Arrest d.d. 26 juli 2006 Rolnummer 0500318 HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN Arrest van de vierde kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van: [appellant], gevestigd te [vestigingsplaats appellant], appellante in het principaal en geïntimeerde in het incidenteel appel, in eerste aanleg: gedaagde, hierna te noemen: [appellant], procureur: J.V. van Ophem, voor wie gepleit heeft P. Koerts, advocaat te Groningen, tegen [geïntimeerde], gevestigd te [vestigingsplaats geïntimeerde], geïntimeerde in het principaal en appellante in het incidenteel appel, in eerste aanleg: eiseres, hierna te noemen: [geïntimeerde], procureur: P. van der Sluis, voor wie gepleit heeft A.D.E. Theunissen, advocaat te Deventer. Het geding in eerste instantie In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het kort geding vonnis uitgesproken op 25 mei 2005 door de voorzieningenrechter van de rechtbank te Groningen. Het geding in hoger beroep Bij exploot van 20 juni 2005 - tevens houdende grieven - is door [appellant] hoger beroep ingesteld van bovengenoemd vonnis met dagvaarding van [geïntimeerde] tegen de zitting van 29 juni 2005, op welke datum door [appellant] tevens mondeling is geconcludeerd voor eis in hoger beroep. De conclusie van de dagvaarding in hoger beroep luidt: dat het hof "Bij arrest geheel en al uitvoerbaar bij voorraad vernietigt het vonnis a quo voor wat betreft het bevel aangaande het 'Premium'-merk van [geïntimeerde] en opnieuw rechtdoende de daarop betrekking hebbende vorderingen alsnog afwijst met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van dit geding in beide instanties" Bij memorie van antwoord is door [geïntimeerde] verweer gevoerd en incidenteel geappelleerd met als conclusie: "[geïntimeerde] vordert dat het gerechtshof: de vordering in principaal appèl afwijst; in incidenteel appèl, bij arrest uitvoerbaar bij voorraad: I [appellant] beveelt met onmiddellijke ingang ieder gebruik in de Benelux van de merken 'OLYMPIA' en 'OLYPIA LUXUS HÄNCHEN' of een daarmee overeenstemmend teken te staken en gestaakt te houden; II [appellant] beveelt binnen tien dagen na betekening van het in deze te wijzen arrest aan de advocaat van [geïntimeerde], mr A.D.E. Theunissen, een schriftelijke, door een registeraccountant gecontroleerde en gewaarmerkte opgave doen toekomen van de volgende informatie: a. het totaal aantal inbreukmakende producten dat haar onderneming heeft geproduceerd dan wel heeft laten produceren onder vermelding van de volledige namen en adresgegevens van de leverancier van het verpakkingsmateriaal waar de merken 'OLYMPIA' en/of 'OLYMPIA LUXUS HÄNCHEN' dan wel een daarmee overeenstemmend teken op afgebeeld is; b. de volledige gegevens met betrekking tot de afnemers, alsmede de verkochte aantallen, nummers, prijzen, leverdata en afleveradressen van de inbreukmakende producten, zulks gerangschikt per afnemer en onder overlegging van kopieën van daarop betrekking hebbende facturen; c. de nog bij haar onderneming aanwezige voorraad van de inbreukmakende producten onder vermelding van de locatie waar de inbreukmakende producten zich bevinden, alsmede de aantallen en nummers van deze producten; d. de met de inbreukmakende producten behaalde omzet en winst, alsmede de verschillende ter berekening van de winst op de omzet in mindering gebrachte kostenposten, voorzien van duidelijke en gedetailleerde en schriftelijke bewijsstukken. III [appellant] beveelt binnen vijf dagen na betekening van het in deze te wijzen arrest aan al haar afnemers van inbreukmakende producten in een voor de geadresseerde begrijpelijke taal, een brief zenden met uitsluitend de navolgende inhoud: "Geachte......, Wij zijn verplicht u te informeren dat het Gerechtshof te Leeuwarden, bij arrest van (datum toevoegen) in kort geding heeft beslist dat