← Nederland

ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0147

WAHV 00/00432 18 april 2001 CJIB 18291669 Gerechtshof te Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter te Amersfoort van 16 november 2000 betreffende [naam (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats].

  1. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft - nadat de Hoge Raad de zaak had teruggewezen - het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Utrecht niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
  2. Het procesverloop De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
  3. Beoordeling 3.
  4. Bij arrest van 14 maart 2000 heeft de Hoge Raad der Nederlanden de zaak teruggewezen naar het kantongerecht ter behandeling en beslissing met inachtneming van dat arrest. In het arrest is overwogen - kort samengevat-, dat de brieven van de officier van justitie aan de betrokkene, houdende mededeling van de ver-plichting om zekerheid te stellen, niet kunnen worden aangemerkt als mededelingen als bedoeld in artikel 11, derde lid WAHV. Voorts is overwogen, dat de kantonrechter een nieuwe termijn dient te bepalen waarbinnen de betrokkene alsnog zekerheid als bedoeld in art. 11 WAHV kan stellen en dat daarvan door de griffier van het kantongerecht aan de betrokkene mededeling moet worden gedaan met inachtneming van het in het arrest van de Hoge Raad onder 3.5 overwogene. 3.
  5. Bij de stukken van het geding bevindt zich een brief van de griffier van het kantongerecht aan de betrokkene d.d. 28 maart
  6. Deze brief vermeldt, voor zover hier van belang, omtrent de wijze waarop de zekerheid dient te worden gesteld, dat de zekerheidstelling dient te geschieden bij het Centraal Justitieel Incassobureau te Leeuwarden en dat gebruik gemaakt kan worden van de acceptgiro welke de betrokkene door het Centraal Justitieel Incassobureau is toegezonden. Aangezien geen nadere gegevens omtrent het rekeningnummer, waarop de storting dient plaats te vinden, zijn vermeld, voldoet de brief in zoverre niet aan alle voorschriften, die aan een mededeling als bedoeld in art. 11, derde lid, WAHV, moeten worden gesteld. Dit brengt mee dat het in de bestreden beslissing besloten liggend oordeel van de kantonrechter dat is voldaan aan voormeld wettelijk voorschrift niet juist is. 3.
  7. In zijn brief, d.d. 28 april 2000 bij het kantongerecht binnengekomen, heeft betrokkene doen blijken de informatie omtrent de zekerheidstelling te hebben begrepen, maar niet van plan te zijn te voldoen aan de voor de ontvankelijkheid van het beroep bij de kantonrechter door de wet gestelde voorwaarde. 3.
  8. Nu betrokkene blijkens het vorenoverwogene aldus niet in een rechtens te respecteren belang is geschaad door de omstandigheid, dat de ingevolge artikel 11, derde lid, WAHV aan betrokkene verstrekte informatie ten aanzien van de wijze waarop zekerheid dient te worden gesteld, onvolledig is, vergt die enkele omstandigheid niet dat betrokkene met vernietiging van het vonnis van de kantonrechter een nieuwe termijn wordt gesteld waarbinnen hij alsnog zekerheid kan stellen. 3.
  9. De beslissing waarvan beroep zal worden bevestigd.
  10. De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter. Dit arrest is gewezen door mrs Vellinga, Kalsbeek en Huisman, in tegenwoordigheid van mr Hiemstra, als griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.