BELASTINGKAMER GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN UITSPRAAK Kenmerk: BK 14/04 23 maart 2007 Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden, tweede meervoudige belastingkamer, op het beroep van X te Z tegen de uitspraak van de inspecteur van de Belastingdienst/Noord/kantoor Leeuwarden (hierna: de inspecteur), gedaan op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de aan hem opgelegde aanslag in de premieheffing Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (: WAZ) over het jaar 2000. 1. Ontstaan en loop van het geding 1.1 Aan belanghebbende werd over het jaar 2000 met dagtekening 19 september 2003 een aanslag premieheffing WAZ opgelegd berekend naar het - voor het onderhavige jaar - maximale premie-inkomen van ƒ 84.000, -. 1.2 Tegen de onder 1.1 vermelde aanslag is namens belanghebbende bezwaar gemaakt. Bij de bestreden uitspraak van 17 december 2003 heeft de inspecteur het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. 1.3 Belanghebbende is tegen deze uitspraak in beroep gekomen bij een pro forma beroepschrift (met bijlage), hetwelk op 7 januari 2004 bij het hof is ingekomen. De motivering van zijn beroep is op 10 januari 2006 door het hof ontvangen. 1.4 Nadat de inspecteur zijn verweerschrift (met bijlagen) op 14 februari 2006 heeft ingezonden, hebben beide partijen nadere stukken (met bijlagen) ingestuurd, te weten belanghebbende op 17 november 2006 en de inspecteur op 29 november 2006. 1.5 Vervolgens heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden ter zitting van 30 november 2006, gehouden te Leeuwarden, alwaar aanwezig waren belanghebbende, de heer A als gemachtigde van belanghebbende (: de gemachtigde) en de heer B namens de inspecteur, bijgestaan door de heren C en D. Beide partijen hebben ter zitting een pleitnota (met bijlagen) overgelegd en voorgelezen. Tegen overlegging van de bijlagen hebben de desbetreffende partijen geen bezwaar gemaakt. 1.6 Van alle genoemde stukken moet de inhoud als hier ingevoegd worden beschouwd. 2. De feiten Blijkens de gedingstukken en op grond van het verhandelde ter zitting stelt het hof als tussen partijen niet in geschil, dan wel door één der partijen gesteld en door de wederpartij niet of onvoldoende weersproken, de volgende feiten vast. 2.1 Belanghebbende is medisch specialist. In het onderhavige jaar was hij tot 1 mei als oogarts verbonden aan E. De tussen belanghebbende en E van kracht zijnde toelatingsovereenkomst is per 1 mei 2000 beëindigd. Belanghebbende is op huwelijkse voorwaarden gehuwd met mevrouw F. 2.2 Met ingang van 1 januari 1991 is belanghebbende met zijn echtgenote een maatschap aangegaan teneinde voor gezamenlijke rekening en risico een oogartsenpraktijk te drijven, te weten G. Belanghebbende is daarbij de uitvoerend medisch specialist. Zijn echtgenote treedt op als medisch secretaresse en spreekuurassistente. Tevens verricht zij administratieve werkzaamheden en houdt zij zich bezig met patiëntenonderzoeken. 2.3 Per 1 januari 1993 heeft belanghebbende zijn maatschapaandeel ingebracht in de besloten vennootschap H B.V. (: de B.V.). Belanghebbende is directeur en aandeelhouder van alle aandelen van de B.V.. Eind oktober 2000 is een overeenkomst gesloten waarbij de oogartsenpraktijk volledig is overgedragen aan de met E verbonden Stichting I. De maatschappraktijk is daardoor feitelijk gestaakt. 2.4 Op 10 december 2002 zijn bij de maatschap en bij de B.V. twee afzonderlijke boekenonderzoeken gestart. Ten gevolge van deze boekenonderzoeken zijn onder andere aan de volgende (rechts)personen (onder meer) de volgende aanslagen opgelegd: - belanghebbende navorderingsaanslag IB/PV 1999, aanslag IB/PV 2000, de onderhavige aanslag premieheffing WAZ en navorderingsaanslagen vermogensbelasting 1999 en 2000; - mevrouw F aanslag IB/PV 2000; - de B.V. navorderingsaanslag vennootschapsbelasting (: Vpb) 1999, aanslag Vpb 2000 en naheffingsaanslag loonheffing 1999-2000. 2.5 De rapporten van de boekenonderzoeken zijn gedagtekend 3 juli 2003. Gedurende het boekenonderzoek hebben de gemachtigde en de inspecteur gecorrespondeerd en gesproken over de onderhavige in geschil zijnde en andere correcties. Uit (onder andere) de boekenonderzoeken zijn de volgende feiten gebleken. 2.6 Belanghebbende is in het onderhavige jaar naar Orlando, de Verenigde Staten, geweest. Aldaar heeft hij een oogartsencongres bezocht. Dit congres werd georganiseerd door de American Academy of Ophtalmology. 