← Nederland

ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0089

WAHV 00/00320 20 december 2000 CJIB 27481411 Gerechtshof te Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter te Arnhem van 31 maart 2000 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), zetelend te [vestigingsplaats].

  1. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Arnhem niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
  2. Het procesverloop Bij brief van 12 september 2000, ingekomen bij het arrondissementsparket te Arnhem op 15 september 2000, heeft de betrokkene op een betalingsoverzicht van het openbaar ministerie gereageerd. Deze brief is doorgezonden aan de griffier van het kantongerecht, die de brief kennelijk heeft aangemerkt als een beroepschrift, gericht tegen de beslissing van de kantonrechter van 31 maart
  3. Vervolgens is de brief doorgezonden naar de griffie van het hof. Het hof heeft de advocaat-generaal in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, van welke gelegenheid gebruik is gemaakt. De betrokkene is in de gelegenheid gesteld op het verweerschrift te reageren. Buiten de daarvoor gestelde termijn is bij het hof een reactie op het verweerschrift binnengekomen. Gelet op de termijnoverschrijding zal het hof op deze reactie geen acht slaan.
  4. Beoordeling 3.
  5. Voor zover de betrokkene beoogd heeft met voornoemd schrijven van 12 september 2000 hoger beroep in te stellen overweegt het hof het volgende. 3.
  6. Ingevolge het in art. 14, eerste lid, WAHV in verbinding met het in de art. 6:24, 6:7 en 6:8 Awb bepaalde dient het hoger beroep te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen een termijn van zes weken, welke termijn aanvangt op de dag na die waarop een afschrift van de bestreden beslissing aan de betrokkene is toegezonden. 3.
  7. Het schrijven van de betrokkene van 12 september 2000 is blijkens een daarop geplaatst stempel op 15 september 2000 bij het arrondissementsparket te Arnhem binnengekomen. De bestreden beslissing is blijkens een daarop gestelde aantekening op 14 juli 2000 gezonden naar het in die beslissing opgenomen adres van de betrokkene, te weten [adres1]. 3.
  8. Bij de stukken bevindt zich een zaakoverzicht van het CJIB, gedateerd 1 december 1999, waarop met pen als adres van de betrokkene is aangetekend: [adres2]. 3.
  9. Eerdergenoemd schrijven van de betrokkene van 12 september 2000 bevat als adres van de betrokkene: [adres1]. 3.
  10. Gelet op het hierboven overwogene, bestaat er gerede twijfel of de betrokkene de bestreden beslissing heeft ontvangen, zodat het beroepschrift geacht moet worden tijdig te zijn ingediend. De betrokkene kan dan ook worden ontvangen in zijn hoger beroep. 3.
  11. De kantonrechter heeft, uitgaande van zijn - in hoger beroep niet bestreden - vaststelling dat de betrokkene niet binnen de in art. 11, derde lid, WAHV gestelde termijn zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie, terecht het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter dient derhalve te worden bevestigd. 3.
  12. Voor zover de betrokkene met zijn schrijven van 12 september 2000 heeft beoogd bezwaar te maken bij de officier van justitie tegen de in het betalingsoverzicht opgenomen betalingsverplichting van ƒ 280,=, zal het hof meergenoemd schrijven doorzenden aan de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Arnhem, onder gelijktijdige mededeling hiervan aan de betrokkene.
  13. De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter; zendt het schrijven van betrokkene d.d. 12 september 2000 ter verdere behandeling door aan de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Arnhem onder gelijktijdige mededeling hiervan aan de betrokkene. Dit arrest is gewezen door mr Vellinga, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Vlietstra, als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 20 december 2000.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.