Parketnummer: 24-001371-08 Parketnummer eerste aanleg: 19-620960-07 Arrest van 13 juli 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van 16 mei 2008 in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren op [1980] te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats], [adres], verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. K. Spoor, advocaat te Steenwijk. Het vonnis waarvan beroep De politierechter in de rechtbank Assen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, heeft beslist op de vordering van de benadeelde partij en heeft de schadevergoedingsmaatregel opgelegd, zoals in dat vonnis omschreven. Gebruik van het rechtsmiddel De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen. Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. De vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het verdachte ten laste gelegde bewezen zal verklaren en hem ter zake zal veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken, met een proeftijd van 2 jaren en een werkstraf voor de duur van 42 uren subsidiair 21 dagen vervangende hechtenis. Voorts heeft de advocaat-generaal de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 621,96 en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd. De beslissing op het hoger beroep Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen. Tenlastelegging Verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 02 juni 2007 te [plaats], althans in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend [benadeelde] heeft (aan)geduwd en/of geslagen en/of gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden. Verweer De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de aanhouding van verdachte onrechtmatig is geweest, aangezien er geen sprake is geweest van een heterdaadsituatie. Verdachte is pas anderhalf uur na het voorval aangehouden. Dit verzuim zou moeten leiden tot bewijsuitsluiting. Het hof overweegt ten aanzien van dit verweer het volgende. Uit het dossier blijkt de volgende gang van zaken voorafgaand aan de aanhouding van verdachte. Op 2 juni 2007 omstreeks 19.30 uur lieten aangever [benadeelde] en zijn echtgenote hun hond uit op de [straat] te [plaats]. Omdat naast die weg geen voetpad gelegen is, liepen zij met de hond op de weg. Verdachte, die in zijn auto op de [straat] reed, naderde hen van achteren en wilde hen passeren. Verdachte is, toen aangever en zijn hond niet snel genoeg opzij gingen, rakelings langs de hond gereden. Toen aangever daarop iets riep, heeft verdachte de auto stilgezet en is uit de auto gestapt. Hij is naar aangever gelopen en heeft na een korte woordenwisseling aangever van zich afgeduwd en hem vervolgens geslagen, waardoor aangever gewond raakte. Verdachte is daarna in zijn auto gestapt en weggereden in de richting van het in de buurt gelegen voetbalveld. Toen aangever en zijn echtgenote verdachte later weer tegemoet zagen komen en passeren, noteerde zijn echtgenote het kenteken van de auto. Omstreeks 20.00 uur zijn aangever en zijn echtgenote naar de woning van hun overbuurman, [naam], hoofdagent van het Korps Landelijke Politiediensten, gegaan. Zij hebben [naam] verteld wat hun is overkomen. [naam] heeft op verzoek van aangever 0900-8844 gebeld en via dat nummer contact gehad met de meldkamer Drenthe. Naar aanleiding van die melding is verdachte op 20.55 uur in zijn woning in Steenwijk aangehouden. Het is een feit van algemene bekendheid dat er (opsporings)handelingen moeten worden verricht om aan de hand van een opgegeven kenteken achter het (geverifieerde) adres van degene te komen op wiens naam het kenteken staat. Uit het voorgaande blijkt er gedurende de (nog geen) anderhalf uur die is verstreken tussen het tijdstip de schermutseling tussen verdachte en aangever en het tijdstip van de aanhouding van verdachte onafgebroken opsporingsactiviteiten hebben plaatsgevonden. De heterdaadsituatie duurde derhalve voort, toen verbalisanten verdachte aanhielden. Gelet hierop verwerpt het hof het door de raadsvrouw gevoerde verweer. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat: hij op 02 juni 2007 te [plaats], opzettelijk mishandelend [benadeelde] heeft geduwd en geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden. Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen. Kwalificatie Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf: mishandeling. Strafbaarheid Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht. Strafmotivering Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Het hof heeft in het bijzonder gelet op het navolgende. Verdachte heeft zich op 2 juni 2007 schuldig gemaakt aan mishandeling door [benadeelde] te duwen en te slaan. Als gevolg van die mishandeling is een tand van het slachtoffer losgeraakt. Door zijn handelen heeft verdachte niet alleen een inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer, maar - door zijn agressieve en buitenproportionele optreden - het slachtoffer en diens echtgenote ook de stuipen op het lijf gejaagd. Het hof heeft acht geslagen op een uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 13 maart
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.