Arrest van 3 april 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 8 januari 2008 in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren op [1971] te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats], [adres], verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. M.G. Pekkeriet-Bischop, advocaat te Zwolle. Het vonnis waarvan beroep De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf en een overtreding veroordeeld tot straffen, zoals in dat vonnis omschreven. Gebruik van het rechtsmiddel De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen. Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. De vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van de feiten 1 en 2 zal veroordelen tot respectievelijk een maand gevangenisstraf en een maand hechtenis met verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen personenauto. De beslissing op het hoger beroep Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen. Tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat 1 hij op of omstreeks 12 juli 2007, te [plaats], in de gemeente [gemeente], terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat hem bij rechterlijke uitspraak de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, de [straatnaam], een motorrijtuig, (personenauto), heeft bestuurd; (art. 9 lid 1 Wegenverkeerswet 1994) 2 hij op of omstreeks 12 juli 2007, te [plaats], in de gemeente [gemeente], als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), gekentekend [kenteken], daarmede heeft gereden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de [straatnaam], zonder dat er voor dit motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen was gesloten en in stand gehouden; (art. 30 lid 4 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen) Vrijspraak Aangezien zich in het strafdossier geen geschrift bevindt uit het Centraal Register Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorvoertuigen, waaruit blijkt dat er op de ten laste gelegde datum voor het motorvoertuig van verdachte geen verzekering was afgesloten, acht het hof niet bewezen hetgeen verdachte onder 2 ten laste is gelegd. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde onder 1 heeft begaan, met dien verstande dat hij op 12 juli 2007, te [plaats], in de gemeente [gemeente], terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat hem bij rechterlijke uitspraak de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, de [straatnaam], een motorrijtuig, (personenauto), heeft bestuurd; Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen. Kwalificatie Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf: overtreding van artikel 9, eerste lid, van de Wegenverkeerswet
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.