Rolnummer: 22-003004-21 Parketnummers: 10-229815-20 en 10-227851-18 (TUL) Datum uitspraak: 4 maart 2026 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 5 oktober 2021 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1966 te [geboorteplaats] , BRP-adres: [woonadres] , [woonplaats] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 86 dagen met aftrek van voorarrest. Tevens is een dadelijk uitvoerbare maatregel ex artikel 38v Wetboek van Strafrecht, strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van drie jaren opgelegd zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep. Voorts zijn beslissingen genomen ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij en de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke straf zoals omschreven in het vonnis waarvan beroep. De verdachte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Tenlastelegging Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - tenlastegelegd dat: 1.hij meermalen, althans eenmaal, (telkens) in of omstreeks de periode van 4 september 2020 tot en met 8 september 2020 te Hoogvliet Rotterdam, gemeente Rotterdam, althans in Nederland, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 1] (telkens) via WhatsApp dreigend de woorden toe te voegen "zonodig pleur ik een handgranaat naar binnen" en/of "Jullie gaan allemaal aan het gas", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking. 2.hij meermalen, althans eenmaal, (telkens) in of omstreeks de periode van 22 augustus 2020 tot en met 05 september 2020 te Ridderkerk, althans in Nederland, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 2] via WhatsApp en/of enige (andere) elektronische (tekst)berichtendiensten dreigend de woorden toe te voegen "Ik ben degene die jou laat opruimen, ik ga jou vanaf vandaag kapot maken, fysiek, mentaal en financieel. Ik verwacht dat je de kerst vanwege stress niet haalt. Je zal een pijnlijke dood sterven. Je krijgt binnenkort een beker zoutzuur door iemand in je gezicht gegooid. Jij gaat eraan en niemand houd mij tegen. en/of "Ik heb je de garantie gegeven jou te kunnen opruimen, [slachtoffer 2] ter afronding. Iedere die je nu nog uitgeeft kom ik persoonlijk uit je schedel slaan.", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking. 3.hij op of omstreeks 20 oktober 2020, althans in of omstreeks de periode van 11 april 2020 tot en met 20 oktober 2020, te Spijkenisse, gemeente Nissewaard, en/of Hoogvliet Rotterdam, gemeente Rotterdam, althans in Nederland, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 2] in een of meer (WhatsApp- / Imessage- / sms-)berichten, gestuurd naar een/de dochter van die [slachtoffer 2] , dreigend de woorden toe te voegen "... Zeg tegen mama dat ze nu geld stuurt voor vervoer, of ik blaas de wielewaal op" en/of "... Voor morgenmiddag drie uur gooit zij mijn gouden ketting in de brievenbus. Zo niet last ik haar door haar achterhoofd schieten." en/of "Regel het met mama, of ik laat haar opruimen" en/of "Stel me niet gekeurd of ik ruim je moeder op", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking. Vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd, behoudens ten aanzien van de strafoplegging en dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 100 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 21 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. De oplegging van een contactverbod acht hij niet langer nodig. Het vonnis waarvan beroep Gelet op de gewijzigde proceshouding van de verdachte kan het vonnis waarvan beroep niet in stand blijven. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1.hij meermalen, althans eenmaal, (telkens) in of omstreeks de periode van op 4 september 2020 tot en met 8 september 2020 te Hoogvliet Rotterdam, gemeente Rotterdam, althans in Nederland, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 1] (telkens) via WhatsApp dreigend de woorden toe te voegen "zonodig pleur ik een handgranaat naar binnen" en/of "Jullie gaan allemaal aan het gas", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking. 2.hij meermalen, althans eenmaal, (telkens) in of omstreeks de periode van 22 augustus 2020 tot en met op 05 september 2020 te Ridderkerk, althans in Nederland, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 2] via WhatsApp en/of enige (andere) een elektronische (tekst)berichtendiensten dreigend de woorden toe te voegen "Ik ben degene die jou laat opruimen, ik ga jou vanaf vandaag kapot maken, fysiek, mentaal en financieel. Ik verwacht dat je de kerst vanwege stress niet haalt. Je zal een pijnlijke dood sterven. Je krijgt binnenkort een beker zoutzuur door iemand in je gezicht gegooid. Jij gaat eraan en niemand houd mij tegen. en/of "Ik heb je de garantie gegeven jou te kunnen opruimen, [slachtoffer 2] ter afronding. Iedere die je nu nog uitgeeft kom ik persoonlijk uit je schedel slaan.", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking. 3.hij op of omstreeks 20 oktober 2020, althans in of omstreeks de periode van 11 april 2020 tot en met 20 oktober 2020, te Spijkenisse, gemeente Nissewaard, en/of Hoogvliet Rotterdam, gemeente Rotterdam, althans in Nederland, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 2] in een of meer (WhatsApp- / Imessage- / sms-)berichten, gestuurd naar een/de dochter van die [slachtoffer 2] , dreigend de woorden toe te voegen "... Zeg tegen mama dat ze nu geld stuurt voor vervoer, of ik blaas de wielewaal op" en/of "... Voor morgenmiddag drie uur gooit zij mijn gouden ketting in de brievenbus. Zo niet last ik haar door haar achterhoofd schieten." en/of "Regel het met mama, of ik laat haar opruimen" en/of "Stel me niet gekeurd of ik ruim je moeder op", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewijsvoering Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring. In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het onder 1 bewezenverklaarde levert op: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd. Het onder 2 bewezenverklaarde levert op: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd. Het onder 3 bewezenverklaarde levert op: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. Strafmotivering Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich meerdere malen schuldig gemaakt aan bedreiging. Hij heeft in door hem verzonden berichten ernstige bedreigingen geuit richting zijn ex-partner, met wie hij destijds formeel nog getrouwd was en in een echtscheidingsprocedure verwikkeld was, en ook aan een voormalige vriend en zakelijke relatie. Een deel van de bedreigingen aan het adres van zijn ex-partner is geuit in berichten aan zijn dochter, waarmee hij ook haar zwaar heeft belast. Deze bedreigingen door verdachte zijn voor de slachtoffers zeer beangstigend geweest, zoals ook naar voren is gekomen in de voorafgaand aan de terechtzitting in hoger beroep per e-mail verzonden schriftelijke slachtofferverklaringen van zijn ex-partner. Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 9 februari 2026, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden weer dergelijke feiten te plegen. Het hof heeft voorts acht geslagen op een Pro Justitia rapportage van psycholoog drs. W.J.L. Lander d.d. 7 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.