Parketnummer: 24-000421-08 Parketnummer eerste aanleg: 18-653730-07 Arrest van 24 februari 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 4 december 2007 in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren op [1966] te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats], [adres], verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. G. Bakker, advocaat te Groningen. Het vonnis waarvan beroep De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven. Gebruik van het rechtsmiddel De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen. Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep. De vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een geldboete van 130 euro subsidiair 2 dagen vervangende hechtenis. De beslissing op het hoger beroep Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen. Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 10 maart 2007, in de gemeente [gemeente], opzettelijk en wederrechtelijk een (koplamp van een) bedrijfsauto, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij op 10 maart 2007, in de gemeente [gemeente], opzettelijk en wederrechtelijk een bedrijfsauto, toebehorende aan [benadeelde], heeft beschadigd. Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen. Kwalificatie Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen. Strafbaarheid Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht. Strafmotivering Het hof heeft bij de bepaling van de straf rekening gehouden met de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan beschadiging van een bedrijfsauto. In die bedrijfsauto bevonden zich op dat moment verdachtes kinderen, zijn ex-vrouw en de nieuwe vriend van zijn ex-vrouw. Mede gelet op het verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 5 februari 2009, acht het hof de oplegging van de door de politierechter opgelegde geldboete, welke geldboete eveneens door de advocaat-generaal is gevorderd, in beginsel passend en geboden. Gelet echter op de geringe draagkracht van verdachte, zoals die ter zitting van het hof door verdachte aannemelijk is gemaakt, zal het hof de door de advocaat-generaal gevorderde geldboete voorwaardelijk opleggen met een proeftijd van twee jaren. Het hof beoogt hiermee mede te voorkomen dat verdachte zich opnieuw schuldig zal maken aan een (soortgelijk) strafbaar feit. Toepassing van wetsartikelen Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23(oud), 24(oud), 24c(oud), 63(oud) en 350 van het Wetboek van Strafrecht. De uitspraak HET HOF, RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP: vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende: verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar; verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij. veroordeelt verdachte [verdachte] tot een geldboete van honderddertig euro; beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van twee dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt; beveelt, dat de geldboete niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Dit arrest is aldus gewezen door mr. J.J. Beswerda, voorzitter, mr. H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg en mr. G.J. Niezink, in tegenwoordigheid van G.G. Eisma als griffier, zijnde mr. Niezink voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.