naar zijn voorlopig oordeel de door ons aan u aangeboden producten voorzien van de merken 'Olympia' en/of 'Olympia Luxus Hänchen', zoals in kopie bijgesloten, inbreuk maken op de exclusieve merkrechten van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [geïntimeerde] en dat deze producten derhalve niet te koop mogen worden aangeboden, verkocht, geleverd of anderszins mogen worden gebruikt. Wij verzoeken u hierbij om binnen 7 dagen na heden de bij u nog aanwezige voorraad van deze inbreukmakende producten aan ons te retourneren, vergezeld van een schriftelijke verklaring dat er geen exemplaren van de inbreukmakende producten bij uw vestiging aanwezig zijn. De aankoopprijs en de door u gemaakte kosten, waaronder verzendkosten, zullen door ons worden vergoed. Het in voorraad houden en/of verhandelen van bovenbedoelde inbreukmakende producten maakt inbreuk op de exclusieve merkrechten van [geïntimeerde]" In het geval het afnemers betreft die slechts orders hebben geplaatst of offertes hebben gevraagd, kunnen de tweede en derde zin van de tekst vervangen worden door: "Wij kunnen derhalve de door u bestelde inbreukmakende producten waarvoor u interesse hebt getoond, niet leveren." Dan wel een brief van zodanige inhoud of vorm als de rechtbank in goede justitie zal bepalen, een en ander onder de verplichting om gelijktijdige kopieën van alle te verzenden brieven te verschaffen aan de advocaat van [geïntimeerde], mr A.D.E. Theunissen. IV [appellant] beveelt om binnen vijf dagen na betekening van het in deze te wijzen arrest de gehele voorraad, waaronder begrepen de door afnemers geretourneerde voorraad van inbreukmakende zaken, op kosten van haar onderneming en op een door [geïntimeerde] aan te geven wijze te verzenden naar [geïntimeerde]; V [appellant] veroordeelt tot betaling van een dwangsom van euro 25.000,- per dag of gedeelte daarvan of per product waarmee gedaagden het bevel onder I niet nakomen, zulks ter keuze van [geïntimeerde]; VI [appellant] veroordeelt tot betaling van een dwangsom van euro 10.000,- per dag voor elke overtreding van de hiervoor onder punt II t/m IV genoemde bevelen; VII [appellant] veroordeelt het volledige bedrag van de door haar onderneming met de verhandeling van de inbreukmakende producten behaalde winst conform artikel 13A lid 5 Benelux Merkenwet aan cliënte af te dragen en overige door [geïntimeerde] geleden en nog te lijden schade te vergoeden, nader op te maken bij staat; VIII [appellant] te veroordelen om aan [geïntimeerde] als voorschot op de te betalen schadevergoeding en/of afdracht van de genoten winst te betalen een bedrag van euro 25.000,-. IX bepaalt dat de termijn waarbinnen [geïntimeerde] op grond van artikel 260 Rv een bodemprocedure aanhangig dient te maken stelt op drie maanden te rekenen vanaf de datum van het arrest; X [appellant] veroordeelt in de kosten van het geding in beide instanties." Door [appellant] is in het incidenteel appèl geantwoord met als conclusie: dat het hof "Bij arrest geheel en al uitvoerbaar bij voorraad, bekrachtigt, voor zover nodig met verbetering der gronden, het vonnis waarvan incidenteel appèl en [geïntimeerde] veroordeelt in de kosten op dit appèl gevallen." Vervolgens hebben partijen hun zaak doen bepleiten onder overlegging van pleitnota's door hun advocaten. Bij die gelegenheid hebben partijen het hof verzocht de uitspraak vooralsnog aan te houden omdat zij de mogelijkheid van een schikking en royement wensten te onderzoeken. Tenslotte heeft [appellant] onder overlegging van haar procesdossier arrest verzocht. De grieven [appellant] heeft in het principaal appel twee grieven voorgedragen. [geïntimeerde] heeft in het incidenteel appel vijf grieven naar voren gebracht. De beoordeling In het principaal en incidenteel appel:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.