← Nederland

ECLI:NL:GHLEE:2009:BH5086

Arrest van 6 maart 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, economische kamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Groningen van 3 december 2007 in de strafzaak tegen: [verdachte], gevestigd te [vestigingsplaats], [adres], ter terechtzitting vertegenwoordigd door P. Stel, financieel directeur van verdachte. Het vonnis waarvan beroep De economische politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis vrijgesproken van het ten laste gelegde. Gebruik van het rechtsmiddel De officier van justitie is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen. Hij heeft dit hoger beroep aan verdachte doen betekenen. Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. De vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een geldboete van € 1.200,-. De beslissing op het hoger beroep Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen. Tenlastelegging Het hof heeft ter terechtzitting de tenlastelegging gewijzigd overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal. Aan verdachte is thans ten laste gelegd dat: zij in de gemeente [gemeente], op of omstreeks 8 november 2006, als degene die een inrichting, als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, dreef, waarin zich toen een of meer voorvallen, als bedoeld in artikel 17.1 van voornoemde wet voorde(e)d(

  1. en)of had(den) voorgedaan, namelijk het 'overkoken', althans gaan stromen of lekken van menger 109, (telkens) al dan niet opzettelijk, die/dat voorval(len) niet zo spoedig mogelijk aan het bestuursorgaan dat bevoegd was een vergunning krachtens artikel 8.1 van voornoemde wet voor een inrichting te verlenen, dan wel ingevolge artikel 8.41, tweede lid, onder a van voornoemde wet, het orgaan was waaraan de melding werd gericht, in casu Gedeputeerde Staten der provincie [provincie], heeft gemeld, immers zijn/is genoemd(
  2. e)voorval(len) (telkens) in het geheel niet, althans pas op 5 december 2006, gemeld aan Gedeputeerde Staten der provincie [provincie]. Vrijspraak Verdachte is ten laste gelegd dat zij - kort gezegd - een ongewoon voorval, waardoor nadelige gevolgen voor het milieu zijn ontstaan of dreigden te ontstaan, niet, dan wel niet tijdig, aan de Gedeputeerde Staten der provincie [provincie] heeft gemeld. Op 8 november 2006 hebben zich binnen het bedrijf van verdachte driemaal problemen voorgedaan met een menger, waarbij er een mengsel van bitumen, superflux en IPP is vrijgekomen, al dan niet in de vorm van damp. Naar het oordeel van het hof staat vast dat hier sprake was van ongewone voorvallen. Gelet op het bepaalde in artikel 17.2 juncto artikel 17.1 van de Wet milieubeheer dienen ongewone voorvallen, waardoor nadelige gevolgen voor het milieu zijn ontstaan of dreigen te ontstaan, zo spoedig mogelijk aan het bevoegde bestuursorgaan te worden gemeld. Het dossier biedt evenwel geen basis voor de vaststelling dat hier schade voor het milieu is of dreigde te ontstaan, zodat verdachte moet worden vrijgesproken van het haar ten laste gelegde. De uitspraak HET HOF, RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP: vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende: verklaart het verdachte ten laste gelegde niet bewezen en spreekt haar daarvan vrij. Dit arrest is aldus gewezen door mr. J.J. Beswerda, voorzitter, mr. S. Zwerwer en mr. A.J. Rietveld, in tegenwoordigheid van mr. M. Koster als griffier, zijnde mr. Rietveld voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.