BELASTINGKAMER GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN UITSPRAAK BK 834/03 21 januari 2005 Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden, tweede meervoudige belastingkamer, op het beroep van X BV (voorheen Y BV) te Z (: de belanghebbende) tegen de uitspraak van de heffingsambtenaar van de gemeente Slochteren (: de heffingsambtenaar), gedaan op het bezwaarschrift van de belanghebbende tegen een ten aanzien van haar ingevolge de Wet waardering onroerende zaken (: Wet WOZ) genomen beschikking.. 1. Ontstaan en loop van het geding 1.1. Op grond van de Wet WOZ heeft de heffingsambtenaar het object genummerd 0000000 en gelegen nabij de a-weg te L in de gemeente Slochteren, bij beschikking onder nummer 00001 van 19 november 2002 aangemerkt als een onroerende zaak en daaraan een waarde toegekend van € 34.000,00. De beschikking is toegezonden aan Y BV te Z. 1.2. Op 19 december 2002 heeft de belanghebbende haar bezwaarschrift ingediend. 1.3. Bij uitspraak van 18 september 2003 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard en de waarde van het object nader vastgesteld op € 11.124,00. 1.4. Tegen deze uitspraak heeft de belanghebbende beroep ingesteld bij een door het hof op 29 oktober 2003 ontvangen beroepschrift (met bijlage). 1.5. De aanvullende motivering van het beroep (met bijlagen) is door het hof ontvangen op 9 februari 2004. 1.6. Het verweerschrift van de heffingsambtenaar (met bijlagen) is op 9 april 2004 door het hof ontvangen. 1.7. Op 21 juni 2004 heeft de belanghebbende een conclusie van repliek ingediend. 1.8. De conclusie van dupliek van de heffingsambtenaar is op 22 juli 2004 door het hof ontvangen. 1.9. Op 13 oktober 2004 heeft het hof van de belanghebbende nadere stukken ontvangen. 1.10. De heffingsambtenaar heeft op 21 oktober 2004 een nadere reactie bij het hof ingediend. 1.11. Op 25 oktober 2004 heeft het hof een zestiental kleurenfoto’s met toelichting van de belanghebbende ontvangen. 1.12. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op de zitting van het hof op 4 november 2004 te Leeuwarden, alwaar namens de belanghebbende als gemachtigden zijn verschenen mr. A, bedrijfsjurist bij belanghebbende, en mevrouw mr. B en mr. C, beiden advocaat te M. Namens de heffingsambtenaar zijn als gemachtigden verschenen mr. D en drs. E, medewerker respectievelijk coördinator belastingzaken van F te Z, alsmede mr. G, jurist bij H BV te N. 1.13. Partijen hebben de ter zitting voorgedragen pleitnota’s overgelegd. 1.14. Van alle genoemde (en hierna nog te noemen) stukken moet de inhoud als hier ingevoegd worden beschouwd. 2. De feiten Op grond van de gedingstukken en het ter zitting verhandelde staat tussen de partijen als niet, dan wel onvoldoende weersproken het volgende vast. 2.1. De belanghebbende is een landelijk opererende aanbieder van mobiele telecommunicatiediensten zoals telefoon-, data- en internetverkeer via de mobiele telefoon. Zij onderhoudt daartoe een netwerk van door geheel Nederland geplaatste zend- en ontvangstinstallaties voor telecommunicatiedoeleinden. 2.2. Een zendinstallatie bestaat uit gestandaardiseerde elementen: - een Base Transreceiver Station (: BTS); - een antennesysteem; - kabels. 2.3. De voor belanghebbendes activiteiten vereiste frequentievergunning heeft een geldigheidsduur van 15 jaar en vervalt na verloop van deze termijn aan de overheid. 2.4. Bij beschikking in het kader van de Wet WOZ van 19 november 2002 is door de heffingsambtenaar ten aanzien van Y BV als eigenaar en/of gebruiker de waarde van een door hem als onroerende zaak aangemerkt object per waardepeildatum 1 januari 1999 vastgesteld op € 34.000,00. Deze beschikking is genummerd 00001 en geldt voor het tijdvak 1 januari 2002 tot en met 31 december 2004. 2.5. Het object is gelegen in de gemeente Slochteren nabij de a-weg te L aan de voet van een hoogspanningsmast welke is gesitueerd op een perceel bouwland. Het object omvat het gedeelte van de zendinstallatie dat is geplaatst op het bouwland (: grondstation) alsmede het daar omheen geplaatste hekwerk. De op en aan de hoogspanningsmast geplaatste antennes, schotels en kabels zijn niet in aanmerking genomen. 