(
- en)de verdachte [medeverdachte]feitelijke leiding heeft gegeven. De tenlastelegging die in zoverre is toegesneden op artikel 225, tweede lid Sr, houdt naar het oordeel van het hof voorts in waaruit het daar bedoelde 'gebruik' heeft bestaan, te weten: "door die geschriften (digitaal) in te (doen) (laten) dienen hij de Belastingdienst/Douane". Daarmee is de verweten feitelijke gedraging genoegzaam in de tenlastelegging omschreven. Anders dan de rechtbank heeft overwogen is gelet op het hiervoor overwogene en in dit geval, mede gezien de inhoud van het dossier, niet vereist dat in de tenlastelegging nader is omschreven waaruit de valsheid van de geschriften zou bestaan. Dat het dossier, zoals de rechtbank voorts heeft overwogen, met betrekking tot de in de tenlastelegging genoemde geschriften, in het merendeel van de gevallen melding maakt van verschillende onjuistheden per geschrift, maakt dat oordeel niet anders. De dagvaarding onder 1 en 2 voldoet naar het oordeel van het hof -anders dan de rechtbank- dan ook aan de eisen van artikel 261 Sv en is mitsdien geldig. Naar het oordeel van het hof is de rechtbank dan ook ten onrechte niet toegekomen aan de inhoudelijke behandeling van de hoofdzaak voor zover het betreft de feiten 1 en 2. Nu de verdediging terugwijzing naar de rechtbank verlangt, zal de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 423, tweede lid, Sv in zoverre worden teruggewezen naar de rechtbank Rotterdam, teneinde ten aanzien van de feiten 1 en 2 recht te doen met inachtneming van dit arrest. Deze beslissing tot gedeeltelijke terugwijzing van de zaak heeft tot gevolg dat het hof geen beslissingen kan geven op de voorafgaande aan de terechtzitting aangekondigde vordering tot wijziging van de tenlastelegging in hoger beroep met betrekking tot het onder 1 en 2 tenlastegelegde. Dat geldt eveneens voor de voeging van de nieuwe bescheiden, voor zover die betrekking hebben op deze feiten, die de advocaat-generaal in het geding wenst te brengen. BESLISSING Het hof: vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten en wijst de zaak in zoverre terug naar de rechtbank Rotterdam, teneinde recht te doen met inachtneming van dit arrest. Dit arrest is gewezen door mr. F.W. Pieters, voorzitter, mr. F.W. van Lottum en mr. A.M.H. van der Poort-Schoenmakers, leden, in bijzijn van de griffier mr. C. Hol. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 3 februari 2026. De onder 3 en 4 tenlastegelegde feiten worden in hoger verder behandeld onder rolnummer 22-003004-22 (feiten 3 en 4) , onder welk rolnummer het hof bij tussenarrest van 3 februari 2026 de behandeling van die feiten tot een nadere regiezitting heeft aangehouden.