← Nederland

ECLI:NL:GHLEE:2010:BM2752

Parketnummer: 24-001122-08 Parketnummer eerste aanleg: 17-992193-07 Arrest van 26 april 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, economische kamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 21 april 2008 in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren op [1949] te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats], [adres], verschenen in persoon. Het vonnis waarvan beroep De economische politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis vrijgesproken van het ten laste gelegde. Gebruik van het rechtsmiddel De officier van justitie is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen. Hij heeft dit hoger beroep aan verdachte doen betekenen. Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. De vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen ter zake het hem ten laste gelegde tot een voorwaardelijke geldboete van € 400,-, subsidiair acht dagen hechtenis, met een proeftijd van twee jaren. De beslissing op het hoger beroep Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat: hij op of omstreeks 31 januari 2007 te [plaats] in de gemeente [gemeente], al dan niet opzettelijk, heeft gehandeld in strijd met artikel 3 aanhef en sub b van de EG-verordening nr 1/2005, immers heeft hij ??n dier, te weten een rund (met ID-code NL [nummer]), dat niet in staat was zich op eigen kracht pijnloos te bewegen, laten vervoeren op zodanige wijze dat het dit dier waarschijnlijk letsel en/of onnodig lijden heeft berokkend en/of was (tevens) niet voldaan aan de voorwaarde dat dat dier geschikt was voor het voorgenomen transport. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat: hij op 31 januari 2007 te [plaats] in de gemeente [gemeente], heeft gehandeld in strijd met artikel 3 aanhef en sub b van de EG-verordening nr 1/2005, immers heeft hij één dier, te weten een rund (met ID-code NL [nummer]), laten vervoeren op zodanige wijze dat het dit dier waarschijnlijk onnodig lijden heeft berokkend en was tevens niet voldaan aan de voorwaarde dat dat dier geschikt was voor het voorgenomen transport. Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen. Kwalificatie Het bewezen verklaarde levert op de overtreding: Overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 59a van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Strafbaarheid Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht. Strafmotivering Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft op 31 januari 2007 een rund laten vervoeren dat daar vanwege zijn lichamelijke conditie niet toe in staat was. Hij heeft hiermee het dier onnodig en extra lijden berokkend. Het hof heeft bij de strafoplegging acht geslagen op een verdachte betreffend uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 26 januari 2010 waaruit blijkt dat verdachte recentelijk niet is veroordeeld wegens strafbare feiten. In beginsel rechtvaardigt het bewezen verklaarde feit de oplegging van een onvoorwaardelijke geldboete. Gelet echter op het tijdsverloop sinds de datum waarop het feit is gepleegd, zal het hof volstaan met de oplegging van een geheel voorwaardelijke geldboete van na te melden omvang, zoals ook door de advocaat-generaal is gevorderd. Toepassing van wetsartikelen Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24 en 24c van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 59a van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en artikel 9 van de Regeling dierenvervoer 2007 en artikel 3 EG-verordening nr. 1/2005, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde. De uitspraak HET HOF, RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP: vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende: verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar; verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij; veroordeelt verdachte [verdachte] tot een geldboete van vierhonderd euro; beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van acht dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt; beveelt, dat de geldboete niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Dit arrest is aldus gewezen door mr. S. Zwerwer, voorzitter, mr. G.M. Meijer-Campfens en mr. H. Heins, in tegenwoordigheid van mr. L. Keekstra als griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.