2.6. Op 25 oktober 2000 hebben de eigenaars van het voormelde bouwland een huurovereenkomst gesloten met de belanghebbende. Het voorwerp van deze overeenkomst is het oprichten, hebben en onderhouden van de onderhavige zendinstallatie op 60 vierkante meter van aan de voet van de hoogspanningsmast bij de verhuurder in eigendom zijnde grond. De effectieve oppervlakte van het grondstation bedraagt 32 vierkante meter. De overeenkomst is aangegaan voor een periode van 15 jaar vanaf aanvang van de bouw van de voormelde installatie. 2.7. De hoogspanningsmast heeft een hoogte van circa 60 meter. Aan de voet rust de mast op vier betonnen sokkels die zijn verankerd in de bodem. De sokkels vormen een vierkant met zijden van 14 meter. Aan de top meet de mast circa 2 bij 2 meter. De mast heeft twee draagarmen met een spanwijdte van circa 30 meter, welke zich op een hoogte van circa 34 respectievelijk 45 meter bevinden. Onder de top van de mast bevindt zich op een hoogte van 57 meter een derde draagarm met een spanwijdte van circa 35 meter. Aan de draagarmen zijn in totaal twaalf bundels van hoogspanningskabels gehangen. De hoogspanningsmast is eigendom van I BV en wordt als zodanig gebruikt. De plaatsing van de zendinstallatie heeft de functionaliteit van de hoogspanningsmast voor I BV niet beïnvloed. 2.8. Het grondstation is als volgt samengesteld. Aan de voet van de hoogspanningsmast bevinden zich los op de grond geplaatste stelconplaten. Rondom de stelconplaten zijn enkele rijen betontrottoirtegels gelegd. De trottoirtegels en de stelconplaten zijn eenvoudig en zonder schade van betekenis te verwijderen. Daarbij hebben de stelconplaten diverse aanwendingsmogelijkheden. Op de stelconplaten is een constructieframe van metalen rails bevestigd waarop een tweetal metalen installatiekasten zijn gemonteerd. In deze kasten is technische apparatuur geplaatst voor het elektronisch verwerken van zend- en ontvangstsignalen ten behoeve van mobiele telefonie volgens de GSM-standaard alsmede een noodstroomvoorziening in de vorm van accu’s. De afmetingen van elk van de kasten is 75 bij 120 bij 80 centimeter (breedte, hoogte en diepte). De belanghebbende duidt deze kasten met apparatuur aan als BTS-kasten. De apparatuur in de BTS-kasten is via een elektriciteitskabel aangesloten op het elektriciteitsnet. 2.9. Rondom de BTS-kasten is een in de grond verankerd stalen hekwerk aangebracht, dat is voorzien van een afsluitbaar toegangshek. Nabij dit toegangshek is een sleutelkluisje geplaatst. 2.10. Het antennesysteem bestaat uit drie antennes en drie schotels. Van de schotels zijn er twee geplaatst op een hoogte van circa 61 meter en een op circa 20 meter hoogte. De antennes zijn bevestigd op een hoogte van circa 21 meter. De antennes en de schotels zijn ieder afzonderlijk gemonteerd aan stangen. Deze stangen zijn met klampen bevestigd aan de stalen constructie van de hoogspanningsmast. De antennes en de schotels kunnen zonder schade van betekenis worden gedemonteerd van de hoogspanningsmast. 2.11. Het antennesysteem is door kabels verbonden met de BTS-kasten. Vanuit de kast lopen de kabels via een op de stelconplaten aangebrachte afgesloten metalen kabelgoot naar de mast. In de mast zijn de kabels langs een van de mastvoeten naar een zich in het hart van de mast bevindende onderhoudsladder geleid waarlangs ze zijn verbonden met de antennes en de schotels. De kabelloop is geaard. 2.12. Voor een goede werking van een zendinstallatie dient het antennesysteem hoger te worden geplaatst dan de in het dekkingsgebied aanwezige obstakels zoals bebouwing of beplanting, terwijl de afstand tussen het antennesysteem en de BTS-kasten maximaal 500 meter mag belopen. 