WAHV 03/00694 1 oktober 2003 CJIB 59054565051 Gerechtshof te Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 6 juni 2003 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats]
- De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement 's-Hertogenbosch niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
- Het procesverloop De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
- Beoordeling 3.
- De kantonrechter heeft beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat de betrokkene het beroepschrift niet heeft ondertekend en dit verzuim ook niet heeft hersteld, nadat de betrokkene daartoe bij brief van 12 mei 2003 in de gelegenheid is gesteld. 3.
- De betrokkene voert aan, dat hij het beroepschrift alsnog heeft ondertekend en persoonlijk binnen veertien dagen op de Leeghwaterlaan, dit is het adres van de rechtbank 's-Hertogenbosch, in de brievenbus heeft gedaan. Volgens de betrokkene heeft hij het ondertekende beroepschrift in dezelfde brievenbus gedeponeerd als het niet-ondertekende beroepschrift. De betrokkene wijst hierbij erop dat hij bij de eerste indiening van het beroepschrift van de portiers door gekregen heeft dat hij het beroepschrift in die brievenbus kon doen. 3.
- In aanmerking genomen dat de kantonrechter het ondertekende beroepschrift niet heeft ontvangen en dat de betrokkene er niet voor heeft gekozen om het beroepschrift persoonlijk aan de balie van het justitiegebouw te 's-Hertogenbosch af te geven of om het ondertekende beroepschrift aangetekend te verzenden, dient het voor zijn rekening en risico te komen, dat de kantonrechter dit niet heeft ontvangen. 3.
- De advocaat-generaal heeft erop gewezen, dat het beroep ten onrechte door de kantonrechter niet ter zitting is behandeld. 3.
- In zijn arrest van 3 maart 1992 (VR 1992/68) heeft de Hoge Raad overwogen, dat uit het systeem van de WAHV volgt dat de ontvankelijkheid van het beroep bij de kantonrechter mede naar aanleiding van een onderzoek op de zitting moet worden beoordeeld, behalve indien de niet-ontvankelijkheid voortvloeit uit het niet tijdig stellen van zekerheid. 3.
- Gelet op dit arrest, alsmede in aanmerking genomen, dat de betrokkene door het ondertekenen van het beroepschrift ter zitting van de kantonrechter het beroepschrift alsnog voor zijn rekening kan nemen, heeft de kantonrechter ten onrechte het beroep niet ter zitting behandeld. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter dan ook vernietigen en de zaak terugwijzen naar de kantonrechter van de rechtbank te 's-Hertogenbosch.
- De beslissing Het gerechtshof: vernietigt de bestreden beslissing en wijst de zaak terug naar de rechtbank te 's-Hertogenbosch ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest. Dit arrest is gewezen door mrs. Dijkstra, Poelman en Van Dijk, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.