2.7 Ter zake van (onder andere) het onder 2.6 vermelde congres en verblijf is een bedrag van ƒ 12.090, - ten laste van het resultaat over 2000 van de maatschap gebracht. De inspecteur heeft slechts daarvan ƒ 7.500, - in aftrek toegelaten. Van het resterende deel (minus 10 percent als “Oortse kosten”) heeft de inspecteur 85 percent, te weten ƒ 3.511,- in aanmerking genomen als correctie op het belastbare inkomen ter zake van congreskosten. Primair stelt hij dat dit bedrag een uitdeling van de B.V. aan belanghebbende vormt, subsidiair dat dit bedrag als een (netto) loonvoordeel moet worden gezien. 2.8 Belanghebbende is eigenaar van de woning a-straat .. te L. Deze woning wordt via een tussenpersoon verhuurd. In het jaar 2000 zijn er onderhoudskosten voor deze woning gemaakt. J, een onderneming van de vader van belanghebbende, wijlen de heer K, was nauw betrokken bij de verhuur en het beheer van de woning. Over het onderhoud voerde J de regie. Daarop hield zij ook toezicht. 2.9 Het ingediende aangiftebiljet voor de inkomstenbelasting/volksverzekeringen (: IB/PV) over het jaar 2000 vermeldde een belastbaar inkomen van ƒ 69.812, -. Belanghebbende heeft aangifte gedaan voor de premieheffing WAZ 2000 naar een premie-inkomen van ƒ 121.462, -. Dit is de arbeidsbeloning ten bedrage van ƒ 125.000, - die belanghebbende in het jaar 2000 van de B.V. heeft genoten, verminderd met de aftrekbare beroepskosten. Naar aanleiding van de onder 2.4 vermelde boekenonderzoeken zijn op 19 september 2003 een aanslag IB/PV 2000 en de onderhavige aanslag premieheffing WAZ 2000 opgelegd. Tegen deze aanslagen is bij afzonderlijke bezwaarschriften d.d. 23 september 2003 bezwaar gemaakt. 2.10 Op 17 december 2003 heeft de inspecteur het bezwaar tegen de onderhavige aanslag wegens het ontbreken van de gronden niet-ontvankelijk verklaard. Ambtshalve heeft hij de aanslag premieheffing WAZ 2000 gehandhaafd. Tegen voormelde uitspraak heeft belanghebbende beroep ingesteld. 2.11 In geschil zijn de volgende correcties: huurwaardeforfait eigen woning ƒ 1.550, -correctie congreskosten ƒ 3.511, - minder onderhoudskosten a-straat .. ƒ 19.270, - meer rente ƒ 40, - buitengewone lasten - ƒ 1.350, - 2.12 Ter zitting van 30 november 2006 heeft de inspecteur ingestemd met de door belanghebbende voorgestane rentecorrectie van ƒ 18, -. Met de onder 2.11 vermelde huurwaardeforfaitcorrectie had belanghebbende al eerder ingestemd. De negatieve correctie buitengewone lasten is geen punt van geschil tussen partijen. 3. Het geschil In beroep is in geschil het antwoord op de volgende vragen: a. Is het bezwaar van belanghebbende terecht niet-ontvankelijk verklaard? b. Is de onder 2.11 vermelde correctie congreskosten juist? c. Op welk bedrag dienen de met betrekking tot het jaar 2000 aftrekbare onderhoudskosten a-straat .. te worden gesteld? d. Dient het in de onderhavige aanslag in aanmerking genomen maximale premie-inkomen tijdsevenredig te worden herleid? e. Is aan belanghebbende terecht een verzuimboete opgelegd? 4. De standpunten van partijen 4.1 Belanghebbende beantwoordt de onder 3a, 3b en 3e opgenomen vragen ontkennend, de inspecteur beantwoordt die vragen bevestigend. 4.2 Met betrekking tot het geschilpunt 3b stelt de inspecteur primair dat dit bedrag een uitdeling van de B.V. aan belanghebbende vormt, subsidiair dat dit bedrag als een (netto) loonvoordeel moet worden gezien. 4.3 Ter zake van het geschilpunt onder 3c is belanghebbende van mening dat de door de inspecteur niet in aftrek toegelaten onderhoudskosten van ƒ 19.270, - alsnog in aftrek moeten worden toegestaan. De inspecteur handhaaft zijn weigering van de aftrek onverkort. 4.4 Ter zake van het geschilpunt 3d beroept belanghebbende zich ter zitting op de omstandigheid dat het voor hem per 1 mei 2000 vanwege de per die datum beëindigde toelatingsovereenkomst niet mogelijk is geweest om als medisch specialist werkzaam te zijn voor E. Hij heeft slechts van januari tot mei van het jaar 2000 voor de B.V. arbeid kunnen verrichten. Belanghebbende wil daarom een tijdsevenredige herleiding van het premie-maximum. De inspecteur stelt zich op het standpunt dat de WAZ deze mogelijkheid niet kent. Hij stemt uitdrukkelijk, desgevraagd door het hof, in met de stelling van belanghebbende dat hij slechts tot 1 mei 2000 arbeid heeft verricht voor de B.V.. 4.5 Voor een uitvoerige weergave van de onderbouwing van de standpunten van partijen zij verwezen naar de gedingstukken. 5. De rechtsoverwegingen 5.1 Op 17 december 2003 heeft de inspecteur in zijn uitspraak het bezwaar tegen de onderhavige aanslag wegens het ontbreken van de gronden niet-ontvankelijk verklaard. Naar het oordeel van het hof heeft de inspecteur dit ten onrechte gedaan. Redengevend daarvoor is dat het de inspecteur genoegzaam bekend was op grond waarvan belanghebbende ageerde tegen de onderhavige aanslag. Het hof verwijst daarvoor naar de tijdens de onder punt 2.4 vermelde boekenonderzoeken plaatsgevonden bespreking(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.