2.13. Het netwerk van de belanghebbende omvat thans 2.971 antenne opstelpunten. Daarbij wordt op 110 locaties gebruik gemaakt van een op een eigen mast gemonteerd antennesysteem. Op de overige 2.861 locaties is het antennesysteem aangebracht op van derden gehuurde hoge objecten. Ieder opstelpunt bestrijkt een cel binnen de honingraatstructuur van het netwerk. De diameter van een cel varieert van enkele honderden meters in stedelijke gebieden tot enkele kilometers in landelijk gebied. De opstelpunten vormen een uitgebalanceerd geheel binnen het netwerk, waarbij de belanghebbende naar optimalisatie streeft. Niet ieder opstelpunt beschikt over vast gemonteerde BTS-kasten of een rondom het grondstation geplaatst hekwerk. 2.14. De belanghebbende is door uiteenlopende oorzaken geregeld genoodzaakt, ter behoud dan wel verbetering van de kwaliteit van haar netwerk, in gebruik zijnde antenne opstelpunten te verplaatsen. Doorgaans kan een antenne opstelpunt in één dag worden ontmanteld. De constructie van een zendinstallatie is zodanig dat het systeem zonder schade van betekenis kan worden verwijderd van het object waarop/-bij het is gemonteerd. Na verwijdering worden de afzonderlijke elementen gebruikt voor een elders in te richten antenne opstelpunt. 2.15. Bij de bestreden uitspraak is de vastgestelde waarde van het grondstation verminderd tot op € 11.124,00, waarvan een bedrag van € 6.016,00 voor de ondergrond en € 1.900,00 voor het hekwerk. 3. Het geschil en de standpunten van partijen 3.1. Tussen de belanghebbende en de heffingsambtenaar is in geschil het antwoord op de vraag of het grondstation met hekwerk als een onroerende zaak is aan te merken. 3.2. De belanghebbende is van mening dat het grondstation als onzelfstandig onderdeel van de zendinstallatie als een roerende zaak moet worden aangemerkt aangezien zij nimmer de bedoeling heeft gehad de onderhavige zendinstallatie duurzaam ter plaatse te laten verblijven, welke bedoeling naar buiten toe blijkt uit de door haar gebezigde constructie. Het hekwerk moet eveneens als een roerende zaak worden aangemerkt, omdat het als enige functie heeft de bescherming van het roerende grondstation. Het standpunt van de belanghebbende leidt tot een verlaging van de vastgestelde waarde tot op € 6.016,00. 3.3. De heffingsambtenaar verdedigt dat het grondstation met hekwerk als een onroerende zaak moeten worden beschouwd, omdat het als een zelfstandig gebouwd eigendom duurzaam is verbonden met de grond en naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven. 3.4. Niet in geschil is dat de hoogspanningsmast als een onroerende zaak moet worden aangemerkt. 3.5. Voor een meer uitvoerige weergave van de standpunten van partijen verwijst het gerechtshof naar de gedingstukken. 4. De overwegingen omtrent het geschil 4.1. De Wet WOZ stelt regels voor de bepaling en de vaststelling van de waarde van in Nederland gelegen onroerende zaken. Daarbij moet, voor zover thans van belang, onder onroerende zaak worden verstaan hetgeen onroerend is op grond van de voorschriften van het Burgerlijk Wetboek (: BW). 4.2. Op grond van artikel 3:3, eerste lid, BW zijn onder meer onroerend de grond alsmede gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen of werken. In artikel 3:3, tweede lid, BW worden alle zaken die niet onroerend zijn als roerend aangemerkt. Ingevolge artikel 3:4, eerste lid, BW wordt als bestanddeel van een zaak beschouwd al hetgeen volgens verkeersopvatting onderdeel van de zaak uitmaakt, terwijl een zaak die met een hoofdzaak zodanig verbonden wordt dat zij daarvan niet kan worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis wordt toegebracht aan een der zaken, op grond van artikel 3:4, tweede lid, BW bestanddeel wordt van de hoofdzaak. 4.3. Uit de wetshistorie blijkt dat de wetgever ter voorkoming van een al te ruime opvatting van het begrip “gebouwen en werken” naast het vereiste van het verenigd zijn met de grond de voorwaarde heeft opgenomen dat die vereniging duurzaam dient te zijn (Memorie van Antwoord II, Parlementaire Geschiedenis Boek 3, pagina 69). 4.4. In zijn arrest van 31 oktober 1997, nr. 16.404, NJ 1998, 97, BB 1998/252, heeft de Hoge Raad de volgende maatstaven gegeven voor de beoordeling van de vraag of een gebouw onroerend is in de zin van art. 3:3 lid 1 BW:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.