WAHV 01/00569 1 mei 2002 CJIB 32241427 Gerechtshof te Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter te Utrecht van 8 oktober 2001 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), gevestigd te [woonplaats]
- De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Utrecht niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
- Het procesverloop [derde] heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Bij brief van 20 november 2001 heeft het hof [derde] verzocht een machtiging over te leggen. Bij brief van 12 december 2001 heeft Frank Eigen aan het hof medegedeeld, dat hij geen machtiging van de betrokkene nodig heeft. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. [derde] is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Bij brief van 12 maart 2002 heeft de griffier van het hof [derde] nogmaals verzocht om een machtiging over te leggen. Hierop is niet gereageerd.
- Beoordeling 3.
- Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 60,- (Euro 27,23) opgelegd. 3.
- [derde] heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld. 3.
- De officier van justitie heeft [derde] verzocht een machtiging over te leggen. Aan dit verzoek is niet voldaan. Bij beslissing van 5 mei 2001 heeft de officier van justitie het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat het beroep niet is ingesteld door de betrokkene of diens gemachtigde. 3.
- [derde] heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld. 3.
- Bij de bestreden beslissing is het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat geen zekerheid is gesteld. 3.
- [derde] heeft tegen deze beslissing hoger beroep ingesteld. 3.
- Indien een ander dan de betrokkene hoger beroep instelt, zal het hof overeenkomstig het bepaalde in art. 2:1, tweede lid, Awb van degene die het heeft ingesteld een schriftelijke machtiging kunnen verlangen. Wordt de gevraagde machtiging niet verstrekt, dan kan ingevolge het bepaalde in art. 6:6 Awb het hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard, mits de indiener van het hoger beroep de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn. 3.
- De griffier van het hof heeft [derde] tweemaal verzocht om een machtiging over te leggen en hierbij erop gewezen dat, indien niet aan het verzoek wordt voldaan, het hoger beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard. 3.
- Nu niet aan het verzoek is voldaan, zal het hof [derde] niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep.
- De beslissing Het gerechtshof: verklaart [derde] niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Dit arrest is gewezen door mr. Huisman, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.