Arrest d.d. 22 september 2009 Zaaknummer 200.019.130/01 HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN Arrest van de derde kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van: [appellant], wonende te [woonplaats], appellant, in eerste aanleg: gevoegde partij in de hoofdzaak, hierna te noemen: [appellant], advocaat: mr. C. Heijs, kantoorhoudende te Groningen, tegen DSB BANK N.V., gevestigd te [plaats], geïntimeerde, in eerste aanleg: eiseres, hierna te noemen: DSB, niet verschenen. Het geding in eerste instantie In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de vonnissen uitgesproken op 27 juni 2007, 12 december 2007 en 23 juli 2008 door de rechtbank Groningen. Het geding in hoger beroep Bij exploot van 22 oktober 2008 is door [appellant] hoger beroep ingesteld van het vonnis d.d. 23 juli 2008 met dagvaarding van DSB tegen de zitting van 2 december
- De conclusie van de memorie van grieven luidt: "bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het vonnis van de Rechtbank te Groningen van 23 juli 2007, gewezen in de hoofdzaak onder nummer 93259 / HA ZA 07-336, te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, DSB in haar vorderingen alsnog niet-ontvankelijk te verklaren, althans de vorderingen alsnog af te wijzen, met veroordeling van DSB in de kosten van beide instanties." DSB is in hoger beroep niet verschenen en tegen haar is verstek verleend. Tenslotte heeft [appellant] de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest. De grieven [appellant] heeft negen grieven opgeworpen. De beoordeling Met betrekking tot de ontvankelijkheid van [appellant]
- Het vonnis waarvan beroep is gewezen tussen DSB als eiseres enerzijds en [betrokkene] als gedaagde en [appellant] als gevoegde partij aan de zijde van [betrokkene] anderzijds. Hieraan doet niet af dat [appellant] in de 'kop' van het vonnis staat vermeld als gedaagde. Het hof wijst er hierbij nog op dat de rechtbank alleen ten laste van [betrokkene] een veroordeling heeft uitgesproken.
- Niet is gesteld of gebleken dat [betrokkene] hoger beroep tegen het bestreden vonnis heeft ingesteld. Nu [appellant] als gevoegde partij geen zelfstandig recht toekomt om in hoger beroep op te treden, maar zich ook in hoger beroep slechts had kunnen voegen aan de zijde van [betrokkene], zal hij in zijn hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. De slotsom. [appellant] dient in zijn hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard met veroordeling als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het geding in hoger beroep. De beslissing Het gerechtshof: verklaart [appellant] niet ontvankelijk in zijn hoger beroep; veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep en begroot die aan de zijde van DSB tot aan deze uitspraak op nihil. Aldus gewezen door mrs. Streppel, voorzitter, Verschuur en Breemhaar, raden, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 22 september 2009 in bijzijn van de griffier.