BELASTINGKAMER GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN UITSPRAAK Kenmerk: BK-04/00118 29 oktober 2004 Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwar-den, derde enkelvoudige belastingkamer, op het beroep van X te Z (: belanghebbende) tegen de uitspraak van de inspecteur Belastingdienst/Noord/kantoor Groningen (: de inspec-teur), gedaan op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de hem opgelegde aan-slag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar
- Het procesverloop 1.
- Aan de belanghebbende is met dagtekening 29 augustus 2003 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2002 opgelegd. De berekening van het te betalen bedrag komt uit op nihil. 1.
- Een door belanghebbende tegen deze aanslag tijdig ingediend bezwaarschrift heeft de inspecteur bij uitspraak van 9 januari 2004 afgewezen. 1.
- De belanghebbende is tegen deze uitspraak bij een bij het hof op 11 februari 2004 binnengekomen beroepschrift in beroep gekomen. 1.
- Van de inspecteur is op 26 maart 2004 een verweerschrift met bijlagen ontvangen. 1.
- Bij brief van 27 augustus 2004 is van belanghebbende een reactie op het verweerschrift ontvangen. 1.
- De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op de zitting van 27 augustus 2004 , gehouden te Groningen, alwaar is verschenen de inspecteur. De belanghebbende is, zoals hij in zijn voornoemde brief heeft aangekondigd, niet verschenen.
- Het geschil. 2.
- In geschil is het antwoord op de vraag of de berekening van de aanslag juist is. 2.2 De belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend en de inspecteur bevestigend. 2.
- Voor een meer uitvoerige uiteenzetting van de standpunten van partijen verwijst het hof naar de gedingstukken.
- De overwegingen 3.
- Ter zake van genoemde aanslag heeft de inspecteur op 23 september 2003 een ongemotiveerd bezwaarschrift van belanghebbende ontvangen. 3.
- Bij brief van 2 december 2003 verzoekt de inspecteur aan belanghebbende het bezwaarschrift alsnog te motiveren. 3.
- Bij een op 11 december 2003 door de inspecteur ontvangen brief motiveert belanghebbende zijn bezwaar aldus: Op 29 augustus 2003 krijg ik een brief van de belasting waaruit blijkt dat alles voor elkaar is. Te betalen nul euro. Op 19 september 2003 krijg ik weer een rekening van € 2.064,-- inclusief aanmaningskosten. Met deze rekening ben ik het niet eens. 3.
- Volgens de processtukken blijkt de door belanghebbende bedoelde rekening een aanmaning te zijn ter zaken van achterstand in de betaling van een voorlopige aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2002, welke in de definitieve aanslag reeds is verrekend, als ware deze geheel voldaan. 3.
- Belanghebbendes bezwaar tegen het alsnog betalen van die voorlopige aanslag acht het hof dan ook niet terecht. 3.
- Het beroep is, gelet op het voorgaande, ongegrond.
- De proceskosten. Het hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.
- De beslissing. Het hof: verklaart het beroep ongegrond; Gedaan door mr Drion, raadsheer als voorzitter, in tegenwoordigheid van de heer Haarsma als griffier en in het openbaar uitgesproken te Leeuwarden op 29 oktober 2004 , door de voorzitter, in tegenwoordigheid van de griffier. Afschrift aangetekend aan beide partijen verzonden op 3 november 2004