Parketnummer: 24-000709-09 Parketnummer eerste aanleg: 19-994560-08 Arrest van 4 juni 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, economische kamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Assen van 3 maart 2009 in de strafzaak tegen: [verdachte], gevestigd te [vestigingsplaats], [adres], ter terechtzitting vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger 1] en [vertegenwoordiger 2], maten van verdachte, bijgestaan door haar raadsman mr B. Nijman, advocaat te Wageningen. Het vonnis waarvan beroep De economische politierechter in de rechtbank Assen heeft de verdachte bij het vonnis vrijgesproken van het ten laste gelegde. Gebruik van het rechtsmiddel De officier van justitie is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen. Hij heeft dit hoger beroep aan verdachte doen betekenen. Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. De vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen ter zake het haar ten laste gelegde tot een geldboete van € 990,-. De beslissing op het hoger beroep Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat: zij op of omstreeks 7 juni 2007, in de gemeente [gemeente] en/of (elders) in Nederland, als houder van een varken (identificatienummer: [nummer]) heeft gehandeld in strijd met artikel 8 lid 1 van EG-verordening nr. 1/2005, immers heeft verdachte toen aldaar er niet voor gezorgd dat op de plaats van vertrek of overlading de technische voorschriften van bijlage I, hoofdstuk I van voornoemde verordening met betrekking tot het vervoer van dieren werden nageleefd, aangezien in strijd met artikel 1 van voornoemd hoofdstuk voornoemd varken vervoerd werd, terwijl dit varken niet geschikt was voor het voorgenomen transport. Vrijspraak Verdachte wordt - kort gezegd - verweten dat zij als houder van een varken er niet voor heeft gezorgd dat op de plaats van vertrek of overlading de technische voorschriften als bedoeld in bijlage I, hoofdstuk I van de EG-verordening nr. 1/2005 werden nageleefd, nu het betreffende varken is vervoerd terwijl dit dier niet geschikt zou zijn geweest voor het (voorgenomen) transport. Op 7 juni 2007 laat verdachte een aantal varkens, waaronder het in de tenlastelegging nader aangeduide varken, door vervoerder [naam] ophalen om vervolgens naar het slachthuis te laten vervoeren. Uit de namens verdachte ter terechtzitting in hoger beroep afgelegde verklaringen blijkt dat het betreffende varken die dag niet (helemaal) gezond was. Het dier zou evenwel in staat zijn geweest de wagen van [naam] zelfstandig in te lopen. Het varken zou hierbij geen tekenen van pijn hebben vertoond. De in de tenlastelegging aangehaalde bepaling uit bijlage I, hoofdstuk I van de EG-verordening nr. 1/2005 schrijft voor dat alleen dieren die geschikt zijn voor het voorgenomen transport mogen worden vervoerd. Het hof leidt uit de overige bepalingen van dit hoofdstuk af dat dit niet betekent dat alléén gezonde dieren mogen worden vervoerd. Ook (licht) gewonde en zieke dieren kunnen in staat worden geacht te worden vervoerd. Het vervoer van de betreffende dieren mag echter geen extra lijden veroorzaken. Of daarvan sprake is geweest, moet - bij uitstek - blijken uit de in het dossier opgenomen diergeneeskundige verklaring. Het hof acht het deskundige oordeel van de dierenarts in de onderhavige zaak op dit punt echter onvoldoende duidelijk en - met name - te weinig onderbouwd om bewezen te achten dat het betreffende varken niet geschikt was voor het voorgenomen transport. Het hof acht dan ook niet wettig en overtuigend bewezen dat het betreffende varken in strijd met artikel 1 van bijlage I, hoofdstuk I van de EG-verordening nr. 1/2005 is vervoerd. Verdachte zal om die reden worden vrijgesproken van het haar ten laste gelegde. De uitspraak HET HOF, RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP: vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende: verklaart het verdachte ten laste gelegde niet bewezen en spreekt haar daarvan vrij. Dit arrest is aldus gewezen door mr. O. Anjewierden, voorzitter, mr. G.M. Meijer-Campfens en mr. H. Heins, in tegenwoordigheid van mr. L. Keekstra als griffier, zijnde mr. Meijer-Campfens voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.